— dinsdag 28 april 2020, 13:43 | 1 reactie, praat mee

Frits van Exter: Zijn wij journalisten aanvankelijk niet te graag gaan geloven in de goede afloop?

De vraag of Nederland het corona-virus te lang heeft onderschat, raakt ook de media. Zat de drang om geen paniek te zaaien, de journalistiek in de weg? Frits van Exter blikt terug op de berichtgeving over het corona-virus in de weken voorafgaand aan het moment dat de pandemie ook Nederland bereikte en trekt voorzichtig conclusies.

In december 2019 circuleren op sociale media de eerste berichten over een nieuw virus dat in Wuhan is opgedoken. De Chinese regering sluit de stad geheel af. In januari is de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) nog optimistisch: ‘Geen reden tot zorg’. Maar dat verandert als Zuid-Korea en Hongkong besmettingen melden en duidelijk wordt dat het virus zich van mens-tot-mens verspreidt.

Op advies van het RIVM (Rijksinstituut voor volksgezondheid en milieu) worden in Nederland in de derde week van januari voorzorgsmaatregelen genomen. Het Outbreak Management Team (OMT) wordt bijeengeroepen. Gemeentelijke calamiteitenplannen moeten worden opgediept. En in navolging van andere Europese landen vraagt de minister van Volksgezondheid, Bruno Bruins om een inventarisatie van beschikbare bedden en beschermingsmateriaal bij de ziekenhuizen. Dat klinkt alarmerend, maar hij schrijft de Tweede Kamer dat de kans dat het virus naar Europa komt ‘klein’ is. Het AD haalt de RIVM-woordvoerder aan: ‘In Nederland is er geen reden tot paniek’. Het is vooralsnog een probleem in China en Nederland is goed voorbereid op al het mogelijke (22 januari).

Later op 14 april, zou Pieter Klein, redacteur van RTL Nieuws vertwijfeld terugblikken.  ‘Hoe heeft het zo gruwelijk mis kunnen gaan?’ Hij was nota bene gewaarschuwd. Een bekende had hem in de loop van januari gevraagd: ‘Waarom stelt geen enkele serieuze journalist indringende vragen aan onze overheid over hoe Nederland zich voorbereidt?’ Eerder had iemand hem al gezegd zich te verdiepen in wat er in Wuhan gebeurt. ‘Doordenk de scenario’s, de zwartste en vraag je af welke catastrofe ons mogelijk te wachten staat.’ Het verontrustte Klein, maar niet zozeer dat hij erachter aan ging.

Maar op 24 januari stelt zijn collega Frits Wester wel een vraag aan de premier op zijn wekelijkse persconferentie. Was er nog over corona gesproken in de ministerraad? Rutte: We zijn bijgepraat door de minister. Wester: ‘Maakt het kabinet zich zorgen?’ Rutte noemt de signalen uit China ‘natuurlijk zorgelijk’, maar wil er verder niet al te veel over zeggen. Wester: ‘Moeten wij, de burgers, ons zorgen maken?’ Rutte: ‘Nee, dat heeft helemaal geen zin, want burgers hebben geen perspectief om dan te kunnen handelen…’ Wester dringt aan: Waarom geen extra controles op reizigers die uit China komen? Rutte: ‘Het heeft nu even volgens de deskundigen geen nut.’

‘Houd de uitbraakcijfers dus in de gaten, maar een beetje sussen bij de borrel is best geoorloofd.’

Onder de kop ‘Feiten voor bij de borrel’ waagt de Volkskrant het er online toch op: ‘Is het al tijd voor coronapaniek?’ (26 januari). De toon is opgewekt: de wereld is steeds beter in staat pandemieën te bestrijden en wellicht komt er al binnen vier maanden een vaccin. ‘Houd de uitbraakcijfers dus in de gaten, maar een beetje sussen bij de borrel is best geoorloofd.’

De Telegraaf stelt toch nog even de grote vraag aan Jaap van Dissel: Wat als het virus Nederland bereikt? Hij zegt dat ons land ‘zeer goed is voorbereid’. De RIVM-baas: ‘We weten door eerdere ziektes zoals de Mexicaanse griep, precies welke maatregelen en protocollen we moeten volgen om verspreiding te voorkomen.’ En: ‘Als de ziekte in ons land dus opduikt, zal het waarschijnlijk beperkt blijven tot enkele besmettingen’ (27 januari). Uit de rubriek Lezersbrieven blijkt meer verontrusting: ‘Zoals gewoonlijk lopen ze achter de feiten aan.’

