banner cop

— donderdag 1 oktober 2015, 16:34 | 0 reacties, praat mee

De School voor Werkloosheid?

© Peter Hilz / Hollandse Hoogte

Leiden de scholen voor journalistiek op tot werkloosheid of tot journalist? Villamedia kijkt naar de cijfers. Minder studenten betekent niet meteen minder werklozen.

Docent Theo Dersjant van de ­Academie voor de Journalistiek in Tilburg gooide een tijdje terug de knuppel in het hoederhok. Op de website van De Nieuwe Reporter hield hij een pleidooi voor het beperken van het aantal studenten journalistiek. Er is onvoldoende werk, of alleen tegen afbraakprijzen, beweerde Dersjant.

Thomas Bruning, algemeen secretaris van de NVJ, onderschrijft de woorden van de docent, die eerder intern al aan de bel had getrokken. Dersjant en NVJ beroepen zich onder andere op het stijgende aantal werkzoekende journalisten. In april van dit jaar stonden 2720 vak­broeders als werkzoekend ingeschreven. Een jaar eerder waren dat er 2552, ruim 6,5 procent minder. In juli was het aantal verder gestegen naar 2926. Het aantal van 3000 komt in zicht.

Daar staat een gestage stroom nieuwkomers tegenover. Nederland telt vier officiële HBO-opleidingen journalistiek: de School voor Journalistiek in Utrecht, Windes­heim in Zwolle, Fontys in Tilburg en de Christelijke Hogeschool in Ede. Daarnaast zijn er verschillende masteropleidingen in de journalistiek en enkele HBO-opleidingen die onder alternatieve benamingen in het verlengde van de officiële opleidingen opereren.

Samen leverden zij het afgelopen studiejaar 595 afgestudeerde journalisten af. De vier klassieke journalistiek­opleidingen waren goed voor 390 gediplomeerden. Bij de diverse andere journalistieke HBO-scholen kregen 134 studenten hun diploma. De universiteiten waren op hun beurt goed voor de overige 71 nieuwe vakgenoten.

Dat zijn er veel te veel, beweert de NVJ, doelend op de malaise in met name de dagbladwereld. De totale oplage van de kranten kelderde sinds de millenniumwisseling van 4,5 miljoen naar circa 3 miljoen exemplaren per dag. De advertentieomzet halveerde naar een half miljard euro. Meer dan 1500 journalisten verloren hun vaste baan. Bruning: ‘Van de 18.000 journalisten in Nederland zijn er bijna 3000 werkzoekend. Circa 10 procent van de afgestudeerde studenten is werkloos.’

De scholen pareren de kritiek dat zij die werkloosheid mede aanwakkeren. De studentenaanwas ligt lager dan wettelijk is toegestaan. Tilburg telt 250 eerstejaars leerlingen, 50 minder dan de afgesproken limiet. Utrecht zit op 350, 10 beneden de limiet. In Zwolle bedraagt de numerus fixus 225. Het aantal nieuwkomers ligt komend schooljaar 65 tot 75 lager.

Bas Mesters, directeur van Windesheim: ‘We selecteren vrij streng. We geven studenten soms ook het advies om niet te kiezen voor een journalistieke opleiding. We streven niet naar maximalisatie, maar naar kwaliteit en kansrijkheid op de arbeidsmarkt.’

‘We zien een dalende trend’, reageert directeur Marjo Spee van de Academie voor de Journalistiek in Tilburg. ‘Studenten denken, ten onrechte, dat ze moeilijk een baan zullen vinden.’

80 procent van de afgestudeerden heeft binnen zes maanden werk op HBO-niveau, blijkt uit onderzoek van de HBO-opleidingen. Iets meer dan de helft kiest voor een baan in de journalistiek en bijna 20 procent voor PR en commerciële journalistiek. Circa 12 procent wordt voorlichter. Anderen vinden werk in de creatieve industrie of gaan aan de slag als coach of consultant. 12 procent komt in een ander werkgebied terecht.

Als zo veel studenten werk vinden buiten de journalistiek, waarom dan toch bijna hetzelfde aantal journalisten blijven opleiden? Mesters: ‘Mensen met een journalistieke opleiding zijn net als kunstenaars, filosofen en historici een aanwinst voor de samenleving. Ze hebben leren kijken met het publiek belang voor ogen. Het is goed dat dit soort generalisten zo breed mogelijk verspreid hun weg vinden. Zo lang jonge mensen met het volle bewustzijn voor deze roeping kiezen en niet voor het geld, moeten we daar als samenleving blij en trots mee zijn.’

Directeur Hans de Clercq van de school in Utrecht: ‘3000 werkzoekenden is wel alarmerend. Dit cijfer is echter niet uitgesplitst in bijvoorbeeld leeftijd, opleidingsniveau, wanneer iemand afgestudeerd is of werkloos is geworden. Dit cijfer is dan ook niet direct te koppelen aan de uitstroom van de opleidingen. Ook kun je niet voorbijgaan aan de veranderende behoefte vanuit de journalistieke arbeidsmarkt, die ook de NVJ zelf signaleert.’

Mesters: ‘Het cijfer is boterzacht. Iedereen kan zich journalist noemen. De cijfers moeten onderzocht worden.’

Bruning pleit voor een grootschalig onafhankelijk alumni-onderzoek. ‘De huidige onderzoeken van de afzonderlijke scholen geven een beperkt inzicht. Het onderzoek moet op een hoger niveau.’

Als het om werkzoekende journalisten gaat, beschikt ook het UWV niet over aanvullende gegevens. Wel laat woordvoerder Wessel Agterhof op verzoek de cijfers uitdraaien van journalisten met een WW-uitkering. Van de bijna 3000 werkzoekende journalisten ontvangen er 1760 een WW-uitkering. Dat zijn er 643 meer dan drie jaar geleden, ofwel een stijging van circa 30 procent. In de categorie jonger dan 27 jaar gaat het om 34 vrouwen en 17 mannen. Bij de mannen is de grote bulk WW’ers 50 jaar en ouder (538). Bij de vrouwen springt de leeftijdscategorie 27-50 jaar er bovenuit (528). Alleen in de categorie hoofdredacteur/redactiechef maakt het UWV geen onderscheid tussen mannen en vrouwen. Het gaat om in totaal 523 personen, 191 meer dan drie jaar geleden.

Alleszeggend zijn dus ook deze cijfers niet. ‘Getallen zijn schaars in discussies over journalistiek’, weet wetenschapsjournalist Arno van ’t Hoog. Hij schreef er twee jaar geleden een artikel over voor De Nieuwe Reporter. Op de oplagecijfers van het HOI na, worden er geen andere trends gepubliceerd. ‘Niet over de Nederlandse journalistieke arbeidsmarkt (fte’s, leeftijdsopbouw), en ook niet over aantallen starters, freelancers of de gemiddelde inkomensontwikkeling.’

Mediawatcher Piet Bakker: ‘Het is moeilijk om cijfermateriaal te vergaren. Bij het Centraal Bureau voor de Statistiek zijn journalisten ondergebracht in een bredere groep. Bovendien is het een vrij beroep. Iedereen kan zich journalist noemen. In België is dat anders geregeld. journalisten moeten zich daar verplicht registreren.’

Opleidingen, universitaire media-onderzoekers, stimuleringsfondsen en de NVJ kunnen een voorbeeld nemen aan Engeland en de Verenigde Staten die de beroepsgroep monitoren, vindt Van ’t Hoog. ‘De Nederlandse journalistiek heeft dringend behoefte aan veel meer cijfers. Feiten zijn heilig, nietwaar?’
Vandaar dat hij geen harde conclusie durft te trekken. ‘Ik geloof dat opleiden tot werkloosheid meer een beeldspraak is dan realiteit. Ik heb de indruk dat veel afstudeerders vooral willen werken en gewoon alles aanpakken, zoals slecht betaalde verlengde stages, werkervaringsplekken en freelancen in combinatie met horeca- en uitzendwerk.

