— vrijdag 13 september 2013, 08:36 | 0 reacties, praat mee

‘De wereld was mijn studio’

Peter van der Velde (77) fotografeerde in de jaren ’70 en ’80 voor Avenue. Het was hoogconjunctuur voor de schrijvers en fotografen van het blad. Binnenkort verschijnt een box met vijf fotoboeken, waarin Van der Velde en vier collega’s het venster openen op de wereld.

‘Ja, hier spreekt een van de iconen uit het Avenue-tijdperk.’ Het zijn de introducerende woorden van Peter van der Velde door de telefoon, daags voor het interview. Direct erna met corrigerende lach: ‘In werkelijkheid ben ik bescheiden hoor, vals bescheiden, dat misschien weer wel.’We komen erop terug, pratend aan een ronde tafel in zijn woonkamer in Amsterdam-Zuid. ‘Oh God, dat heb ik gezegd, hè?’ Een geelwit gestreepte markies spreidt het zonlicht van de late zomerdag in de erker, als in een ideale Avenue-setting. De fotograaf bijna schuchter: ‘Heb altijd wat moeite gehad met mijn positie. Ben ik echt wel zo goed. Die twijfel, dat relativerende had ik als jongen al. Heb nooit overgelopen van zelfvertrouwen. Dan ga ik dat soort dingen zeggen. Sommige collega’s noemden me arrogant, bijvoorbeeld als ik zei: “De wereld is mijn studio”. Maar na bijna veertig jaar mag ik toch wel zeggen dat ik een paar leuke foto’s heb gemaakt?’Begin maart bracht Van der Velde zijn archief naar het Maria Austria Instituut. In totaal 15.235 fotodia’s liet hij in het Amsterdamse depot achter, een selectie van de ongeveer 50.000 beelden die hij vanaf begin jaren ’70 tot 2000 maakte. Op tafel liggen de archieflijsten. Ze tellen 64 landennamen, van Abu Dhabi (16 dia’s) tot Zwitserland (160 dia’s). Achter de jaartallen staan geschreven: Avenue, Margriet, Avantgarde, Globe, Nieuwe Revu, Djoser, Foster Parents Plan, ANWB en Heineken. ‘Dit vat mijn loopbaan samen’, zegt hij.Een verdere compilatie is het boek dat eind september uitkomt en opgeborgen is in een cassette waarin nog eens vier fotoboeken zitten. Ze bevatten het werk van de collega’s Barton van Flymen, Bart Nieuwenhuijs, Bart van Leeuwen en Boudewijn Neuteboom. Hun fotografisch hoogtepunt lag in de jaren ’70 en ’80, toen het tijdschrift Avenue een broedplaats was voor vernieuwende geesten. Met een mengsel van mode, design, fotografie, reizen, culinair, literatuur en maatschappelijke onderwerpen werden lezers aangesproken die wilden ontsnappen aan de naoorlogse spruitjeslucht. Dankzij een groeiende welvaart en met een herwonnen zelfvertrouwen begonnen ze voorzichtig over de landsgrenzen te kijken. Vooral Avenue verleidde ze verder te gaan, naar plekken buiten hun belevingswereld. Het verre Oosten, Latijns-Amerika…de wereld lag open, voor lezer en voor fotograaf.Ook voor de jonge Van der Velde, die in zijn vrije tijd met een Asahi Pentax-camera in het Vondelpark naar mensen, licht en sfeer op zoek ging. Eerst was hij nog vorkheftruckchauffeur in militaire dienst, KLM-steward en vertegenwoordiger van onduidelijke zaken. Het waren omtrekkende bewegingen rond zijn grote talent, dat onder de hoede van de Amsterdamse fotograaf Kees Scherer tot ontplooiing kwam. In 1971 overtuigde hij met een reeks vakantiefoto’s de hoofdredactie van Avenue, het nieuwe spraakmakende blad waar zijn partner Marè Vaikla redacteur was. Samen waren ze naar Bretagne gegaan en daar had Peter met een telelens sfeervolle reisfoto’s gemaakt. Of hij dat ook in Siberië en Mongolië dacht te kunnen, vroegen ze. Zijn beoogde reis­gezelschap was kunstenaar-schrijver Jan Cremer. Die reportage luidde een periode in van bijna vijftien jaar ideeën uitwisselen, voorbereidingen treffen, onderweg zijn, in hotels slapen, fotograferen, naar Amsterdam terugkeren en weer vertrekken. Het waren de gloriejaren van Avenue. De beste fotografen en schrijvers werden uitgenodigd. Selectiecriterium was: kwaliteit. Politieke gezindheid was van ondergeschikt belang.