Freelanceleven: Een kwetsbaarheid waar een kracht in schuilt
Praat er vooral over. Als freelancejournalist ben je misschien soms eenzaam en alleen, maar je bent zeker niet de enige. Onderzoeker Erwin van 't Hof steekt freelancejournalisten een hart onder de riem met zijn lezing op de slotavond van de podcastserie #Freelanceleven, afgelopen donderdag in Nieuwspoort.
De afgelopen jaren zijn Sanne Poot, ik en in de eerste afleveringen Menno van den Bos, heel Nederland doorgereisd om freelancers te spreken naar aanleiding van wetenschappelijke papers die ik gebruik voor mijn promotieonderzoek naar de arbeidsomstandigheden van freelancejournalisten.
De podcast had twee doelen: ten eerste om een brug te slaan tussen de wetenschap en de praktijk. En ten tweede om bij te dragen aan een cultuur van solidariteit onder freelancers, die vaak individuele ervaringen hebben die universeler zijn dan soms gedacht. Of om het onwetenschappelijk te zeggen: het idee was om gesprekken die freelancers onderling in de kroeg voeren naar de openbaarheid te trekken en te voorzien van een wetenschappelijk fundament.
De reden dat de podcast überhaupt bestaat is omdat een groot deel van de journalisten in Nederland als freelancer werkt. Hoeveel dat er precies zijn, blijft moeilijk te zeggen. Maar aangenomen kan worden dat ongeveer de helft van alle journalisten in Nederland als zelfstandige een weg zoekt door het journalistieke landschap. Arbeidswetenschapper Peter Fleming noemt de groei van het aantal zelfstandigen in de creatieve industrie een symptoom van ‘the radical responsibilization of the workforce’. In het geval van de journalistiek betekent dit dat de verantwoordelijkheid voor culturele productie – dat zijn de verhalen die journalisten maken - steeds meer lijkt te worden overgeheveld van bedrijven naar individuen.
Freelanceleven
Dit alles leidt tot het freelanceleven. Een bestaan waarin freelancejournalisten verhalen proberen te maken die ze belangrijk vinden, en tegelijkertijd op zoek zijn naar manieren om om te gaan met de radicale individuele verantwoordelijkheid die daarbij komt kijken. Waaronder: continu verhalen verzinnen, pitchen, factureren, werk zoeken, netwerken, lijntjes uitzetten, aan zelfpromotie doen en zich verhouden tot de machtsverhouding die er bestaat tussen freelancers en opdrachtgevers.
Een dominante interpretatie van de beleving van het freelanceleven in de wetenschappelijke literatuur is dat freelancers in hun dagelijks bestaan, dus tijdens hun freelanceleven, constant een spanning navigeren tussen aan de ene kant passie voor de journalistiek en aan de andere kant de precaire werkomstandigheden die kenmerkend voor de nieuwsindustrie.
Precariteit. In de literatuur zijn er grofweg twee dominante benaderingen van dat begrip dat ook steeds weer opdook in de afleveringen van de podcast: objectieve en subjectieve precariteit. Beiden benaderingen leiden tot verschillende waardevolle inzichten.
Objectieve precariteit
Objectieve precariteit gaat over arbeidsomstandigheden die meetbaar zijn: denk bijvoorbeeld aan tarieven voor freelancers en voorzieningen voor sociale zekerheid zoals een verzekering voor arbeidsongeschiktheid en pensioen. Of bijvoorbeeld de inrichting van freelanceovereenkomsten.
Vertrekkend vanuit het perspectief van objectieve precariteit is de conclusie van kritische wetenschappers als volgt samen te vatten: freelancers zijn onderdeel van een passie economie waarbij zeker schrijvende journalisten werk verrichten voor grote mediabedrijven voor lage tarieven waarbij ze zelf verantwoordelijk zijn voor sociale zekerheid. Een door neoliberalisme ingegeven individualistisch systeem dat onder meer door freelancers zelf in stand wordt gehouden omdat ze vanuit passievolle betrokkenheid met de journalistiek akkoord gaan met precaire arbeidsomstandigheden die in andere sectoren onhoudbaar zouden zijn. Een dynamiek die erg lijkt op die van de muziekindustrie.
De literatuur over subjectieve precariteit suggereert keer op keer dat de ervaring van het freelanceleven eerder één van paradoxale ambivalentie is.
Uit de jaarlijkse Monitor Freelancers en Media uitgevoerd door Henk Vinken en Hans Marien blijkt elke keer weer dat een groot deel van de freelancers niet of nauwelijks kan rondkomen van het journalistieke werk dat zij doen en in veel gevallen afhankelijk zijn van de inkomsten van een partner. Ook is het merendeel van de freelancers niet verzekerd voor arbeidsongeschiktheid. Dit soort onderzoeksresultaten, die aansluiten bij internationale studies, benadrukken dat als freelancer journalistiek bedrijven - in de woorden van kritische onderzoekers Jana Rick en Thomas Hanitsch - in veel gevallen een ‘social luxury’ is die lang niet voor iedereen is weggelegd.
