data als kans

— woensdag 10 december 2014, 09:53 | 0 reacties, praat mee

De man van Sturm und Drang

© TRIK

Adjunct worden van het blad waar je een grote liefde voor hebt, daar hoefde Robert van de Griend niet lang over na te denken. Sinds drie jaar vormt hij een tandem met hoofdredacteur Frits van Exter, en probeert hij de Sturm und Drang die van nature in hem huist op de redactie over te brengen. ‘Daar kan nooit genoeg van zijn.’ Laatste wijziging: 17 december 2014, 10:28

Het was geen gemakkelijk jaar voor Vrij Nederland. Na een bedrijfsbrede reorganisatie, waarin WPG Uitgevers afscheid nam van twee titels, boekuitgeverijen en ruim 100 fte, moet het opinieweekblad het wederom doen met minder geld en minder mensen. ‘Nooit leuk’, zegt Robert van de Griend (35). En ja, daar ligt hij wel eens wakker van. Maar de adjunct hoofdredacteur is er de man niet naar om de schouders te laten hangen. Hij heeft de blik vooruit. ‘Het ziet ernaar uit dat we dit jaar financieel goed gaan afsluiten. We hebben tien jaar lang tonnen verlies gemaakt en dit jaar stevenen we voor het eerst op een klein winstje af’, zegt hij opgetogen. ‘Break even op z’n minst. Daar zijn we trots op. De uitgever ook. Die gelooft in ons en blijft in ons investeren. Onze uitgeverij komt voort uit Vrij Nederland. WPG-directeur Koen Clement heeft ooit gezegd: het is onze verdomde plicht om een blad, waarvoor mensen zijn gestorven, niet zo maar naar de knoppen te laten gaan.’

Maar dat is emotie.
‘Ja, en daar kun je geen bedrijf op runnen, dat weet ik ook, maar het speelt wel mee. Ze hebben geaccepteerd dat bij Vrij Nederland nooit de goudschepen zullen binnenvaren. We zijn nu eenmaal niet de cashcow die Happinez is. Vrij Nederland is een heel ander blad en dat is maar goed ook. De uitgeverij verlangt terecht dat we winst maken, maar vindt het ook belangrijk dat we er zijn. Daar komt nog bovenop dat we interessante toekomstplannen hebben.’

Die toekomstplannen, vertelt hij, beginnen bij de onlangs doorgevoerde aangescherpte koers waarmee Vrij Nederland zich meer wil onderscheiden van andere kwaliteitsmedia. Die houdt zoveel in als: meer aandacht voor vernieuwing en vooruitgang. Van de Griend: ‘Een halfjaar geleden hadden we weer eens een gesprek over waar we toe op aarde zijn. Ons onderscheidende karakter zit in kwaliteitsjournalistiek en kwaliteitsfotografie maar op papier ook in onze signatuur. Vroeger noemden we dat links, tegenwoordig zou je het progressief noemen. Maar als we heel eerlijk naar het blad keken, zagen we daar weinig van terug. Waar we goed in zijn is het benoemen van problemen, het onthullen van misstanden en het interviewen van arrivés, maar dat is best een conservatieve manier van naar de wereld kijken. We misten verhalen over oplossingen, vernieuwing en vooruitgang. Natuurlijk gooien we niet weg waar we goed in zijn, maar er is wel meer ruimte gekomen voor nieuwe interessante denkers, nieuwe ideeën, jonge mensen. Voor progressieve onderwerpen als duurzaamheid, wetenschap, technologie, onderwijs en emancipatie. Voor de toekomst van de economie en de democratie. Dat alles natuurlijk wel met een kritische journalistieke blik. We zijn niet The Optimist.’

Hylke van der Meer, directeur van de Weekbladpers Media, zei in Adformatie dat het belangrijk is dat Vrij Nederland komend jaar een digitale slag gaat maken. Wat gaan we daarvan zien?
‘Allereerst gaan we ons papieren archief vanaf 1940 digitaliseren en toegankelijk maken voor lezers. En we zijn bezig met het ontwikkelen van een nieuwe site, waarop alle redacteuren dagelijks gaan bloggen. Dat moet een stroom aan commentaren opleveren over de thema’s die wij belangrijk vinden. De sleutelwoorden zijn scherp, dwars en progressief, zeker niet zonder humor, maar wel goed uitgezocht. Zo denken we een grotere groep lezers aan ons te kunnen binden. We verwachten daar veel van. We blijven online ook onze longreads aanbieden, al zullen die binnenkort niet meer gratis zijn en achter een gebruiksvriendelijk betaalhekje komen te staan.

