website over journalistiek

x

Villamedia heeft een app

 

Exclusieve inhoud Sluiten

Een NVJ-lid heeft dit artikel met je gedeeld. Gratis een maand alles lezen? Klik hier.

Een NVJ-lidmaatschap geeft je recht op:

  • Persoonlijk advies
  • Juridisch advies & rechtsbijstand
  • Perskaart
  • Korting op cursussen
  • Villamedia magazine

Word lid Verder lezen

Het jaar 2006: Lichting 1996 en 2006: nóg eens tien jaar later

Nick Kivits — Geplaatst op zaterdag 27 augustus 2016, 11:00

De vijf 'nieuwelingen' in de journalistiek in 2006. V.l.n.r. Diderik van Halsema, Eric Willemsen, Robert Giebels, Rik van de Westelaken en Marjolein Hammink

De vijf 'nieuwelingen' in de journalistiek in 2006. V.l.n.r. Diderik van Halsema, Eric Willemsen, Robert Giebels, Rik van de Westelaken en Marjolein Hammink - © Truus van Gog

120 jaar Villamedia en haar voorgangers bestaan deze maand 120 jaar. Dat vieren we met een speciale uitgave van Villamedia magazine. Online publiceren we elke dag een artikel uit onze jubileum-uitgave. Vandaag het jaar 2006. Twintig jaar geleden was het nog de aanstormende generatie: de dertien journalisten die De Journalist in 1996 sprak over hun doelen en het vak. In 2006 spraken we opnieuw met vijf van hen. En dat doen we nu weer. Opvallend: inmiddels behoren ze zelf tot de gevestigde orde.

‘DE WAARDERING VOOR HET AMBT MAG WEL TERUGKOMEN’

RikvandeWestelaken

Rik van de Westelaken (45) kwam na drie jaar AT5 in 1999 bij het NOS Journaal terecht. Na zeventien jaar stapt hij nu over naar Net5, waar hij een reportagereeks gaat maken. Want het werd tijd voor wat anders.

Journalist zijn was je droom, vertelde je twintig jaar geleden. Waarom laat je dat nu toch achter je?
‘Ik ben er wel even aan toe dat het niet gaat om de aanslag van de dag of over oorlog in een ver land. Mijn tijd bij het NOS Journaal is een toffe, maar ook hele intensieve periode geweest. Het is goed om even pas op de plaats te maken en niet meer heel hard te rennen voor een heel kort quootje.’

Het einde van een tijdperk?
‘Zeg nooit nooit. Maar voor nu heb ik bij de NOS alles gedaan wat ik wilde doen. Als je dit werk lang doet, merk je dat de dagelijkse nieuwsfabriek een mankement heeft. Er voltrekken zich stilzwijgend gebeurtenissen die van dag tot dag geen nieuws zijn, maar die wel aandacht horen te krijgen. Vroeger vond ik niets mooier dan bezig zijn met de waan van de dag. Nu wil ik ook eens andere onderwerpen belichten.’

Ben jij de afgelopen jaren veranderd? Of is de journalistiek veranderd?
‘Allebei. De opkomst van sociale media heeft alle media gedwongen sneller te reageren. Dat is de druk van de consument. Je probeert te voldoen aan die verwachtingen, maar soms zijn nog niet alle feiten paraat. En dan moet je er toch staan.’

En je moet op meer kanalen aanwezig zijn…
‘Het vak is ingewikkelder geworden: je moet met minder geld meer kanalen bedienen. De druk is zo hoog dat er ergens fouten gaan ontstaan. Maar de consument – en daar hoor ik ook bij – is dat inmiddels gewend. Of eigenlijk: is vérwend.’