Dan subjectieve precariteit. Dit gaat over de beleving van de organisatie van werk in de journalistiek. Denk hierbij aan zorgen over de toekomst, het gevoel serieus genomen te worden als freelancer en het gevoel controle te hebben over eigen werkinrichting en levenskeuzes. Een perspectief dat dus individuele reacties op objectieve precariteit bestudeert. Met andere woorden: op papier kunnen alle arbeidsomstandigheden van een individu voldoen aan objectieve maatstaven van precariteit maar de subjectieve beleving hiervan hoeft niet eenduidig precair te zijn.
De literatuur over subjectieve precariteit suggereert keer op keer dat de ervaring van het freelanceleven eerder één van paradoxale ambivalentie is. Freelancers voelen zich tegelijkertijd autonoom én afhankelijk, creatief én gebonden aan kaders, individuele ondernemers én onderdeel van een collectief met anderen die het freelanceleven leiden. Ambivalente gevoelens die ook steeds weer terugkwamen tijdens de opnames van freelanceleven.
Derde perspectief
Met mijn onderzoek en de podcast wil ik een derde perspectief voorstellen. Mijn analyse is dat het epistemologische vertrekpunt van onderzoek naar freelancers vaak een kritische observatie van de organisatie van werk in de nieuwsindustrie is en vervolgens een bestudering van de reactie hierop van individuele journalisten. De nadruk van wetenschappers met een dergelijk kritisch politiek economisch perspectief ligt op hoe freelancers ‘coping’ of ‘survival’ strategieën gebruiken om zich staande te houden binnen precaire arbeidsomstandigheden. Dit perspectief levert waardevolle inzichten op, maar roept ook de vraag op: is het freelanceleven dan echt alleen maar overleven?
Met bewustzijn van de uitdagende en vaak precaire omstandigheden waarin journalistiek werk wordt gedaan denk ik dat het een nuttige toevoeging is om de volgorde van veel onderzoek naar de arbeidsomstandigheden van journalisten om te draaien: in plaats van in de eerste plaats een kritisch politieke economische benadering met het gebruik van het concept precariteit als startpunt van observatie benader ik journalistiek werk het liefst als een politieke economie van hoop. Met als vraag: wat hopen freelancejournalisten te bereiken wanneer zij zich door de Nederlandse journalistieke wereld bewegen?
Een perspectief dat de nadruk legt op de hoopvolle manieren waarop freelancers een weg zoeken binnen de huidige organisatie van werk in de journalistiek en de uitdagingen die daar bij horen. Een perspectief waarbij ruimte is voor het bespreken van precariteit, obstakels en machtsverhoudingen, maar freelancejournalisten niet reduceert tot wat in de bredere literatuur over werk in neoliberale systemen soms het precariaat wordt genoemd: een arbeidersklasse die als een soort hulpeloze speelbal wordt uitgebuit binnen de creatieve industrie. Dat perspectief doet tekort aan wat wij hoorden tijdens de opnames van de podcast.
Hoopvol
Vertrekkend vanuit een hoopvol perspectief wil ik een aantal thema’s noemen die als rode draad door de podcastserie heenlopen. Om vrij praktisch te beginnen. Freelancejournalisten zijn continu op zoek naar een vorm van financiële stabiliteit in hun werk. Sommige freelancers besluiten daarom om veel te produceren voor verschillende nieuwsmedia om zo rond te kunnen komen. Dit leidt tot wat de Canadese onderzoeker Nicole Cohen de ‘precarity penalty of journalism noemt.’ Door zoveel en zo snel mogelijk te produceren om genoeg te verdienen om van rond te komen gaat dit ten koste van de algemene kwaliteit van het journalistieke werk dat wordt gemaakt, daarnaast geven freelancers zelf aan niet tevreden zijn met hun output. In de literatuur wordt deze strategie van freelancers ook wel ‘churnalism’ in plaats van journalism genoemd. Zoveel mogelijk produceren om maar rond te kunnen komen van journalistiek werk.
Een manier waarop freelancers dit probleem voor zichzelf proberen op te lossen is door alleen verhalen te maken waarvoor ze daadwerkelijk intrinsiek gemotiveerd zijn: een tweede thema dat impliciet of expliciet tijdens alle opnames aanwezig was. Freelancers beperken zich tot de productie van journalistieke verhalen die ze écht belangrijk vinden en zoeken daarnaast werk buiten de journalistiek dat beter betaald of draaien freelancediensten op redacties. Deze - in goed Nederlands - cross-subsidization van werk, waarbij in feite het een het ander betaald komt vaak voor.
Fundament
Hoe opdrachten buiten de journalistiek worden ervaren, verschilt sterk van individu tot individu. Sommige freelancers voelen ongemakkelijkheid bij het aannemen van commercieel werk, omdat het een verloochening zou zijn van hun objectieve en autonome positie als journalist. Andere freelancers zien het juist andersom: juist omdat ze een financiële basis elders hebben door werk buiten de journalistiek hebben ze een fundament dat hen de rust geeft om zich te kunnen focussen op verhalen die zij echt belangrijk vinden.
