— dinsdag 11 mei 2021, 12:32 | 0 reacties, praat mee

Frits van Exter: ‘Journalisten, wees geen vakkenvuller in het publieke debat’

© Paul Ryding

Er moet meer dualisme komen tussen kabinet en Kamer, maar misschien ook wel tussen journalistiek en politiek, schrijft Frits van Exter in een essay in de Volkskrant van zaterdag 8 mei. Maar hoe bereik je dat? Van Exter ziet hoe groot de invloed van talkshows is op het debat en heeft suggesties voor de journalisten die er aanschuiven.

Sprekend over de bestuurscultuur richtte Herman Tjeenk Willink zich tijdens zijn persconferentie op 30 april bijna terloops tot de politieke verslaggevers: ‘... ook u (vormt) deel van het probleem en dus mogelijk ook deel van de oplossing’. Een toelichting bleef uit en de journalisten vroegen daar ook niet om.

Het ging om de verhouding tussen Kamer en kabinet. Om meer dualisme, herstel van macht en tegenmacht, minder oeverloze actualiteitsdebatten. Om dunne regeerakkoorden, minder coalitiedwang en om de vraag of Mark Rutte wel door kan. Er was, kortom, meer om je druk over te maken dan die ene zin over de media.

Maar toch: ‘deel van het probleem’ – het is niet niks.

Het is vaker opgemerkt, Tjeenk Willink is al decennia consequent in zijn kritiek op het functioneren van politiek, bestuur en media. Hij heeft het samengevat in zijn boek Groter denken, kleiner doen (2018). De democratische rechtsorde staat of valt met de kwaliteit van het publieke debat. In zijn ogen is die pover, mede doordat de journalistiek in gebreke blijft. ‘Wie draagt nog de – vaak ongemakkelijke – feiten aan? Wie herinnert nog aan de gemeenschappelijke waarden en spelregels die de democratische rechtsorde eigen zijn?’ Het zou de onafhankelijke journalistiek moeten zijn. Maar Tjeenk Willink meent dat zij verzaakt uit angst om voor elitair te worden versleten of de concurrentieslag te verliezen. ‘Het incident wordt belangrijker dan de verklarende context, de privépersoon sprekender dan de functionaris, de presentator van de nieuwsshow gewichtiger dan het nieuws.’

De verleiding is groot om hiertegen in te brengen dat het een wat versleten generalisatie is. De journalistiek nu is immers zo veel beter dan in de jaren zeventig, toen Herman Tjeenk Willink zijn eerste schreden zette op het Binnenhof. Bij het uitbreken van de coronacrisis wendden burgers zich massaal tot de klassieke media, hongerend naar zinvolle informatie. En als de bestuurscrisis nu echt wordt aangepakt, is dat mede te danken aan de journalisten die de toeslagenaffaire aan het licht brachten (en natuurlijk ook aan de fotograaf die Kajsa Ollongren met haar memo snapte). Het zijn maar voorbeelden.

Maar ook dat is een generalisatie waarmee we niet zoveel opschieten (en de lezer moet daarbij bedenken dat de journalistiek mijn broodje smeert). Je hoeft niet Arnold Karskens te heten om te beseffen dat er tekortkomingen zijn. De journalistiek weet dat zelf heel goed. Zo’n beetje sinds Pim Fortuyn heeft zij zich neergelegd op de bank van de therapeut, koortsachtig op zoek naar het antwoord op de vraag hoe zij de gunst van ‘het volk’ heeft kunnen verspelen. En de opkomst van sociale media heeft de identiteitscrisis aangewakkerd: mensen nemen liever nepnieuws van wappies tot zich.

Nog een algemeenheid: het kan altijd beter. Als er een probleem is in de politiek (en dat is er ook altijd), is de journalistiek medeplichtig, omdat zij in tijden van medialogica de overhand heeft in het debat. Laten we daarom niet langer dralen bij het probleem, maar ons in de geest van Tjeenk Willink afvragen hoe de journalistiek deel van de oplossing kan zijn. Moet er behalve tussen kabinet en Kamer ook meer dualisme zijn tussen politiek en journalistiek? En hoe bereik je dat?

Toevallig bood Xander van der Wulp, politiek verslaggever voor de NOS, diezelfde vrijdag 30 april een concreet antwoord: niet meer zo veel optreden in talkshows. Hij zei in de podcast De stemming tegen collega Joost Vullings van EenVandaag dat hij uitnodigingen steeds vaker afslaat, niet alleen omdat hij het druk heeft, maar ook uit ongemak over de rol die hij geacht wordt te spelen.

Beide journalisten zien het als hun taak om inzichten te bieden bij het politieke nieuws. En omdat er altijd politiek nieuws is of bedacht kan worden, verschijnen zij vaak in de praatprogramma’s. ‘Wij zijn de vakkenvullers in de draaiboeken’, zei Vullings ironisch. ‘En van de talkshows’, voegde Van der Wulp toe.

