Haagse speldenprikjes richting pers worden steeds kwaadaardiger
Politici moeten kritiek kunnen leveren op de media. Maar er is een dunne grens tussen kritiek om het vak te verbeteren en aanvallen die de journalistiek in een kwaad daglicht zetten. Dat laatste gebeurt, ook in Nederland, steeds vaker. ‘Ze zijn zwak, laf en onbetrouwbaar.’
Dit artikel wordt met je gedeeld door NVJ-lid Brigit Goderie. Ook lid worden?
Aan de stamtafel van Vandaag Inside gooit meesteraangever Wilfred Genee er weer eens een stuk rood vlees in: ‘Bar Laat kan gewoon een jaartje door. Opmerkelijk, vond je ook niet? Die willen geen kijkcijfers hè, die publieke omroep. Al dat geld dat de publieke omroep krijgt…’
Mona Keijzer lacht.
Johan Derksen: ‘Ik noem dat meisje altijd Kaag junior, want ze heeft zo’n arrogante uitstraling’.
Genee: ‘Sophie Hilbrand’.
Keijzer: ‘Ja. Haha.’
Genee: ‘Wat vind jij van Bar Laat, kijk je ernaar?’
Keijzer: ‘Vreselijk, nee, veel te negatief’.
Genee: ‘Dít is de Mona die ik ken’.
Keijzer: ‘Ik zeg gewoon wat ik vind’.
Derksen vaderlijk tevreden: ‘Je doet het leuk’.
Ach, een geintje. Dat moet kunnen. Tussen het vileine schaterlachen door zou je bijna vergeten dat talkshowgast Keijzer ook nog minister en vicepremier is in een kabinet dat fors het mes zet in de publieke omroep. Dan zou je een prudentere houding mogen verwachten. Al helemaal van iemand die volgens de goed ingevoerde mediaredactie van het AD nog niet zo heel lang geleden een screentest als presentator deed voor een talkshow bij SBS6, de commerciële zender die het populaire Vandaag Inside uitzendt.
Journalisten delen uit, dus moeten ze ook tegen een stootje kunnen. Ik schreef zelf een pamflet waarin ik de parlementaire pers bekritiseerde: journalisten zouden veel minder moeten leunen op wat voorlichters hen voorschrijven. En drie jaar na verschijning is dat pleidooi voor een parlementaire journalistiek zonder ingewijden urgenter dan ooit – journalisten moeten geen onderdeel van het spel worden.
En ja, ook politici moeten kritiek kunnen leveren op journalisten. Wij zijn immers niet van suiker. Maar er is een dunne grens tussen kritiek om het vak te verbeteren, en aanvallen die de journalistiek in een kwaad daglicht zetten. In de podcast Pod Save America werd onlangs geschetst hoe snel de toon in Amerika veranderde. Het begon met de kritiek dat media, soms terecht, te links-liberaal waren. Maar tijdens de eerste Trump-periode verschoof dat naar een veel extremere beschuldiging: de media verzinnen alles.
Politici moeten kritiek kunnen leveren op journalisten. We zijn immers niet van suiker
Martin Baron kreeg als hoofdredacteur van The Washington Post tijdens een diner met de president telkens een por van de elleboog van Trump als hij het over de pers had. De volgende dag kreeg hij een telefoontje, of de krant ‘niet wat eerlijker’ over hem kon berichten. Toen hij weigerde toe te geven, noemde Trump The Washington Post ‘een haatmachine’ en ‘een dikke vette leugen’. De Amerikaanse president ‘zal elk middel inzetten om de pers te verzwakken’, zei Baron laatst in De Morgen. ‘Tijdens zijn campagne zei Trump dat hij kritische journalisten in de gevangenis wilde gooien, waar ze volgens hem “hun bruid zullen ontmoeten” – waarmee hij suggereerde dat ze verkracht zouden worden.’
