Eindredactie, hoe heurt het eigenlijk?
Schrijvend journalisten herkennen de frustratie ongetwijfeld: lever je na lang zwoegen een van je prachtigste pennenvruchten in, krijg je je met zorg in elkaar gekleide stuk vol met rode strepen terug. Door de bomen aan omgebouwde zinnen, verplaatste alinea’s en geschrapte woorden herken je niets meer terug van je eigen, nauwkeurige geplante tekstbos. En dan die talloze vragen waarop het antwoord toch wel duidelijk is… je zou om minder een hekel aan iemand krijgen.
Een kritische eindredacteur voelt voor een schrijver die door wil naar het volgende stuk soms als zijn grootste vijand. Maar in feite hebben zowel de schrijver als de redacteur hetzelfde voor ogen: zorgen dat de lezer de best mogelijke tekst onder zijn neus krijgt. Het ‘Handboek voor de redacteur’ moet daar houvast bij geven en neemt (aspirerende) eindredacteuren stap voor stap mee in ‘hoe het zou moeten’. Want ook al moet de eindredacteur creatief zijn, toch bestaat een groot deel van zijn werk uit het uithangen van de ‘taalaccountant’ die ervoor moet zorgen dat alles klopt.
In het op een rij zetten van de dingen zoals ze zouden moeten, slaagt het handboek met vlag en wimpel. Vooral het hoofdstuk waarin taalkwesties als congruentiefouten, de bezits-s en driedelige samentrekkingen in een paar zinnen worden samengevat is waardevol en al reden genoeg om het boek in de kast te zetten. Hetzelfde geldt voor de overige ‘regeltjeshoofdstukken’, waarin onder meer tekstsoorten, correctietekens en het auteursrecht de revue passeren. Samen vormen ze een handig naslagwerk dat bij twijfel de dag kan redden.
Voor de hoofdstukken met informatie die minder in regeltjes gebakken is, gaat die vlieger dan weer niet op. Dat zit hem vooral in de aard van de informatie. Het inschatten van de tijd die een klus in beslag neemt is typisch iets dat voor iedereen anders is en dat men in de praktijk leert. En hoe goed bedoeld ook, voor de beste manier om met schrijvers om te gaan zijn ook geen vastomlijnde kaders. Omdat toch gepoogd wordt die kaders te scheppen, verzanden deze hoofdstukken (samen goed voor een derde deel van het boek) al snel in inkoppers en open deuren.
Ondanks de open deuren (die ook een beetje verplicht zijn in een boek als dit) is het ‘Handboek voor de redacteur’ een prima naslagwerk. Zeker voor beginnend eindredacteuren die hun weg proberen te vinden. Want goede eindredactie is en blijf een vak apart.
Heidi Aalbrecht & Pyter Wagenaar: Handboek voor de redacteur. Boom uitgevers, ISBN 9789089534958, 292 pagina’s, € 29,90.


Praat mee