Dankzij sociale media is iedereen nu een beetje journalist. Is er nog wel plek voor grootmachten, zoals de kranten en het NOS Journaal?
‘Op sociale media vindt geen debat plaats. Je bent binnen no time verkeerd begrepen. En omdat alles er heel erg kort moet, is de nuance weg. Daar is een rol weggelegd voor de grootmachten, mits ze hun werk serieus nemen. Die oeverloze stroom aan persbureauberichten die niets zeggen over onze maatschappij, van dat snacknieuws, daar heeft niemand wat aan.’

En toch wordt de macht van de institutionele media kleiner, voorspelde je tien jaar terug al. Je lijkt gelijk te hebben gekregen.
‘Dat vind ik echt heel erg, want dat leidt tot een verschraling van het vak. Dat er niet meer in elke gemeente een verslaggever zit die de macht controleert is toch te gek voor woorden. Ik denk dat de consument ook niet door heeft hoe belangrijk de controlerende factor van de journalistiek is. De waardering voor het ambt van journalist mag wel terugkomen.’

Welke vraag wil je anderen van ‘Lichting 1996/2006’ stellen?
‘Lekker algemeen: ik ben benieuwd naar hoe zij tegen het vak aan kijken. Wat vinden zij van de huidige staat van de journalistiek?

‘DE JOURNALISTIEK HOLT ZICHZELF VOORBIJ’

EricWillemsen

Eric Willemsen (46) was in 1996 net begonnen als regiojournalist bij Dagblad De Limburger. Na een baan bij Marketing Tribune vertrok hij in 2005 naar Oostenrijk, om vanuit daar te freelancen. Maar dat ging niet vanzelf.

Toen we je tien jaar terug spraken vond je het freelancen lastig. Hoe is dat nu?
‘Mijn grote redding was dat ik voor Associated Press (AP) kon gaan werken als sportverslaggever. Sinds een jaar doe ik ook veel voor de Europese Handbal Federatie. Daarnaast heb ik ook klussen gedaan voor Eurosport en ESPN. Dit jaar doe ik voor de VPRO verslag van de presidentsverkiezingen hier die, zoals je misschien gehoord hebt, opnieuw moeten omdat het tellen van de stemmen niet volgens de regels was verlopen.’

Je doet best wat radio en televisie. En dat voor iemand die zichzelf ziet als een geboren schrijver.
‘Dat is toevallig zo gegroeid. Maar ook als schrijver is radio en televisie maken iets wat je absoluut moet kunnen. Zeker in dit digitale tijdperk. Je kunt niet bij een nieuwsgebeurtenis aankomen zonder dat je weet hoe je een goed filmpje met je smartphone maakt.’

Je was gewend op redacties te werken, maar werkt nu alleen. Is dat een teken van de tijd? 
‘In mijn geval is dat zeker zo. Journalistiek is steeds meer het veld van de freelancer. Van de “einzelgänger”.’

Voor AP zit je bovenop het nieuws. Zou je niet liever eens wat meer tijd voor een verhaal hebben en dieper graven? Twintig jaar terug was dat je droom…
‘En dat is het nog steeds. Verhalen schrijven is mijn grote liefde. Maar je hebt het niet altijd voor het kiezen.’

Maar als je dat wel had, dan zou je…
‘...die diepgravende verhalen willen maken. Ik hoop dat als we elkaar over tien jaar eventueel weer spreken, dat ik wat weg heb kunnen komen van dat hijgerige nieuws­jagen. Dan hoop ik lekkere uitzoekverhalen of mooie portretten te kunnen maken. Maar het werk in de journalistiek laat zich niet plannen.’

Wat vind je van de huidige staat van de journalistiek?
‘Het is te vluchtig en te snel. Ik ben voorstander van ‘slow journalism’. Omdat je daarbij meer nadenkt over je werk en over wat je goed en fout doet. De journalistiek holt zichzelf nu vaak voorbij. Zeker nu iedereen mee roept op social media schiet dat er nog wel eens bij in. Het zou goed zijn als de media af en toe even ademhalen voordat ze nieuws willen gaan duiden.’