Daarnaast zijn we begonnen met iets dat we VN Labs noemen. In die Labs ontwikkelen we allerlei journalistieke experimenten. Bijvoorbeeld op het gebied van datajournalistiek en datavisualisatie, maar het zal ook zitten in het bedenken van commerciële producties. Daarvoor zoeken we samenwerkingen met onderzoeksinstituten, bedrijven, universiteiten en jonge nerds die we de kans willen geven om samen met ons interessante dingen te doen. Daar zullen we ook nieuwe mensen voor aannemen, en dat ga je zowel online als in het blad terug zien.’

Commerciële producties? Dat lijkt me nogal vooruitstrevend voor Vrij Nederland.
‘Een tijdje terug hebben we een special gemaakt samen met het Rijksmuseum. We behouden onze journalistieke integriteit – met het Rijksmuseum willen we best gezien worden. Maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat we op een punt zijn aanbeland waarop we zelfs bereid zijn met Shell te praten als dat een product op kan leveren waar we ons senang bij voelen.’

Dat was nog niet zo lang geleden toch echt not done.
‘Bij Vrij Nederland is er een lange tijd geweest dat dat soort dingen werd weggezet als grootkapitaal waar je vooral niks mee te maken moest willen hebben. Maar het klassieke systeem van gewone advertenties brokkelt steeds verder af, het is de toekomst om meer met bedrijven in zee te gaan die interessant voor je zijn.

En Shell….Vrij Nederland heeft ontzettend kritische stukken geschreven over Shell – over wat ze allemaal uitspoken in Nigeria. Dat blijven we doen, en dat weten zij ook. Maar toch zeggen ze: we zijn bezig met de zoektocht naar duurzame energie, kunnen we niet eens praten? Nou ja, dat kan best. Bij The Guardian doen ze dit soort dingen ook al, daar hebben ze een mooie special met Unilever gemaakt. We zitten niet meer in de positie dat we tegen iemand kunnen zeggen: we praten niet met jullie – tenzij het het Iraans Verkeersbureau is. De tijd om maar nee te blijven zeggen omdat je anders het grootkapitaal zou steunen is echt voorbij.’

We ontmoeten Van de Griend op zijn verzoek te midden van dat grootkapitaal, in de Skylounge van het DoubleTree Hilton in Amsterdam. Hij houdt van hotelbars. ‘Het liefst een beetje foute’, mailt hij. Het is zo’n plek waar zich vooral ’s avonds de nouveau riche ophoudt. ‘Een hele dunne scheidslijn tussen hip en ordinair, dat intrigeert me’, zegt hij als we op elf-hoog een colaatje bestellen. In zijn verslaggeverstijd sprak hij er wel eens af om een interview te houden. Maar niet vaak, want met de portefeuille vreemdelingenbeleid die hij jaren bestierde, waren chique hotels niet de plek waar je de verhalen vond. Die vond hij op straat. ‘Ik vind het interessant om echte verhalen te maken, waarvoor je op pad moet en je kunt onderdompelen in een onderwerp. Een beetje een documentaire-achtige manier van journalistiek bedrijven, dat bevalt mij het beste.’

Daar maakte hij al snel naam mee. In 2006 ging hij undercover als detentietoezichthouder op de illegalenboot in Rotterdam. In een tweeluik toonde hij aan dat Nederland na de Schipholbrand nog steeds niet humaan omgaat met opgepakte illegale vreemdelingen. De boot ging dicht. Van de Griend won er de VVOJ aanmoedigingsprijs en een Tegel mee. Het zou niet zijn laatste zijn in zijn inmiddels tienjarige carrière bij Vrij Nederland. Hij kwam er ooit binnen als stagiair, en ging niet meer weg. ‘Ik heb geregeld gedacht: wat moet ik eigenlijk hierna? Dat is best ingewikkeld want ik ken in de printmedia eigenlijk geen plek waar je je consequent met dit soort ideale journalistiek mag bezighouden. Waar je de tijd krijgt voor uitzoekverhalen. Weken, maanden als het nodig is. Waar elk verhaal de ruimte krijgt die het verdient, waar je het mooi op kan schrijven en waar het ook nog eens wordt opgemaakt met de beste fotografie. Voor een schrijver is Vrij Nederland van alle printmedia nog steeds het summum.’