Zij doen dat vaker dan anderen. In het coronajaar 2020 verschenen in Op1, volgens de telling van onderzoeksbureau Nieuwsmonitor, 310 journalisten, 258 experts, 184 ‘mediapersoonlijkheden’ (Gerard Joling c.s.) en 159 politici. De lijst wordt aangevoerd door Joost Vullings (37 keer aan tafel), gevolgd door viroloog Ab Osterhaus (33 keer) en Xander van der Wulp (31 keer).

Meer journalisten nemen de plaats in van politici, die liever niet komen als het even tegenzit of worden overgeslagen omdat ze niet gedijen in het format dat vraagt om snelle, snedige quotes. Hoe blij we ook zijn met onafhankelijke journalisten die niet langer slechts met feiten het debat voeden maar ook met inzichten en meningen, in de praatprogramma’s blijkt dat er een risico is.

Het was ook Vullings opgevallen dat hun rol misverstanden oproept. Een vrouw had hem op Twitter ‘kontenlikker’ genoemd. Ergens begreep hij dat ook. Als je probeert uit te leggen waarom politici doen wat zij doen, kun je daarmee ook de indruk wekken dat je begrip voor ze hebt. Van der Wulp vindt het ook lastig als boze burgers te gast zijn. Voor je het weet, zit je letterlijk en figuurlijk tegenover ze, omdat ‘mensen (...) denken: hij zit er om het uit te leggen, dus hij zal het er wel mee eens zijn’.

Het siert de journalisten dat zij dit openhartig bespreken. De opname vond overigens plaats in de ochtend voordat Tjeenk Willink zijn verslag uitbracht en het ‘ook u’ uitsprak tot het journaille.

Die avond maakten alle talkshows ruimte voor de bevindingen van de verkenner (waarbij ‘het probleem’ van de media dus onbesproken bleef). In De vooravond schoof Jort Kelder aan, aangekondigd als ‘politiek liefhebber’. Bij Beau was Floor Bremer, politiek redacteur van RTL, te gast. En in Op1 deelde haar collega bij BNNVara, Peter Kee, zijn analyse. Hij was ooit degene die de politieke gasten ‘regelde’ voor Pauw & Witteman, maar nu hoor en zie je hem vaker als commentator.

Er waren geen politici te bekennen. Ja, minister Hugo de Jonge zat tegenover Kelder, maar hij wilde het alleen hebben over vaccineren. Bij Beau was ook oud-Kamerlid Henk Krol, maar dan toch vooral om zijn bed-met-ontbijtgelegenheid aan te prijzen. En bij Op1 mocht oud-Kamervoorzitter Gerdi Verbeet een bijdrage leveren, maar zij was uitgenodigd als voorzitter van het Nationaal Comité 4 en 5 mei.

Het was aan de ‘liefhebber’ en twee politiek redacteuren om te duiden hoe we uit de crisis moeten komen. Dat deden ze met verve, maar als de avond al niet de kritiek van Tjeenk Willink illustreerde, dan ten minste het dilemma van Van der Wulp: hoe geloofwaardig ben je als tegenmacht, wanneer jij de macht moet verklaren?

Het is de vraag of zijn antwoord (minder komen) het beste is, want dan neemt Peter Kee of een ander zijn plaats in. Volgens Kee, die een boek over zijn avonturen achter de schermen schreef (Het briefje van Bleker, 2012), is de Nederlandse talkshow uniek in de wereld. Sommigen zullen zeggen dat al die andere landen dan beter af zijn. Want er is al kritiek sinds Barend en Van Dorp eind jaren negentig de glazen en borrelnootjes op hun tafel zetten.

De Groene Amsterdammer vroeg zich onlangs (24 maart) nog bezorgd af of wij ‘onze democratie wel kunnen overlaten’ aan de presentatoren van de talkshows met de missie ‘Drang om te scoren. Zoeken naar conflict. Op jacht naar hoge kijkcijfers’.

Hans Laroes, oud-hoofdredacteur van de NOS, schreef in NRC (28 januari) het ergste te vrezen voor de verkiezingscampagnes: ‘Spektakel. Lollige filmpjes. Boze burgers. Snelle meningen en hanige handigheid in plaats van onderzoek en analyse. Winst- en verliesvoorspellingen door Haagse journalisten die verder werken aan hun tv-persoonlijkheid. Peilingen! Veel van die elementen zijn niet nieuw, maar ze vormen in de cocktailshaker van de talkshow een giftige drank.’

