foj 2019

— woensdag 23 maart 2016, 10:00 | 0 reacties, praat mee

De sneltrein van Sanne Groot Koerkamp

© TRIK

De Hoofdredacteur van het Jaar 2015 denkt graag groot. Sanne Groot Koerkamp wil van modeblad Glamour een merk maken waar de wereld rekening mee dient te houden. ‘Voor een goed idee is altijd geld, en downgraden kan altijd nog.’

Dit artikel wordt met je gedeeld door NVJ-lid Nick Kivits. Ook lid worden?

Het dak van de Amsterdam Arena staat open. De eerste zonnestralen van het seizoen glijden over de lege tribunes op deze donderdagochtend in maart. Ter hoogte van de spelersbanken wordt een groepje toeristen rondgeleid. Grasmaaiers bewegen in constante tred van de ene naar de andere kant van het veld. In de nok van het stadion staat Glamour-hoofd­redacteur Sanne Groot Koerkamp (34), geflankeerd door haar brand manager Anke de Jong en event manager ­Sacha Fieggen. Zichtbaar opgewonden is het drietal. Vandaag bezoeken ze mogelijke locaties voor de Glamour Health Challenge, een groots opgezet bootcamp-event in juni. Ze zien de pop-up keuken van health-goeroe (en zus van) Rens Kroes al voor zich, ‘Glamour’ op alle grote schermen. Het wordt het grootste evenement dat het modeblad in zijn tienjarig bestaan heeft gehouden. En daar zou zo maar eens de Arena bij kunnen horen.

En waarom ook niet. ‘World Domination’, is de gevleugelde kreet van Groot Koerkamp. Groots denken. Anderhalf jaar geleden werd ze hoofdredacteur van Glamour, en sindsdien bouwt ze aan een geheel nieuw fundament voor het nog altijd grootste modeblad van Nederland, om er meer geld mee te kunnen verdienen in een tijd dat print alleen niet meer genoeg is. Het magazine blijft, maar Glamour is tegenwoordig ook een reclame­bureau (of, zoals Groot Koerkamp zegt, een agency), een evenementenbureau, een shop, een digitale beleving en ja, wat niet eigenlijk. Ze bedacht de Glamour Concept Store, waar beginnende designers hun spullen verkopen, ­Fashion-Vintage.com, waar lezeressen hun tweedehands kleding aanbieden, de Woman of the Year verkiezing, de Glamour Career Day, een dating-event. Tijdens het Media Magazines café van afgelopen maand (voorheen Bladen in de Balie) zei de klassiek geschoolde journalist: ‘Waarom niet over vijf jaar twintig sport­scholen die Glamour heten, healthcafé’s erbij, restaurants, waarom niet festivals, waarom niet kleding­winkels? Whatever, alles is mogelijk, als het maar bij je merk past en als het maar je missie onderstreept.’

‘Glamour plust op de begroting’, jubelde het Mercurs juryrapport afgelopen december. Groot Koerkamp, nog maar net in het zadel, werd Hoofdredacteur van het Jaar 2015.

Het thema van de bijeenkomst in de Balie was ­‘Veranderen omdat het móet’.  Hoe nodig was het om te veranderen bij Glamour?
‘Ik houd er erg van als dingen veranderen, in beweging zijn. Ik kan er niet goed tegen als dingen stil staan. En net als bij alle bladen, moesten er bij Glamour nieuwe verdienmodellen bedacht worden. Ik ben met de directie en brand manager om tafel gaan zitten en we hebben gezegd: als je vanaf nul moest beginnen, wat zou je dan doen? Je hebt een merk dat Glamour heet, hoe moet dat eruit zien? Waarom zou je er in adverteren? Waarom zou je het kopen?
Zo’n omslag maken begint volgens mij bij de cultuur. Jarenlang was de boodschap: we moeten bezuinigen, het kan niet, er is geen geld voor. Dat is natuurlijk ook zo, maar soms heb je gewoon een heel groot idee nodig. Ik zeg altijd: sta belemmerende gedachten niet toe. Probeer vrij en creatief te denken. Wat zou nou het aller-tofst zijn? Wat hoort er nou bij het allergrootste modeblad van Nederland? Misschien wel de Arena, en niet een bedompt zaaltje waar tien lezeressen in passen. Dat grote denken vind ik heel belangrijk. Daarna kun je op zoek gaan naar geld om het uit te voeren. Want voor een goed idee is altijd geld, en downgraden kan altijd nog.’