Het zijn aanvallen die het Nederlandse ‘tuig van de richel’ van PVV-leider Geert Wilders bijna schattig doen klinken. Maar ook hier neemt de vijandigheid al jaren toe, als je alle uitspraken en gedragingen van prominente politici op een rijtje zet. En allang niet meer alleen vanuit de PVV. Neem bijvoorbeeld de BBB. Caroline van der Plas was jarenlang als eenmansfractie een graag geziene gast in de media. Als buitenstaander in Den Haag kon ze uitmuntend ‘met gezond boerenverstand’ kritiek leveren op de zittende macht. Maar nadat de BBB tijdens de Provinciale Statenverkiezingen van maart 2023 de grootste partij werd, veranderde er iets. Ze werd feller, aanvallender.
Die omslag werd zichtbaar in de soap rond ‘de premierskandidaat’ in de zomer van 2023, voorafgaand aan de Tweede Kamerverkiezingen. Van der Plas zei in juli in De Telegraaf dat ze geen zin had ‘om met nette kleren de hele wereld over te vliegen’ en dus geen premier wilde worden. Ze was wel in gesprek met een mogelijke kandidaat namens de BBB. Het hield BBB twee maanden in de pers. Maar toen talkshowhost Humberto Tan vrolijk Keijzer noemde als premierskandidaat, schudde Van der Plas met een mismoedige zucht het hoofd. Dat maakten ‘de krantenkoppen’ ervan. Keijzer was gewoon nummer 2. Van der Plas vergat dat BBB zélf Keijzer in een persbericht en tijdens een persbijeenkomst presenteerde als ‘kandidaat-minister president’.
In diezelfde periode traden Keijzer en Van der Plas gezamenlijk op bij de talkshow Op1 waar ze zichtbaar geagiteerd vrijwel elke vraag van Tijs van Brink en Sven Kockelmann afkatten met opmerkingen als ‘de meest stompzinnige vraag’, ‘meneer Van den Brink, daar gaan we weer’, ‘even kritisch op jullie: jullie staan wel steeds dingen plat’, ‘dit is toch niet te geloven!’ Op de inhoudelijke vraag hoe BBB de stikstofcrisis wil oplossen, antwoordde Van der Plas: ‘ik ga hier niet aan meedoen, het spijt me’.
Historicus en oud-politicus Arend-Jan Boekestijn waarschuwde na de uitzending op X dat journalisten hun borst kunnen natmaken. ‘De media aanvallen is de nieuwste strategie die uit de VS komt overwaaien. Caroline van der Plas oefende al even bij Op1 gisteravond.’ Het antwoord van de BBB-leider: ‘Man, doe niet zo Calimero. Ik ben ruim 35 jaar journalist geweest. Vroeger stonden er elke dag mensen op de redactie die kritiek op de journalist in kwestie hadden. Weet je wat we toen deden? Met elkaar in gesprek gaan onder het genot van een kop koffie of een borrel. Klaar.’
BBB schiet steevast op de media zodra er onwelgevallig nieuws verschijnt
Alsof een krantenlezer – en ja, ik vind dat journalisten niet vaak genoeg met hun publiek kunnen praten – hetzelfde is als een landelijke politicus van een opkomende machtspartij. Je zou kunnen denken dat deze uitvallen slechts een reactie waren op een jaar waarin een kleine partij na twee slopende verkiezingscampagnes in het centrum van de macht kwam. Maar BBB schiet steevast op de media zodra er onwelgevallig nieuws verschijnt.
Als De Telegraaf in september vorig jaar het nieuws brengt dat BBB-minister Femke Wiersma van plan is de veestapel te laten krimpen, ‘klopt de kop niet’ en betreurt de partij ‘de sensatiezoekende woordkeuze’. In diezelfde krant leverde veehouder en voorvrouw van Agractie, Alien van Zijtveld kritiek op het dralende beleid van Wiersma en deed Van der Plas het interview direct af als verkeerd weergegeven. ‘Waaaauw’, zei Keijzer spottend op een vrij normale vraag van EenVandaag waarom beton volgens haar ministerie duurzamer is dan hout, gevolgd door een diepe, ongeïnteresseerde zucht. ‘Vertel, waarom is dat?’ Een normaal antwoord op de vraag gaf ze niet.