Een belangrijk gegeven is dat werk zoeken buiten de journalistiek in geen enkele vorm kan worden beschouwd als een individueel falen om het als freelancer te redden binnen de journalistiek, wat falen dan ook precies mag betekenen. Dat zou voorbij gaan aan de structurele organisatie van werk in de journalistiek waar de tarieven voor zzp’ers over het algemeen veel lager liggen dan gemiddeld.
Ik wil nog wat dieper ingaan op het belang van intrinsieke motivatie. Hoewel alle journalisten die we spraken konden benoemen wat volgens hen de brede maatschappelijke waarde is van de journalistiek, waren het de freelancers die heel specifiek konden verwoorden welke verhalen zij wilden vertellen en waarom dat belangrijk voor hen was die zich het beste staande konden houden binnen het freelanceleven.
Wat voorbeelden van die concrete intrinsieke motivatie: ‘Verhalen maken over Rotterdam’, ‘Verhalen maken over klimaatverandering’, ‘verhalen maken over zij die werken aan de onderkant van de samenleving’. Een concreet geformuleerde intrinsieke motivatie blijkt een constante waar freelancers steeds naar terug grijpen tijdens het freelanceleven, ook als het even tegenzit bij een opdrachtgever of fondsenaanvraag. Daarnaast opent het de mogelijkheid om die intrinsieke motivatie niet alleen kwijt te kunnen in journalistiek werk, maar ook daarbuiten. Door bijvoorbeeld lezingen te geven, als moderator van evenementen, les te geven of al programmamaker te werken voor niet-journalistieke organisaties die aansluiten bij persoonlijke normen en waarden. Wie hier een schoolvoorbeeld voor zoekt, kan Sanne tijdens de borrel aanspreken.
Door met elkaar te praten over de continue gevoelde spanning tussen passie en precariteit kan een cultuur van solidariteit ontstaan die leidt tot allerlei verbeteringen van het freelanceleven.
Een laatste thema. Naar aanleiding van de podcastopnames heb ik de indruk dat er een grote behoefte bestaat om het individuele freelanceleven een meer gedeelde collectieve ervaring te laten zijn.
De eerdergenoemde afwegingen om werk buiten de journalistiek te zoeken, ervaringen met opdrachtgevers, onderhandelen over tarieven, de emotionele kant van werken als journalist, fondsenaanvragen, ethische dillema’s die bij het werk komen kijken en wat te doen als je als zzp’er even niet in staat bent om te werken, het kwam allemaal voorbij tijdens de opnames van freelanceleven.
Opvallend was dat we bij het natafelen zonder de microfoons op scherp toch best vaak hoorden: dit soort gesprekken heb ik eigenlijk bijna nooit met mede-freelancers. De podcast, maar zeker ook avonden zoals deze, zijn gelegenheden om daar wat aan te doen. De connectie die de podcastgasten voelden met de wetenschappelijke literatuur, die veelal gebaseerd is op surveys en interviews met journalisten, benadrukt dat de beleving van het freelanceleven in grote lijnen universeel is. Door met elkaar te praten over de continue gevoelde spanning tussen passie en precariteit kan een cultuur van solidariteit ontstaan die leidt tot allerlei verbeteringen van het freelanceleven.
Zo kan een wijdverspreide cultuur van solidariteit onder freelancers een voedingsbodem zijn voor dialoog met opdrachtgevers. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de werkonderbrekingen bij DPG en NRC van de afgelopen jaren. Maar ook zeker aan dagelijkse gesprekken op en buiten de werkvloer. Omdat het freelanceleven zo alom vertegenwoordigt is in de Nederlandse journalistiek is het belangrijk dat niet alleen freelancers onderling, maar ook opdrachtgevers en andere spelers in de journalistieke wereld zich bewust zijn van de ambivalente ervaring die het freelanceleven is. Dat bewustzijn is zeker ook al aanwezig in Nederland. Zo weet ik bijvoorbeeld dat er meerdere opdrachtgevers zijn die ervoor kiezen om freelancers per maand in plaats van per woord te betalen, zodat er de tijd en rust wordt gecreëerd om echt in een verhaal te duiken.
Tot slot. Tegen alle freelancers hier aanwezig en iedereen die dit later als podcastaflevering luistert en soms worstelt met het freelanceleven wil ik zeggen: je bent misschien formeel zelfstandig zonder personeel, maar je hoeft niet alleen te zijn. Een belangrijke stap vooruit is meer collectief bewustzijn voor de geleefde ervaring van het freelanceleven bij iedereen die de journalistiek een warm hart toedraagt. Mijn punt hier is dat de radical responsibilzation of the workforce een verantwoordelijkheid is die gedragen kan worden door iedereen die actief is in de journalistieke wereld. Daarvoor is continu een open en eerlijk gesprek nodig over die ambivalentie ervaring die het freelanceleven is, ook als dat soms kwetsbaar voelt. Een kwetsbaarheid waar een kracht in schuilt die ik zelf nooit als vanzelfsprekend zal nemen.


Praat mee