Was Glamour erg toe aan zo’n cultuuromslag?
‘Ja. Glamour was altijd al “dat kleine blad”. En met de komst van Vogue en Harpers Bazaar was onze ­positie even onduidelijk; waar stonden wij dan in die rij? Glamour heeft zich echt even moeten herpositioneren. Dus toen ik hier begon was het eerste wat ik wilde doen; ervoor zorgen dat iedereen die hier zit er weer trots op is om bij Glamour te werken. Ik wilde iets organiseren waardoor iedereen in de modewereld, de adverteerders, de lezers, maar vooral alle medewerkers zouden denken: holy fuck, Glamour is húge, en daar heb je rekening mee te houden. Want het is misschien een fysiek klein blaadje, maar ook een heel machtig merk met bestaansrecht. Daarom ben ik Glamour Women of the Year gaan organiseren. In het Amstel Hotel, met Doutzen Kroes. 600 genodigden, 120 journalisten, 3 ton aan gratis pr. Ongelofelijk. Ik heb er drie maanden aan gewerkt. Toen ik de maandag erna op kantoor kwam dacht ik: zo, en nu kan ik beginnen aan mijn baan.’

Niet iedereen wilde of kon mee in je nieuwe plannen. 75 procent van de redactie is weg of vervangen, las ik.
‘Nou, dat is een beetje overdreven. Het ging om ongeveer de helft. Er zijn niet eens zoveel mensen minder, maar het zijn wel andere functies. Ik moet dit even goed zeggen, want ik wil niemand kwetsen, maar vroeger werd je ergens aangenomen omdat je goed was in één ding. Omdat we nu met minder mensen zoveel meer moeten doen, heb je multi-talenten nodig. Mensen die én de inhoud hebben, én commercieel kunnen denken, digital-minded zijn en leiding kunnen geven. Creatief zijn en geen 9-tot-5 mentaliteit hebben Het is echt een sneltrein, waarbij het tijdschrift niet meer leidend is.’

En daar paste geen traditionele redactie meer bij.
‘Nee. En dat was ingrijpend en vreselijk. Maar goed, ik ben aangenomen voor een klus: zorgen dat Glamour een gezond bedrijf wordt en dat het merk over vijf jaar nog steeds bestaat en dat mensen hier dan nog een baan hebben. Dat is mijn taak, en daar moet ik beslissingen voor nemen die soms heel lastig zijn. Maar dat kán ik wel. Ik wéét wat ik moet doen. Ik ben ongelofelijk trots dat de redactie me ondanks de grote veranderingen die ik heb doorgevoerd, toch heeft voorgedragen als Hoofdredacteur van het Jaar.’

Typeert die daadkracht jou als hoofdredacteur?
‘Nou, spiritueel management is volgens mij ook een van de redenen waarom het nu zo goed gaat met Glamour. Ik vind het belangrijk dat mensen zich veilig voelen, daar ben ik heel bewust mee bezig. Door te luisteren, vragen te stellen, open te zijn over hoe het gaat. Ik zeg altijd: de veldslag is buiten, laat die niet binnen toe. Ik wil dat er bij het koffieautomaat wordt gepraat over Tinder-dates en Chanel-tassen, niet over gedoe. Dat is natuurlijk moeilijk, want het is nergens veilig in de tijdschriftenwereld. Maar de redactie moet erop kunnen vertrouwen dat ik ze door de storm leid. Dat ik een klimaat creëer waarin ze allerlei toffe dingen kunnen bedenken en het beste uit zichzelf kunnen halen.’

