website over journalistiek

x

Villamedia heeft een app

 

Freelancer kan beter naar zichzelf wijzen dan naar uitgever

Peter J. Latjes, directeur HolaPress Communicatie — Geplaatst in Innovatie op vrijdag 3 augustus 2018, 13:33

Opinie Nederlandse mediabedrijven krijgen wel degelijk staatssteun. Het mag alleen niet zo heten. En de overheid faciliteert het onderbetalen van freelancers, schreef Miro Lucassen onlangs op Villamedia. Journalist en uitgever Peter Latjes vindt dat Lucassen de schijnwerper beter op de freelance journalisten kan richten. Die moeten meer ondernemer worden en vanuit de veranderende marktomstandigheden redeneren.

Als oud-journalist, zowel in vaste dienst als freelance, zowel onder- of zelfs helemaal niet betaald als zeer genereus betaald, zowel voor dagbladen, weekbladen, vakbladen als nieuwsbrieven van zowel commerciële als niet-commerciële partijen, ben ik in de eerste helft van de jaren negentig het uitgeversvak ingestapt.

De aanleiding? Na ruim 20 jaar freelance te hebben gewerkt, was ik het kotsbeu om door die riant betaalde collega-journalisten in vaste dienst te worden afgezeken over mijn verdiensten en door die uitgevers te worden uitgebuit, die niets anders deden dan met mijn bijdragen riante winsten te maken. Want wat is uitgeven nou eenmaal? Toch zeker niets anders dan met een zak met geld papier laten bedrukken, dat bij de lezers tegen betaling laten bezorgen om vervolgens de winst te gaan zitten tellen?

Dat was toen, want inmiddels geef ik al weer bijna een kwart eeuw succesvol het vakblad Riolering uit en zijn er van de 12 uitgaven waar ik ooit aan ben begonnen, er op dit moment nog 2 over. Onder de 10 bladen die verloren zijn gegaan, is onder meer het weekblad Facilitair & Gebouwbeheer, waarvan ik het verlies niet meer geteld heb vanaf het moment, dat de grens van een miljoen euro verlies werd gepasseerd.

Helemaal gelijk, da’s ook eigen ondernemerschap, daar hebben de journalisten die daar gedurende al die jaren bij elkaar tientallen arbeidsjaren een goede boterham van hebben gehad, geen boodschap aan en wie zijn gat verbrandt, moet ook zelf op de blaren zitten. Ik zoek ook niet naar begrip voor deze situatie, want enkel mijn echtgenote weet hoe ik daar bijna ontelbare nachten van wakker heb gelegen, hoe ik mijzelf heb afgevraagd, waarom juist mij dat moest overkomen en was zij diegene die het chagrijn daarvan heeft opgevangen.

Tenzij zij hun eigen bijdragen uitgeven, worden journalisten als zzp’ers niet beloond op basis van hun inzet, niet op basis van hun journalistieke kwaliteiten en al helemaal nooit op basis van hun commerciële verdiensten. Het antwoord op de vraag of dat jammer is, hangt af van de persoon die daarop antwoord moet geven.

De succesvolle journalist interesseert het niet, omdat deze een prima inkomen heeft; de armoedzaaiende journalist spreekt er schande van, want voelt zich ondergewaardeerd en –betaald.

Voor beide groepen geldt, dat zij niet op basis van onzekerheid beloond willen worden, maar op basis van een uitgevoerde en vooraf afgesproken honorarium, ongeacht de (financiële) meerwaarde die de opdrachtgever aan de uitvoering van de opdracht ontleent. Met andere woorden, de opdrachtnemer levert een bijdrage, de opdrachtgever probeert deze zo goed mogelijk als het kan te vercommercialiseren in de breedste zin van het woord. Dat is een gegeven, dat al eeuwen oud was op het moment, dat internet zijn intrede deed.

Met de intrede van internet kwam deze, welhaast wetmatigheid, onder grote druk te staan. Plots waren we in een keer allemaal journalist geworden, lazen we geen kranten meer, maar hadden genoeg aan de Nu.nl’s van deze wereld, zodat we de kranten en tijdschriften de deur uit konden doen, en begonnen voortaan alles op te zoeken, want Google, Twitter en Facebook zijn gratis, sneller en completer.

Dat deze instituties nergens voor betalen, nergens toe bijdragen en geen opdrachten geven aan freelance journalisten, maar als geen ander profiteren van hun inspanningen is blijkbaar een gegeven, dat niet op het netvlies van veel freelance journalisten staat. Een gemiste kans, want vanaf toen zakte het medialand voor het grootste deel in elkaar. Vanaf deze plaats hulde aan de uitgevers die er nog zijn, want zonder deze pioniers moesten we het alleen met Google, Twitter en Facebook doe en zouden er niet eens meer media resteren, laat staan opdrachtgevers!!!!

Dit alles maakt, dat de zichzelf onderbetaalde journalisten hun probleem op een aantal manieren zelf moeten oplossen, zoals hun opdrachtgevende uitgevers dat al eerder deden, vanaf het moment dat de verliezen zich opstapelden en met de faillissementen van uitgevers bijna dagelijks een krantenpagina te vullen was.

Enkele tips: zelf uitgever worden en daarmee zelf de winst, c.q. het verlies van hun bijdragen nemen; op basis van no cure no pay opdrachten gaan uitvoeren, waarmee de meerwaarde van hun bijdragen in eigen kas komt; zich laten omscholen - naar verluidt zijn er veel vacatures voor nachtwakers, ict’ers, leerkrachten, schaapherders en verkopers. Of gewoon meer uren werken, meer woorden per uur produceren of betere opdrachtgevers zoeken, want gezien de pulp die je regelmatig ongevraagd krijgt toegestuurd of op het internet tegenkomt, kan het niet anders of voor bekwame journaliste is er een uitstekende boterham te verdienen. Ook op freelance basis.

Maar voor welke oplossing je ook kiest, stop in ieder geval met klaagzangen over die wanbetalende, uitbuitende, slavendrijvende, rancuneuze, machtsmisbruikende, dwingende, kapitalistische, uitknijpende, etc. uitgevers. Je schiet er niet alleen niets mee op, maar loopt daarbij ook het risico, dat je zelf in die baarlijke nonsens gaat geloven. En dan ben je pas goed de sjors.

Dit artikel is mogelijk gemaakt door een bijdrage van HoLaPress Communicatie. De auteur is oud-journalist en schrijft voor dit bedrijf zeer regelmatig folders, persberichten, journalistieke bijdragen en brochures.

Nog geen reacties

Om te reageren moet je een Villamedia Account hebben en moet je eerst ingelogd zijn.

Mag Inspiration Day