website over journalistiek

x

Villamedia heeft een app

 

Exclusieve inhoud Sluiten

Een NVJ-lid heeft dit artikel met je gedeeld. Gratis een maand alles lezen? Klik hier.

Een NVJ-lidmaatschap geeft je recht op:

  • Persoonlijk advies
  • Juridisch advies & rechtsbijstand
  • Perskaart
  • Korting op cursussen
  • Villamedia magazine

Word lid Verder lezen

Fotograaf Jan Zeeman trekt door Groningse ommelanden

Frits Baarda — Geplaatst op Monday 12 November 2018, 11:00

© Jan Zeeman

Portfolio De zee had voor de hand gelegen, zeker met zo’n naam. Het werd fotografie. Zijn werkterrein is alles boven Groningen. Het landschap krijgt Jan Zeeman nog dagelijks stil. ‘Hier ligt ook mijn geschiedenis, weet je.’

Het is een ongewone dag in Delfzijl. De zon schijnt alsof het zomer is, de wind is weggevallen. Het water van het Damsterdiep is bladstil. Achter het raam van zijn woning zit Jan Zeeman (61) verwachtingsvol op me te wachten, de laptop met foto’s is opengeklapt. ‘Welkom in het hoge noorden’, zijn de eerste woorden. ‘Je bent gekomen.’ Direct volgt een vraag: ‘Wat trok je aan in mijn foto’s, dat je naar hier wilde reizen? Aandacht is mij nogal vreemd.’

Het is het begin van een drie uur durend gesprek, dat even onvoorspelbaar zal blijken als het weer. Het Groningse landschap, de haven, een grootmoeder en fotografie trekken in vlagen voorbij. ‘Nuchter’ is niet het woord dat de Groninger past. Zeeman geeft niet om een traan. Zijn fotografie is van donker land doordesemd, en van de zee die hem veel gaf en niet loslaat.

Tekst loopt door onder de afbeelding

Zonsopkomst boven Delfzijl en Marsum. Marsum, 2013.

Zeeman, zoon van een zeeman, mooier kan het niet zijn. Zijn vader voer op de kustvaart. Kleine Jan stond hem vaak op de pier van Delfzijl uit te zwaaien. Later mocht hij op de Reggeborg mee. In de ruimen lagen repen strokarton uit Appingedam, stadje naast Delfzijl. Zo ging het heen en weer naar Engeland, bij nacht en ontij. Jan werd zindelijk op een slingerend schip. Dan was er nog oom Siep, ook kapitein, voor Jan was hij een baken in een woelige jeugd. Noem de naam en hij voelt het achter de ogen wellen. ‘Een jankebak, ja, altijd al geweest’, omschrijft hij zichzelf.  ‘Het lijkt of het met de jaren sterker wordt.’

De Zeemannen zijn met de streek verbonden. Harde werkers, overlevers. De meesten kwamen niet verder dan Delfzijl of Appingedam. De Stad was een eind. Jan is in Groningen geboren, in een ziekenhuis. ‘Jammer’, vindt hij. ‘Het liefst was ik in Delfzijl geboren. Hier ga ik ook dood.’ De fotograaf komt nooit verder dan de grens van de provincie, bij wijze van spreken dan. Hij bracht kampeervakanties door in Frankrijk en in zuidwest-Engeland mag hij graag wandelen. Op de eettafel liggen topografische gidsen klaar. Maar altijd is er weer dat verlangen naar de wind, de wierden en de pier.

Zoon van een zeeman, dan moet je wel zeeman worden. Jan werd het niet, en ook geen fotograaf. Met camera’s was hij nog niet bezig. Bibliothecaris, dat leek hem een geschikt beroep. Hij ging aan de academie studeren, in Groningen, waar hij – met onderbrekingen - 25 jaar zou wonen. Fotografie is in zijn leven geslopen. Hij pootte een zaadje, toen hij een vriendinnetje mocht fotograferen. Als een beeldschoon kunstwerkje kwam ze uit de fotochemicaliën tevoorschijn. Fotografie was magie, ontdekte hij. Oom Siep leerde hem op diens zolder de kneepjes van het vak. Die schommelende bakjes ontwikkelaar en fixeer, zijn oom die toekeek … ach, de tijd kleurt alles fijner. ‘Het was zoiets moois’, zegt hij, terwijl zijn handen zachtjes op de tafel slaan om iets te bezweren.

