banner cop

— donderdag 26 september 2019, 11:29 | 0 reacties, praat mee

Het Visual Investigations Team maakt nauwgezette reconstructies van gruwelijkheden

Malachy Browne.

Wie zijn de smaakmakers van de Global Investigative Journalism Conference 2019, die deze week losbarst in Duitse havenstad Hamburg? Vandaag: Malachy Browne van het New York Times Visual Investigations Team.

Met enige regelmaat krijgt Malachy Browne klachten van vrienden over zijn Facebookfeed: kan hij niet wat minder heftige dingen posten? Facebook, dat is toch vooral voor de tralala van het leven? “Tja,” zegt hij, half grinnikend, half serieus, “soms zou ik ook wel willen dat ik in Tralalaland leefde.”

Maar Malachy Browne (43) woont en werkt in New York, waar hij samen met collega Mark Sheffler leidinggeeft aan het Visual Investigations Team van The New York Times. En de producties van dit team, die hij met terechte trots op Facebook deelt, gaan zelden over lichte onderwerpen. Die gaan over het bloedbad dat de Las Vegas Gun Man in oktober 2017 aanrichtte. Over de chemische wapens die president Bashar al-Assad van Syrië tegen zijn eigen volk inzet. Over de moord op journalist Jamal Khashoggi.

Met zes open source reporters (een soort digitale spoorzoekers), twee video-editors en een graphics-specialist maakt het Visual Investigations Team nauwgezette reconstructies van zulke gruwelijkheden. Uniek in de werkwijze van het team is de combinatie van ambachtelijk verslaggeverswerk – veel interviews met getuigen – met geavanceerde digitale technieken, zoals geolocatie, gezichtsherkenning, analyse van satellietbeelden en gedetailleerde 3D-reconstructies van een plaats-delict.

Ook onderzoekt het team veel foto’s en filmpjes die met smartphones zijn gemaakt, bijvoorbeeld door bezoekers van het muziekfestival in Las Vegas. Duizenden foto’s worden uitvergroot, filmopnamen worden beeld voor beeld geïnspecteerd. Elk detail kan een ontbrekend stukje van de puzzel blijken te zijn.

In deze ‘nieuwe vorm van verklarende onderzoeksjournalistiek’ zoals de New York Times het genre zelf noemt, spelen storytellingtechnieken een belangrijke rol. Browne: “De toegevoegde waarde ten opzichte van traditionele onderzoeksjournalistiek zit in de beelden die onze bewijsvoering ondersteunen. Storytellingtechnieken helpen weer om de impact van die beelden te versterken. De bedoeling is dat de kijker volledig wordt meegezogen in de reconstructie.”

Dat effect wordt ook bereikt door in de presentatie royaal gebruik te maken van smartphonebeeld en -geluid. Browne: “We hebben dat bijvoorbeeld heel bewust gedaan bij de reconstructie van de Las Vegas Shooting. Iedereen filmt wel eens iets met zijn telefoon, dus als je zulke beelden ziet, stel je bijna automatisch voor dat jij zelf op die plek had kunnen staan filmen. Zo brengen we het verhaal dichter bij de kijker.”

Browne houdt verder op de redactie scherp zicht op de psychische belasting die het digitale spoorzoeken met zich meebrengt

“Tegelijkertijd gebruiken we het publiek actief als bron. Overal in de wereld wordt onophoudelijk gefotografeerd en gefilmd, maar lang niet alles belandt online, op social media. Daarom gaan wij zelf het veld in, om die content op te halen.”

Dat gebeurde in Las Vegas, maar het team trekt ook oorlogsgebieden in om getuigen te spreken en het bewijsmateriaal van hun smartphones te verzamelen. De verslaggevers hebben daarom allemaal een veiligheidstraining ondergaan, speciaal gericht op het werken in conflictgebieden.

Browne houdt verder op de redactie scherp zicht op de psychische belasting die het digitale spoorzoeken met zich meebrengt. Veel beeldmateriaal is te confronterend om in het verhaal te kunnen verwerken, maar de open source reporters moeten al die beelden wel nauwgezet bekijken. Zo kon het team na een chloorgasaanval in Douma, Syrië, een 3D-model maken van het bestookte gebouw door eindeloos beelden van de slachtoffers in de gangen en kamers van het gebouw met elkaar te vergelijken.

Uiteindelijk, verwacht Browne, zal de werkwijze van zijn team worden geïntegreerd in de newsroom van kranten en zullen dus veel meer journalisten op deze manier moeten leren werken. “Het publiek heeft geen journalisten meer nodig om te publiceren, maar wat wij wel veel beter kunnen, is uit die hele grote stroom beelden en andere data die rondgaat, de informatie op te diepen die ertoe doet. Researchvaardigheden worden daarom voor alle journalisten steeds belangrijker. Dit zijn geen ontwikkelingen waarvan je af en toe een brokje kunt meepakken, je moet er bovenop blijven zitten.”

Een tweede niet te stuiten ontwikkeling is volgens hem de interactie tussen journalisten met hun publiek. “De kern van open source research is dat je wilt dat het transparant is. Nadat wij een verhaal hebben gepubliceerd, geven we altijd via Twitter een uitleg over hoe we dat verhaal hebben gemaakt. Daar zit een educatieve kant aan, maar het gaat er ook om dat je genereus bent in het delen van informatie.”

Lees ook de overige stukken over gijc2019.

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.