Het virus beheerst het nieuws, maar concentreert zich nog op China, de gevolgen voor de beurzen en de terugkeer van gestrande Nederlanders. Redacties beginnen live blogs. Wilfred Takken van NRC maakt een kleine rondgang langs hoofdredacties (28 januari). Hij signaleert verschillen in toon. Het AD schrijft dat ‘internationaal de paniek om het coronavirus is toegeslagen’. Hoofdredacteur Hans Nijenhuis: ‘We willen mensen geen angst aanjagen, maar we willen ze ook niet geruststellen.’ Het nieuws is volgens hem niet zozeer het gevaar van het virus, als wel de afsluiting van een Chinese miljoenenstad.
Zijn collega Pieter Klok van de Volkskrant zegt het ‘voorlopig op een griepje’ te houden. Hij wil het niet groter maken dan het is, al beseft hij ook dat we veel niet weten over het coronavirus. Elske Schouten, adjunct-hoofdredacteur van NRC: ‘Een nieuw virus is interessant, maar het gevaar voor overreageren ligt op de loer.’ En haar collega Ilse Openneer van RTL Nieuws: ‘Als je terugkijkt naar vorige uitbraken als SARS en de Mexicaanse griep, denk je achteraf toch: hoe dodelijk was het nu helemaal? Dus ja, we berichten er veel over, maar we zijn terughoudend in de toon.’

De verwijzing naar de Mexicaanse griep (2009) is veelzeggend. De media is destijds verweten dat zij onnodig paniek hebben gezaaid door te berichten over de kans op een alles ontwrichtende pandemie met enorme sterftecijfers. Onderzoekers van de Nederlandse Nieuwsmonitor van de Universiteit van Amsterdam concludeerden in 2011 (ik was destijds bestuurslid van de Stichting Persinstituut dat mede verantwoordelijk was voor de Nieuwsmonitor) dat redacties zich hadden laten meeslepen door de verontrustende uitspraken van een select groepje bronnen, van wie viroloog Ab Osterhaus de meest prominente was, gevolgd door Roel Coutinho, de voorganger van Van Dissel bij het RIVM. Bronnen, die de gevaren relativeerden, maakten ‘weinig kans’ in de media te komen. ‘Vooral in de beginfase werd een worst case scenario neergezet dat ook met de kennis van toen sterk overdreven was. Al snel werd bekend dat de griep een mild verloop had en dat de cijfers uit Mexico onbetrouwbaar waren.’

Mede onder de mediadruk van Osterhaus, besloot de overheid destijds ijlings 34 miljoen vaccins –voor de zekerheid twee per inwoner - in te slaan. De pandemie bleek uiteindelijk mild te zijn. Er zouden in Nederland 63 mensen aan de Mexicaanse griep zijn overleden.

Op dezelfde dag dat het NRC-artikel over de terughoudendheid van de hoofdredacties verschijnt, haalt de Telegraaf Jaap van Dissel aan over de Mexicaanse griep: ‘Toen viel het mee. De overheid kreeg daardoor achteraf kritiek dat ze paniek had aangewakkerd. Het mag dus niet verbazen dat ons land nu niet vooroploopt.’

Ik ben geen wetenschapper en weet dus niet of je kunt spreken over een pendule-effect

Ik ben geen wetenschapper en weet dus niet of je kunt spreken over een pendule-effect, maar het valt wel op dat overheid, wetenschappers en media, die in 2009 het verwijt kregen dat zij de dreiging zwaar hadden overdreven, elf jaar later lange tijd volhouden dat het allemaal zo’n vaart niet zal lopen.
En wat natuurlijk ook opvalt, is dat Ab Osterhaus zijn plaats aan de tafels van de praatprogramma’s in 2020 weer snel heeft kunnen innemen. Alleen is hij deze keer niet de enige en zaait hij minder paniek, hoogstens wat verwarring. het RIVM heeft meer greep op de communicatie.

