balie persvrijheid

— dinsdag 22 maart 2016, 12:33 | 0 reacties, praat mee

‘Een arrest is geen voldongen feit’

© Duco de Vries

Denise Hupkens, docent wiskunde en oprichter van de site iemanddoetiets.nl, voert een taaie strijd tegen de in haar ogen te hoge werkdruk in het middelbaar onderwijs. Het valt haar zwaar tegen hoeveel aandacht journalisten aan haar zaak besteden. En na een verloren rechtszaak is ze opeens niet interessant meer.

Denise Hupkens is haar baan als docent wiskunde kwijt. Ze heeft de rechtszaak tegen haar voormalig werkgever, de Stichting Confessioneel Onderwijs Leiden (SCOL), verloren. Ze krijgt weinig bijval van haar collega’s en tot overmaat van ramp zien haar kinderen liever dat ze haar juridische strijd staakt. Liever vandaag dan morgen. En toch gaat ze door. De vraag dringt zich op of Hupkens zich niet langzamerhand een Don Quichot voelt. Nee, is haar resolute antwoord. ‘Meer mensen hebben die vergelijking gemaakt, maar Don Quichot had waanbeelden en ik niet. Ik snap best dat ik als kleintje in gevecht ben met grote instituties, maar het is niet zo dat ik draken zie die er niet zijn of zo. Ik ben het gewoon niet met ze eens.’

Het conflict tussen Hupkens en SCOL spitst zich toe op de werkdruk in het middelbaar onderwijs. Volgens Hupkens is het voor docenten ondoenlijk om alle voorgeschreven taken te verrichten binnen de tijd die ervoor staat. ‘In allerlei sectoren worden normtijdrapporten opgesteld, door universiteiten of gespecialiseerde bureaus. Het is een complete industrie. In bijvoorbeeld de bouw sturen ze mensen mee de bouwplaats op, om te turven hoe lang het werk duurt. Met de werknemers worden uitgebreide interviews afgenomen. In het onderwijs bestaat zoiets gewoon niet.’

Geblinddoekt grabbelen
Hupkens stelde het taakbeleid van SCOL aan de kaak bij haar werkgever. Het leidde tot haar ontslag, waarop ze besloot de gang naar de rechter te maken. Daarnaast begon Hupkens een website ­(iemanddoetiets.nl) om haar zaak kracht bij te zetten. Via de site hoopte ze ook de media geïnteresseerd te krijgen, want ze wist: als ze eenmaal aandacht van journalisten heeft, gaat het balletje rollen en kan haar zaak in een stroomversnelling geraken.

Dat viel tegen. Waar een hype anno 2016 snel is geboren, daar kreeg Hupkens nauwelijks voet aan de grond bij journalisten. ‘Ik heb van begin af aan alle grote redacties een paar keer per jaar aangeschreven, van kranten en opiniebladen tot ­radio- en tv-programma’s. Ik benaderde media waarvan ik wist dat ze veel aan onderwijs doen, zoals Elsevier en Trouw. Vrijwel altijd kreeg ik nul op het rekest. De meest gebruikte argumenten waren dat men geen tijd had, of dat er zoveel ingezonden brieven waren dat er geen ruimte was om iets van mij te plaatsen. Ik word afgescheept met standaard antwoorden. Dan denk ik: we hebben allemaal de mond vol van goed onderwijs en het belang van de docent, maar toch is er geen journalist die zich in mijn zaak wil verdiepen. Het voelde of ik geblinddoekt in een zwarte doos zat te grabbelen.’

Na drie jaar vruchteloos hengelen om aandacht stond Hupkens op het punt haar site uit de lucht te halen. ‘Het leverde geen media-aandacht op en bovendien was mijn geld op.’ Precies op dat moment belde Rik Kuiper van de Volkskrant met het verzoek haar te interviewen. Hupkens: ‘Hij volgde mij al een paar jaar op Twitter. Daarnaast werkt zijn vriendin ook in het onderwijs, dat zal ongetwijfeld invloed hebben gehad.’

Kuipers interview maakte grote indruk op Hupkens. ‘Hij heeft heel goed naar me geluisterd en het mooi opgeschreven. Ik bewonder dat, want zelf kan ik absoluut niet schrijven op die manier; ik ben veel te bot. Er stond ook een reactie van SCOL bij, wat helemaal prima is. Het gaat niet om mijn mening, maar dat er een discussie ontstaat.’

Cijfers
De Volkskrant bleef Hupkens volgen. De krant berichtte in januari van dit jaar opnieuw over de zaak nadat het Gerechtshof in Den Haag Hupkens’ vordering had afgewezen. En in een groot verhaal over overwerken in het katern Vonk werd onder anderen Hupkens sprekend opgevoerd. Toch vindt ze het jammer dat de krant – en andere media – niet meer heeft gedaan met het cijfermateriaal dat ze op haar website heeft staan. ‘Met dat materiaal kun je prima toetsen of mijn zaak hout snijdt. Maar Kuiper heeft me uitgelegd dat het te technisch zou worden als hij op de cijfers zou ingaan. Aan de ene kant begrijp ik dat, aan de andere kant is dat materiaal – puur wiskundig gezien – helemaal niet zo ingewikkeld. Met plus en min kom je al een heel eind.’

