‘Ik móet een held zijn’
Dit artikel wordt met je gedeeld door NVJ-lid Dolf Rogmans. Ook lid worden?

Exclusieve inhoud Sluiten

Een NVJ-lid heeft dit artikel met je gedeeld. Gratis een maand alles lezen? Klik hier.

Een NVJ-lidmaatschap geeft je recht op:

  • Persoonlijk advies
  • Juridisch advies & rechtsbijstand
  • Perskaart
  • Korting op cursussen
  • Villamedia magazine

Word lid Verder lezen

‘Ik móet een held zijn’

Frans Oremus — Geplaatst in interview op zondag 27 september 2015, 13:04

© TRIK

Interview In de jaren 70 begon hij als oorlogsverslaggever voor het partijblad van de linkse PSP, maar nu wordt het werk van Arnold Karskens vaak als rechts betiteld. ‘Ik ben nog altijd een hele linkse journalist. Dat moet je niet onderschatten.’

Oorlogsverslaggever Arnold Karskens (61) woont al zijn ‘halve leven’ in Brussel, sinds hij trouwde met een Belgische die hij ontmoette in Noord-Ierland. ‘Het voordeel is dat ik ver weg ben van mijn collega’s in de Nederlandse journalistiek. Ik hoef geen sociaal gewenste meningen te verkondigen en kan een vrijdenker zijn. Dat heeft de Nederlandse journalistiek nodig: een luis in haar pels die af en toe effe prikt. Ik kom mijn collega’s ’s avonds toch niet tegen in de kroeg.’

Tegen Ischa Meijer zei je ooit in een interview dat ‘geld, avontuur en mooi weer’ je drijfveren waren om oorlogsverslaggever te worden. En dat ‘idealisme en opportunisme hand in hand gaan’.
‘Voor een deel is dat waar. Ik schrijf nog steeds alleen de verhalen die ik zelf wil lezen. Ik volg mijn nieuwsgierigheid. Als het Nederlandse leger ergens naartoe wordt gestuurd ben ik ongeveer de enige die schrijft over de excessen. Want die doen ertoe. Als we het nu over Nederlands-Indië hebben, dan praten we over de excessen van de militairen. Ik ken de geschiedenis. Ik heb een dik boek geschreven over oorlogsverslaggeving (‘Pleisters op de ogen’, 2001). Ik weet wat er over vijftig jaar nog toe doet. Dat zijn niet de verhaaltjes die je zoveel ziet over hoeveel de tomaten kosten op de plaatselijke markt, en ook niet dat vriendelijke interview met de commandant. Nee, wat ertoe doet is: wat hebben we fout gedaan?’

Je bent ook voorzitter van de stichting Onderzoek Oorlogsmisdaden; begeef je je als journalist dan niet op een terrein waar je weg moet blijven?
‘Nee, dat ligt in het verlengde van mijn werk. Zonder de verslaggeving ter plaatse kom je nooit achter die excessen. Ik kan als oorlogsverslaggever natuurlijk zeggen: ik schrijf erover en daarna houdt het op. Maar ik vind een rechtszaak de ultieme waarheidsvinding naar aanleiding van reportages over incidenten. Omdat het niet ophoudt bij even binnenvallen en weer weg lopen; het zijn soms processen van jaren. Rechtszaken zoals die van het schietincident in Irak (in 2004, waarbij een burger stierf door een Nederlandse kogel, red.) – een van de zaken die ik boven water heb gekregen – zijn uiteindelijk voorgekomen bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Juist door kritisch te zijn richting de Nederlandse militairen maak je het leger wakker en voorkom je toekomstige incidenten.’