Dat politici de media recenseren of hun onwetendheid maskeren met een hautaine tegenaanval is tot daaraantoe. Maar BBB gaat verder dan dat. ‘Niet een beetje de feiten verdraaien, maar gewoon complete leugens verkondigen’, postte het Kamerlid Claudia van Zanten in november 2024. Ze reageerde op een anoniem account dat dagelijks de NOS de maat neemt en waar ze wel vaker gretig op reageert. ‘De NOS laat continu (Marokkaanse) mensen aan het woord die de Amsterdamse #jodenjacht bagatelliseren. AVROTROS gaat in EenVandaag nog een stapje verder.’ Het bijgevoegde fragment van acht seconden bewijst niets.
Toen DENK zich in 2019 wilde bemoeien met de koers van het NTR-programma De Nieuwe Maan, noemde Dilan Yesilgöz, toen nog alleen Kamerlid namens de VVD, dat ‘doodeng’. ‘Ik vind het een gotspe dat een politieke partij zich met de inhoud van programma’s wil bemoeien.’ Haar VVD-collega Thierry Aartsen noemde DENK ‘een gevaar voor de vrije pers in Nederland’ omdat de partij in ‘de Tweede Kamer voorstelde om de media te gaan controleren’. Terecht dat de VVD opkomt voor de persvrijheid, maar des te opmerkelijker is de stilte als Wilders weer eens pleit voor het opheffen van de publieke omroep. Of wanneer VVD-Kamerlid Ulysse Ellian het hoofdredactioneel commentaar van NRC ‘krankzinnig’ noemt, met als begeleidende tekst: ‘Je zou bijna denken dat afkeer van Israël en Joden een vereiste is om bij deze krant te werken.’
Net zoals ze uit hun verband getrokken moties parmantig op sociale media zetten, scoren politici ook likes met verknipte kranten- en tv-fragmenten. Alsof die ene zin uit een column in een krant alles zegt over de hele berichtgeving in de krant. Alsof dat ene interview met die Gazaan betekent dat er niet ook interviews met Israëliërs zijn. Om te bewijzen dat ze ‘in het goede kamp’ zitten laten politici op X deze nuances maar al te graag achterwege. Zelfs wanneer ze worden gecorrigeerd laten ze de fouten gewoon staan.
Politici scoren op sociale media met verknipte kranten- en tv-fragmenten
‘Je overlijdt in je slaap, of door een hartstilstand of beroerte’, postte Van der Plas. Ze was woedend op de NOS over de berichtgeving een jaar na 7 oktober. ‘Of door een ziekte. Niet door afgeslacht worden door terroristen. Dan word je VERMOORD @NOS!’ Het was de begeleidende tekst bij een repost van een berichtje van haar voormalig fractiegenoot Lilian Helder, ‘de @NOS doet weer een duit in het pro-Palestijnse zakje’. Van der Plas kreeg 6200 likes, haar bericht werd 1300 keer gedeeld en 317.000 keer bekeken. Een verslaggever corrigeerde haar met feiten. ‘In dit 6-uur Journaal werd vier keer het woord vermoord gebruikt, vier keer terreuraanslag, twee keer afgeslacht en inderdaad ook één keer overleden.’ Van der Plas zweeg. Haar post staat er nog steeds. De post van de verslaggever kreeg 550 likes, werd 74 keer gedeeld en 77.000 keer gezien.
De kritiek op de NPO is niet alleen voor de X-volgers, maar wordt inmiddels onderdeel van het politieke debat. BBB-Kamerlid Van Zanten stelde afgelopen oktober Kamervragen aan minister Eppo Bruins (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) over de NOS-berichtgeving over de oorlog in het Midden-Oosten. Ze verzocht de NSC-bewindsman om het Commissariaat van de Media onderzoek te laten doen. Dat weigerde hij. Zo’n opdracht zou volgens hem neerkomen op censuur. ‘Het is cruciaal dat media onafhankelijk van de politiek kunnen opereren.’ In december stelde Van Zanten tijdens een debat onomwonden dat ‘de gekleurde berichtgeving en de manier waarop de Gaza-Israël situatie wordt weergegeven’ bijdragen ‘aan het oplaaiende antisemitisme’.