Voor de zekerheid vraagt de Telegraaf het nog een keer aan minister Bruins: ‘Is er reden tot paniek?’ Bruins: ‘Nee, ik vind dat er geen reden is tot paniek.’ Vraag: ‘Bent u dan helemaal rustig?’ Bruins: ‘Nee, ik ben alert.’ (29 januari). Op de vraag of ons land genoeg mondkapjes heeft, antwoordt hij dat dat nu uitgezocht wordt. Het is een van de eerste keren dat een journalist concreet vraagt naar het dreigende tekort aan beschermingsmiddelen. Forum-leider Thierry Baudet vraagt om spoedoverleg met de minister, maar de meeste Kamerleden vinden dat niet nodig.

Aan het einde van de maand groeit de onrust. De besmettingsaantallen in China stijgen nog steeds ondanks de isolatiemaatregelen. Op het cruiseschip Diamond Princess voor de Japanse kust blijkt dat het virus zich razendsnel kan verspreiden en dat er veel mensen aan dood gaan. Hoogleraar Marion Koopmans, die ook deelneemt aan het OMT, spreekt nu van ‘een grote, lastige uitbraak’ (AD, 31 januari). Eerder had viroloog Raoul de Groot gezegd: ‘Nuchter blijven is belangrijk. Maar het lijkt toch wel meer dan zomaar een griepje. Het is belangrijk dat wij ons voorbereiden op een uitbraak in Nederland, in het besef dat het ook kan meevallen…’ (Volkskrant, 29 januari). De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) spreekt   inmiddels over ‘een internationale noodsituatie’.

Premier Rutte krijgt nu meer vragen op zijn wekelijkse persconferentie. Ron Fresen (NOS) wil op 31 januari weten waarom het coronavirus een ernstiger bedreiging zou zijn dan een griepgolf. Rutte wil geen kwalificatie geven: ‘Nou ja, ernstig…’. Hij schetst wel de strategie om te voorkomen dat het zich in Nederland verspreidt, mocht er zich een besmette patiënt aandienen.

Een week later vraagt de correspondent van het internationale persbureau Reuters de premier of Nederland de voorbereidingen op een epidemie goed op orde heeft. Rutte zegt dat er weinig nieuws te melden is en dat er ‘volledig op het kompas van de deskundigen’ wordt gevaren. De journalist vraagt nog even door: ‘Maar er is dus in Nederland niet nog iets wat nog heel erg op stapel is, wat nog even moet gebeuren om goed voorbereid te zijn zeg maar?’ De premier: ‘Nee, nee, nee, ja… We zijn op zichzelf als Nederland meestal wel goed georganiseerd. Maar het is wel zo natuurlijk dat je nooit weet wat er… Ja, er kan zich altijd een ontwikkeling voordoen die dan weer vraagt om snel een reactie te geven. Je probeert natuurlijk zo goed mogelijk in zo’n situatie je voor te bereiden op denkbare scenario’s. Dat doen we natuurlijk.’ (7 februari)

‘De experts in het OMT zijn heilig verklaard. Zelfs de pers stelt geen kritische vragen meer’

Op 1 april schrijft Reuters een terugblik onder de kop ‘Hoe Europa slaapwandelend de coronacrisis in ging’. En in een reconstructie noemt de Volkskrant (11 april) februari ‘de verloren maand’ in de strijd tegen het coronavirus. ‘Niemand had het door, maar al in februari verspreidde het coronavirus zich als een veenbrand door Nederland. Toen de omvang van de epidemie duidelijk werd, was het te laat.’ Redacteuren Frank Hendrickx en Huib Modderkolk schrijven dat Nederland slecht was voorbereid op de pandemie en te lang heeft geloofd in de eigen beheersingsstrategie. Er groeide onvrede over het gebrek aan tests en beschermingsmiddelen. Volgens de Volkskrant haalt China begin februari onder andere in Nederland miljoenen mondkapjes op dat het eerder zelf naar het Westen had geëxporteerd. Een bittere vertegenwoordiger van een belangenorganisatie: ‘De experts in het OMT zijn heilig verklaard. Zelfs de pers stelt geen kritische vragen meer. Maar waar blijven die mondkapjes? Wij zien ze niet.’

Het is, haast in het voorbijgaan, een pijnlijk verwijt aan de journalistiek. Was februari ook voor haar een verloren maand?