In je recente reportage voor ThePostOnline, waarbij je met vluchtelingen de oversteek van Turkije naar Kos maakt, lijk je vooral een punt te willen maken. Ik citeer: ‘De dagelijkse stroom (van boten met vluchtelingen, red.) doet serieus denken aan een lijndienst. De constatering van PvdA-leider Diederik Samsom in het tv-programma Brandpunt dat ‘alle politici die zeggen dat je de grenzen kunt sluiten en de asielstroom kunt stoppen praatjes aan de lezer verkopen’, lijkt hiermee gelogenstraft.’
‘Lezers herinneren zich de woorden van Samsom misschien niet meer. Dus ik wil dat duiden en in een breder kader stellen. Er is gewoon een lijndienst, de ene boot na de andere. Twee weken geleden zag ik in Lesbos vijf boten achter elkaar aankomen. Zo’n 250 mensen. Die boten worden door niemand tegengehouden. Kijk, als je van Syrië naar Turkije vlucht ben je absoluut een oorlogsvluchteling. Maar als je van het veilige Bodrum – een toeristisch oord – op een boot springt richting Griekenland terwijl je weet dat je in Bodrum niet wordt vervolgd, dan ben je een economisch migrant, want je leven wordt niet bedreigd. Het gaat bij dit artikel niet eens zozeer om die boottocht maar om de voorbereiding ervan. Hoe leggen ze contacten? Hoe komen ze aan een bootje? Dat kun je alleen maar weten als je het van begin tot eind meemaakt. Het is een ander verhaal dan wat je bij de NOS ziet of in de kranten leest. Zij stellen dat het allemaal zielige mensen zijn die uit de oorlogshel komen. Nou, met een goeie verrekijker zie je op Bodrum de vluchtelingen vertrekken vanuit een vijfsterren ­all inclusive hotel. En er is geen marine aanwezig die ze tegenhoudt. De Nederlandse media laten dat niet zien en gaan aan lafheid ten onder. Daarmee houden ze het beeld dat vluchtelingen allemaal zielige mensen zijn in stand. Terwijl iedereen die naar Turkije gaat hetzelfde kan zien als ik. Het is gewoon raar dat de NOS geen team heeft zitten op de locatie waar het grootste Europese nieuwsfeit van de afgelopen maanden zich afspeelt. Maar dat vinden ze niet politiek correct. Ik vind dat slechte journalistiek. Zeker met het budget dat de NOS heeft.’

Je pleit voor actiejournalistiek?
‘Het probleem is dat de mainstream media en de politiek afgaan op wat organisaties van de Verenigde Naties als de UNHCR en de NGO’s zeggen. Maar die schieten niets op met een oplossing, die verdienen aan het probleem. Ik geef de oplossing: als je die grenzen sluit, dan helpt dat serieus. En dat zeg ik omdat ik er geweest ben. Als journalist heb je ook een waarschuwende taak. Als je weet dat een cruiseschip afvaart op een drijvend mijnenveld, kun je twee dingen doen: met een bootje er achteraan varen en prachtige foto’s maken of – en dat zou ik doen – gaan zwaaien: hé jongens, jullie varen op een mijnenveld.’

Het is in een reportage toch veel krachtiger om het bij je observaties te laten en de lezer zelf te laten concluderen?
‘Ik ben ook de luis in de journalistieke en politieke pels’.

Is dat altijd slim?
‘Nee, als je tactisch wilt zijn moet je achter de horde aanlopen, dan maak je geen vijanden en alleen maar vrienden. Maar zo zit ik niet in elkaar.’

Het opgeheven vingertje van Arnold Karskens richting andere media kan ook gaan irriteren. Kun je niet beter laten zien hoe het wel moet?
‘Dat doe ik. Sinds kort door crowdfunding (via Yournalism op ThePostOnline, red.), en dat gaat heel goed. Een van mijn verhalen over Kos is meer dan een half miljoen keer bekeken. Met weinig reclame hebben we in twee maanden tijd 14.000 euro opgehaald. Daarmee kon ik op reis. Mensen hebben daar behoefte aan omdat wat NRC, de Volkskrant en met name Trouw brengen zo voorspelbaar is. Mensen gelóven niet meer wat NOS Nieuws of Nieuwsuur vertellen. Ze zien hen als verlengingen van de voorlichtingsdiensten van Den Haag, Brussel en Washington. Ik wil via crowdfunding het ongelijk van de mainstream media aankaarten. Mensen gaan naar alternatieve media: GeenStijl, TPO, Jalta, Joost Niemöller, Kleintje Muurkrant, noem maar op. Internet is een zegen voor de nieuwsvoorziening. Met crowdfunding kun je echt iets toevoegen aan de journalistiek, vooral omdat je je stukken gratis kunt aanbieden.’