Als adjunct schrijf je niet zoveel meer. Wat heeft je ertoe bewogen die functie aan te nemen?
‘Ik had last van wat ze in relaties een Seven Year Itch noemen. Ik merkte dat er een zekere routine in was geslopen en dat ik op bepaalde vlakken misschien een beetje was uitgeleerd. Ik voelde dat ik iets anders wilde. Ik kreeg aanbiedingen van kranten en tv, uitgeverijen vroegen me om een boek te schrijven. Ik heb het allemaal serieus overwogen. Tot de mogelijkheid zich voordeed om adjunct te worden. In eerste instantie dacht ik: dat moet ik niet doen want dan ga ik het schrijven en het op pad zijn enorm missen. Maar anderzijds: vanaf het moment dat ik er werkte, heb ik altijd wakker gelegen van Vrij Nederland. Op een positieve en een negatieve manier. Ik voel me enorm verbonden met dat blad. Alsof ik ermee getrouwd ben. Ik bemoeide me altijd al met van alles, en ik vond overal wat van. Dus toen ik de mogelijkheid kreeg om verantwoordelijkheid te dragen voor het blad waar ik zo’n grote liefde voor heb, waar ik ideeën over heb, kon ik daar eigenlijk geen nee tegen zeggen.’

Wat was je visie, welke kant wilde je op met dat blad?
‘Vrij Nederland deed altijd een beetje van alles. Nieuws, recensies, veel dingen waarvan ik dacht: dat doen de kranten ook, maar dan beter. Ik vond dat we meer moesten inzetten op waar ons onderscheidende vermogen zit. Onderzoeksjournalistiek, de grote reportages en bijzondere profielen. Gemaakt door de beste journalisten. Dat betekent dat je afscheid moet nemen van de middelmaat. Dat hebben we voor een belangrijk deel gedaan.’

Vonden die ideeën meteen aansluiting bij die van hoofdredacteur Frits van Exter?
‘Ja, dat leefde bij Frits ook. Maar als je dat soort plannen wilt verwezenlijken, heb je twee mensen nodig die er boven staan, elkaar voortdurend scherp houden en er samen voor 200 procent voor gaan. Doordat ik adjunct ben geworden – tot dan toe hadden we alleen wat chefjes – is er meer energie om ervoor te zorgen dat die plannen allemaal worden uitgevoerd.’

Hoe hebben jullie de rollen verdeeld?
‘We doen het samen, maar in de praktijk is het zo dat ik iets meer hands-on bezig ben met de begeleiding van de verhalen voor het blad. Ik heb het voortdurende contact met de redacteuren en de freelancers. Frits is iets meer bezig met de grote lijnen, met online, en met de financiën. Bij vergaderingen en brainstorms zijn we altijd allebei aanwezig. Dat lijkt misschien inefficiënt, maar wij merken dat we elkaar daar voortdurend scherp houden. Als je in je eentje tegenover een redactie van twintig man zit, is de verleiding soms groot om uit pragmatische overwegingen iets “wel goed” te vinden.’

Zijn jullie het ook wel eens grondig oneens?
‘Frits en ik zitten behoorlijk op één lijn, maar we zijn het ook wel eens over dingen oneens. Qua temperament verschillen we nogal. Frits is veel ervarener dan ik, wat rustiger ook. Ik ben wat feller en soms moet Frits mij even tot de orde roepen en dan hebben we een stevig gesprek. Maar waar dat over gaat houden we altijd binnenskamers. Dat lijkt me wel zo verstandig.’

Je staat ook bekend als een vrije denker. Er kwam bijvoorbeeld vlak voor je adjunct werd een Vrij Nederland seksspecial uit jouw koker. Niet het meest voor de hand liggende onderwerp voor Vrij Nederland, maar wel het best verkochte nummer in tijden. Krijg je dat soort plannetjes er gemakkelijk door?
‘Het komt nog wel eens voor dat ik een idee heb waarvan mensen zeggen: mwah, ik zie het niet zo. Dat had ik als redacteur ook al. Maar als ik zelf echt ergens in geloof, en een innerlijke noodzaak voel om iets te maken – wat naar mijn idee de basis is van alles – dan gebeurt het ook altijd. Hoe dan ook. Soms krijg ik daar mensen in mee, soms niet. Dat is een van de moeilijke dingen van adjunct zijn ten opzichte van redacteur. Vroeger zat ik op een speedboot; om maar een clichématig metafoor te gebruiken. Als ik een idee had, ging ik erop af. Nu zit ik achter het besturingssysteem van een mammoettanker. Ik moet die hele tanker meekrijgen, dat vergt veel meer energie en overtuigingsvermogen en het gaat langzamer. Dat is soms wel eens lastig en frustrerend.’