Een advertentie in het Nieuwsblad van het Noorden bracht hem bij de krant en zijn uiteindelijke professie. Er werd een documentalist voor de fotografie gezocht. ‘Ik zat dicht bij het vuur’, vertelt hij. ‘Daar werkten mannen als Harry Cock, tegen wie ik opzag. Aan zelf journalistiek fotograferen dacht ik toen nog niet.’ Dat kwam pas nadat hij laborant was geworden en later voor de kabelkrant mocht fotograferen. Op een dag moest Zeeman bij hoofdredacteur Ton Schuurmans op de kamer komen. Die stak zijn hand uit en sprak de onvergetelijke woorden: ‘Jan, vanaf nu ben je fotograaf’. Het moment kan hem nu nog beroeren. Zeeman, fotograaf! Hij hoorde bij de grote jongens. ‘Ineens was ik iemand. Ik was waar ik wilde zijn.’ Vijftien jaar, tot 2010, was hij in vaste dienst van het Nieuwsblad van het Noorden, later het Dagblad. Zeven tot tien opdrachten kreeg hij per dag, hij leefde voor zijn werk. Zeeman ging overal op af, het liefst op gewone mensen die gewone dingen deden, in zijn eigen streek.

Tekst loopt door onder de afbeelding

Het is hier verboden de vogels te voeren, maar meeuwen kunnen niet lezen en hebben slechts oog voor voer.
Greetsiel, 2009.

Heerlijk werk, buiten kijf, maar was zijn werk wel goed genoeg? Zeeman: ‘Ik schoot tekort en miste fotografische vaardigheden, vond ik.’ Dan was er nog iets, een netelig onderwerp. Iets bij de krant riep bij hem wrijving op, alsof hij doorliep met een steentje in zijn schoen. Nu hij deel uitmaakte van een organisatie, merkte hij dat fotografie bij alles sluitpost was. ‘Eerst kwam het verhaal, dan pas de fotografie. Of helemaal niet’, zegt hij over die tijd. ‘Het gebrek aan waardering was pijnlijk. Je stond onderaan de ladder.’

Met de fusie van de noordelijke kranten ophanden, waarmee het Dagblad van het Noorden zou ontstaan, trok Zeeman zijn eigen plan. Ontslag hing in de lucht. Zijn pas gekochte, te dure flat hing al als een molensteen om zijn nek. Op een vroege ochtend keek hij over het Rietdiep uit. Uit de radio klonk Johnny Nash’ ‘I can see clearly now’. Binnen twee minuten nam hij een besluit. ‘Het moest anders. Ik moest er weg’, zegt hij zacht, terwijl hij probeert het zicht op de woonkamer te behouden.
Een uitkering lonkte, maar daar bedankte hij voor. Hij probeerde het een blauwe maandag als barista. Maar zijn camera bleek sterker dan het koffiezetapparaat. Zeeman werd freelancer en trok de Groningse ommelanden door, op zoek naar het ‘kleine nieuws’. Het Dagblad, waar de contacten nog niet waren verdroogd, gunde hem twee tot drie opdrachten per dag. Na twee weken wist hij het: nu was het goed. Leven en werk gaven hem weer voldoening.

Zeeman trok zich terug naar waar hij vandaan kwam, van Groningen naar Appingedam naar Delfzijl. ‘Het is een cadeautje, dat ik terugkreeg’, zegt hij. ‘Hier heb ik altijd de wind om me kop. Ach man, ik voel me hier zo thuis.’ Buiten hangen de geelbruine blaadjes stil aan de bomen. Natuurlijk wist hij het al langer. Hij had eens een vriendinnetje, helemaal in Amersfoort. Niets mis met haar, en toch voelde hij zich er in folie verpakt. Als hij terugreed, kon hij soms na het passeren van Assen zijn auto langs de kant parkeren. Stond hij daar in het lege land. Zijn longen deden pijn van de wind, als na zuigen op een pepermuntje. ‘Ik moest die koude brand in mijn longen voelen.’

Tekst loopt door onder de afbeelding

Schouwerzijl is gepasseerd en de wandelaars van de Noorder Rondtochten naderen het einddoel Winsum. Schouwerzijl, 2017.

Zeeman woont alleen. Facebook, Instagram, WhatsApp heeft hij uitgebannen, ‘zo hol en leeg allemaal’. Hij rooit het, als hij maar iedere dag de Eems kan zien. Tegenwoordig kan hij er moeilijk komen, vanwege de dijkverzwaring. ‘Verdomme!’, de vloek komt van diep. ‘Ik moet erheen.’ De dijk is zijn Lourdes, de plek heeft voor hem een spirituele betekenis. Want ja, zijn vader en zijn oom… ‘Ik hoef later geen graf’, gaat hij na een paar tellen verder, ‘als je me wilt gedenken, ga dan naar de pier en kieper mijn as maar in de Eems. Mijn camera moet wel op de kant blijven, da’s te mooi spul.’

