— dinsdag 21 april 2020, 08:50 | 0 reacties, praat mee

Frits van Exter over ‘anderhalvemeterjournalistiek’

© Paul Ryding

De journalistiek heeft zich fysiek al aardig aangepast aan de nieuwe anderhalvemetersamenleving. Maar wat zou het inhoudelijk kunnen betekenen? (Minder vraagtekens om te beginnen.)

Bestaat er ook zoiets als anderhalvemeterjournalistiek? En dan heb ik het niet zozeer over de lange microfoonhengels of de leegte tussen presentatoren en gasten van praatprogramma’s zonder publiek, de soms wat moeizame verbindingen via de laptop (zet ‘m op een stapel boeken tot ooghoogte, denk aan de onderkin) of de poses voor fotografen in de deuropening of voortuin. Fysiek lijkt de journalist zich, net als bijvoorbeeld de pakjesbezorger of de caissière, al redelijk te hebben aangepast.

Nu ook andere sectoren het ‘nieuwe normaal’ moeten zien uit te vinden, rijst de vraag of journalistiek in de anderhalvemetersamenleving ook inhoudelijk iets anders is of kan zijn. Ik hoop dat journalisten, redacties en directies ergens de tijd vinden om na te denken welke rol zij in het abnormale kunnen vervullen. Misschien kunnen ze ook nog even terugblikken op het vele, vaak voortreffelijke, dat zij hebben gedaan. Een adempauze klinkt als een overbodige luxe, maar hoe de zoektocht naar een uitgang ook verloopt, vooralsnog moeten we erop rekenen dat het heftig, onzeker, ingewikkeld en langdurig wordt. Dan kun je maar beter even diep ademhalen voor je verder gaat.

Bij wijze van voorzet:

- Toch nog even fysiek. Het is zaak om voor jezelf en je bronnen de protocollen van de gezondheidszorg strikt na te leven. Wil je weer vaker op pad, ook op plekken waar de kans op besmetting groter is, dan dien je over beschermingsmaterialen te beschikken. Ik wil de vergelijking met oorlog niet maken, maar je stuurt ook geen verslaggever naar een conflictgebied zonder ervaring, training, bescherming, een pak geld en een verzekering – alleen is het nu niet Noord-Syrië, maar Boekel, Noord-Brabant en overal.

- En ook materieel: hoe ga je het economisch overleven? Het is mooi dat de belangstelling voor nieuws van betrouwbare media in de eerste vijf weken heel hoog was. Maar dat zegt weinig over de lange termijn. Een diepe recessie kan geen goed nieuws zijn voor media die het in goede tijden al zwaar hebben. Het is ook mooi dat er meer subsidies en kredieten ter beschikking komen, maar die kunnen structureel weinig soelaas bieden. Ik ben geen uitgever of commercieel-directeur, maar misschien is het nu juist tijd de aarzelingen over oude, wellicht onorthodoxe plannetjes (betaalmuur, abonnementen, donaties, samenwerkingsverbanden, het versnelde afscheid van papier, betaalde diensten, enz.) te overwinnen.

- En voor de vele freelance journalisten kan dit een moment zijn zich Darwiniaanse vragen te stellen. Wie een aardige winkel had met sportverslaggeving of theaterrecensies, moet zich afvragen of er nu niet meer brood zit in een ander specialisme.

- Neem gas terug. Het is tijd een nieuw evenwicht te zoeken. Kunnen wij en ons publiek dit hoge tempo kwantitatief en kwalitatief langer aan? Past er meer op de agenda dan corona? Beoefen triage: maak onderscheid tussen vragen die nu relevant zijn en die dat nog niet zijn. Vermijd daarbij al te verre vergezichten: blijven we thuiswerken, is dit goed of slecht voor het klimaat, is dit het einde van het reizen zoals we dat gewoon waren? Allemaal heel interessant, maar er zijn te veel onzekerheden om er iets zinnigs over te zeggen. Je hebt al de handen vol aan het kritisch berichten over wat er nu allemaal gaande is.

- Over vraagtekens gesproken: er zijn talloze acute en minder acute vragen waar we geen antwoord op weten. Een vraagteken boven een artikel of item kan trekken, maar ook danig teleurstellen (ik beken ook schuld), zeker als het om praktische, vitale informatie gaat. Dus liever niet: ‘Zijn mondkapjes zinnig?’ Beter iets als: ‘Wat we nu weten over het nut van monddoekjes’.

- Over service-informatie gesproken: houd er rekening mee dat iedereen op de een of andere manier ervaringsdeskundige is, maar verschillende ervaringen heeft afhankelijk van zijn omstandigheden. Dat is ook een reden om het publiek bij je werk te betrekken: het biedt meer zicht op de vraag hoe de samenleving zich een weg zoekt door deze crisis en wat de meest relevante vragen daarbij zijn. En besef ook dat we inmiddels zoveel weken verder zijn. We weten nu wel hoe leuk zelf brood bakken of een vrijmibo op Zoom kan zijn.

- Persoonlijke mantra’s: meer feiten, minder meningen; meer (voorzichtig) op pad, minder googelen; meer onderzoek, minder desinformatie; meer deskundigen, minder BN’ers; meer columnisten die echt inzicht, herkenning of verstrooiing bieden en minder die… u weet wel. En maak het niet leuker of verdrietiger dan het is en niet groter of kleiner. Het is wat het is (en wees trouwens ook zuinig met semi-filosofische wijsheden).

En natuurlijk, houd anderhalve meter afstand, maar blijf er journalistiek zo dicht mogelijk op zitten.

Frits van Exter is voorzitter van de Raad voor de Journalistiek. Hij heeft geen stem in de beoordeling van klachten en schrijft op persoonlijke titel.

 

Praat mee

banner loopbaanontwikkeling NVJ

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur

Linda Nab
Redacteur

Lars Pasveer
Redacteur

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur

Anneke de Bruin
Vormgever

Marc Willemsen
Webontwikkelaar

Vacatures & advertenties

redactie@villamedia.nl

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.