Ik mopper er graag op, maar ik kijk er bij tijd en wijle ook graag naar, omdat ik wil weten wie er zit en wat er wordt gezegd over het nieuws, en natuurlijk over het naderend Songfestival. De journalistiek is veel meer dan haar aandeel in praatprogramma’s, maar het zou jammer zijn als zij afzegt. Er kijken miljoenen mensen, ook mensen voor wie het de belangrijkste bron van informatie is. De talkshows hebben grote invloed op het publieke debat, dat volgens Tjeenk Willink zo veel beter moet. Des te meer reden om aan die tafels, in weerwil van alle beperkingen, te laten zien wat onafhankelijke journalistiek kan bijdragen.

Frits van Exter is journalist, voorzitter van de Raad voor de Journalistiek en voormalig hoofdredacteur van Trouw en Vrij Nederland. Dit artikel verscheen eerder als essay in de Volkskrant van zaterdag 8 mei.

Enkele praktische suggesties:

- Herinner jezelf, het publiek en de presentatoren aan je rol: ik zit hier om te vertellen wat ik als journalist te weten ben gekomen. En wat ik niet weet, zeg ik ook. Laat je niet verleiden om te speculeren. ‘Wat er zich nu tussen Hoekstra en Omtzigt afspeelt? Geen idee.’ Voor toekomstvoorspellingen moet je overdag tv-kijken.
- Leg uit hoe je aan je informatie komt. Anonieme bronnen zijn onvermijdelijk, maar hoe duidelijker je bent over je gebruik ervan, des te geloofwaardiger. Vermijd vooral: ‘In de wandelgangen wordt gefluisterd dat…’
- Als aan tafel ook de spreekwoordelijke boze burger zit, onderdruk dan de neiging om een goed woordje te doen voor de veelgeplaagde minister die een ingewikkeld dossier het hoofd moet bieden. Dat moet de bewindspersoon dan maar zelf vertellen.
- En als er een politicus zit, vergeet dan dat je in de wandelgangen zo’n goed informeel contact hebt. Als het rode licht brandt, ben jij de tegenmacht. En Mark Rutte is gewoon ‘meneer Rutte’, hoe vaak hij je ook bij de schmink hoi-zeggend op de schouder heeft geslagen. Het is misschien toneel, maar houd je wel aan je rol. Dat doet hij ook.
- En als politici niet komen, of hun spindoctors allerlei voorwaarden stellen, vertel het de kijker. Openheid heeft haar grenzen, maar het is als met de openbaarheid van bestuur: hoe minder je weglakt, hoe beter het is. Onderschat het publiek niet: het heeft een opzetje zo door.
- Bedenk dat de redactie vuurwerk verwacht. Ik spreek uit ervaring. Ooit werd ik afgebeld omdat ik in mijn voorgesprek met de redactie niet ‘leverde’. Toen ik die avond keek wie er in mijn plaats zat, hoorde ik hem als eerste zeggen: ‘Daar zakt je broek toch van af.’ Mijn advies: geef hem van katoen in het voorgesprek, eenmaal voor de camera kun je zo genuanceerd zijn als je wilt (maar overdrijf het niet, als je vaker wilt komen).
- Wees een vakman, wapen je met kennis. Ga bijvoorbeeld te rade bij collega’s die onderzoek hebben gedaan naar de zaak van de dag, maar die niet worden uitgenodigd omdat ze te nerdy (en genuanceerd) zouden zijn. Noem ze bij naam – zij zijn helden.
- Kijk na afloop niet op Twitter wat ze van je vinden.
- Wees geen vakkenvuller. Als je niets te melden hebt, blijf dan weg. Thuis zullen ze je erom prijzen: je bent niet onmisbaar voor de natie.
- En hoor alles wat Gerard Joling zegt uitdrukkingsloos aan. Voor hem is het een talkshow, voor jou is het een praatprogramma, waarin, volgens het motto van Op1, ‘duiding van actualiteit en reflectie op de waan van de dag een belangrijke plaats innemen’.

Ik besef dat dit niet de handreikingen zijn om ‘het probleem’ van de media op te lossen. Dat is me ook te veel. Zie het als een kleine bijdrage in de geest van Herman Tjeenk Willink, die zijn boek met reden de titel Groter denken, kleiner doen gaf. ‘Elk initiatief telt als het gemeenschappelijke doel – het bewaken van de democratische rechtsorde – ons duidelijk voor ogen staat.’

En als de politiek het al een heel ding vindt om het coalitie-onderonsje op maandag te schrappen, dan mag je bijna van een revolutie spreken als een politiek verslaggever voortaan tegen de presentator van dienst wat vaker zegt: ‘Dat moet je mij niet vragen. Geen idee.’

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur

Linda Nab
Redacteur

Lars Pasveer
Redacteur

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur

Anneke de Bruin
Vormgever

Marc Willemsen
Webontwikkelaar

Vacatures & advertenties

redactie@villamedia.nl

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.