Hoe ben je zelf veranderd?
‘Ik vond het tien jaar terug moeilijk brutaal te zijn. Daar ben ik wel overheen. Daar word je ook wel toe gedwongen als je achter het nieuws aan zit. Ik ben ook veel rustiger geworden en raak niet snel meer in paniek over hoe ik volgende maand de rekening moet betalen. Dat freelancen, dat lukt wel.’

Welke vraag wil je anderen van ‘Lichting 1996/2006’ stellen?
‘Tien jaar terug viel het me op dat heel veel van mijn jaargenoten inmiddels in de PR en communicatie zitten. Hebben ze daar spijt van?’

‘DE NEDERLANDSE JOURNALISTIEK IS EEN EENHEIDSWORST’

DiderikvanHalsema

Hoewel hij zichzelf in 1996 typeerde als nieuwsjunk, ging Diderik van Halsema (48) na viereneenhalf jaar bij het NOS Journaal de journalistiek alweer uit. Tegenwoordig werkt hij in Engeland als communicatiedirecteur bij de Liverpool School of Tropical Medicine.

Dan noem je jezelf ‘nieuwsjunk’, en dan houd je er na een paar jaar al mee op. Waarom?
‘Ik was vrij snel uitgekeken op het format nieuwsjournalistiek. Vooral bij de televisie moeten verhalen in stukjes van dertig seconden tot een minuut worden gepropt. Je werk wordt al snel een trucje dat je blijft herhalen. Een item van twee minuten is vaak toch acht minuten te kort.’

Je werkt in de communicatie. Dat is een stap die meer journalisten zetten.
‘Journalistiek en communicatie liggen in het verlengde van elkaar. Je bent in beide vakken bezig met het verpakken van informatie. Maar in mijn huidige functie kan ik veel meer de diepte in bij een onderwerp.’

Dat klinkt alsof je geen spijt hebt. Of mis je de journalistiek stiekem toch een beetje?
‘Spijt heb ik absoluut niet. Maar op de uitslagavond van het Brexit-referendum had ik voor het eerst in lange tijd weer het gevoel dat ik dat had willen meemaken vanuit een “newsroom”. Dat is een van de weinige keren dat ik dat zo voelde. En de verslaving van het deadlines halen mis ik nog wel eens. Bij mijn huidige werk worden mensen soms al zenuwachtig als ze een deadline hebben die over twee weken ligt. Met mijn NOS-verleden moet ik daar wel eens om grinniken.’

Wat heb je aan journalistieke ervaring in je huidige baan?
‘Ik weet waar journalisten op uit zijn en hoe ze informatie gepresenteerd willen krijgen. Dat is per doelgroep anders. Een nieuwsmedium wil informatie op een heel andere manier krijgen dan een wetenschapsjournalist.’

Hoe is het medialandschap veranderd?
‘Het is veel meer versnipperd geraakt. Er zijn zoveel kanalen en titels dat je door de bomen het bos niet meer ziet. Het gevolg is dat mensen alleen die kanalen opzoeken die bevestigen wat ze al weten. Daardoor gaat het andere geluid verloren. Dat komt ook doordat nieuwsmedia een redelijk uniforme benadering hebben van de onderwerpen. Dat maakt het moeilijk om andere informatie te krijgen. Hier in Engeland is dat heel anders. Kranten en tv-zenders nemen hier veel meer een standpunt in. De Nederlandse journalistiek is wel een beetje een eenheidsworst geworden.’

Dat klinkt alsof iemand dat moet gaan veranderen. Niets voor jou?
‘Het zou me erg verbazen als ik over tien jaar niet meer in deze regio woon en werk en niet meer voor de Liverpool School of Tropical Medicine werk. Mochten we elkaar dan opnieuw spreken, dan wordt dat denk ik een heel saai gesprek.’

Welke vraag wil je anderen van ‘Lichting 1996/2006’ stellen?
‘Ik vraag mezelf soms wel af wat er gebeurd zou zijn als ik journalist was gebleven. Dus wil ik wel weten of er een moment was waarop ze de keuze hadden een andere kant op te gaan. En waarom ze dat wel of niet hebben gedaan.’

