website over journalistiek

x

Villamedia heeft een app

 

Exclusieve inhoud Sluiten

Een NVJ-lid heeft dit artikel met je gedeeld. Gratis een maand alles lezen? Klik hier.

Een NVJ-lidmaatschap geeft je recht op:

  • Persoonlijk advies
  • Juridisch advies & rechtsbijstand
  • Perskaart
  • Korting op cursussen
  • Villamedia magazine

Word lid Verder lezen

‘De gouden tijden hadden de sfeer verziekt’

Ton van Dijk — Geplaatst op vrijdag 6 december 2013, 08:20

Andere Tijden In de gouden jaren ’60 en ’70 schommelde de oplage van Panorama rond de 380.000. Toen Ton van Dijk in 1988 als ‘journalistieke’ hoofdredacteur werd binnengehaald waren dat er nog 220.000. Hij moest het tij keren. Maar de toekomst van Pano bleek minder rooskleurig dan hem was voorgespiegeld. Het 100-jarige blad met een oplage van een krappe 42.000 exemplaren, staat nu te koop.

Drie jaar ben ik hoofdredacteur geweest, van mei 1988 tot mei 1991. Het was mijn leukste ongeluk. Begin 1988 werd ik gebeld door een headhunters­bureau. Het zoeken naar een nieuwe hoofdredacteur van Pano was door Spaarnestad, de Haarlemse tak van VNU, bij gebrek aan interne kandidaten in arren moede uit handen gegeven.

Ik had hier en daar wel eens laten vallen dat het maken van een groot publieksblad op mijn verlanglijstje stond, omdat ik met weemoed terugdacht aan mijn tijd bij Nieuwe Revu, hoewel ik daar twee keer officieel ontslagen en in 1976 na de derde schorsing, zelf maar was weggegaan. Met pijn in het hart, want het was fantastisch om met een ploeg jonge honden en een flink budget een journalistiek spannend, controversieel, brutaal en vooral succesvol blad te maken. Ik zou opnieuw de kans krijgen om met een redactionele ploeg die ooit naam en faam had, een groot publieksblad naar mijn hand te zetten. Talent en geld zat toch?

Hoe naïef was ik? Ik had eerlijk gezegd Panorama al lange tijd niet meer gevolgd. Derk Sauer deed het goed met Nieuwe Revu, nog steeds prikkelend en brutaal, Pano leek stuurloos. De headhunter beval mij aan, uitgever Peter Middeldorp schetste de plannen. Panorama diende weer een aansprekende rol te spelen. Kwaliteit, een betrouwbare vriend des huizes en een prettige ‘umwelt’ voor de adverteerder. Langzamerhand was het beeld ontstaan dat de losse koper een getatoeëerde aso was in een trainingspak met een kort aangelijnde pitbull. Dat imago diende zo snel mogelijk gewist te worden.

Ooit had het blad een oplage van boven de 400.000 gehaald, na een opzienbarende wervingsactie waarbij in elke Nederlandse brievenbus een mini-Panorama was bezorgd. Die actie bleek achteraf zo’n zeshonderd gulden per nieuwe abonnee gekost te hebben. Een geforceerde mijlpaal die niet lang stand hield.

In de gouden jaren ’60 en ’70 schommelde de oplage van Pano rond de 380.000. Het blad was onder de roemruchte hoofdredacteur Gerard Vermeulen het venster op de wereld. Prachtige fotografie, Panorama had drie fotografen in vaste dienst en een team van schrijvers dat opzienbarende reportages uit alle delen van de wereld bracht.

Na het vertrek van Vermeulen zette onder zijn opvolger, Jan Heemskerk (senior), de oplagedaling in. De televisie werd het nieuwe zicht op de wereld, special interestbladen kwamen op en ook de linksere en hardere koers van Nieuwe Revu snoepte van de koek. Heemskerk kreeg de schuld. Toen hij van een vakantie terugkwam, bleek hij te zijn geslachtofferd door een coup van John Drieskens, zijn opvolger die met bloed, misdaad en blote meiden de oplage weer aan het stijgen kreeg maar de status van het blad te grabbel gooide.

