Hof voor mensenrechten veroordeelt Colombia na groepsverkrachting dagbladverslaggever
Het Corte Interamericana de Derechos Humanos (CIDH), een internationaal gerechtshof voor mensenrechten, houdt Colombia verantwoordelijk voor een groepsverkrachting van dagbladverslaggever Jineth Bedoya, op 25 mei 2000. De CIDH stelt dat de groep mannen die haar verkrachtten vanuit de toenmalige Colombiaanse overheid werden aangestuurd.
Bedoya werkt voor dagblad El Espectador en onderzocht mogelijke wapensmokkel door overheidsfunctionarissen en een paramilitaire groepering. Ze kreeg in mei 2000 de gelegenheid een leider van de groepering te spreken in de La Modela-gevangenis. Bedoya vermoedde onraad en nam twee collega’s van de krant mee.
Ze werd bij aankomst bij La Modela echter van haar collega’s gescheiden, verdoofd en daarna door drie mannen ontvoerd. Zij werkten voor de leider van weer een andere paramilitaire groepering. Ze reden haar naar een afgelegen veld waar meer mannen waren verzameld. Bedoya werd urenlang verkracht, waarbij de journalist werd toegevoegd op te letten want “dit is een boodschap aan de pers in Colombia”.
In 2016 schreef Bedoya in het Engels over wat haar - 26 jaar oud - was overkomen, in het stuk The Sadness of May the 25th voor persvrijheidsorganisatie CPJ.
Ze werd uiteindelijk langs de kant van de weg gedumpt. Ze besteedde bijna twee decennia aan het najagen van recht, waar de Colombiaanse regering regelmatig naliet zelf onderzoek te doen. Persvrijheidsorganisatie Fundación Para La Libertad de Prense (FLIP) noemt het CIDH-oordeel historisch, omdat daarin voor het eerst het middel van seksueel geweld wordt genoemd om een journaliste het zwijgen op te leggen.
CIDH stelt dat seksueel geweld tegen vrouwen “wijdverbreid en systematisch” werd ingezet tijdens het Colombiaanse geweld tussen overheid en paramilitaire groeperingen. Er vielen de afgelopen decennia honderdduizenden doden bij die strijd.
Bedoya schreef in 2016 dat ze vertrek uit Colombia of zelfdoding overwoog. Ze besloot voor geen van die twee opties te gaan, maar te strijden voor haar recht. De drie mannen die haar bij La Modela indertijd ontvoerden zijn veroordeeld voor hun aandeel. Wie hun opdrachtgevers waren, is nog altijd niet opgehelderd.
Het Hof stelt dat de aanval op Bedoya niet kan zijn uitgevoerd zonder medewerking, toestemming of minstens bewuste afzijdigheid door de Colombiaanse Staat. De CIDH wijst verder op het gebrek aan bescherming voor mensenrechtenstrijders, sociale leiders en journalisten in het land. President Iván Duque liet weten de uitspraak volledig te zullen volgen.
Colombia acata plenamente la sentencia de la @CorteIDH en el caso de @jbedoyalima. Celebro que la Corte haya ordenado la creación de un centro de memoria y dignificación de las mujeres víctimas de violencia sexual en el marco del conflicto armado y del periodismo investigativo.
— Iván Duque 🇨🇴 (@IvanDuque) October 18, 2021


Praat mee