Het was vooral een maand van groeiende onrust: het komt, maar hoe erg wordt het? Veel redacties pogen de informatie zo handzaam mogelijk aan te reiken in vraag-en-antwoordvorm. Wie ze nog eens naleest, beseft pas hoeveel we in ieder geval op dat moment niet wisten.

Het AD schreef 5 februari op de eerste van vijf vragen (‘Waarom maken we ons meer zorgen over het coronavirus dan over de griep?’): ‘Kijk je naar de sterftecijfers tot nu toe, dan valt de corona-uitbraak in het niet bij een normale wintergriep in Nederland.’ Dat relativeert, maar uit het antwoord wordt ook duidelijk hoeveel er onduidelijk is. ‘Omdat het voor het eerst uit de dierenwereld naar mensen is overgesprongen, is er nog weinig over bekend.’ En omdat er nog geen vaccin of medicijn is: ‘Het enige wat artsen kunnen doen vooralsnog is het tegengaan van symptomen, zoals extra zuurstof toedienen aan patiënten die benauwd zijn.’ De formule van dit soort rubrieken is aantrekkelijk, maar in deze crisis kunnen zij moeilijk recht doen aan het feit dat de belangrijkste vragen niet beantwoord kunnen worden. Het niet-weten is het beste antwoord dat het slechtst doordringt. Wetenschappers zijn vertrouwd met onzekerheden, politici en journalisten minder.

In de Tweede Kamer is de sfeer ‘gerustgesteld en bezorgd tegelijk’ meldt NRC (6 februari). Tijdens een debat worden vooral complimenten uitgedeeld ‘voor het harde werken en de goede voorbereidingen die we getroffen hebben voor het geval het virus Nederland bereikt.’ Alleen Chris Jansen van de PVV pleit voor een meer pro-actieve aanpak. Jaap van Dissel van het RIVM meldt nog wel een tekort aan mondkapjes, maar minister Bruins zegt dat hij geen signalen heeft ontvangen dat dat een acuut probleem is.

In de krokusvakantie gaan veel Nederlanders op wintersport naar Noord-Italië en daarna is het tijd voor carnaval. Na het kabinetsberaad (21 februari) geeft Hugo de Jonge, vice-premier en minister van Volksgezondheid, een update. Er zijn in Nederland ‘gelukkig’ nog geen gevallen. De journalisten hebben geen vragen.

De kijkers en lezers worden voorbereid op het onvermijdelijke moment van een eerste besmetting in Nederland. Veel artikelen gaan over draaiboeken en protocollen en over de beheersingsstrategie waarbij de plaatselijke GGD’s een belangrijke rol spelen.

De toon blijft overwegend bezwerend. ‘Er liggen scenario’s klaar voor als het virus niet te stoppen is’ (Volkskrant, 23 februari). Ook Sjaak de Gouw van de GGD’s zegt dat alle draaiboeken klaarliggen (Nieuwsuur, 25 februari). Volgens hem is er volop capaciteit voor de beproefde methode van het isoleren van patiënten en het onderzoek naar alle contacten. En minister Bruins zegt in dezelfde uitzending ‘dat we erop rekenen dat er misschien wel een patiënt komt, maar op dit moment is dat niet de verwachting dat het met grote aantallen zal gebeuren…’ Viroloog Marion Koopmans had zich op 22 februari in Nieuwsuur bezorgder getoond: ‘Het kantelpunt nadert’.

Dat kantelpunt is de uitbraak van corona in het noorden van Italië

Dat kantelpunt is de uitbraak van corona in het noorden van Italië. Koopmans heeft het later over ‘een corona-bombardement’. Uit Italië komen de daaropvolgende dagen vele waarschuwingen, zelfs smeekbedes om het virus niet te onderschatten.

Het meest verontrustend is misschien een bericht in De Telegraaf (25 februari). De Belgische viroloog Marc van Ranst waarschuwt dat Nederland zich dient ‘schrap te zetten’ voor het bijna onvermijdelijke. ‘Het is nodig voorbereidingen te treffen, want er is inmiddels sprake van een pandemie. Dat zeg ik niet om paniek te zaaien, maar de uitbraak voldoet aan alle voorwaarden. Het is nodig mensen wakker te schudden.’