Met welk oog kijkt Vrij Nederland naar nieuwe, innovatieve initiatieven op het gebied van kwaliteitsjournalistiek, De Correspondent bijvoorbeeld?
‘Ik vind het een dapper initiatief. Ik vind het sowieso altijd goed wanneer nieuwe initiatieven ontstaan die het hele medialandschap weer even opschudden. Dat ze op elke redactie denken: shit, en wat zijn wij ook alweer aan het doen?’

Dat dachten jullie ook.
‘Natuurlijk. Ze hebben een prachtige website en doen het heel goed op het terrein van privacy. Ze hebben een uitstekende PR-campagne - onderschat niet het effect van De Wereld Draait Door op hun succes.’ En waar ik ook jaloers op ben is hun jonge honden mentaliteit. Er zit Sturm und Drang in. Dat voel je. Zo van: we proberen het gewoon en wat kan ons het schelen. Daar kun je alleen maar bewondering voor hebben.’

Zie je die mentaliteit bij Vrij Nederland te weinig naar je zin?
‘Vrij Nederland heeft een langere historie, mensen werken er vaak al langer. Dan heb je gewoon te maken met een andere mentaliteit. Maar inderdaad, het creëren van Sturm und Drang was een van mijn ambities toen ik als adjunct begon. Daar kan nooit genoeg van zijn.’

En is die ambitie ingelost?
‘Nog niet. Het is verbeterd, maar ik denk dat er nog veel winst te behalen is. Ik probeer het aan te jagen door veel met mensen te praten, door voortdurend proberen te motiveren en het goede voorbeeld te geven. Door mensen van buiten te halen om het blad te evalueren, redacteuren op cursus te sturen en af en toe eens een zwaar gesprek met iemand te voeren. Door soms flink kwaad te worden en op de juiste momenten een compliment uit te delen. Alles wat je maar kunt doen.’

Heeft De Correspondent zijn beloftes eigenlijk ingelost wat jou betreft?
‘Nee, dat vind ik niet. De namen waar in het begin mee werd geschermd – Joris Luyendijk, Alexander Klöpping, Jelle Brandt Corstius, Femke Halsema – vallen nogal tegen, of hebben nooit iets gedaan. Dan word je toch een beetje bedot. En van de huidige stukken lijkt een aanzienlijk deel met een hark geschreven. Ik vind het ook jammer dat journalistiek er voor een belangrijk deel wordt vernauwd tot essayistiek. Ik mis het echte journalistieke verhaal. Het ergert me dat De Correspondent zich afzet tegen die traditionele journalistiek –een trend die je wel meer ziet bij jonge journalisten – maar er voor al hun essays wel sterk uit put en op leunt. Dan denk ik: joh, ga zelf eens een keer op een straathoek kijken hoe de wereld ervoor staat en doe het niet alleen vanachter je eigen bureau, vanuit je eigen belevingswereld.’

Als je terugkijkt op drie jaar adjunctschap, zijn jouw ambities dan ingelost?
‘Ik denk dat we er in drie jaar tijd samen in zijn geslaagd om voor veel minder geld een veel beter blad te maken. Daar ben ik best trots op. Ik denk dat we meer verhalen maken waarmee we ons echt onderscheiden van de kranten. Maar er is nog wel veel te doen. Nu nog even die mammoettanker helemaal op koers krijgen.’               

Robert van de Griend (35) is sinds drie jaar adjunct hoofdredacteur van Vrij Nederland. Daarvoor werkte hij al zeven jaar als verslaggever voor het opinieweekblad. Hij schreef veel over vreemdelingenzaken en zijn verhalen werden meermaals bekroond. Van de Griend studeerde Nederlands, Azië studies en journalistiek. Hij woont in Amsterdam en heeft twee kinderen.

Bekijk meer van

opinieblad

Tip de redactie

Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Uitgever

Dolf Rogmans

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Factuurgegevens

Villamedia Uitgeverij BV
Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl

Redactie (tips?)

Chris Helt, hoofdredacteur

Marjolein Slats, adjunct-hoofdredacteur

Linda Nab, redacteur

Lars Pasveer, redacteur

Trudy Brandenburg-Van de Ven, redacteur

Rutger de Quay, redacteur

Sales

Sofia van Wijk

Jenny Fritschy

Webontwikkeling

Marc Willemsen

Vacatures & advertenties

redactie@villamedia.nl

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.