— maandag 30 augustus 2021 06:49 | 0 reacties , praat mee

Harry Lensink: ‘Een duim van Peter was een autonome duim’

Harry Lensink: ‘Een duim van Peter was een autonome duim’
© TRIK

Als nieuwbakken misdaadjournalist bij Quote ging Harry Lensink in 2003 achter ene Willem Endstra aan. Een trits banen, boeken en crimepodcasts later stapt hij op 1 september over van het Radio 1-programma Argos naar Follow the Money. Daar wordt hij co-hoofdredacteur. Over groeiende nieuwe media, de noodzaak van roeptoeters en – uiteraard - de moord. ‘Er zal niet snel iemand een verhaal over de vriendin van Taghi schrijven.’ Laatste wijziging: 8 november 2021, 15:35

Dit artikel wordt met je gedeeld door NVJ-lid Marian Husken. Ook lid worden?

Dat hij ‘Peter de Vries’ zegt, valt pas op als Harry Lensink het drie keer achter elkaar doet. Waar is de beroemde R. gebleven? Lensink lacht. ‘Ik weet niet meer wanneer ik dat ben gaan doen. Misschien was het wel kinnesinne, dat ik het ijdelheid vond.’

Hadden meer concullega’s dat? Zo van: Peter, hoepel op met je R.? ‘Welnee, het was een beetje plagerig bedoeld, meer niet. Die man verdient een standbeeld. Misschien niet als journalist - ik had geen waanzinnige bewondering voor De Vries’ journalistieke producties, want niet mijn stiel - maar zijn betrokkenheid was ongeëvenaard.’

Het hele gilde der misdaadjournalisten was geïnviteerd voor de afscheidsplechtigheid op 22 juli in Carré. Voormalig Holleeder-watcher en misdaadpodcastmaker Lensink dus ook. Hij vond het, zegt hij, ‘een eer’. Maar het was ook ‘bijna gênant’ om kennis te nemen van zoveel privébesognes. Zoals de lieve briefjes die De Vries overal voor zijn partner verstopte.

‘De vrouw van Herman du Bois (een van de mannen die ten onrechte veroordeeld bleek in de Puttense Moordzaak, red.) vertelde in Carré hoe Peter haar belde als haar zoon een belangrijke voetbalwedstrijd had gespeeld of een proefwerk had gemaakt. Want zijn vader zat in gevangenis en kon dat dus niet doen.’

Het noopt Lensink (53), per 1 september co-hoofdredacteur van onderzoeksplatform Follow the Money, tot de volgende conclusie: ‘Dan ben je wel echt een goed mens.’

Wanneer hij zelf precies misdaadjournalist werd, vindt hij moeilijk te zeggen. Het begon ermee dat hij in 1999 namens Intermediair Starters een vilein-kritisch profiel van Quote-hoofdredacteur Jort Kelder schreef. Lensink dacht een vijand voor het leven te hebben gemaakt, maar een jaar later was hij opeens redacteur van Quote. Voor dat maandblad ging hij ‘fout geld’ volgen, hetgeen hem in 2003 op het spoor bracht van ene Willem Endstra.

Met dat dossier ging hij in 2004 verder voor Nieuwe Revu, geleid door zijn goede vriend Mark Koster, die eerder ook zijn hoofdredacteur bij Intermediar Starters en adjunct-hoofdredacteur bij Quote was geweest. Via Endstra’s zus Beatrix kreeg Lensink toegang tot de privéwereld van de inmiddels vermoorde ‘bankier van de onderwereld’.

In september 2005 stapte Lensink over naar Vrij Nederland (VN), waar hij ging samenwerken met veteraan-misdaadjournalist Marian Husken. Eigenlijk, concludeert hij op het terras van het Amsterdamse café de Ysbreker, was dát het moment waarop hij zich echt misdaadverslaggever ging voelen.

Lensink schreef boeken over Endstra en Holleeder en belandde zo veelvuldig aan de talkshowtafels. Maar met VN ging het in de loop der jaren steeds slechter. In 2017 sneuvelde Lensink bij weer een saneringsronde. Hij werd freelancer voor onder meer Follow the Money en begon samen met de gepensioneerde Husken Nederlands eerste misdaadpodcast. Deze wekelijkse Willem Podcast, voor Dag en Nacht Media, loopt nog steeds. In 2019 werd Lensink eindredacteur bij Radio 1-onderzoeksprogramma Argos van de combinatie VPRO-Human.