Terwijl de coalitie zweeg nam CDA’er Harmen Krul het tijdens het Kamerdebat op voor de NOS. ‘Op de website van de Ombudsman voor de omroepen vind je een zeer gedetailleerde en doorwrochte analyse over het hele conflict in het Midden-Oosten. Het is naar twee kanten toe genuanceerd, juist omdat vanuit die beide kanten veel meldingen binnenkomen. Ik vind het dus echt te ver gaan om nu te zeggen dat de NOS aan de bron staat of een oorzaak is van het oplaaiend antisemitisme’.
Minister Bruins zelf koos voor een persoonlijke benadering tijdens het debat: als nieuwsconsument in een bubbel. ‘Ik merk dat ik het heel erg fijn vind om bevestigd te worden in mijn mening. Dat heet confirmation bias.’ Hij erkende hoe lastig objectiviteit in nieuwsconsumptie kan zijn. ‘Ik heb al heel gauw het gevoel dat media neutraal zijn als ze mijn mening bevestigen, maar ik denk dat juist het feit dat de NOS zo veel kritiek krijgt van zo veel kanten, ook in het Israël-Gazaconflict, een compliment is voor de NOS.’
Van Zanten legde zich daar niet bij neer. In januari reageerde het Kamerlid wederom op een anoniem account (@infocollect192 met 114 volgers) dat meldde dat ‘er een mars door de instituties nodig is’ en dat dit ‘misschien wel de belangrijkste opdracht’ is voor het kabinet. ‘Ik ben het zeer met je eens dat dit zou moeten gebeuren. Ons politieke stelsel is echter dusdanig ingericht, dat dit niet kan zoals bijvoorbeeld in de VS. Als ik ook maar iets vraag aan de minister als het gaat om mogelijke propaganda binnen onderwijs, cultuur of media, krijg ik meteen te horen dat hij zich hiermee niet gaat bemoeien.’
Die ‘lange mars door de instituties’ komt niet uit de lucht vallen, en sluit naadloos aan bij een aloude wens van coalitiepartij PVV. Volgens de huidige Tweede Kamervoorzitter Martin Bosma zijn instituties zoals media, ambtenarij, onderwijs en rechtspraak al jaren in handen van ‘de linkse elite’. ‘Daarom wint links altijd. Van massa-immigratie tot klimaat tot Zwarte Piet.’ Hij legde zijn gedachten daarover al in 2010 vast in het boek ‘De schijn-élite van de valsemunters’. De PVV neemt ook dikwijls journalisten persoonlijk op de korrel, als sinds de beginjaren van de partij.
De VVD verdedigt de persvrijheid zolang het politiek uitkomt
Bosma wenste in 2009 ‘de rode neuzen’ van de publieke omroep ‘af te hakken’. Dat riep hij tijdens een van de zeldzame partijbijeenkomsten in Ahoy. ‘Ooh, ik zie Clairy Polak al liggen’, zei hij over het gezicht van het oude actualiteitenprogramma NOVA. De discussie over haar politieke kleur ervoer de presentatrice, die in 2023 overleed, als diskwalificatie van haar vakmanschap. NOVA-hoofdredacteur Carel Kuyl zei daarover in NRC: ‘Haar scherpte werd verward met links zijn. Dat was oneigenlijk en heeft haar beschadigd.’