Wanneer dacht jij voor het eerst: dat kan ik.
‘Toen ik hoofdredacteur werd van Green2 was ik 25, en vond ik het nog heel spannend. (Green.2 was een duurzame glossy van GMG, de uitgeverij van Yves Gijrath, red.) Het was een onrustige tijd. Er werd niet genoeg verdiend en dat moest ik oplossen, maar ik had toen nog niet de tools of de ervaring. Overspannen-achtige toestanden. Ik kreeg een paniekaanval op de snelweg, en sindsdien durf ik er niet meer op. Ik heb er allerlei therapieën voor geprobeerd, maar de rij-angst blijft. Toch wist al heel jong dat ik hoofdredacteur wilde worden. Op mijn 22ste was mijn droom al om dat te worden van Nieuwe Revu, waar ik destijds onderzoeksjournalist was. Waarom kan ik niet uitleggen. Het zit er gewoon, het is iets heel diep van binnen.’

Waar heb je je commerciële kant ontwikkeld?

‘Dat heb ik bij Yves (Gijrath, red.) geleerd. Hij was een van de eersten die de koppeling maakte tussen een tijdschrift en commerciële activiteiten, met het blad Miljonair en de Miljonair Fair. Toen ik er begon was ik er nog niet zo goed in – ik kwam binnen als journalist van Nieuwe Revu, FD en BNR. Ik vond het commerciële aspect super moeilijk maar ik vond het leuk en bleek er ook goed in. Bij Glamour ben ik er zeker 60 procent van mijn tijd mee bezig. Daarnaast lees ik ook nog steeds elk artikel en bedenk ik samen met de chef alle verhalen. Ik was vijf toen ik mijn eerste tijdschriftjes maakte. Stiekem, heel stiekem, is alles wat ik doe erop gericht om dat printblad te mogen blijven maken.’

Begin dit jaar kondigde je aan dat vanaf nu ten minste 10 procent van de spullen in Glamour duurzaam is. Is dat commercieel een risico voor je merk?
‘Nou ja, een risico… Ik vind het vooral modern. We laten ermee zien wat onze waardes zijn. Het is vooral een signaal naar de merken dat we duurzaamheid belangrijk vinden. We waren al best duurzaam, er stond al nooit bont in Glamour en met Fashion Vintage stimuleren we onze doelgroep om kleding te hergebruiken. Maar nu gaan we er nog bewuster mee om. Daar worden we bij geholpen door Marieke Eyskoot van MINT (vakbeurs voor duurzame mode, red.) Zij kijkt met ons of merken wel of niet duurzaam zijn – met de Primark zullen we bijvoorbeeld nooit samenwerken. We organiseren sessies, nodigen sprekers uit die ons bewust kunnen maken van productieprocessen.’
‘Ik heb begrepen dat bij andere bladen wordt gezegd: hadden wij dat maar bedacht. Bij licentiehouder Condé Nast waren ze er ook zeer over te spreken. Ze hebben een persbericht op intranet geplaatst en hopen dat meer landen ons voorbeeld zullen volgen. Hongarije en IJsland hebben al interesse getoond.’

Duurzaamheid lijkt de rode draad in Groot Koerkamps carrière. Na haar avontuur met GREEN.2 richtte ze in 2011 het mediaproductiehuis Queens of Content op. Een talentpool van contentmakers ‘met een groen hart’, die vooral veel branded content voor duurzame merken produceerde. Voor Trouw schreef ze de groene society rubriek ‘Biologische Bubbels’, en over duurzaam koken en eerlijke voedselproductie schreef ze op het blog ‘De Groene Garde’, dat voortkwam uit het gelijknamige kookboek van onder meer journalist Leontien Aarnoudse. Ze had het niet kunnen bevroeden toen ze opgroeide op de ‘hippie-boerderij’ van haar ouders in het Oost Groningse Finsterwolde. Het gezin runde een biologisch groentebedrijf dat een lange tijd grotendeels zelfvoorzienend was. ‘Alles deden we zelf, met de hand. Brood bakken, dieren slachten, kaas en boter maken, onkruid wieden.’ Voor Groot Koerkamp geen E-nummers, en er werd niet gesnoept. Ze heeft zich er lang tegen afgezet. ‘Vreselijk vond ik het. Ik wilde gewoon een witte boterham met hagelslag.’ Pas veel later zag ze haar ouders met andere ogen, en kreeg ze waardering voor de manier waarop zij hun eigen pad kozen. Inmiddels weet ze haar stadse leven te combineren met de waardes die ze meekreeg van die hippie-boerderij uit haar verleden. ‘Toen ik bij GREEN.2 ging werken viel ineens het kwartje; je zou dat geitenwollensokkengevoel ook híp kunnen maken.’