Een keurige en veilige betrekking, die je mocht combineren met je podcast. Menigeen zou dus lekker blijven zitten. Maar jij gaat naar Follow the Money, dat weliswaar blijft groeien maar niet zoveel zekerheid kan bieden als de VPRO.
‘Daar maakte ik me inderdaad ook zorgen over. Met FTM-hoofdredacteur Eric Smit besprak ik een gezamenlijk project van Argos en FTM en opeens zei hij: “Kom erbij!” Nadat ik daar thuis over had nagedacht ging ik terug naar Eric voor een reality check: “Kán jij mij wel een baan aanbieden? Ik ben kostwinner en heb wat te verliezen.” Eric antwoordde: “We hebben twintig man in dienst, jij wordt de 21e. De club is te groot geworden voor twee hoofdredacteuren (Smit en Arne van der Wal, red.).”’ 

Wat wordt jouw rol?
‘Ik ga een aantal dossiers – misschien ook misdaad – onder me nemen en redacteuren en freelancers begeleiden.’

Wat heeft FTM voor op de VPRO als werkgever?
‘FTM is een volstrekt platte organisatie. Een uitgever, drie hoofdredacteuren, zo’n twintig man vast en zo’n 25 freelance: c’est tout. In Hilversum is Argos onderdeel van VPRO-Human. Daar was ik meewerkend voorman. Daarboven hangt een tweekoppige hoofdredactie: één van de VPRO en één van Human. Prima kerels, goed mee samengewerkt. Alleen had ik bij de start ook een pak A4’tjes meegekregen ter bestudering. Argos moest een crossmedia titel worden. Radio, tv, en een sterke online tak met podcasts, publieksparticipatie, enzovoorts. Of we dat maar even wilden gaan doen.’

Daar had jij geen trek in?
‘Jawel hoor. We kregen een bak geld en gingen van acht naar meer dan dertig man. Leuk en spannend. Maar waar ik horendol van werd: de NPO, de omroepen, Radio 1, iedereen wilde meepraten. We gingen goed en bereikten een jonger en groter publiek. Maar dan kun je na een half jaar toch te horen krijgen: “Het moet anders”.’

Het nadeel van werken bij een grote club. Maar die kan wel goede salarissen betalen. Ga je er veel op achteruit?
‘Helemaal niets. Dat verbaasde mij ook. Maar FTM zit inmiddels op 30.000 leden. And counting.’

Mogen we dat een teken des tijds noemen? Niet alleen gaan ook journalisten van naam voor nieuwe platforms als De Correspondent en FTM werken, ze verdienen er inmiddels evenveel als bij de ‘mainstream media’.
‘Ik weet niet of de gevestigde media dat zo voelen. Wel vind ik het netjes dat ze FTM de credits steeds meer geven. Inzake de miljoenen van Sywert van Lienden en het jeugdzorg-dossier bijvoorbeeld. Dat hebben Eric en Arne verdomd goed gedaan.’

Bij een krant ga je stukjes schrijven voor een deelredactie. Leuk en belangrijk, maar bij FTM kun je maandenlang de diepte in.

Er ontstaat ook steeds meer concurrentie op de arbeidsmarkt. Jonge onderzoeksjournalisten kunnen op meer plekken terecht. Een strijd die de gevestigde media niet automatisch meer winnen.
‘Ik denk dat FTM veel leuker is voor iemand die net uit de schoolbanken komt. Bij een krant ga je stukjes schrijven voor een deelredactie. Leuk en belangrijk, maar bij FTM kun je maandenlang de diepte in.’

Het meer rock ‘n roll-achtige imago van een club als FTM kan ook meespelen. Smit geeft naar verluidt goeie feestjes.
‘Ja. Hij was vroeger bij Quote al iemand die de boel opjuinde. Je het gevoel gaf dat je er met die gideonsbende toe deed, en fuck de rest van de wereld! Dat is wel goed. Ik heb dat zelf helemaal niet.’

Jij ben nu eenmaal een ‘grefo’ uit Rijssen, zoals Mark Koster, die je ontmoette op de school voor journalistiek in Zwolle, je omschrijft.
‘Ik kom inderdaad uit een zwaar gereformeerd nest, maar sinds mijn 17e ben ik atheïst. Ik ben dus geen grefo, ik ben gewoon niet zo visionair. Niet iemand die roept: “Die kant moeten we op, dit is een klootzak en dat is een held!” Voor mij is het wat grijzer allemaal. Dat heb ik altijd gewaardeerd aan Mark, Jort en Eric: er moet iemand zijn die het van de daken schreeuwt.’

