Afstudeerprijs Villamedia 2019

— vrijdag 8 november 2013, 08:36 | 0 reacties, praat mee

“Iedere foto is een spiegel van mezelf”

Na twintig jaar fotograferen in conflict­gebieden stelt Eddy van Wessel zich de vraag: ‘Waarom doe ik dit eigenlijk?’ In een boek hoopt hij antwoorden te geven.

In het leven van Eddy van Wessel (1965) verandert ogenschijnlijk niets. De vuilwitte bedrijfsdeur naar zijn verblijfplaats is na jaren nog even onopvallend en brengt de bezoeker ongewild in een staat van lichte verwarring: hierachter kan toch niemand wonen? De deur is deel van een anonieme achterpui, de achterkant van een autoverkoopplaats. Op deze plek in Huizen, Noord-Holland, is Eddy van Wessel geboren, opgegroeid en weer teruggekeerd, om er te werken. Zweden is zijn tweede basis. Hij werkt en woont er met zijn vrouw en drie kinderen, als hij niet op reportagereis is naar Irak, Syrië of een ander conflictgebied.

‘Alles hetzelfde hier!’, roept hij ongevraagd bovenaan het hoge trapgat, nadat ik de deur eenvoudig heb kunnen openduwen. ‘Als ik niet hoef te veranderen, vernieuw ik niets.’ Hij ontvangt me in een ruim, licht dak atelier, waar in een hoek het gezoem klinkt van een printer. Op de tafel liggen foto’s en vellen papier, de opmaat voor zijn nieuwe fotoboek: ‘The Edge of Civilization’. Na twintig jaar fotograferen heeft hij de behoefte om zichzelf de vraag te stellen: ‘Waarom doe ik dit eigenlijk?’

Noem het geen overzichtsboek, geen chronologisch of thematisch boek over conflicten, het is eerder een boek gevuld met vragen. Over het onbevattelijke wezen van oorlog en de rol die hij als waarnemer daarin vervult. Zijn mooiste foto’s zullen erin staan, maar hij wil anderen ook deelgenoot maken van zijn ervaringen over werken, reizen en mislukkingen.

De boekproductie neemt hem helemaal in beslag. Zijn laatste foto’s maakte hij drie maanden geleden in Irak, waar hij de soennitische opstand volgde. Daarvoor bezocht hij de burgeroorlog in Syrië. ‘Voorlopig ga ik niet meer terug’, zegt hij aan tafel. ‘Als ik dat doe, kopieer ik mijn eerdere foto’s. Dan loop ik dezelfde gevaren voor hetzelfde beeld. Ik wil een ander, breder verhaal over de oorlog vertellen. Het verhaal van de nuances, de opbouw van de spanning, van mensen die nog hun idealen hebben. Oorlog vernietigt alle idealen.’

De wereld verandert nauwelijks. Na twintig jaar werken in conflictgebieden dringt zich die constatering op. Er zijn meer vragen bijgekomen dan antwoorden gegeven: ‘Oorlog is een algoritme, een eindige reeks van stappen. Het is van alle tijden, van alle plaatsen, van alle mensen. Ook van ons en van mij. Een oorlog is eerlijk, rechtlijnig: ik neem jouw leven als je niet het mijne neemt. Kraakhelder toch? En tegelijk roept het allemaal vragen op: wat bezielt iemand om andermans leven af te nemen? We bezweren ziekten, gaan naar de maan, het enige wat we niet onder controle hebben is het bizarre van onze geest. De mens is een oerbeest en zelfdestructief. We zijn geen klap op geschoten.’

Waarom gaat hij dan telkens terug, welke zin heeft het maken van foto’s? Van Wessel aarzelt: ‘Het antwoord is niet aan mij…Misschien dat het laten zien van foto’s een proces van verandering op gang zou kunnen brengen. Ik ga ook terug naar een streek, naar de mensen, om steeds een stukje dieper te gaan en het onrecht te laten zien. Ik teken een deel van de geschiedenis op.’

Het boek moet een persoonlijke reis worden langs conflicten overal ter wereld, gebaseerd op emoties en gebeurtenissen. ‘Het lukrake maar tevens voorspelbare van oorlogen wil ik laten zien. Mijn verhaal toont twee kanten, voor en achter de camera. Ik ben er als fotograaf, maar ook als mens. Iedere foto is een spiegel van mezelf. Wat zoek ik er? De camera is slechts gereedschap, het had ook een pen kunnen zijn. Ik kom in de eerste plaats als mens.’

