foj 2019

— dinsdag 13 mei 2014, 10:32 | 0 reacties, praat mee

Hoe combineer je onafhanke­lijkheid met een commerciële houding?

We moeten de handen ineen slaan en ons niets aantrekken van grenzen tussen bestaande media, aldus hoogleraar Mediastudies Mark Deuze. Of je nu als zelfstandig journalist werkt of in loondienst; we zijn allemaal steeds meer afhankelijk van de willekeur van de markt en de werkgever.

Het zou voor media­makers een fantastische tijd moeten zijn. Elk jaar besteden we met z’n allen meer tijd aan media dan het jaar daarvoor. Toch lijkt niets minder waar. In de VS is tussen 1997 en 2007 een kwart van alle mediaprofessionals hun baan kwijtgeraakt. Tussen 2007 en 2013, werd 30 procent van alle dagbladjournalisten ontslagen. Ook in Nederland neemt het aantal werkloze journalisten zienderogen toe, zo blijkt bijvoorbeeld uit cijfers van het UWV.

De Amerikaanse econoom Richard Caves stelde ooit dat het meest eigenaardige karakter van de creatieve industrie is, dat het functioneert op basis van het ‘nobody knows-principe’: onzekerheid over het eventuele marktsucces van het eindproduct – de film, de game, de krant. Die onzekerheid strekt zich vandaag de dag uit tot een veel fundamenteler niveau: niemand weet of hij na het huidige project nog wel werk heeft, waar het volgende inkomen vandaan gaat komen, of het werk wat ze nu doen goed of slecht is – en of dat iets uit maakt.

Knagende onzekerheid in de creatieve industrie vertaalt zich in bar slechte arbeidsomstandigheden. In lage lonen en steeds vaker helemaal geen betaling voor werk, geen uitzicht op promotie of een anderszins min of meer voorspelbare loopbaanontwikkeling en leven in de wetenschap dat de weinige vaste banen permanent op de tocht staan. Recent verdwenen er vijfhonderd banen bij Sanoma en was er sprake van een ongewoon agressief redactioneel verjongingsoffensief bij de regionale dagbladen van Wegener (de gemiddelde leeftijd op de redacties moet binnen drie jaar omlaag van 51 naar 43 jaar). Ook bij de landelijke en regionale omroepen waren er gedwongen ontslagen; naar verwachting ruim duizend ontslagen over de hele linie bij de landelijke publieke omroep. Dit is slechts een greep uit het nieuws over de Nederlandse nieuwsmedia van het laatste jaar.

Het is een wonderlijke paradox: de media als industrie spelen een steeds prominentere rol in onze samenleving, maar zij, die beroepshalve in de media werkzaam zijn, delen niet in dit succes. Dit zou aanleiding kunnen geven tot de conclusie, dat het bestaan als zelfstandige dan wel freelance journalist buitengewoon treurig moet zijn, een gevolg van een krimpende arbeidsmarkt, een keuze die onlosmakelijk verbonden lijkt met economische dan wel beroepsmatige ellende. Aan de andere kant staan pleitbezorgers van een creatieve economie die in de toenemende flexibilisering van arbeidsomstandigheden juist toenemende vrijheid en zelfverwezenlijking zien. Beide perspectieven doen weinig recht aan de concrete situatie en directe ervaringen van het werken als zelfstandige – noch aan wat een ‘vast’ contract tegenwoordig precies betekent. Een frisse blik naar wat er precies aan de hand is in de beroepsgroep van journalisten, daar waar het gaat over hun positie op de arbeidsmarkt, is nodig.

Uit onderzoek in 2010 door Liesbeth Hermans en ­Maurice Vergeer van de Radboud Universiteit Nijmegen en Alexander Pleijter van Fontys Tilburg blijkt dat ongeveer de helft van alle journalisten in Nederland werkt als freelancer. Daar waar tot aan het begin van de jaren ’80 deeltijdfuncties en tot op zekere hoogte freelancerwerk nog vooral interessante ideeën waren (waar destijds een kleine minderheid van journalisten openlijk mee speelde), was in 2000 ongeveer een kwart van alle journalisten in Nederland op deze manier werkzaam. In tien jaar tijd is hun aantal verdubbeld. Vooral onder nieuwkomers in het vak, bijvoorbeeld bij journalisten jonger dan 35 jaar, werkt op dit moment nog maar een kwart in vast dienstverband. De gemiddelde leeftijd van de Nederlandse journalist is op dit moment 50 jaar.