Sander Schimmelpenninck, toen nog hoofdredacteur van Quote, bromde begin vorig jaar in Villamedia: ‘FTM is anders dan Quote heel goed in het opblazen van dingen tot een soort scoop - wat ze vaak niet zijn.’ 
Lensink glimlacht. ‘Ik denk dat bij Quote het verhaal het belangrijkste is, en bij FTM het nieuws. Zelf hou ik ervan als die twee dingen elkaar raken.’

Terug naar de misdaad. Je zei: Peter R. de Vries was journalistiek niet jouw ‘stiel’. Wat bedoel je precies?
‘Dat eindeloos uitspinnen van verhalen in zijn tv-programma’s, de spanningsboog die hij wilde creëren: ik vond dat vervelend. De Vries was ook continu zelf in beeld. Ik vond hem niet de meest prettige man om naar te luisteren en kijken. Dat toontje. Het had iets betweterigs. Maar nogmaals: in bijvoorbeeld de Puttense Moordzaak en de zaak Nicky Verstappen had hij ausdauer en een groot hart. Dat vind ik mooi.’

Collega-misdaadjournalisten waren ook beducht voor De Vries’ mediamacht.
‘Natuurlijk. Hij kon er hard invliegen. Zelf heb ik alleen positieve ervaringen. De Vries heeft een paar keer boeken van me aangeprezen.’

Ongetwijfeld erg prettig als de koning van de apenrots zijn duim naar je opsteekt op tv.
‘Zeker. Ook omdat het een autonome duim was. Een duim van John van den Heuvel is ook prima, maar dat is toch meer een Telegraaf-duim.’

Wat is het verschil?
‘Van den Heuvel vind ik ook een goeie journalist, met scoops waar ik niet aan kan tippen, maar zeker in zijn columns kiest hij altijd heel duidelijk partij voor de opsporing: politie en justitie. Met zijn vijandigheid richting het kantoor van advocaat Nico Meijering bijvoorbeeld. Daar lusten de honden geen brood van.’

Een duim van John van den Heuvel is ook prima, maar dat is toch meer een Telegraaf-duim.


Gaat de moord op De Vries gevolgen hebben voor de manier waarop jullie je werk doen?
‘Niet te veel, hoop ik. Overigens denk ik dat De Vries is vermoord vanwege zijn rol als adviseur van Nabil B., de kroongetuige tegen Ridouan Taghi.’

Parool-journalist Wouter Laumans wilde kort na de aanslag niet in talkshows. Wel deed hij mee aan jullie Willem Podcast. Omdat zo’n online schuttersputje veiliger voelt dan de nationale tv?
‘Dat kan best meespelen. Wouter weet ook wat hij aan ons heeft. Onze gasten krijgen echt de tijd om dingen uit te leggen. Bovendien is het niet live. Als ze iets hebben gezegd wat ze niet prettig vinden, dan kijken we daarnaar. Na afloop praten we altijd na. Dan horen Marian en ik veel dingen die niet, of nog niet, geschikt zijn voor publicatie. Ik ben zelf niet meer heel actief als misdaadjournalist, maar de interesse is er nog steeds.’

Wat hoor je dan bijvoorbeeld?
‘Privézaken liggen voor criminelen heel gevoelig. Willem Holleeder was woedend omdat ik een foto van Maike Dijkhuis, de moeder van zijn kind, op het omslag van een boek had gezet. Hij wilde zelfs iemand bij me langs sturen. Wat ik toen niet wist, overigens. Ik schrok me rot toen zijn zus Astrid Holleeder er jaren later over vertelde tijdens een rechtszaak. Nu zal, denk ik, niet iemand snel met een groot verhaal over de vriendin van Ridouan Taghi komen. En ik denk dat die info er wel is.’

Hoe kunnen journalisten zichzelf beter beschermen?
‘Van den Heuvel wordt al jaren zwaar beveiligd, maar zo’n leven wil je niet. Het Parool, het AD en De Telegraaf werken tegenwoordig met duo’s. Als risicospreiding, en ook om elkaar te helpen en te controleren. Dat leidt tot betere journalistiek. Journalisten van concurrerende media delen ook regelmatig informatie.’

Ook als risicospreiding?
‘Om een verhaal breder uit te dragen, ja. Dan is het moeilijker voor een crimineel om dat tegen te houden.’

Ga je bij FTM zelf ook weer de pen ter hand nemen?
‘Ik hoop dat daar ruimte voor is. Als bijvoorbeeld iemand vraagt: “Zullen we samen uitzoeken wie de boekhouder van Taghi is?”, dan teken ik daarvoor.’