‘NIEUWS MAKEN IS NOG MEER RAISON D’ÊTRE GEWORDEN’

RobertGiebels

Robert Giebels (49) werkte in 1996 net een jaar als redacteur bij NRC Handelsblad. In 2006 zei hij de journalistiek vaarwel voor een baan als hoofd communicatie bij de AIVD. Al beviel dat minder goed dan gehoopt.

De overstap naar de AIVD beschouwde je als een kans eens de andere kant van het vak te zien. Waarom nam je die stap?
‘Die overstap had ik nooit moeten maken. Ik deed het destijds omdat ik dacht dat ik op journalistiek gebied alles al gedaan had. Maar het was verschrikkelijk. Bij een krant werk je elke dag naar iets toe. Een baan als voorlichter leidt nergens naartoe. Je hebt aan het eind van de dag geen resultaat dat je vast kunt pakken.’

Wat heb je in die tijd als voorlichter geleerd?
‘Ik heb inzicht gekregen in hoe over­heidsvoorlichting werkt en daar meer begrip voor gekregen. Als journalisten realiseren we ons niet wat één vraag van ons teweeg kan brengen. Alleen een vraag kan al een hele organisatie ontregelen. Als je dat weet, dan begrijp je beter dat een antwoord soms op zich laat wachten.’

Sinds acht jaar werk je bij de Volkskrant. Je had dus toch nog niet alles gedaan in het vak?
‘Voordat ik de overstap naar de AIVD maakte, keek ik om me heen en zag een redactie vol topjournalisten, die inmiddels zaten te wachten op hun pensioen. Toen zij net zo oud waren als ik toen was, hadden ze hun topjaren al achter de rug. Dus concludeerde ik dat ik weg moest. Sinds mijn terugkeer heb ik journalistieke prijzen gewonnen, waaronder een Tegel. Dus ik zat er goed naast. Het is mijn lot om journalist te blijven. Ik kan niks anders.’

Je hoort inmiddels zelf bij de gevestigde orde waar je je twintig jaar geleden een beetje tegen afzette. Hoe kijk je tegen de nieuwe generatie aan?
‘Jonge journalisten die nu bij ons binnen komen zijn leergierig, maar nemen wat je zegt niet voor zoete koek aan. Dat maakt ook niet uit: een krant is een collectief resultaat, dat ontstaat doordat je er met elkaar over praat. Tegenwoordig maakt het minder uit of iemand jong of oud is. Als er maar een goede kop op zit.’

Hoe is de journalistiek de afgelopen tien jaar veranderd?
‘Ze is persoonlijker geworden. Journalisten worden verondersteld zelf een merk te zijn. De autoritaire “paper of record” is dood. Gelukkig! Voor snel nieuws ga je naar internet. Daardoor heeft de dagbladjournalistiek aan diepgang gewonnen. Zelf nieuws maken is daardoor nóg veel meer “raison d’être” van de krant geworden.’

Waar sta je over tien jaar?
‘Dan ben ik in ieder geval nog journalist. Zo’n uitstapje maak ik nooit meer. Ik hoop dan ook nog bij de Volkskrant te werken als verslaggever. Aspiraties om chef te worden heb ik niet. Als chef heb je nauwelijks nog tijd om verhalen te maken. Laat mij maar lekker schrijven.’

Welke vraag wil je anderen van ‘Lichting 1996/2006’ stellen?
‘Is de liefde voor het vak er nog? Wat heeft je voortgestuwd al die jaren?’
 
‘JE HEBT DAT KRITISCHE GELUID NODIG’

MarjoleinHammink

Marjolein Hammink (44) werkte van 1997-2000 bij KRO’s Ontbijt TV en verliet de journalistiek in 2000 om te gaan werken in de voorlichting. Eerst bij Cordaid, toen bij CNV, later bij ICCO en nu weer bij CNV. De journalistiek missen? Nee, niet echt.