De grootste beroepsorganisatie, de Nederlandse Vereniging voor Journalisten (NVJ), had aan het begin van dit jaar 7398 leden en is opgedeeld in verschillende secties, zoals dagblad, omroep en internet. Van de dertien secties en werkgroepen die de NVJ telt is die van de zelfstandigen met 2128 leden inmiddels de allergrootste.

Op de meeste redacties bij internet, omroep, dagbladen en tijdschriften zijn vaste contracten verleden tijd en krijgen jongeren een freelance contract aangeboden voor een bepaalde tijd. Ook werken redacties met tijdelijke contracten via uitzendbureaus, waarmee bijvoorbeeld vakanties en zwangerschapsverloven worden opgevuld. Ook worden talentvolle studenten van de beroepsopleidingen aan het eind van hun stages in toenemende mate aangehouden voor goedkope ‘verlengde’ dan wel ‘tweede’ stages om lacunes in het journalistenbestand te vullen.

De grootste werkgevers voor Nederlandse journalisten zijn regionale dagbladen en de publieke omroep, samen goed voor bijna een derde van alle redactionele banen. Op de derde plaats van belangrijkste bronnen van inkomsten voor journalisten staat het werken als zelfstandig ondernemer.

Eind 2013 vond een enquête plaats onder ruim zevenduizend zelfstandige journalisten op initiatief van de NVJ, de FreeLancers Associatie, de Fotografen Federatie en de Stichting Literaire Rechten Auteurs (Lira). Het werken als zelfstandige heeft bij twee derde van de ondervraagde journalisten de duidelijke voorkeur. Volgens de cijfers verzameld door Henk Vinken en Teunis IJdens van onderzoekbureau Pyrrhula zou slechts 5 procent eigenlijk het liefst in loondienst werken. De motivatie voor het freelance bestaan is overwegend positief: meer dan helft is freelancer of ZZP’er uit overtuiging en velen kiezen voor dit bestaan om meer balans tussen werk en privé te krijgen. Van de verschillende redenen om als freelancer of ZZP’er in de journalistiek te gaan werken worden verder prominent genoemd: vrijheid (15 procent), afwisseling en flexibiliteit (10 procent), passie en uitdaging (7 procent).

Dit beeld correspondeert met onderzoek onder alle zelfstandige ondernemers in Nederland. Cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) laten zien dat het totaal aantal eenmanszaken en zelfstandige ondernemingen ondanks de crisis nog steeds stijgt. Op dit moment is 10 procent van de in Nederland werkzame bevolking ZZP’er en het CBS verwacht dat dit percentage de komende jaren zal verdubbelen.

Uit een telefonische enquête onder ZZP’ers uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Economische Zaken (EZ) in 2013 blijkt eveneens dat de primaire motivatie voor de meeste ZZP’ers is het eigen baas zijn. Slechts 15 procent zegt dat naast hun wens om eigen baas te worden ook een zekere noodzaak heeft meegespeeld. Dat percentage is hetzelfde onder journalistieke zelfstandigen.

Vorig jaar deed Jeroen Smit samen met Tamara ­Witschge een enquête onder een kleine zevenhonderd dagbladjournalisten over hun visie op de toekomst van het vak. Volgende de ondervraagde journalisten lijdt de kwaliteit van de journalistiek door de toename van freelancende collega’s: driekwart van de dagbladjournalisten is het eens of zeer eens met de stelling ‘Als het merendeel van de krantenjournalisten als freelancer werkt, zal de kwaliteit van de krant eronder lijden’. Dit is een opmerkelijke vaststelling, zeker als er vanuit gegaan kan worden dat bij een gemiddelde krant naast elke redacteur in loondienst ongeveer zes freelancers regelmatig kopij aanleveren.

De sceptische houding van dagbladjournalisten ten opzichte van de arbeidsmarktflexibilisering heeft waarschijnlijk te maken met de perceptie, dat het werken als zelfstandige journalist gewoon moeilijker is: 61 procent is het eens of zeer eens met de stelling ‘Voor freelancers is het moeilijker onafhankelijke journalistiek te bedrijven dan voor journalisten in vaste dienst’.