‘We dachten toen niet in termen van doelgroepen’, zegt Van der Velde. ‘Het was een journalistieke en creatieve vrijhaven. Er waren geen beperkingen. Er kon zoveel, the sky was the limit, ook wat budgetten betreft. Als er iets in de wereld gebeurde lieten we dat zien, waar dan ook. Avenue wilde het venster zijn op de wereld. Zo werd het een ijkpunt voor het luxe blad in Nederland.’De artikelen werden bijna allemaal geboren op vrijdagmiddag. Op de tweede etage van het gebouw aan de Stadhouderskade 85, maar ook wel in de kroeg erna. Hoofdredacteur, art director, fotografen en journalisten kwamen bijeen voor de vrijmibo, de beruchte vrijdagmiddagborrel. ‘Heel fotograferend en schrijvend Amsterdam kwam erop af.’Avenue was de spiegel van de tijdgeest, die bepaald werd door een drang naar ontplooiing. De fotograaf weet het succes haarfijn te verklaren: ‘We wilden af van bijzettafeltjes en schemerlampen met franjes. ­Modern design deed zijn intrede, in huis, in kleding. Daar hoorde nadrukkelijk fotografie bij.’Avenue begon in de jaren ’80 terrein te verliezen, de oplage liep terug. De uitgever dacht voor het eerst in doelgroepen. Voor Avenue werd dat de vrouw, die bediend moest worden met mode en cosmetica. Voor reis- en reportagefotografen lagen de opdrachten niet meer voor het oprapen. Ook Van der Velde vertrok en verlegde zijn aandacht. Foster Parents Plan werd een belangrijke opdrachtgever. ‘Ik reisde een paar keer per jaar naar een derdewereldland. Niet dat mijn foto’s veel bijdroegen aan ontwikkelingshulp, hoor. Eigenlijk hoefde dat reizen van mij niet, het was geen drang vanuit mezelf. Zo ging het in die tijd, je moest op stap, naar vreemde landen.’Plotseling schuift hij zijn stoel naar achteren en staat op. ‘Wat ik je nu ga laten zien, vertelt alles’, zegt hij met zachte, maar licht verheven stem. ‘Niet schrikken, hoor!’ De fotograaf tijdens het weglopen: ‘Misschien vind je me wel een treurige man als je ziet waarmee ik terugkom.’ In een kamer van zijn etagewoning klinkt geschuif van dozen en papieren. Dan komt hij terug. Lege handen. ‘Ik had je een doos willen laten zien, gevuld met vijfhonderd vliegtickets. Iedere keer als ik thuiskwam van een reis, ging het ticket in die doos. Op het laatst wist ik niet beter dan dat ik van huis was. Die doos staat vermoedelijk op zolder, ik weet niet meer waar hij is.’Zijn laatste grote reis was afgelopen januari, naar Gambia, ‘een magneet van vroeger’. Veertig jaar geleden was hij er ook. ‘Ik genoot van alles, van het land, de natuur, de rivieren en de dichte mangrovebossen. Dat wilde ik nog één keer zien. Ik meldde me aan bij Arke Reizen.’ Zijn stem hapert: ‘Wat een deceptie. Echte armoede, rijkdom voor een kleine groep. Onderwereldfiguren die leven van uitbuiting. Met een boot ben ik nog de rivier opgegaan. Ik zag alleen ellende, van het mangrovebos was niets meer over. Woestijnzand had zijn weg naar zee gevonden, het land was verworden tot een gele vlek aan zee. Zo is het, zo loopt het, het is onvermijdelijk. Veertig jaar geleden was ik ook mooi, hoe ik dacht en deed, waar je was: alles was mooi. Nu zag ik land als een vlek zand. De mens houdt blijkbaar gelijke tred met zijn omgeving. Ik laat een paar leuke foto’s na, een paar hoogtepunten. Ach God, daar is die bescheidenheid weer. Maar niet zeuren nu, het lot is me goed gezind geweest. Ik mocht dit doen. Het was goed.’

Bekijk meer van

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur

Linda Nab
Redacteur

Lars Pasveer
Redacteur

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur

Anneke de Bruin
Vormgever

Marc Willemsen
Webontwikkelaar

Vacatures & advertenties

redactie@villamedia.nl

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.