Zou het feit dat de meeste journalisten alfa’s zijn ermee te maken hebben dat Hupkens relatief weinig aandacht krijgt? ‘Zo had ik er nog niet over nagedacht, maar het is waar dat ik bij journalisten wel enige paniek bespeur als ik cijfermateriaal overleg. Misschien is het geen toeval dat de mensen met wie ik het beste kan schakelen, meestal ook wiskundedocenten zijn. Die zijn niet bang voor een paar cijfers meer of minder.’

Professioneel
Het Volkskrant-artikel leverde Hupkens een aardig bedrag aan donaties op, met als gevolg dat ze haar website in de lucht kon blijven houden. Ook EenVandaag besteedde op Radio 1 aandacht aan haar zaak. ‘De redacteur vertelde dat het Volkskrant-artikel hun bron was, dus ze vroegen me eerst of dat artikel klopte. Daarna had ik per telefoon een voorgesprek met de redactie. Ik vond het knap dat de presentator dat voorgesprek zo ongeveer één-op-één herhaalde. Die redactie was een geoliede machine en maakte een heel professionele indruk op me. Er ging een wereld voor me open waar ik als argeloze radioluisteraar geen weet van had.’

Eindelijk begon het balletje te rollen. Er lag meer media-aandacht in het verschiet, zo had het programma ­Jinek haar ‘besteld’ voor de dag waarop de rechter uitspraak zou doen in haar zaak. ‘Ik moest toezeggen dat ik niet bij een ander programma zou gaan zitten, dat vond ik prima.’

Maar toen wees de rechter haar verzoek af. Hupkens had de zaak verloren. Waarop de redactie van Jinek haar weer afbelde. ‘Ze waren heel duidelijk: het feit dat ik de zaak had verloren, was de reden dat ik niet meer hoefde te komen. Opeens was ik niet meer interessant genoeg. Ik begrijp dat niet. Er komt een uitspraak en dan beschouwen journalisten dat als een voldongen feit. Ze maken er een berichtje over, maar kijken niet verder dan hun neus lang is. Dan denk ik: je zou zo’n arrest ook eens kritisch kunnen lezen, zodat je niet zomaar wat woorden op papier knalt, maar ook echt weet wat je opschrijft.’

Er is in de pers soms best wel aandacht voor werkdruk, maar niemand verdiept zich in de juridische kant van de zaak. Het systeem blijft in stand als men niet de moeite neemt om de toepassing van het taakbeleid grondig na te lopen. En als je de moeite neemt je te verdiepen, dan betekent dat niet per se dat het een lang en ingewikkeld stuk oplevert, vindt Hupkens. ‘Het zou mooi zijn als journalisten mijn cijfermateriaal gebruiken, maar dat is niet noodzakelijk. Ik snap ook wel dat een krant als het AD gemiddeld genomen wat oppervlakkiger artikelen schrijft. Maar zelfs die krant zou in een kort stukje duidelijk kunnen maken dat er sprake is van een ­probleem – zonder technisch te worden.’

Aardstralen
Inmiddels heeft Hupkens een nieuwe civiele procedure aangespannen tegen SCOL wegens slecht werkgeverschap (‘Ik ben gewoon van de server gegooid omdat ik met collega’s wilde praten.’) en heeft ze een advocatenkantoor opdracht gegeven te onderzoeken of het kansrijk is in cassatie te gaan. Hupkens piekert intussen verder hoe ze aandacht kan krijgen bij journalisten. ‘Het lijkt soms wel of ik verkeerde aardstralen heb. Laatst was er een uitzending van Zembla over werkdruk in het onderwijs. Ik had uitgebreid contact gehad met de redactie, maar werd uiteindelijk niet geïnterviewd. Terwijl ik bij uitstek in dat programma had gepast. Misschien is dat omdat onderwijsbond AOB, die wel een prominente rol had in de uitzending, mij niet mag, maar dat kan ik niet hard maken. In deze rubriek gaat het erom dat journalisten lessen leren, maar ik zou ook wel een les willen leren: wat doe ik zelf verkeerd als ik journalisten benader?’

De lessen voor de pers van Denise Hupkens
• De werkdruk in het onderwijs verdient meer journalistieke aandacht en onderzoek.
• Journalisten zouden zich meer open moeten stellen voor individuen die geen PR-machine achter zich hebben en die niet de weg kennen in de wereld van de media.
• Journalisten moeten minder bang zijn voor cijfers, want die kunnen cruciaal zijn bij het onderbouwen van een verhaal.
• Een verloren rechtszaak betekent niet dat iemand niet meer interessant is; journalisten zouden arresten beter moeten bestuderen en daar dan ook journalistieke consequenties uit moeten trekken.

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.