Was de overtocht van Turkije naar Kos je gevaarlijkste avontuur?
‘In mijn wilde jaren ben ik in 1986 met Tamil-rebellen van India naar Sri Lanka gevaren, tijdens de zeer bloedige oorlog tussen hen en de Sri Lankaanse regering. Op een boot vol munitie en grote tanks met benzine. De Sri Lankaanse marine maakte echt jacht op die boten, ze schoten je gewoon uit het water. Met één raak schot. Kijk, die Turken schieten niet op je, die Grieken ook niet. Ze kieperen misschien je bootje om, maar dan pikken ze je toch ook weer op. Vergeleken met India was varen van Turkije naar Kos een pleziertochtje.’

In de tv-serie De Wandeling (augustus 2015) zeg je: ‘Ik ben de beste oorlogsjournalist van Nederland’. Zou wat meer bescheidenheid niet sieren?
‘Ik zeg ook: valse bescheidenheid is dubbele hoogmoed. Ik kom uit een verzetsfamilie. Mijn oom is doodgeschoten door de SS. Ik móet een held zijn.’

Er is ook nog een tussenweg.
‘Nee, je moet je lezers en kijkers overtuigen dat ze het beste krijgen wat er is. Ik heb de meeste ervaring en heb de meeste boeken erover geschreven.’

Waarom heb je dan nooit een Tegel gewonnen?
‘Ik heb nooit een journalistieke prijs ontvangen. Misschien moet ik daar wel heel erg trots op zijn.’

Wat doe je als de crowdfund-bron opdroogt en TPO ter ziele gaat; in juni is immers de gehele redactie ontslagen op de hoofdredacteur en de adjunct na?
‘Ik ga altijd door. Ik heb plannen voor nog drie tot vier boeken. Volgend jaar komt mijn boek ‘Journalist te koop’ uit.  Met interviews met vrijdenkers in de journalistiek als Max Pam, Theodor Holman en Xandra Schutte. Maar ook met onderzoek, bijvoorbeeld naar journalisten die schnabbelen voor inlichtingendiensten. Het gebeurt, zij het niet op grote schaal. Ik ken ook voormalig journalisten die zich uitgeven voor journalist maar eigenlijk werken voor de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst. Daar ben ik heel erg tegen omdat dit het werk van gewone journalisten zeer gevaarlijk maakt. Denk je eens in dat als de Taliban in Afghanistan dit hoort. Ze zullen denken dat iedere journalist voor de geheime dienst werkt. Ik vind het belangrijk vrijdenkers in de journalistiek een podium te geven en een serieuze discussie over het vak te houden. Ook als dat niet mijn visie is. Dat gebeurt te weinig.
Er mankeert ook het een en ander aan de opleidingen. Jonge journalisten schrijven foutloos, maar het lijkt allemaal zo op elkaar. Ik mis het journalistieke bloed. Als verslaggever moet je ook je kont tegen de krib durven gooien en niet alleen maar mooie verhalen willen schrijven. Je moet juist dat korzelige hebben. Dat veel mensen een hekel aan me hebben betekent eigenlijk dat ik een hele goeie journalist ben, snap je. In ieder geval zet ik aan tot iets. Journalisten moeten stoppen elkaar veren in de reet te steken. Je hebt van die clubs op Twitter, die constant tegen elkaar zeggen ‘ooh, wat een goed verhaal’. Gadverdamme. Daar word ik helemaal niet goed van.’

Voel je je miskend door de mainstream media?
‘Nee, waarom? Ik denk eerder dat het andersom is. ‘I’m not in the business to be liked.’ Ik heb een paar mooie niet-journalistieke prijzen gekregen voor mijn werk. De Clara Meijer-Wichmann Penning (voor het schetsen van een onafhankelijk beeld van de oorlog in Afghanistan, red.) bijvoorbeeld. En een plaquette van het ministerie van ANFAL van de Koerdische Regionale Regering (voor inzet bij het speuren en berechten van de Nederlander Frans van Anraat, de belangrijkste leverancier van de grondstoffen voor dodelijk gifgas, red.).’