Een paar dagen geleden was hij nog in de buurt van het water om er te fotograferen. Een mallotige herenclub uit Groningen kwam voor een uitje bijeen op de Punt van de Reide, diep stekend in de Eems. De pier zit barstenvol geschiedenis. Hier eindigde als laatste de Tweede Wereldoorlog. Ach, dat verleden, als laagjes ligt het in het land. De mens is overal geweest en heeft er zijn sporen nagelaten, het is er mooi van droefheid. Of ik ooit op Marsum ben geweest? Welgeteld vijf of zes boerderijen rond een Romaans kerkje bovenop een wierde. ‘Daar hebben misschien wel drieduizend jaar lang mensen gewoond, geleefd, ze zijn er gestorven.’ Daar zijn weer die tranen, met zijn handen wappert hij ze droog. ‘Ik word er bijna religieus, verlicht. Het is mijn basis, mijn verleden zit er in de bodem. Ik denk dat je het in mijn foto’s terug kan zien.’

Tekst loopt door onder de afbeelding


Het genootschap Harssens maakt een rondje door Groningen en begint met een lesje geschiedenis bij de Punt van Reide. Termunten, 2018.

Zeeman pakt zijn laptop en zoekt naar de foto van het kerkje. Terwijl hij tientallen beelden oproept, praat hij voor zich uit: ‘Dat onderwerp, water, land…alles wat ik zie is niet gelogen. Zó heb ik het gezien. Het is allemaal waar, mijn waarheid.’ Hij leeft van twee tot drie opdrachten per week. Met een zorgtoeslag van de belastingdienst kan hij zich bedruipen. ‘Ik heb het niet arm’, zegt hij. ‘Ik heb meer terug gekregen.’

Zeeman kan beter dan ooit rond schuimen. Dan gaat hij met zijn ‘kleintje’, zijn Leica-camera, naar plaatsen waar de lucht ineens kan openbreken en het land in lichterlaaie staat. Ook wil hij wel eens dolen op een oud en vergeten begraafplaatsje in Appingedam, waar tussen donkere bomen de tijd aan de graven knaagt. Zijn oma ligt er, Johanna Zeeman – Krol. Ze was arm als een kerkrat en had al vijf kinderen, toen ze besloot de vrucht van haar zesde eigenhandig met een breinaald en zeepsop af te drijven. Het werd haar noodlottig. Ze stierf, 30 jaar oud, in 1934. Geld voor een grafsteen was er niet. Met een spijker werd haar naam in een stoeptegel gekrast. Maar zelfs dat teken van herinnering moest weg. Nu ligt er een nette steen.

Zeeman kan zich er nog over opwinden. Hij maakte onlangs nog foto’s van de vervallen graven. Ze kregen een plaatsje in het Dagblad van het Noorden, zo was er toch nog iets van gerechtigheid. Hij zoekt naar woorden: ‘Het is ook mijn geschiedenis, weet je. Dat graf en het land eromheen vertellen alles over mijn eigen leven, dat erdoor
is getekend.’


De Nieuwjaarsduik in Delfzijl. Bij een frisse wind duiken twee bunny-meisjes in het koude water van de Eems. Delfzijl, 2014.


De Tocht om de Noord loopt langs de vloedlijn van de Kerstvloed uit 1717. Voor de wandelaars in Kolhol arriveren moeten ze door een golf van plastic. Kolhol, 2017.


Volle maan tijdens de sloop van de Vennenflat in Delfzijl. De gulzige betonschaar zet zijn bek in het beton en scheurt de flat kleiner en kleiner. Delfzijl, 2018.


Toenmalig Commissaris van de Koningin Max van den Berg op bezoek bij een kleine school in de provincie. Wirdum, 2013.

Jan Zeeman (1957, Groningen)
Opleiding: Mavo, Havo,
Bibliotheekopleiding
Werkervaring:
Documentalist fotoarchief Nieuwsblad vh Noorden, laborant beeldredactie NvhN, freelance fotograaf (1989-1995), vaste fotograaf NvhN (vanaf 2002 Dagblad vh Noorden) 1995-2010. Freelance fotograaf vanaf 2010.
Opdrachtgevers:
Dagblad vh Noorden, Leeuwarder Courant, Marketing Groningen, Eemshaven.
Info:
janzeeman.net

Nog geen reacties

Om te reageren moet je een Villamedia Account hebben en moet je eerst ingelogd zijn.