— maandag 6 april 2020, 08:07 | 0 reacties, praat mee

Frits van Exter: Over ‘rommelige’ vragen op persconferenties

© Paul Ryding

Frits van Exter denkt met je mee over dilemma’s. Dit keer: Moet je een persconferentie wel live uitzenden? Een paar aanbevelingen.

Arjan Lubach toonde zich vorige week verontwaardigd dat de NOS de live-uitzending van de persconferentie van de regering afbrak om de politiek redacteur te vragen naar zijn inzichten bij hetgeen zojuist was verklaard. ‘Nabeschouwen terwijl de wedstrijd nog bezig is, dat doe je bij voetbal toch ook niet.’

Maar misschien is het maar beter dat de kijker het verloop van de persconferentie niet kon volgen (overigens kan dat wel online). Voor nieuws geldt misschien wat ook voor wetten en worst geldt: je moet niet willen weten hoe het wordt gemaakt.

Er worden er dezer weken weer vele, geheel of gedeeltelijk, live uitgezonden, maar de persconferentie is eigenlijk een beroerd middel om mensen rechtstreeks te informeren over belangrijke zaken. Het is hoogstens handig om zoveel mogelijk journalisten in relatief korte tijd te bedienen met antwoorden op alle mogelijke vragen. Dat levert de ingrediënten op, waarmee journalisten hun worsten kunnen bereiden om later uit te serveren – op een bord met mes en vork, wel zo netjes.

Voor de kijker is een persconferentie toch al moeilijk te volgen. Het is al heel wat als de vragen verstaanbaar zijn. De journalisten blijven, op een enkele kruin na, buiten beeld. Je ziet een premier kijken in de richting van een ruimte buiten jouw blikveld.

De regie ligt meestal bij de Rijksvoorlichtingsdienst, die er vooral op lijkt te willen toezien dat iedereen op z’n beurt een vraag stelt (NOS Nieuws steevast voorop). Daarbij telt het soortelijk gewicht van het medium, niet van de vraag.

Bij een crisis als deze zit de burger op het puntje van z’n stoel in de hoop te horen waar hij aan toe is. De premier en enkele ministers hadden in de eerste corona-persconferenties moeite om de vitale informatie goed over te brengen. ‘Rommelig’, noemde Mark Rutte zelf het verloop van de sessie op 23 maart, waar vier bewindslieden van alles wel en niet (en soms half) verklaarden. Een week later waren de communicatielijnen duidelijk strakker aangetrokken. De premier was klip en klaar. En ook de minister van Volksgezondheid onderdrukte zijn neiging uit te wijden. Er was regie en dat is fijn in een crisis.

Rest de vraag of de media hun zaken ook zo op orde hebben. De kijker moet erop kunnen rekenen dat de journalisten de vragen stellen die hij op dat moment het belangrijkst vindt. Dat zij ter zake kundig en kritisch zijn (‘verantwoord kritisch’, schreef ik eerder over de houding van media in een pandemie), zich bewust zijn van de zwaarte van de situatie, daarom ook niemands tijd willen verdoen met trivia of ego-dingetjes. En bovenal dat zij de kunst van het vragen stellen zodanig beheersen dat zelfs politici zich genoodzaakt voelen daar een antwoord op te geven waar je wat aan hebt.

Ik hoor en zie dat journalisten zich daarin onderscheiden. Het is misschien aanmatigend en ik besef dat journalisten nu onder hogere druk moeten werken, maar ik denk dat er ruimte voor verbetering is. Het is soms ook wat ‘rommelig’ aan die kant.

Een paar aanbevelingen op basis van enkele van de twintig vragen die op de persconferentie van 31 maart aan premier Rutte en minister Hugo de Jonge werden gesteld (voor Lubach en andere belangstellenden nog terug te kijken):

Journalist: ‘Kunt u schetsen, waar staan we eigenlijk in de strijd? Of is de boodschap aan Nederland: we zijn nog maar net begonnen?’ Antwoord van de premier: We zijn voorbij de start, maar nog niet aan het einde van het begin.

Stel een vraag, die een concreet antwoord vereist.

Journalist: ‘Ik kan me voorstellen dat mensen die dit zien toch ook denken “wat overkomt me nu?” Wat zegt u tegen mensen die zorgen hebben… heb ik nog wel een baan ondanks de regelingen… ondanks de plekken op de IC, heb ik straks nog wel een ziekenhuisbed? Wat zou u tegen die mensen zeggen?’

Stel een vraag, nodig iemand niet uit een toespraak te houden.

Journalist: ‘We vragen nu al een tijdje het maximale van alle mensen die in de ziekenhuizen werken. We begrijpen nu ook, het gaat nog wel een tijdje duren. Hoe lang kunnen zij dat volhouden?’ Antwoord van de minister: Hij vindt het een belangrijk punt waar hij niet meer over kan zeggen dan dat we alles op alles moeten zetten opdat ze het volhouden.

Doe je huiswerk. Zijn er bijvoorbeeld concrete meldingen van ziekenhuizen over het risico van uitputting onder personeel? En wat zou een regering daaraan kunnen doen?

Journalist: ‘Het woord complete lock-down valt nog wel eens. U breidt alleen de regels niet uit, maar u verlengt. Dan ligt ook op de loer, wat ik wel een beetje merk als ik in de stad boodschappen doe, dat het gaat verwateren, dat mensen er makkelijker over gaan denken. Stel dat u besluit een echte lock-down in te voeren, is Nederland er dan klaar voor? Heeft u alles paraat? Want de laatste keer, toen we de eerste lock-down hadden, moesten in 45 minuten alle kroegen leeg zijn. Ik vroeg me af, staat dat scenario klaar en hoe zit dat?’

Houd het kort, vermijd al te particuliere inzichten en wees nauwkeurig – over welke mogelijke lock-down-maatregel heb je het?

Journalist: ‘Over de zorg werd geroepen… nou, extra toelage. Daar heeft u toen positief op gereageerd. Kunt u zeggen of dat doorgaat?’ Premier: Maar daar heeft de Tweede Kamer toch een motie over aangenomen?

Stel geen vraag waarop je het antwoord had kunnen weten.

Journalist: ‘Is een verdergaande lock-down dan nu ook uitgesloten?’ Antwoord premier: Niets is uitgesloten.

Vraag nooit iets uit te sluiten en zeker niet aan een politicus.

Journalist: ‘U noemt het een “intelligente lock-down”. U bent ervan overtuigd dat de Nederlandse handelwijze – anders dan bijvoorbeeld in Duitsland waar het gewoon verboden is om in een park te gaan zitten of om met meer dan twee mensen op straat te gaan – dat dat de juiste weg is?’

Ik aarzelde er een vraagteken bij te zetten omdat het klonk als een aanname en niet een vraag. Wie een politicus voorlegt dat hij denkt op de goede weg te zijn, kan er vrij zeker van dat de politicus dat niet ontkent. Vraag dus niet naar de bekende weg tenzij je het antwoord per se wilt vastleggen.

In de pandemie zijn er meer vragen dan antwoorden. En daar komen elke dag nieuwe bij. De goede vragen stellen is een journalistiek ambacht. Altijd belangrijk, maar zeker als het publiek gespannen meekijkt.

Frits van Exter is voorzitter van de Raad voor de Journalistiek, maar heeft geen stem in de beoordeling van klachten. Hij verwoordt slechts zijn eigen mening.

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur

Linda Nab
Redacteur

Lars Pasveer
Redacteur

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur

Anneke de Bruin
Vormgever

Marc Willemsen
Webontwikkelaar

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.