Je werkt inmiddels al zestien jaar niet meer in de journalistiek. Zit er ergens nog liefde voor het vak?
‘Natuurlijk wel. Radio maken vond ik het allermooiste wat er was. Maar missen doe ik het niet. Ik zie mezelf ook niet zo snel terugkeren naar de radio. Daarvoor ben ik er echt veel te lang uit. Ik schrijf natuurlijk nog wel artikelen voor mijn huidige werk en gelukkig zie ik nog wel af en toe een radiostudio van ­binnen. Al ben ík dan degene die word geïnterviewd.’

Bij KRO’s Ontbijt TV bereidde je veel items voor over internationale samenwerking. Totdat je dacht: daar wil ik meer van weten.
‘Een deel van mijn hart ligt daar nog steeds. Het is in ieders belang om de verschillen tussen arm en rijk te verkleinen. Doe je dat niet uit solidariteit, doe het dan omdat het voor ons in het Westen ook belangrijk is: armoede en ongelijkheid werken namelijk escalerend.’

Waarom keerde je dan toch weer terug naar de vakbondswereld?
‘Ik vind het onderwijs een interessante, dynamische sector en had zin om me in iets nieuws te verdiepen. Sinds kort werk ik als communicatie-adviseur bij CNV Onderwijs. Afwisseling is belangrijk. Veertig jaar lang op dezelfde plek werken is niet meer van deze tijd.’

Zit er verschil tussen de manier waarop journalisten omgaan met onderwijs en met internationale samenwerking?
‘Het is in mijn huidige baan veel makkelijker om de aandacht van journalisten te vangen dan bij ­Cordaid of ICCO. Het buitenland leeft niet, omdat het voor veel journalisten ver van hun bed is. Onderwijs spreekt in de pers meer tot de verbeelding omdat het iets is waar iedereen mee te maken krijgt. Het is bijna oneerlijk.’

Wat heb je in je huidige baan aan je verleden als journalist?
‘Als journalist leer je kritisch kijken. En dat leer je ook niet meer af. Je blijft alert op hoe een organisatie functioneert en bent ook niet bang om kritisch te zijn. Eigenlijk blijf je kijken door de ogen van een journalist. Alleen gebruik je wat je ziet niet om te publiceren, maar om een organisatie van binnenuit te verbeteren.’

Wat is in jouw ogen de grootste verandering die de journalistiek de afgelopen tien jaar heeft mee­gemaakt?
‘De toename van de werkdruk. Toen ik nog bij ICCO werkte, kreeg ik bij een ramp in een ver land te maken met journalisten die geen flauw idee hadden van hoe internationale samenwerking in elkaar steekt, maar die wel binnen twee uur een item af moesten hebben. Door die bezuinigingen is er ook veel minder kennisjournalistiek.’

Lekker makkelijk toch? Dan krijg jij als voorlichter dus waarschijnlijk een stuk minder lastige vragen.
‘Ik zou graag zien dat er weer wat meer in de journalistiek geïnvesteerd wordt. Je hebt dat kritische geluid nodig. En als ik daardoor meer kritische vragen krijg, dan is dat niet erg. Dat is mijn vak.’

De dertien nieuwelingen in de journalistiek in 1996. V.l.n.r.: Martine Borgdor , Rik van Westelaken, Eric Willemsen, Freya Zandstra, Robert Giebels, Inger Bierman,Margreet Welink, Peter de Greef, Soleanie Martis, Hans van Dalfsen, Geert Rozinga en Diderik van Halsema. Marjolein Hammink staat niet op de foto.

Lichting_1996

Nog geen reacties

Om te reageren moet je een Villamedia Account hebben en moet je eerst ingelogd zijn.

Villamedia Sluiten

Inloggen

Registreren

Vul onderstaande gegevens in voor exclusieve toegang voor NVJ-leden.