De redactie maakt daarbij ook een kritische kanttekening: ‘Waar die voorbereidingen in ons land uit bestaan, blijft onduidelijk. Het RIVM rept van draaiboeken en protocollen, maar kan geen concrete toelichting geven…’ De journalist wordt doorverwezen naar de GGD die het ‘moeilijk’ vindt in te gaan op fictieve scenario’s. ‘Het protocol is, zo verduidelijkt hij, leidend bij een uitbraak.’

‘Op papier is Nederland goed voorbereid’, meldt Maarten Keulemans, wetenschapsredacteur van de Volkskrant nog online op 26 februari. De media doen er verder geen echt onderzoek naar, maar in de Kamer groeit de zorg over de vraag wat dat papier waard is. Pieter Omtzigt (CDA) vindt volgens de Telegraaf dat er sprake is van ‘onderschatting’ van de impact van een eventuele corona-uitbraak. Hij en enkele collega’s stellen kritische vragen aan minister Bruins tot irritatie van coalitiepartner VVD. Hayke Veldman: ‘Ook Kamerleden hebben de verantwoordelijkheid om de rust te bewaren en wel de juiste vragen te stellen’ (AD, 28 februari). Omtzigt en zijn kritische collega’s zijn niet veel meer dan een voetnoot in de berichtgeving.

De volgende dag, 27 februari, er een speciale uitzending van de NOS: ‘Het coronavirus, feiten en fabels’. Tijdens de uitzending krijgt minister Bruins van een medewerker een briefje toegeschoven. De eerste besmetting is in Nederland vastgesteld. De Telegraaf opent de volgende dag in kapitalen: CORONA IS HIER.

De toon verandert. Uit het OMT-advies blijkt dat er grote twijfels zijn of Nederland het redt met de beheersingsstrategie. Het wordt snel terugvallen naar de tweede verdedigingslinie van mitigatie: het uitsmeren van het aantal besmettingen om te voorkomen dat de zorgcapaciteit tekort schiet. Het tekort aan beschermingsmaterialen komt ter tafel. En het wordt voor het eerst ook duidelijk dat het aantal beschikbare bedden op de Intensive Care een groot probleem kan worden.

Terwijl burgers al aan het hamsteren zijn, delen sommige hoofdredacteuren hun twijfel met de lezer. Pieter Klok van de Volkskrant: ‘De hele week hebben we geworsteld met hoeveel aandacht we aan het virus moesten schenken. De lezer had een onlesbare dorst naar informatie, bleek uit het recordaantal bezoekers op onze site. Maar tegelijkertijd willen we de paniek niet onnodig vergroten.’ Hij blijft beducht voor een overreactie en overweegt een commentaar daarover. ‘Mijn medecommentatoren corrigeerden mij. We kunnen in dit stadium niet zeggen of het een overreactie is. Bovendien blijkt ook dat ter redactie niet iedereen hetzelfde reageert. Ook hier zijn sommigen besmet door virusangst’ (28 februari).

Zijn collega Hans Nijenhuis van het AD stelt de vraag: ‘Is de aandacht voor het corona-virus gewoon verslaggeving is of doen de media aan paniekzaaierij?’ Hij herhaalt dat het nieuws misschien niet zozeer corona is, als wel de heftige (Chinese) reactie daarop. En verder probeert zijn redactie met behulp van wetenschappers de vragen van zijn lezers zo goed mogelijk te beantwoorden. Of de maatregelen overdreven zijn? Nijenhuis: ‘Er is te veel onbekend over het virus om het als een onvermijdelijk griepje over ons heen te laten komen.’

Op de laatste dag van februari vergelijkt Ab Osterhaus het in de Telegraaf toch nog met een ‘stevige wintergriep’

Op de laatste dag van februari vergelijkt Ab Osterhaus het in de Telegraaf toch nog met een ‘stevige wintergriep’, terwijl columniste Saskia Noort zich in het AD afvraagt of dit het begin van de Apocalyps is. In de Volkskrant staat een reportage van Maarten Keulemans over het RIVM. Hij meldt dat hij woensdag nog gewoon de hand mocht schudden van Aura Timen , hoofd van het Centrum Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding. Hij vraagt: ‘In internationale vergelijkingen komt Nederland steeds naar voren als land dat enorm goed is voorbereid op nieuwe ziekte-uitbraken. Waar zit hem dat in?’ Timen noemt het fijnmazige netwerk van huisartsen en GGD’s die met elkaar in verbinding staan en met de ziekenhuizen die volgens haar toegerust zijn op een uitbraak. ‘Maar we gaan ervanuit dat de preventie van infectieziekten al zo goed is doorgevoerd in het dagelijks handelen van alle schakels, dat het niet nodig is.’