Drieskens kocht het duo Jan van Halm (†) en Dolf Dukker weg bij Nieuwe Revu die daar de harde lijn hadden ingezet. De ‘oude garde’ zag het met afschuw aan, een tweespalt was het gevolg. Toen bleek dat Van Halm en Dukker een geheimgehouden provisie kregen per extra los verkocht nummer en ook nog de shootings voor Miss Panorama gebruikten voor private, mistige nevenactiviteiten, barstte er weer een bom.

Het drietal ruimde het veld voor de keurige Ton in ’t Veld die met zijn zo toepasselijke achternaam hoofdredacteur van Grasduinen was. In ’t Veld schrapte veel bloot. Hij wilde ‘leesmomentjes’, meer relatieonderwerpen en vooral af van het Panorama-toontje: een beetje badinerend, beetje rechts, beetje afzeikerig. Hij kon het vertrouwen van de redactie niet winnen, opnieuw kwam er ‘rotzooi in de tent’, zoals Trouw kopte.

Er moest een ‘journalistieke’ hoofdredacteur komen. Ik werd met open armen ontvangen, de plenaire redactievergadering stemde unaniem voor mijn komst.

Een redactie van bijna 40 fte’s, nog steeds een winst van circa 2 miljoen, en een oplage van bijna 220.000 exemplaren, het zou toch niet slecht kunnen gaan? Dat ging het wel. Alles stond onder druk. De advertentiemarkt slonk. In het eertijds beroemde wederverkoperskanaal van VNU taanden de omzetten. Niet iedereen was meer elke dag thuis om het pakketje bladen aan te pakken dat de ‘bode’ wekelijks langs bracht. En de redactie was na vijf hoofdredacteuren moe en murw.

Op de dag van mijn aanstelling zei de gevierde columnist Hans Auer tegen mij: ‘Jij liever dan ik.’ Een oudgediende waarschuwde mij, helaas ook pas na mijn komst, dat zich een kwalijk, onuitroeibaar virus in de muren van Panorama had genesteld. Een virus van luiheid, onderhuidse tegenstand, achterklap, na-ijver en wantrouwen. Iedereen ging zijn eigen gang. Men ging op vakantie wanneer men dat wilde. Wanneer men een stuk liever niet wilde schrijven, bleef men een week weg en zei dan: ‘Er zat niets in.’

Al snel veranderde Middeldorp zijn eerst zo positieve verhaal in een klaagzang dat de toekomst van Pano niet zo rooskleurig was. De redactie was te duur, veel te duur. Er zouden eigenlijk minstens tien mensen uit moeten. Ik moest dossiers aanleggen om afvloeiing voor te bereiden. Ook declareerde men er maar op los. Niet alleen copieuze diners, veel taxi’s en dure verre reizen, een redacteur voerde zelfs zakgeld voor zijn zoon op als die de Panorama-auto van pa had gewassen. Ik kreeg elke week declaraties terug met rood onderstreept de posten die ik niet meer mocht accepteren.

Ik moest berekenen hoeveel de vaste redacteuren per pagina kosten. De duurste bleek zo weinig te schrijven dat hij voor 4000 gulden per pagina op de rol stond. In het ‘hoofdredactionele archief’ vond ik kilo’s papier van gepeperde brieven heen en weer over slecht functioneren. Zonder enig resultaat. Een redacteur vertoonde zich door obesitas en bierverslaving zelden ter redactie, zijn teksten werden per taxi opgehaald. Een redacteur had een volledige baan erbij als voorlichter van een waterschap. Wanneer redacteur A. net naar Amerika was geweest, vond redacteur B. dat hij nu naar China mocht.

Elke keer stonden er wisselende fracties tegenover elkaar, maar de grootste controverse lag altijd tussen ‘bureau’ en verslaggeving. De zittende buffels, de stafleden (waar ik het overigens goed mee kon vinden) deden het nooit goed.

De staf vond de buitenredactie waardeloze nietsnutten. De verdeling was ook Haarlem-stad, waar de meeste ‘staf’ woonde, en de provincie, veel redacteuren huisden in boerderijtjes en dijkhuizen op pittoreske plekken in het Noord-Hollandse polderlandschap. Die woonsten werden tijdens lange periodes van ziektemeldingen keurig verbouwd. Anonieme brieven daarover, iemand had weer eens een zwaar zieke op een ladder zien staan, en over overspelige situaties ter redactie, iemand had weer eens een auto van de zaak voor een verkeerde deur gespot, daalden via de Raad van Bestuur en Middeldorp op mijn bureau.