In het programma De Kist (EO) kondig je een boek aan over je zusje dat verdronk toen ze 2 was, en jij 5. Je vertelt dat die gebeurtenis ervoor heeft gezorgd dat je oorlogsverslaggever werd. Hoe staat het met dat boek?
‘Dat komt na mijn boek over de journalistiek. Ik ben al aan het schrijven. Voor mij was de dood van mijn zusje en van andere mensen – zoals mijn oom die in het verzet zat – heel bepalend. Ik vind daardoor dat ik een bepaalde plicht heb.’

Hoe is zij verdronken?
‘In een sloot, op onze boerderij. We werden omringd door sloten. Eventjes niet opgelet. Maar daar schrijf ik verder alleen iets over in mijn boek.’

Je hebt later zelf een zoontje van twee weken oud verloren aan een fatale ziekte. Maar over je zusje lijk je veel emotioneler.
‘Misschien is dat uit zelfprotectie. Mijn zoon scherm ik meer af. Misschien ben ik nu aan mijn zuster toe en daarna aan mijn zoon.’

In Turkije was je in de buurt van Aylan, het jongetje dat de tocht niet overleefde en wiens foto de wereld over ging.
‘We zaten er 200 meter vandaan en zouden dezelfde nacht vertrekken. Dat is exact de reden waarom ik me tegen de politiek keer die het mogelijk maakt dat mensen verdrinken. Dat gaat zo ver dat ik met de stichting Onderzoek Oorlogsmisdaden organisaties als Amnesty International en de Europese Unie voor de rechter probeer te krijgen. Omdat ik het crimineel vind dat je politiek bedrijft die het mensen makkelijk maakt op zo’n boot te springen.
Er is een link tussen mijn eigen geschiedenis en Aylan. Ik word misselijk van de maffia in Turkije die verdient aan die overtochten, maar ook van de asielmaffia van Amnesty en Vluchtelingenwerk Nederland die er ook van profiteren. En van die ouders. Ik ken die locatie. Ik weet dat die vader er op driehonderd meter afstand voor 5 euro een zwemvest kon kopen. Hij betaalt 1000 euro voor een trip, maar besteedt geen 5 euro aan een zwemvest voor zijn zoontje. Dat vind ik verwijtbaar. Iedereen droeg een zwemvest.’

Stel jij je ouders verantwoordelijk voor de dood van je zusje?
‘Nee. Shit happens. We woonden in de polder met allemaal sloten. Het heeft er wel ingehakt bij mijn ouders. Als je kind overlijdt voel je je altijd verantwoordelijk. Voor mij geldt dat wanneer je als kind de dood heel vroeg tegenkomt, het wat makkelijker is om naar een oorlogsgebied te gaan. Je kunt het gevoel dan op de een of andere manier wel thuisbrengen. Misschien is het wel uit solidariteit met mensen die ook kinderen verliezen. Misschien kan ik dat met mijn verhalen voorkomen. Al die excessen, schietincidenten in het leger; dat zijn mensen die hun zoon hebben verloren. Dan wil ik er wel achteraan gaan in de zin van: wie is daar eigenlijk verantwoordelijk voor? Ik waarschuw altijd, ook in een recente hoorzitting in de Tweede Kamer: stuur niet zomaar je eigen Nederlandse militairen naar Syrië, Libië, Afghanistan of Irak, want het zal toch niks oplossen. We zijn er geen zak mee opgeschoten. Mensen nemen soms hele domme beslissingen. Daar wil ik ze voor behoeden. In het heden ligt het verleden, in het nu wat komen gaat. Je neemt altijd je verleden mee. Daarom ben ik misschien zo uitgesproken.’

Arnold Karskens (1954)
Jaren 70: School voor Journalistiek, Utrecht.
Jaren 80: Freelance verslaggever voor VPRO Radio, Intermediair, de Volkskrant en Vrij Nederland. Reist door Zuid-Amerika en verslaat de oorlogen in El Salvador en Nicaragua.
1985: Toenmalig hoofdredacteur Derk Sauer haalt hem naar Nieuwe Revu.
2008: Overstap naar dagblad De Pers.
2012: Verslaggever en columnist voor ThePostOnline en Reporter­Online.
Karskens schreef een groot aantal boeken. Recent verschenen ‘Reisgids voor de frontlijn’ en ‘de zaak-Zorreguieta’.

Nog geen reacties

Om te reageren moet je een Villamedia Account hebben en moet je eerst ingelogd zijn.