Je gaat daarnaast door met de Willem Podcast. Hoeveel luisteraars trekt die gemiddeld?
‘Tussen de 20.000 en 25.000.’

Wordt er geld mee verdiend?
‘In eerste instantie heel weinig. Marian en ik worden er ook niet rijk van. We krijgen nu elk 300 euro per aflevering. De eerste drie jaar was dat 150 euro, wel érg weinig als je hele dagen in de rechtbank hebt gezeten. Dag en Nacht Media heeft ons voor de mix, zoals dat heet. Ze hebben tien goedlopende podcasts over zaken als zwangerschap, voetbal en humor waarmee wél geld wordt verdiend.’

Wat scoort krijgt navolging. Het Parool heeft nu zijn eigen Taghi Podcast. Mogen Laumans en zijn collega Paul Vugts dan nog wel bij jullie zitten?
‘Tot dusver wel. Onze podcast gaat ook over veel meer dan alleen Taghi. Als journalisten als Paul, Wouter, Jan Meeus van de NRC en Yelle Tieleman van het AD niet meer mogen komen, zullen Marian en ik misschien heroverwegen of het voor ons werkt. Want we kunnen het onmogelijk allemaal zelf uitzoeken.’

Je was ook eindredacteur van de Argos-podcast ‘De Deventer Mediazaak’, van Annegriet Wietsma. Heeft het succes daarvan je verbaasd?
‘Een beetje wel. Toen we aan de 500.000 luisteraars zaten, knalden bij wijze van spreken de champagnekurken. De combinatie misdaad en media werkt meestal goed, en Annegriet heeft 100 procent waargemaakt wat ze beloofde.’

De afdronk is dat de veroordeelde fiscalist Ernest Louwes wel degelijk schuldig is aan de moord op weduwe Jacqueline Wittenberg. Twee wetenschapsfilosofen betoogden dat Wietsma doet wat ze Maurice de Hond verwijt: iemand aan de schandpaal nagelen. De Hond deed dat met ‘klusjesman’ Michael de Jong, die volgens hem de echte dader is. Wietsma doet het met Louwes, terwijl die volgens een andere wetenschapsfilosoof, Ton Derksen, een alibi voor de moord heeft.
‘Ik ken de kritiek. De podcast gaat niet over of Louwes het gedaan heeft, hij gaat over waarom de media zo achter De Hond zijn gaan aanlopen in diens framing van de klusjesman. Louwes is trouwens ook door de hoogste rechter veroordeeld, dus je mag hem een moordenaar noemen.’

De combinatie misdaad en media werkt meestal goed, en Annegriet heeft 100 procent waargemaakt wat ze beloofde.

Wat velen is ontgaan: De Hond heeft als reactie zelf óók een podcast gemaakt. Titel: ‘De schoft van de Deventer Moordzaak’. Zo werd De Hond genoemd na Wietsma’s podcast. Dat ‘schoft’ is dus ironisch bedoeld. Maar misschien is het geen slimme titel… 
‘Ik heb de podcast nog niet beluisterd, en ben dat ook niet van plan. Wietsma heeft De Hond uitgebreid aan het woord gelaten. Ik weet ook niet of mensen zitten te wachten op nóg een keer de versie van De Hond.’

Als interviewer schakelde hij Pim van Galen in, oud-parlementair verslaggever van Nieuwsuur.
‘Ja, daar keek ik van op.’

Want?
‘Van Galen was in mijn beleving een journalist met een bepaalde statuur.’

Wast hij met zijn medewerking het verhaal van De Hond wit?
‘Tja. Je kunt zeggen: “Ik ben alleen maar de pianospeler”, maar dat gaat hier niet helemaal op, denk ik.’

Harry Lensink (1968) groeide op in Rijssen. Hij studeerde journalistiek en Amerika­nistiek en werkte bij onder meer Quote, Nieuwe Revu en Vrij Nederland. De voorbije twee jaar was hij eindredacteur van Argos.
Hij schreef negen boeken. In 2007 bijvoorbeeld de bestseller ‘Stille Willem, de dodelijke spagaat van vastgoedbaron Endstra’. De meeste schreef hij samen met VN-collega Marian Husken. Met haar maakt hij sinds 2018 ook de Willem Podcast.
Per 1 september gaat Lensink aan de slag als co-hoofdredacteur van Follow the Money.

NVJ LID 26-05

Tip de redactie

Logo Publeaks Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee