De Ondergedoken Camera: fascinerende verborgen fotografie in het laatste oorlogsjaar van Amsterdam
Straatfotografie heeft niet zelden een element van bespieden. Het beste werk van grootheden als Esther Bubley, Vivian Maier of Henri Cartier-Bresson toont mensen die niet doorhadden dat ze op de foto werden gezet. Maar wat als het van levensbelang was om als fotograaf onontdekt te blijven? Vorige maand verscheen het boeiende fotoboek De Ondergedoken Camera van NIOD-historici René Kok en Erik Somers, waarin heimelijk gemaakte Amsterdamse (straat)fotografie in het laatste oorlogsjaar 1944-1945 centraal staat.
Dit artikel wordt met je gedeeld door NVJ-lid Lars Pasveer. Ook lid worden?
Van Kok en Somers recenseerde ik enkele jaren terug in lovende termen het boek Adolf Hitler. De beeldbiografie, die bij uitgeverij Hollands Diep verscheen. De Ondergedoken Camera, uitgekomen bij uitgeverij WBOOKS, is al net zo’n memorabele productie.
De titel verwijst naar de naam van een al eind 1945 opgetuigde tentoonstelling van stiekem gemaakte beelden uit bezet Amsterdam. Fotografen Tonny van Renterghem en Fritz Kahlenberg hadden zich nog voor de bevrijding voorgenomen dat er zo’n collectie moest komen, dat uiteindelijk De Ondergedoken Camera werd gedoopt.

Op 1 mei 2025 opent in Fotografiemuseum Amsterdam (Foam) een nieuwe tentoonstelling van werk uit deze collectie, die in nauwe samenwerking met NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies werd samengesteld.
Tentoonstelling ‘De Ondergedoken Camera’ | Fotografiemuseum Amsterdam
Half april kondigde werelderfgoedorganisatie UNESCO aan dat de collectie aan het zogeheten Memory of the World Register is toegevoegd, vanwege de cultuurhistorische waarde ervan. De tentoonstelling bij Foam loopt nog tot 2 oktober 2025.
Ook het boek De Ondergedoken Camera vraagt hernieuwde aandacht voor de indringende foto’s uit de laatste oorlogsjaren in Amsterdam én de fotografen die letterlijk hun leven waagden om ze te maken. Kok en Somers bewijzen verder opnieuw hun talent om uit het totale aanbod van oorlogsfotografie treffende, ontroerende en tot overpeinzing stemmende foto’s te selecteren.
Verarmd straatbeeld
“In de verzameling foto’s van De Ondergedoken Camera ontbreekt de Jodenvervolging als onderwerp zo goed als geheel”, merken Kok en Somers op. “Dit valt deels te verklaren uit het feit dat de Joodse gemeenschap uit het straatbeeld was verdwenen toen de fotografen van De Ondergedoken Camera actief werden. Uitingen van medeleven met het lot van de Joodse medeburgers zijn niet op de foto’s terug te vinden”, stellen ze.
Foto’s van de sloop van hout en materialen uit leegstaande woningen van gedeporteerde of ondergedoken Joden zou je met goede wil zo kunnen uitleggen. Maar de boodschap is dubbel, constateren Kok en Somer nuchter: “Deze opnames uit de laatste oorlogsmaanden tonen op schrijnende wijze het gemak waarmee werd aangenomen dat de bewoners toch niet zouden terugkeren – en impliciet de rechtvaardiging voor afbraak.”
Het is niet dat er géén beelden van Joodse onderduikers in het boek zijn opgenomen, maar dat is werk van amateurfotografen dat na de oorlog aan de collectie De Ondergedoken Camera werd toegevoegd. Fotograaf Cas Oorthuys legde, voor hij werk maakte dat in De Ondergedoken Camera werd opgenomen, wel afgenomen vrijheden vast. Zo fotografeerde hij hoe een goede vriendin de sinds kort verplichte Jodenster op haar jas moest naaien - een verstilde, omineuze foto.

Van evenzo iconische foto’s van de rauwe praktijk van Jodenvervolging in Nederland - denk Duitse razzia’s op het Jonas Daniël Meijerplein in 1941 - zijn de makers onbekend gebleven.
Alle opgevoerde fotografen overleefden de oorlog en hadden daarna vaak een klinkende carrière in binnen- en buitenland. Enkele fotografen zoals Charles Breijer, Marius Meijboom en Tonny van Renterghem spraken Kok en Somers nog bij leven, via hun werk bij het NIOD in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw.
Het mag niet verbazen: de nadruk ligt in De Ondergedoken Camera natuurlijk op fotografie, maar Kok en Somers hebben een onmiskenbaar talent voor verhelderende en treffende onderschriften: het feit dat fotograaf Charles Breijer zichzelf onbedoeld, via zijn schaduw, óók heeft vastgelegd. Dat slenterende onderofficieren op de Dam gezien hun medaillelinten blijkbaar veteranen zijn. Een houtplunderaar die de heimelijke fotograaf wel degelijk heeft opgemerkt en duidelijk niet gediend is van de aandacht.

Of de bijzondere interesse van mensen en kinderen voor Amsterdamse tramrails, waar geïmpregneerde en goed brandbare houten dempingsblokjes populair waren als brandstof. Verwijderen van deze blokjes was uiteraard strafbaar, getuige een foto van een betrapt jongetje op het moment dat hij een sprintje gaat trekken. De foto werd gemaakt door Krijn Taconis.
Kok en Somers nemen ook in tekst ruim de tijd om in te gaan op de oorlogsjaren van de fotografen die De Ondergedoken Camera maakten. Dat hangt soms aan elkaar van hachelijke en toevallige ontsnappingen.
Het zijn anekdotes die je als spannend zou bestempelen, als je voor het gemak even vergeet dat het serieus oorlog was en net zo makkelijk een dodelijke afloop had gehad. Kok en Somers weten deze en talloze andere near misses - waarbij iemand via een wc-raampje weet te vluchten of een ander die zich door een gewapend verhoor blufte - leesbaar en invoelend op te schrijven.
Kok en Somers duiden verder waar mogelijk ook de oorsprong van foto’s - zoals de iconische hongerwinterfoto van een uitgemergeld jongetje met een pannetje, op weg naar een gaarkeuken. In scène gezet, bevestigde de zoon van fotograaf Emmy Andriesse rond de eeuwwisseling: de symboliek was voor haar belangrijker dan een volledig waarheidsgetrouwe weergave, stelde hij.

Een andere hongerwinterfoto van een jongen met een lepel, was door fotograaf Marius Meijboom niet zozeer geënsceneerd - maar de familie werd wel omgekocht met twee broodjes.
Meijboom: “Ik herinner mij dat wij een trap opgingen. Het was levensgevaarlijk, want ze hadden de treden gesloopt en de ellende die wij zagen was in één woord ontzettend. Er woonde een grote familie met een stuk of acht kinderen. Onder andere een jongetje van een jaar of acht. [..] Ik heb hem in de deuropening gezet. Hij stond daar met een lepel die hij, voor het geval er iets te schrapen viel altijd bij zich had. En hij wankelde zo, dat ik mijn kans onmiddellijk moest waarnemen.”
Verhelderend is ook de achtergrond bij het werk van Cas Oorthuys, die in april 1945 foto maakte van een uitgehongerde Amsterdamse vrouw, die in de verte starend op een homp brood kauwt. Die foto werd in 1955 wereldberoemd door een tentoonstelling in New York, maar het contactvel op de overliggende pagina laat zien dat het geen toevalstreffer was, maar één uit zeker elf foto’s van de vrouw.

De foto werd in de jaren daarna ook regelmatig op posters en in oorlogspublicaties gebruikt, omdat het zo’n krachtige symbolische status had verworven.
Zulke journalistieke afwegingen zijn vanuit comfortabel 2025 natuurlijk makkelijk te veroordelen. Kok en Somers’ toelichtingen maken de foto’s eerlijker, terwijl ze niets aan zeggingskracht inboeten. De andere ‘eenmalige’ foto’s van uitgehongerde, uitgeputte en stervende Amsterdammers die Andriesse, Meijboom en Krijn Taconis maakten zijn ook tachtig jaar later een ontnuchterende stomp in de maag.
Zo blijft het bizar te bedenken dat onze achteloze dagelijkse lunchwandeling naar de Albert Heijn Museumplein tachtig jaar geleden was geëindigd in bunkers en prikkeldraad. Dat de Amsterdamse Zuiderkerk in februari 1945 dienst deed als noodmortuarium voor zeker vijftig lijken, omdat vorst en een tekort aan doodskisten begraven onmogelijk maakte. Dat een stukje verderop in De Lairessestraat een autobom een onschuldige voorbijganger het leven kostte.

Oorlogen eindigen en daarmee sluit De Ondergedoken Camera haast onvermijdelijk op een - relatief - positieve noot: blije gezichten bij de vrijlating van gevangenen, voedseldroppingen, de intocht van bevrijders over de Berlagebrug op 8 mei 1945.

Al op 9 mei 1945 begon de Amsterdamse politie aan een zuivering binnen de eigen gelederen. Verdachte rechercheurs werden door ‘goede’ agenten overgebracht naar een interneringskamp in het Amsterdamse havengebied.
“De zuivering van de politie bleek geen eenvoudige opgave. Iedere politieman had in zekere mate als verlengstuk voor de Duitse bezetter gefunctioneerd. Uiteindelijk werd slechts zes procent van de politiemensen ontslagen”, noteren Kok en Somers.
Op 7 mei 1945 was er een dodelijke schietpartij op de Dam waarbij, op de valreep van vijf slepende oorlogsjaren, 32 mensen om het leven kwamen.
Verder leidde de bevrijding tot schrijnende voorbeelden van eigenrichting van vermeende collaborateurs of vrouwen die met Duitsers zouden hebben geheuld.

Het herinnert tegelijk aan de breedte van onderwerpen die dit boek beslaat. Voor wie interesse heeft in de Nederlandse geschiedenis, de Tweede Wereldoorlog en (straat)fotografie is het een absolute aanrader.

De Ondergedoken Camera | Het laatste oorlogsjaar. Amsterdam 1944-1945
René Kok en Erik Somers
Uitgeverij WBOOKS
ISBN 978 94 625 8685 7 (Nederlands)
ISBN 978 94 625 8688 8 (Engels)
256 pagina’s, € 39,95
Bij WBOOKS verschenen eerder:
Het Grote 40-45 Boek
ISBN 978 94 625 8171 5
Stad in Oorlog. Amsterdam 1940-1945 in foto’s
ISBN 978 94 625 8171 5
De Jodenvervolging in foto’s. Nederland 1940-1945
ISBN 978 94 625 8315 3 (Nederlands)
ISBN 978 94 625 8316 0 (Engels)


Praat mee