Het is inmiddels voorspelbaar: telkens wanneer de media kritisch berichten trekt de PVV, meestal in de persoon van Wilders, steevast fel van leer. Niet met inhoudelijke weerleggingen maar met frontale aanvallen op de geloofwaardigheid van de journalisten zelf. Toen Tom-Jan Meeus op basis van interne documenten én interviews met (oud)Kamerleden uitvoerig schreef over ‘een sekte-achtige’ sfeer bij de eenmanspartij, ‘voerde PVV-hater Meeus (NRC) campagne’ tegen de partij. ‘Vertrouw ze nooit, die journalisten #TwanNaarHuys’, postte Wilders over Twan Huys. ‘Kunnen wij dat ook snel met @MarcelGelauff van de @NOS en de rest van de leugenachtige media doen?’, zette hij onder het bericht dat een hoofdredacteur van een Hongaarse website werd ontslagen. De hoofdredacteur werd ontslagen door een aanhanger van Viktor Orbán die zichzelf via aandelen in de website had gekocht. De stroom aan aanvallen op de media op X is eindeloos. Wilders hanteert dezelfde strategie als de MAGA-aanhang (Make America Great Again, red.) in de VS: het frame verschuiven van ‘de media zijn links’ naar ‘de media verzinnen maar wat’. Een kleine bloemlezing: ‘Ons land zit vol met liegende en gecorrumpeerde politici en linkse foute media. Die lak hebben aan de waarheid’/‘De @NOS liegt en bedriegt. Ze zijn alle schaamte voorbij’/‘X is so much better than the old traditional media, which is dominated by leftish liberal woke driven “intellectuals”, who live in a fake fantasy world’ (aan: @Musk).
In een interview met het Magazine van Identiteit en Democratie, de voorloper van de Europese Patriotten, zei Wilders in de lente van 2023: ‘De pers is in Nederland – zoals in vele Europese landen – voor negentig procent links georiënteerd. Ze gruwen van partijen als de mijne en adoreren de zittende macht. Ze zijn zwak, laf en onbetrouwbaar.’ En: ‘Formeel hebben we een vrije pers in Nederland, maar materieel is het een linkse applausmachine van het kabinet. Nutteloos en irritant.’
Omdat de coalitie niet op elke oprisping van Wilders reageert, blijft het stil bij elke uithaal. Principiële weerwoorden blijven uit, kritische vragen worden vermeden. De VVD verdedigt de persvrijheid zolang het politiek uitkomt. Toen gelauwerd programmamaker Tim Hofman op X vroeg om beelden met hem te delen als mensen door de politie waren mishandeld bij demonstraties, reageerde Yesilgöz, toen demissionair minister van Justitie en Veiligheid, venijnig. ‘Wil je alleen beelden van agenten die ingrijpen bij rellen, nadat de relschoppers meerdere malen gesommeerd waren weg te gaan, of ook van relschoppers die journalisten het werk onmogelijk maken, de Joodse gemeenschap belagen, met stenen en ammoniak naar agenten smijten en spullen en gebouwen sloopten, Tim?’
Oud-staatssecretaris Fleur Gräper van Cultuur en Media (D66) reageerde meteen. ‘Persvrijheid is een groot goed. Journalisten moeten vrij hun werk kunnen doen en alle vragen kunnen stellen die zij willen. Ik zal daar altijd voor opkomen.’ Volt-leider Laurens Dassen schreef dat de vrije pers ‘de waakhond van de democratie is, ook wanneer dat u niet uitkomt’. Maar de VVD-leider vond het niet nodig excuses aan te bieden.
Op NSC hoeven journalisten ook niet te rekenen. Die partij heeft zelf een moeizame omgang met de pers. Nicolien van Vroonhoven, plaatsvervangend fractievoorzitter bij NSC, verbaasde zich onlangs in Villamedia over het spinnen en lekken in Den Haag. Dat verbaasde mij dan weer. Want iedereen die langer rondloopt in Den Haag, weet dat NSC-leider Pieter Omtzigt zijn gang naar de media uitstekend weet te vinden, zonder sporen achter te laten. Kort daarvoor riep NSC-Kamerlid Jelle Soepboer in de Tweede Kamer op ‘tot herziening van de Code voor de Journalistiek’ vanwege ‘schadelijke berichtgeving’ van PowNed voor het Sunneklaasfeest op Ameland.
