Opinie: Embargo’s ondermijnen de filmjournalistiek
Christopher Nolans film The Odyssey is inmiddels een van de meestbesproken films van deze zomer. Nog voordat je hem hebt kunnen zien heb je er waarschijnlijk al een hoop over gehoord en gelezen. Één onderwerp is daarin echter tot nu toe onderbelicht gebleven. Namelijk dat de stroom aan voorbeschouwingen, interviews, recensies en daarna de achterafstukken, vaak zonder dat de auteurs het weten, onderdeel zijn van steeds verfijndere marketingstrategieën. Dat schrijft filmjournalist Dana Linssen in deze opiniebijdrage.
Opmerkelijk in deze marketingstrategie is de rol van het embargo. In hoeverre je de inhoud van een film daaronder kunt scharen valt sowieso te betwisten. Het wordt daarnaast steeds vaker selectief toegepast. Het embargo van de laatste Spider-man verviel halverwege de film. Maar even op de wc een tweet versturen kon niet, want iedereen moest z’n tassen inleveren en z’n telefoons in verzegelde zakjes opbergen. En (met name freelance) journalisten voelen zich daardoor onder druk gezet te tekenen en het spelletje mee te spelen, omdat ze anders geen toegang tot de film hebben. De terughoudendheid bij embargo’s die bijvoorbeeld in het verleden het Genootschap van Hoofdredacteuren bepleitte is in de filmwereld volkomen willekeurig geworden. Ik meen dat door die uitholling van het embargo door de filmindustrie het onafhankelijke karakter van de filmjournalistiek wordt aangetast.
Sinds jaar en dag geldt er een gentle person’s agreement tussen filmverhuurbedrijven en filmpers. Zij stellen de film tijdig ter beschikking zodat de criticus tijd heeft om diens stuk te schrijven, en er wordt niet gepubliceerd totdat de release van de film aanstaande is. Veel films komen overigens al eerder in het nieuws: doordat de productie wordt aangekondigd of de film een festivalpremière met bijbehorende recensies heeft. Van oudsher gold ook: als een film niet tijdig als persvoorvertoning werd aangeboden was dat meestal omdat het filmbedrijf liever helemaal geen recensies zag. Of in andere woorden: dan was er wel iets goed mis met het eindresultaat.
Die onuitgesproken afspraken worden echter steeds vaker in embargo’s vastgelegd, waarin de distributiemaatschappij in kwestie tot op de seconde het publicatiemoment wil vastleggen. Onhandig in een landschap waarin ook maandbladen over film publiceren, de publicatiemomenten in dagbladen online en in print niet synchroon lopen en lang niet elke lezer alles web first in de app ziet. Een vierentwintiguurs nieuwscyclus brengt niet automatisch een vierentwintiguurs nieuwsconsument met zich mee. Dat is ook onwenselijk.
Want die embargo’s gaan verder. En zo komen we weer bij The Odyssey. Journalisten die op maandag 13 juli de Nederlandse persvoorstelling bezochten kregen een “Pre-Release Screening, Non-Disclosure Agreement & Embargo” onder de neus waarin naast de tijd waarop het embargo zou verlopen (woensdag 15 juli om 18.00u) tevens viel te lezen dat alle informatie over de film, inclusief de plot ook onder dat embargo viel. De Odyssee dus, dat 3000 jaar oude epos van Homerus, waarvan de plot zich als een mop laat samenvatten. Ken je dat verhaal van die man die Troje bevocht en naar huis voer?
Inmiddels weten we dat scenarist en regisseur Nolan inderdaad een aantal specifieke keuzes heeft gemaakt om het verhaal van die man te kunnen lezen als een commentaar op onze tijd. Maar bedoelde de filmstudio nou werkelijk dat zelfs de plot van het oerverhaal onder die vertrouwelijke informatie viel? Wat een spoiler is, is een breed begrip. In de filmjournalistiek geldt als vuistregel: alles wat door de productiemaatschappij al in de trailer of de eerste vijftien minuten van de film is weggevene is geen spoiler. Het is een beetje zoals bij Hamlet. Dat aan het einde alle lijken op het toneel liggen mag geen verrassing heten, maar hoe ze daar gekomen zijn daar kan de regisseur nog een eigen draai aan geven. Had Odysseus een deel van zijn reis in een UFO volbracht, dan was het verzoek om een spoiler warning misschien nog op z’n plaats geweest.
Het embargo dat de Nederlandse pers voor z’n neus kreeg was vooral gek, omdat bijvoorbeeld The Guardian al op 7 juli een stuk met “eerste reacties” publiceerde waarin diverse Amerikaanse critici de loftrompet over de film afstaken, waaronder Anne Thompson van het invloedrijke filmplatform Indiewire.
Thompsons collega David Ehrlich schreef vervolgens dat het feit dat er voor The Odyssey geen influencer screenings waren georganiseerd goed zou zijn voor de hele filmwereld. Niet op de hielen gezeten door hijgerige hypes hadden ze eindelijk weer tijd om tot een bezonken oordeel te komen. Dat kwam, maar pas nadat het volledige embargo was opgeheven. Hadden Thompson en anderen zich nu niet eigenlijk gewoon in de rol van influencer laten manoeuvreren? Een soundbite in ruil voor een vroege persvoorstelling?
Daar doet nog een extra plotlijn z’n intrede in dit verslag, want een van de redenen voor het strenger worden van embargo’s is ook de opkomst van influencers en content creators die, vaak betaald uit het marketingbudget, rondom een filmpremière enthousiaste berichten posten. Meestal zonder embargo. Op het filmfestival van Berlijn hingen vorig jaar bij de persvertoning van Mickey 17 de eerste film van de Zuid-Koreaanse regisseur Bong Joon Ho na het Oscarsucces van Parasite (2019) overal in de haast gekopieerde A4-tjes die aan het embargo na de wereldpremière die avond herinnerden. En omdat de schermpjes in de zaal maar bleven oplichten (selfie met het filmdoek, selfie met het embargoformulier) kwam er voor aanvang tot twee keer toe iemand het podium op om uit te leggen wat een embargo überhaupt is.
Op zulke momenten denk ik vaak: tsja, een embargo? Het is de miljoenennota niet. Film is soms een miljardenbusiness en men kan wel hopen dat pers een vorm van free publicity is, maar de journalistiek heeft andere standaarden. Hoog tijd dat filmjournalisten gesteund worden zich daaraan te houden. We hebben daarbij volgens mij een uitstekende troef in handen: een embargo vervalt als het gebroken is. Daarbij is er geen verschil tussen het enthousiasme in 140 tekens van een content creator en het enthousiasme van een filmrecensent in 450 woorden waarin bovendien ook nog eens ruimte is voor de toegevoegde waarde van context, duiding en argumenten.
Dana Linssen is filmjournalist voor onder meer NRC, oud-hoofdredacteur van de Filmkrant, bestuurslid van de Kring van Nederlandse Filmjournalisten en doet in het kader van de Incubator van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek onderzoek naar digitale autonomie.


Praat mee