— dinsdag 7 april 2015, 15:00 | 0 reacties, praat mee

Een moeder­vlek, snorretje en een scherp potlood

Foto- en filmcamera’s zijn nog altijd niet toegestaan in de rechtszaal. Media zijn aangewezen op tekeningen. De Groningse Annet Zuurveen (48) maakt ze al twintig jaar. Het werk is geen obsessie, wel verslavend. ‘Het is theater, waarvan ik deel mag uitmaken.’

Het is een zorgeloze lentedag in 1999, als de jonge rechtbanktekenaar Annet Zuurveen staande in de woonkamer van haar Groningse woning belt met haar moeder en al kletsend de lege straat overziet. Plotseling dringt een nerveuze man haar blikveld binnen. Ze herkent hem als haar naaste buurman. Zijn reputatie als gewetenloze drugsdealer kent ze ook. In zijn rechterhand klemt hij een voorwerp, dat ze pas later kan toeschrijven aan een revolver. ‘Mam, er gebeurt iets geks voor mijn deur’, stamelt ze in de telefoon. Aan de overkant van de straat vliegt een voordeur open en rent de overbuurman in de richting van haar huis. Vlak voordat de beruchte drugskoning Zuurveens deur weet te bereiken, ligt hij al op de grond. De overbuurman heeft hem overmeesterd en ontwapend.

Zuurveen vertelt het verhaal bijna terloops. ‘Misschien moet ik je nog iets vertellen’, waarna ze dreigende situatie in haar vroegere woonbuurt, het Oosterpark in Groningen, uiteenzet. Verslaafde buurvrouw aan de methadon, gewelddadige vriend, handlangers en klanten permanent rond haar huis. De bedreigingen en overlast legt ze vast in een dossier dat ze doorstuurt naar de politie. Buurman komt erachter en zweert wraak. En zo raakt de rechtbanktekenaar persoonlijk betrokken bij een rechtszaak. Uit angst blijft ze bij de zitting weg. De enige keer in twintig jaar tijd dat ze haar potloden niet durft uit te pakken.

De vrees is intussen uit haar lichaam verdwenen. Bij mooi weer laat ze de voordeur van haar woning in hartje stad op een kier staan. Gemakkelijk voor de katten, legt ze uit, als het bezoek binnen staat. Aan de muren van de woonkamer hangen voornamelijk potloodtekeningen. Portretten van mensen. Zuurveen vertelt vanaf een rode bank. Bij aanvang zit ze rechtop, in een licht gespannen houding, later voegt haar lichaam zich naar de vorm van de bank. Het interview bevalt haar. Als ze lacht laat ze zich over het gladde leer naar voren glijden. Niet alle rechtszaken zijn even ernstig. Er wordt ook gelachen, zegt ze, vooral na afloop, als melige grappen helpen de gruwelijke details te verzachten. Ze komt dan vaak nog even samen met schrijvende collega’s van de krant. Het voorkomt dat de zittingen bij haar thuis voortduren.

Het huis waar ze nu met haar katten woont, kreeg ze vijftien jaar geleden toegewezen, na het incident met haar buurman, de drugsdealer. Ze kwam hem daarna nog drie keer in de rechtszaal tegen, waar hij terechtstond voor onder meer een gewapende overval. Even was er oogcontact, maar Zuurveen liet zich er niet meer door van de wijs brengen. Ze tekende hem zo neutraal mogelijk, al ‘gebruikte ik misschien wel een scherper potloodje’, zegt ze lachend. ‘De details worden belangrijk. Ik zette zijn snorretje en moedervlek op zijn wang extra aan.’

Later herinnert ze zich ineens, dat ze hem al eerder was tegengekomen. Als pas afgestudeerd tekenaar blijkt ze hem te hebben geportretteerd. Ze wist het niet meer. Twintig jaar later diept ze de tekening als een vondst op uit haar archief.

De persoonlijke ervaringen met bedreigingen hebben haar werk ten goede beïnvloed, zegt ze. ‘Mijn huis en omgeving werden een leerplek. Ik snapte hoe het werkte. Kon daarna ook beter zien wie er voor me zit. Want dat is wat ik wil: in die koppen kijken. Wat speelt er, hoe is het zo gekomen, waarom heb je het gedaan? In mijn tekeningen wil ik het innerlijk van de beklaagde tonen.’ De houding is daarbij even belangrijk als de gelaatsuitdrukking. Een draaideurcrimineel leunt vaker achterover, een berouwvolle verdachte zit eerder ineengedoken op zijn stoel.