Vertrouwen in de media kweek je ook door het wat vaker voor elkaar op te nemen
En zo heeft iedere coalitiepartij een eigen, al dan niet opportunistische reden, om de persvrijheid vooral te verdedigen wanneer het hen uitkomt – en te wantrouwen wanneer de journalistiek hen onwelgevallig is.
We moeten dus vooral zelf opkomen voor ons vak. ‘We are at work, not at war’, was de leus van The Washington Post toen Trump tijdens zijn eerste periode ‘de oorlog’ aan de media verklaarde. ‘Om effectief te zijn, moeten we laten zien dat we professioneel zijn’, zegt oud-hoofdredacteur Baron daarover in De Morgen. En laat je niet uit de tent lokken: ‘Als we partijdig zijn, raken we onze geloofwaardigheid kwijt.’ Hij hoopt dat de pers in Amerika de rug recht houdt, ondanks alle tijdrovende en geldverkwistende procedures die Trump en zijn getrouwen aanspannen.
Slechts 32 procent van het publiek in de VS vertrouwt de media. In Nederland is dit percentage 54 procent. Maar het aantal Nederlanders dat de media wantrouwt neemt al wel jaren toe en daar spelen politici steeds openlijker op in. Vertrouwen hou je door transparant te werken, door inzicht te geven in hoe je werkt, door zoveel mogelijk bronnen in voetnoten te plaatsen en door ruimhartig te rectificeren. Maar vertrouwen in de media kweek je ook door het wat vaker voor elkaar op te nemen, zoals werd gedaan toen parlementair verslaggever Merel Ek van SBS6 eind oktober 2022 door Forum voor Democratie in een filmpje werd neergezet als ‘rioolrat’.
Toch lijkt die solidariteit vaak ver te zoeken. Zeker als het echt machtige partijen betreft. Ik kreeg een knoop in mijn maag toen onlangs een journalist van Associated Press werd geweerd uit het Witte Huis omdat het Amerikaanse persbureau vasthoudt aan de naam Golf van Mexico (in plaats van het door Trump gewenste Golf of America). Niet zozeer vanwege Trump, maar eerder vanwege al die collega’s die wegkijken en stilletjes bij de persconferenties blijven zitten terwijl anderen worden weggejaagd. Zo worden we één voor één uitgespeeld. Niet met één grote klap, maar door een reeks van kleine concessies, elke keer weer een stapje achteruit.
Ook in Nederland gebeurt dat stilletjes aan. In de podcast Haagse Zaken vertelde NRC-journalist Petra de Koning onlangs hoe Wilders lastige vragen van de pers ontwijkt. Alleen op dinsdag, als hij naar de stemmingen loopt, beantwoordt hij persvragen. Maar als hem een vraag niet bevalt, draait hij zich weg van de camera en richt hij zich tot een andere journalist. Dat trucje werkt vooralsnog uitstekend, want iedereen gaat voor een eigen citaatje.
Willen we dat tij keren, dan moeten we niet schaapachtig meelachen als een minister aan tafel bij een talkshow meedoet aan het bashen van de publieke omroep, of als een Kamerlid ongefundeerde verdachtmakingen over journalisten de wereld in slingert. We kunnen best wat steviger doorvragen als Van der Plas roept dat een interview in een concurrerende krant niet klopt. Net zoals we vooral ook op dinsdagmiddag, hét persmomentje van Wilders, moeten blijven aandringen op feiten als Wilders beweert dat de media ‘leugenachtig’ zijn, of als Yesilgöz een journalist wegzet alsof hij relschoppers faciliteert.
Kim van Keken is onderzoeksjournalist. Ze maakt achtergrondverhalen en reportages, o.a. voor De Groene Amsterdammer. Haar specialisme: politiek, media en bijzondere (lokale) verhalen.

BEELD Ruben Philipse


Praat mee