Hoeveel afstudeerders het lukt om met journalistiek werk een bestaan op te bouwen, waar ze precies terecht komen en hoe hun inkomen zich ontwikkelt is de vraag. Misschien doen ze het wel beter dan we denken. We hebben op dit moment echt geen flauw idee. Het zou voor de opleidingen toch een koud kunstje moeten zijn om dat met een enquête onder oud-studenten te achterhalen.’

Voor Bakker is de economische teloorgang wel een reden om het aantal studenten daarop af te stemmen. ‘Het kan wel iets minder. Geen school zal dat graag doen, zeker niet vrijwillig. Minder studenten betekent immers minder personeel.’

Ook voor Bruning van de NVJ is het helder. ‘De staats­secretaris moet paal en perk stellen aan het opleiden van journalisten bij universiteiten en HBO-instellingen die buiten de vier officiële opleidingen opereren. 10 tot 15 procent minder studenten is wenselijk.’

Directeur Marjo Spee van de Academie in Tilburg voelt daar niets voor. ‘Ik ben niet voor protectionisme. Bovendien, minder journalisten opleiden wil niet zeggen dat er ook minder journalisten bij komen. Het is geen beschermd beroep.’

Windesheim-directeur Mesters maakt een andere rekensom. Van de 15.000 journalisten (Villamedia gaat inmiddels uit van een totaal van 18.000 journalisten, zie pagina 49, red.) gaan er jaarlijks 375 met pensioen. Dit jaar zijn er 600 studenten afgestudeerd. Iets meer dan de helft komt terecht in de journalistiek. ‘Per saldo komen er dus ruim 300 nieuw opgeleide journalisten bij en vertrekken er 375. Die nieuwe jonge journalisten zijn de broodnodige verversing, zij zijn volop multimediaal inzetbaar. Ze storten zich in het gewoel van de arbeidsmarkt. Ze weten dat het een moeilijke arbeidsmarkt is, maar zijn wel bijzonder gemotiveerd. Eerder maak ik me zorgen om de oudere journalisten op de redacties. Zij hebben minder tijd om zich bij te scholen, omdat ze productie moeten draaien.’

‘We monitoren continu de markt met onder meer onze alumni-onderzoeken’, zegt collega De Clercq. ‘De journalistiek is groter dan journalisten, om aan te geven dat tegenwoordig andersoortige professionals dan journalisten actief zijn binnen de journalistiek. Techniek, innovatie en ondernemen zijn belangrijker geworden. Dat is de reden dat we ook een nieuw beroeps­opleidings­profiel hebben ontwikkeld.’

Bruning plaatst een laatste kanttekening. ‘Binnen de journalistiek komt veel verborgen werkloosheid voor’, zegt hij, doelend op de resultaten van een onderzoek onder freelancers in 2013. ‘Gemiddeld verdient een freelance journalist bruto 21.800 euro per jaar, 5000 euro minder dan tien jaar geleden. Een vijfde verdient niet meer dan 10.000 euro bruto per jaar. Dan zit je dus onder het bestaansminimum.’

De minister staat niet te springen om in te grijpen, laat een woordvoerder van het ministerie van OCW weten. De zegsman wijst op de zogeheten studiebijsluiter, die studenten vertelt welke studies baanzeker zijn en welke niet. Bij journalistiek staat op de bijsluiter 58 procent. Ter vergelijking: hotelschool: 55 procent, HBO rechten: 45 procent, commerciële economie: 58 procent, fiscaal recht en economie: 63 procent en verpleegkunde: 60 procent.

‘Een maatregel zou een fixus kunnen zijn op basis van de vraag van de arbeidsmarkt’, aldus de zegsman. ‘Die zou echter een beperking van de toegankelijkheid van de opleiding betekenen. Voor een relatief brede opleiding zoals journalistiek is het zeer de vraag of een arbeidsmarktfixus een werkbare en wenselijke oplossing is. Aangezien alumni in meerdere beroepen kunnen uitstromen, en er ook journalisten zijn die een andere ­opleiding dan journalistiek hebben gevolgd, is het ­moeilijk te bepalen wat de beperking van de arbeidsmarkt is.’

Bekijk meer van

Werk UWV Dossiers

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.