Het zijn juist dit soort percepties die nader onderzoek behoeven. Van 2003 tot 2013 werkte ik in de VS. Bij terugkomst heb ik een aantal maanden de tijd genomen om verschillende redacties, journalistieke start-ups en beroepsopleidingen te bezoeken en gesprekken te voeren met collega’s in het vak en in het onderwijs. Uit al die discussies komt als meest prangende kwestie naar voren de in toenemende mate hybride positie van de journalist in de huidige arbeidsmarkt: als journalist met een specifieke beroepseer enerzijds en als ondernemer anderzijds. Hoe combineer je journalistieke onafhankelijkheid met een commerciële houding? Dit geldt zeker niet alleen voor zelfstandigen, want ook redacteuren in loondienst worden tegenwoordig steeds meer geacht persoonlijk verantwoordelijkheid te nemen voor de marktresultaten van het nieuwsbedrijf.

De breed gevoelde spagaat tussen marktoriëntatie enerzijds en creatieve dan wel professionele onafhankelijkheid anderzijds is een overblijfsel van een tijd waarin journalisten zich niet druk konden of wilden maken over het feit dat zij een product zonder publiek leverden. Professionele identiteit in de media ontstaat juist door bewust, kritisch en autonoom in de voortdurende onderhandeling tussen commercie en creativiteit te staan.

Hoe onrustig en onzeker de positie van de zelfstandige journalistiek als beroep ook moge zijn, het is van cruciaal belang om deze precariteit (een term uit onderzoek naar arbeid. Staat voor een indringende vorm van onzekerheid, MD) niet uitsluitend toe te schrijven aan zelfstandigen en freelancers en daarmee net te doen alsof er een glasharde scheiding bestaat tussen zelfstandige journalisten enerzijds en redacteuren in loondienst anderzijds. Gezien alle ontslagen en de aanhoudende flexibilisering van contractvormen bij omroepen en uitgevers is de werkplek in vast of tijdelijk dienstverband net zo precair als die van de naar opdrachtgevers zoekende zelfstandige. Punt is, dat zowel freelancers als fulltimers precariteit beleven in hun dagelijkse werk. Nu worden zij nog door werkgevers tegen elkaar uitgespeeld en houden zij zelf dit schisma in stand door over en weer te grossieren in stigma’s, door bijvoorbeeld redacteuren in loondienst af te schilderen als vastgeroeste dinosaurussen en zelfstandigen te zien als mislukte journalisten die niet goed genoeg zijn voor een vaste plaats op de redactie. 

Wat tenslotte hoopvol stemt is de enorme toename van boeiende en inspirerende vormen van journalistieke innovatie en samenwerking – internationaal, maar vooral in Nederland. Dat gebeurt zowel op de hogescholen als op de universitaire opleidingen journalistiek. Ook vinden innovaties plaats bij bestaande redacties, zoals bijvoorbeeld De Onderzoeksredactie, een initiatief van Marcel Metze en De Groene Amsterdammer, door middel van de ‘digital-first’ strategie bij de Volkskrant, door productinnovatie bij NRC Media en door het creëren van creatieve ontmoetingsplekken zoals TMG Startups en Sanoma’s Hubly. Ook buiten de bestaande redacties krijgen startups als De Correspondent, Blendle, eLinea, Follow The Money en The Post Online internationaal erkenning.

Onafhankelijke journalistiek anno 2014 bestaat juist op basis van samenwerking. De freelancende eenling is net zoals het individu op een redactie juist steeds meer afhankelijk van de willekeur van de markt en werkgever. De toekomst van de journalistiek is aan zij, die effectief de handen ineen slaan (en zich daarbij niets meer aantrekken van de grenzen tussen bestaande media) in deze ‘open tijd’ (vrij naar de titel van het recente advies voor de publieke omroep van de Raad voor Cultuur).

Mark Deuze is hoogleraar Mediastudies in het bijzonder Journalistiek aan de Universiteit van Amsterdam. Daarvoor (2005- 2013) werkte hij als universitair hoofddocent bij het Department of Telecommunications van ­Indiana University in de VS en was hij in deeltijd hoog­leraar Journalistiek en Nieuwe Media aan de Universiteit Leiden. Zijn meest recente boeken zijn ‘Managing Media Work’ (Sage, 2011), en ‘Media Life’ (Polity Press, 2012). Dit essay is deels gebaseerd op de oratie ‘Onafhankelijk leven en werken in media’, uitgesproken op 25 april in Amsterdam. Weblog: deuze.blogspot.com

Bekijk meer van

Werk Dossiers
vvoj 2019

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.