Het werk vraagt volledige concentratie. ‘Zó kijk ik!’ Haar lichaam helt naar voren, de ogen gaan wijd open. Het is luisteren en kijken in een korte tijdspanne, zegt ze. Ze begint met zwarte potloodschetsjes, aangezet met een beetje kleur. In de perskamer werkt ze de schetsen naderhand tot een volledige kleurtekening uit. De tijdsdruk is groot, het Dagblad van het Noorden wil hem voor de volgende dag hebben. Als ze in opdracht van televisie werkt, kijken de camera’s soms over haar schouder mee. Als tekenaar gedijt ze in de roes van de spanning. Eerst het wachten. Dan de opkomst van alle acteurs, en de ontmoeting. De eerste indrukken, verhalen, bewegingen van ogen, handen en andere delen van het lichaam. Tussendoor de details, gruwelijk en soms misselijkmakend. Het potlood glijdt snel over het papier. ‘Ik vergelijk het met topsport. Als ik thuis kom voel ik me gevloerd. Dan wil ik iets stoms zien op televisie.’ Zuurveen laat zich half over de bank vallen, de armen wijd. De Siamese kat spert op gepaste afstand de ogen.

Als meisje wist ze nog niet dat ze voor dit specifieke vak zou kiezen. Ook niet dat ze zou toetreden tot het kleine gilde van rechtbanktekenaars, waarvan er in Nederland vijf actief zijn overgebleven. Wel wist ze dat tekenen haar roeping was. ‘Het zit in de familie.’ Als kind maakte ze op het schoolplein al schetsen van klasgenootjes. Tijdens de opleiding aan de kunstacademie, eerst in Leeuwarden, daarna in Groningen, observeerde ze bewoners van bejaardentehuizen en gasten in cafés. Ze verkocht de bierviltjes met pentekeningen. Op mooie dagen nam ze plaats op een hoge trap tussen de Grote Markt en Vismarkt. Met een vel papier op haar knieën bracht ze in beeld wat ze onder zich waarnam. ‘Het waren altijd situaties met mensen. Ik was geobsedeerd door hun onderlinge verhoudingen, zoals later in de rechtbank. Ik maakte er geen deel vanuit, maar was er wel bij betrokken.’

Die positie nam ze ook de volgende twintig jaar in, nadat ze via een studiegenoot een oefenplek in de oude Groningse rechtbank had verworven. Ze herinnert zich de entree nog goed: ‘Een oud, donker gebouw, met imposante deur. Ongemakkelijke houten Lodewijk-de-vijfiende-stoelen voor de verdachten en advocaten, terwijl de rechters op een verhoging achter een grote tafel plaatsnamen. Allemaal in zwarte toga. Het was een theater, waarvan ik deel mocht uitmaken. Er heerste magie in de zaal. Ik was meteen verkocht.’

Ze kwam als beschermd opgevoed meisje uit Haren terecht in een bizarre wereld. ‘Wat ik soms hoorde, was gekker dan je kunt verzinnen’, zegt ze. Na de eerste grote zedenzaak was ze kotsmisselijk. Was dit wat ze wilde? ‘Je moet zelf een beetje geschift zijn om het aan te horen. Ik ben niet geobsedeerd, het is ook geen kick om erbij te zijn. Het is verbazing. Het is weerzinwekkend, maar ook krankzinnig. Jaren geleden werd een man voorgeleid wegens oplichterij. Hij verkocht certificaten met zogenaamde stukjes maan aan argelozen mensen. Dat soort zaken maken mijn werk verslavend.’

De tekeningen houdt Zuurveen zo neutraal mogelijk. Maar, natuurlijk, ze is ook een mens. Ze moest huiveren toen ze het verhaal hoorde van een vader en moeder die hun kind met heet water uit een waterkoker overgoten. Later zetten ze het meisje voor straf in een vrieskist. Of neem de knappe man in glanzend maatpak, naar later bleek een gewetenloze killer. Hautain overzag hij de rechtszaal. De tekenaar speurde naar zijn hand onder de tafel. Daar klemde hij een kanten dameszakdoekje vast, smetteloos wit. ‘Het paste niet bij zijn verschijning. Zo’n detail geef ik extra aandacht.’

Anderen geeft ze een vriendelijker lichaamshouding. Hoe vreselijk ook, ze kan begrijpen waarom de radeloze asielzoeker uit Baflo een vrouw doodde. Of waarom de 82-jarige man zijn dementerende vrouw iedere avond liefdevol naar boven droeg en toch vermoordde. Zijn leven lang had ze hem gesard om zijn misvormde linkerhand. Een overblijfsel uit de oorlog. Op een avond, na een feestje, was het genoeg. De vrouw begon er weer over. ‘Er knapte iets in zijn hoofd’, zegt Zuurveen begripvol. ‘Ergens snap ik het wel.’

Er valt een stilte. ‘Het is flinterdun…’ Ze zoekt naar woorden. ‘Er komt een punt dat iedereen breekt. De meeste mensen overkomt het niet, omdat de omstandigheden gunstig zijn. Waarom zit ik niet op de stoel van die oude man? Ik ben goed opgevoed, maar dat zegt niets. Waarom ik niet? Dat vraag ik me steeds vaker af.’ De Siamees wendt haar kop af en loopt in sluipgang naar de keuken.

Annet Zuurveen, Haren, 1966
Opleiding: kunstacademie Minerva Groningen 1992-1996
Opdrachtgevers: Dagblad van het Noorden, HP/DeTijd, RTL4, SBS6, NOS en regionale tv-zenders.

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.