Ik kreeg het er benauwd van, daarvoor was ik niet naar dat treurige Haarlem-Schalkwijk gekomen. Op een dag ging de telefoon. Een man wilde de hoofdredacteur spreken. Hij zei dat hij sprekend was opgevoerd in de Panorama van die week inzake een familiedrama. Maar dat hij nooit iemand van Pano gesproken had en dat trouwens geweigerd zou hebben, hij moest er niet aan denken in dat blad te staan. Ik bood mijn excuses aan, noteerde zijn adres voor een brief en een bloemetje en belde Middeldorp: ‘Ik heb hier een staande voetje voor je.’ Even was het stil. Toen sprak Middeldorp de historische woorden: ‘Dat winnen we niet voor de kantonrechter. Story doet niet anders.’

De redacteur in kwestie zat daar niet mee. De gejatte quote had toch in een krant gestaan? In een later jubileumnummer memoreerde hij zijn spannendste reportage: In Roemenië tijdens de val van Ceausescu. Hij kende Roemenië, alleen had hij geweigerd daar toen heen te gaan. Te gevaarlijk! Een freelancer was wel gegaan en uit dat stuk plagieerde hij zijn ‘herinneringen’. Ergens niet heen durven was schering en inslag. Met Iraqi Airways vliegen als dat de enige mogelijkheid was? Dan liever niet. Op reportage naar Israël? Graag, al jaren over gezeurd, maar alleen niet toen de Golfoorlog was uitgebroken.

Nee, de Panoramaredactie kwam op mij niet over als een stel bevlogen, ambitieuze, nieuwshongerige topjournalisten-met-een-gouden-pennetje. De gouden tijden van Panorama hadden de sfeer ter redactie verziekt. Alles kon, alles mocht, alles werd betaald. Vervetting en overdaad hadden geleid tot die ziekte.

Naast het beul spelen, wat ik niet kon en wilde, moest ik ook de ballen van de adverteerder likken, vooral die van Admedia, de afdeling advertentieverkopers. Informeerden die vroeger met de pet in de hand of er alsjeblieft nog plaats was voor extra advertentie, nu moesten de hoofdredacteuren smeken om wat extra inspanning voor hun blad.

Met een grote truck met oplegger waarover de volle lengte een reclame voor Pano was geprojecteerd middels ‘een nieuwe aandachttrekkende techniek’ reed ik reclame­bureaus af met de vraag of de media-inkopers alsjeblieft even naar buiten wilden kijken… Quelle tristesse.

Ik kreeg het gevoel een marathon te moeten lopen in mul zand. Na nog geen twee jaar was ik het zat. Ik was bijna blij toen Middeldorp begin 1991 meldde dat hij het niet meer zag zitten met mij. Van de ‘moderne techniek van het bladen maken’ had ik geen kaas gegeten en ik had het vertrouwen van een deel van de redactie verloren. Dat het vooral dat roddelende en intrigerende deel van de redactie was dat de ziekte deed etteren, leek niet ter zake te doen. Of ik alsjeblieft weg wilde gaan onder het medenemen van 200.000 gulden. Dat was de leuke kant van het ongeluk. Middeldorp zou zelf de stal uitmesten. Dat gebeurde.

Daarna kwam Joke Wartenbergh van Yes. Zij schrapte het woord links­poot uit sportverslagen omdat het beledigend voor de homofiele medemens zou kunnen zijn. Na haar nog een hele rij hoofdredacteuren, waaronder ‘bladendokter’ Rob van Vuure. Ook hij kon ondanks een extra zak met geld het tij niet keren.

De stand in 2012 was: losse verkoop 19.000, leesportefeuille 19.000, abonnees 8600, nog geen 47.000 stuks dus. In juni 2013 (vol­gens Adformatie) nog maar een to­taal van krap 42.000. Een niet te stuiten duikvlucht naar beneden. Een goed idee, een koper met een beetje geld en een ruime keukentafel waaraan die laatste, ik geloof nog acht, redactieleden, toch nog een leuk blad kunnen maken, zou een mooie landing kunnen zijn.

Nog geen reacties

Om te reageren moet je een Villamedia Account hebben en moet je eerst ingelogd zijn.

Journalist van het jaar 2018

Villamedia Sluiten

Inloggen

Registreren

Vul onderstaande gegevens in voor exclusieve toegang voor NVJ-leden.