Sindsdien vervlecht je het met alles wat je doet. Waarom vind je dat belangrijk?
‘Nou. Ja. We hebben maar één aarde. Het is niet zo dat de aarde oneindig geeft. Dat houdt op. Ik vind die bewustwording heel belangrijk, want we hebben niet meer zo heel lang de tijd om het tot ons door te laten dringen. Daarom vind ik dat grote platform van Glamour zo fantastisch. Als ik nu iets doe, bereik ik ook echt veel mensen.’ 

Toen je op de School voor Journalistiek zat, was het je grote droom om onderzoeksjournalist te worden bij Nieuwe Revu. Dat deed je vijf jaar voordat je besloot een andere weg in te slaan.
‘Ik leg de lat altijd heel hoog voor mezelf. Toen ook. Ik wilde met mijn verhalen zaken veranderen, mensen een stem geven die normaal niet werden gehoord. Ik was gespecialiseerd in de jihad. En ik dook in subculturen vol seks, drugs en rock & roll. Op een gegeven moment werd dat zwaar. Steeds scoren, zware onderwerpen. Mensen die het niet leuk vinden als je voor hun deur staat. En het schrijven vond ik helemaal niet zo makkelijk. Ik zat nachtenlang aan het bier en de sigaretten om een coververhaal af te krijgen. Als de eindredacteur het niet goed genoeg vond, kon ik twee dagen in mijn bed liggen van ellende. Ik had zoveel stress van de druk die ik mezelf oplegde, dat ik na een tijdje dacht: misschien moet ik heel even stukken maken over het single leven voor Marie Claire.’

Je schreef destijds een boek over radicaliserende jongeren in Nederland. Nu ineens weer ontzettend actueel. Kriebelt het dan?
‘Toen die Syrië-gangers in het nieuws kwamen, werd ik door allerlei media gebeld. Maar ik dacht; de hoofd­redacteur van Glamour kan niet overal aanschuiven als deskundige op het gebied van jonge radicalen. Maar ja, het kriebelt wel. En ooit, als ik later groot ben, kan ik me voorstellen dat ik in een functie terecht kom waarin harde journalistiek, creativiteit en commercie worden verenigd.’

Laatst kondigde je aan dat Glamour zich dit jaar extra gaat richten op de kwaliteit van de content. Zit er voor jou genoeg journalistiek bij?
‘Ik weet niet of het genoeg is voor de rest van mijn leven, maar voor nu wel. Glamour past helemaal bij mij, het is een modeblad met inhoud. Wat we de komende tijd wel gaan doen, is freelancers wat meer betalen om ervoor te zorgen dat de verhalen die in het blad staan écht goed zijn. We moeten ons bij elk stuk afvragen: zou je hier een kwartje voor over hebben op Blendle? Zo ja: met welke invalshoek, met welke kop? Is het shareable, is het iets wat je aan je vriendinnen zou willen vertellen? We roepen de hele tijd dat de printoplages dalen. Maar dat is bij Jan en LINDA niet het geval. Waarom zou het bij Glamour dan wel zo moeten zijn? Daarom moet het scherper, relevanter en actueler. Ja, dat is de journalist in mij. Dat is wat ik uiteindelijk ben.’

Sanne Groot Koerkamp (34) is sinds anderhalf jaar hoofdredacteur van Glamour. Afgelopen jaar won ze de Mercur voor Hoofdredacteur van het Jaar. Na de School voor Journalistiek in Utrecht begon ze als onderzoeksjournalist bij Nieuwe Revu. Achtereenvolgens was ze hoofdredacteur van Spunk, GREEN.2 en de vakbladen ­Textilia, Schoenvisie en Bengels. Tussendoor werkte ze voor onder meer het FD, Viva, BNR en JAN en richtte ze haar eigen mediaproductiehuis Queens of Content op. In haar vrije tijd is ze drummer in twee rockbandjes. Groot Koerkamp woont in Amsterdam.

Bekijk meer van

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.