Freelancespagaat: ‘Nu ben ik degene die iets verlangt en vraagt en krijgt’
Lisanne van Sadelhoff is freelancer en bericht in deze column over de freelancespagaat waar ze geregeld in terechtkomt. Dit keer: als je zelf in de rol van opdrachtgever zit.
Mijn leven bestond ooit uit weken, tergend traag voorbij kruipende weken waarin ik soms wel tien, twaalf uur transcribeerde en bij elke interview-opname in een existentiële crisis belandde. Elk opname hield me een spiegel voor. Een pijnlijke spiegel.
Wie naar zichzelf luistert, hoort zichzelf namelijk ongemakkelijk lachen, stotteren, eh-en, de keel schrapen (doe ik dat echt zo vaak!?) en grapjes maken die niet echt lekker vallen. Geregeld schreeuwde ik tijdens het transcriberen naar mijn voice-recorder: ‘VRAAG DAN DÓÓR, VERDOMME’.
Het moest anders, besloot ik. Diezelfde dag nog zag ik een post op het zelfverheerlijkingsmedium LinkedIn. Een collega die ik hoog heb zitten bedankte iemand voor het altijd trouw uitwerken van zijn interviews. Háár moet ik hebben, dacht ik, zíj mag, als ze wil, voor mij gaan transcriberen.
Het voelt onwennig, op het decadente af. Ik danste jarenlang enkel naar de pijpen van redacties (ik ben goed in die dans geworden), en nu ben ík degene die iets verlangt en vraagt. En krijgt.
Als een moeder die een nanny heeft. Als een zakenvrouw die een chauffeur inhuurt. Als iemand die elke week naar de schoonheidsspecialiste gaat.
Maja heet ze. Ze is een erg prettig persoon, werkt snel, kneitergoed, duizend keer beter dan welke app ook. En, fijne bijkomstigheid: ze doet het tegenovergestelde van wat ik altijd tijdens het transcriberen doe. Ze zet er positieve opmerkingen bij: ‘Leuk weetje!’ Of: ‘Goede vraag.’ Of: ‘Moooooi!’
En nu is dus het ondenkbare gebeurd: na jarenlang enkel opdrachtnémer te zijn geweest, ben ik nu dus ook opdrachtgéver. En je verwacht dat als je opdrachtgever bent, je je zaken op orde hebt. Netjes en duidelijk communiceert. Professionéél bent.
Maar laatst, toen een interview met een niet nader te noemen BN’er last minute niet doorging, stond ik met lege handen. Ik hoorde niets van de redactie over een eventuele vervangende klus, over de reiskosten en voorbereidingstijd die ik er al aan kwijt was geweest, irritánt vind ik dat altijd.
En door al die onduidelijkheden kon ik dus óók mijn transcribeerder niets laten weten. Ik vond het ongemakkelijk om haar werk te ontnemen, ik wíst hoe vervelend dat was, sterker nog: mij was óók werk ontnomen. Dus ik zweeg.
Tot Maja me na een half etmaal belde. ‘Kun je het de volgende keer eerder laten weten?’, zei ze.
‘Ook als je nog niets weet over een vervangende klus, kun je dat zeggen. Dat voelt prettiger.’ En zo gebeurde het, dat mijn transcribeerder de taak van mijn interviewopnames overnam. Hallo spiegel.


Praat mee