Maar op 2 maart meldt Nieuwsuur dat de huisartsen niet voorbereid zijn. Zij beschikken niet over de beschermingsmiddelen. En uit de later gepubliceerde reconstructie van de Volkskrant blijkt dat de GGD’s dan ook al niet meer het veelgeprezen contactonderzoek aan kunnen. Er is een groot tekort aan alles, van tests tot wattenstaafjes.
In Noord-Brabant blijkt een besmettingshaard die de zorg in de regio onder grote druk zet.

Op 6 maart meldt Mark Rutte dat in Nederland de eerste coronapatiënt is overleden. Op de persconferentie vraagt Michiel Breedveld (NOS) door over de mate waarin Nederland is voorbereid. Hij signaleert een run op mondkapjes en desinfecterende middelen. ‘... zijn we voldoende voorbereid als het om dit soort specifieke dingen gaat?’ Mark Rutte: ‘Ja, op dit moment is dat zo.’

Vier dagen later meldt Diederik Gommers, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Intensive Care, in Nieuwsuur dat hij zich grote zorgen maakt over het beschikbaar aantal ic-bedden. ‘Mijn collega’s in Italië zijn echt in paniek en zij waarschuwen ons dat we ons goed moeten voorbereiden.’

Echt onderzoek zal later moeten uitwijzen hoe goed of hoe slecht Nederland zich heeft voorbereid op de pandemie. Er komt vast ook nog wel een studie naar de rol van de media. Een oordeel achteraf is natuurlijk makkelijk (en in dit geval ook heel beperkt) en ik besef dat berichtgeving over een dreigende gezondheidscrisis ingewikkeld is.

Je weet niet of Nederland beter voorbereid had kunnen zijn, als journalisten meer hadden doorgevraagd en vinniger hadden gespit. De macht van de pers blijkt in de praktijk beperkter dan we denken of hopen. Een eerste terugblik werpt wel de vraag op of wij journalisten aanvankelijk niet te graag wilden geloven in een goede afloop –  we zijn tenslotte ook maar mensen. En hoe media (en politici) het beste om kunnen gaan met de wetenschap dat er in zo’n crisis op de belangrijkste vragen geen antwoord is. Ook al moet je altijd zeggen dat er geen reden tot paniek is, je moet je wel blijven afvragen of dat ook echt klopt.

* Voor dit artikel baseer ik me op de berichtgeving over het coronavirus tussen januari en begin maart 2020 van NOS Nieuws, RTL Nieuws, Nieuwsuur, Telegraaf, AD, de Volkskrant, NRC en de transcripties van de persconferenties na afloop van het kabinetsberaad in die periode. Ik heb niet alles kunnen zien en lezen en houd me daarom aanbevolen voor aanvullingen en correcties.

Frits van Exter is voorzitter van de Raad voor de Journalistiek. Hij heeft geen stem in de beoordeling van klachten en schrijft op persoonlijke titel.

 

Praat mee

1 reactie

Sent Wierda, freelancejournalist, 4 mei 2020, 17:30

Duidelijk artikel! Het -vrijwel onzichtbare- Europese kantelpunt ligt iets eerder dan in Lombardije. De eerste Europese coronagevallen zijn in de tweede helft van januari geconstateerd in zuid-Duitsland. Daar zijn 15 werknemers van automaterialenfabriek Webasto in Stockdorf (bij Munchen) besmet door een bezoeker uit Wuhan. Aanvankeljk werd melding gemaakt van vier besmette werknemers, naderhand van tien en vorige week (eind april) heeft Merkel het over 15 besmette werknemers.
Merkel bracht vorig jaar september een bezoek aan de Webasto-vestiging in Wuhan.
Een bericht over corona in de Webasto-fabriek in Stockdorf verscheen op 30 januari op Automotive-online (door Maarten Bokslag).

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur

Linda Nab
Redacteur

Lars Pasveer
Redacteur

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur

Anneke de Bruin
Vormgever

Marc Willemsen
Webontwikkelaar

Vacatures & advertenties

redactie@villamedia.nl

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.