Zijn gezin krijgt in het boek ook een plaats, al twijfelt hij nog op welke wijze. Zijn kinderen, zegt hij, hebben hem veranderd en daarmee ook zijn fotografie. Hij kiest zijn woorden zorgvuldig: ‘Voordat ik mijn eerste kind kreeg, maakte ik me zorgen: dit wordt het einde van mijn carrière. Ik ben te kwetsbaar, zoveel emotie en verantwoordelijkheid. Het tegendeel is waar gebleken: ik ben doorgegaan en mijn werk is alleen maar beter geworden. Er is een laag aan toegevoegd. Ik kan voelen wat een vader voelt als hij een kind verliest. Mijn foto’s zijn menselijker geworden.’

Van Wessel heeft overeenkomsten ontdekt tussen een gezin en een groep soldaten. Beide zijn een verfijnd systeem. Net als vaders, moeders en kinderen hebben soldaten ook behoefte aan erkenning, steun en contact. De opoffering voor een ander is een ‘ultiem statement’ van de verbroedering. ‘Een soldaat is een jochie dat een wapen opneemt. Hij is evenzeer slachtoffer als het jochie op wie hij schiet.’

Hij vertrekt telkens weer. De drang om te vertellen blijft. Natuurlijk voelt hij de verstarring, als hij het anderen probeert uit te leggen. Zijn keuze om als gezinsman conflicten te blijven opzoeken, stuit op onbegrip. Zijn vrouw en kinderen vinden ieder vertrek moeilijk maar aanvaarden het. ‘Onbekenden vinden het onverantwoordelijk. Ik kan me die reactie voorstellen’, zegt hij. ‘En toch…als ik thuis blijf, ben ik een kwart van de persoon die ik kan zijn. Ik leef niet mijn leven, mijn idealen. Dan ben ik er fysiek maar zonder inhoud. Ik geloof in mijn dromen, iets wat los staat van de verantwoordelijkheid die ik heb.

Natuurlijk voel ik me soms een onmogelijk mens. Als ik in Bagdad sta en via de satelliettelefoon contact heb met mijn kinderen, dan zit ik op de verkeerde plek. En toch, er is geen keus, ook geen discussie. Ik ga door, noem het een missie, een opdracht, ik kan het mezelf soms niet uitleggen. De wereld intrigeert me.’

De fotograaf staat na een uur praten op. ‘Nu wil ik je iets laten zien.’ Hij pakt een paar contactvellen van zijn werktafel, een reeks van foto’s uit Bagdad waaruit hij voor zijn boek moet kiezen. Zijn vinger houdt stil bij een verwrongen en uitgebrand autowrak, menselijke lichamen rondom. Hij had er zelf kunnen liggen. ‘Afgelopen jaren ben ik dicht bij aanslagen geweest,’ vertelt hij. ‘Deze was heel dichtbij.’ Van Wessel was die morgen vroeg opgestaan om voor Trouw een portret van het dagelijkse leven te maken. De klap kwam onverwachts en sloeg een raam uit de taxi waarin hij zat. ‘Een man had zichzelf in een menigte opgeblazen. Ik was er eerder bij dan de hulpdiensten. Ik kon alles fotograferen, het werd een belangrijk verhaal. Dit is wat mensen in oorlogen overkomt. Iedere dag van huis weggaan met de gedachte: gaat het vandaag gebeuren? Na die klap werd het leven voor velen nooit meer zoals ervoor.’

Van Wessel moest er heen, hij moest het vertellen. De foto werd niet eerder gepubliceerd, maar komt nu wel in het boek. ‘Dit heb ik gezien, ik heb het gevoeld’. Het boek gaat niet over de dood alleen, het gaat vooral over overleven. Oorlog is overleven. ‘De doden vormen de tragische kant, de achterblijvers de hoop op een betere toekomst. De mens heeft een enorme kracht om zich aan te passen aan de omgeving. Dat doet iemand in een oorlog, maar ook de caissière in de supermarkt die blij is met haar baantje. Een mens heeft altijd en overal die wil tot overleven.’

De fotograaf veegt de foto’s opzij en zegt: ‘Dit verhaal blijf ik vertellen.’

Bekijk meer van

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.