— woensdag 14 augustus 2019, 16:00 | 2 reacties, praat mee

De burgemeester en haar zoon: Hoe weeg je privacy af tegen publiek belang?

© Illustratie: Paul Ryding

Na lezing van De Telegraaf vanmorgen stelde ik mezelf de vraag wat ik zou doen als ik getipt zou worden over de zoon van de burgemeester van Amsterdam. Omdat ik daar niet meteen het antwoord op had, deelde ik deze ‘journalistieke gewetensvraag’ op Twitter – soms moet je geloven in het goede van sociale media.

Sommige reacties waren klip-en-klaar: het spreekt vanzelf dat je niet publiceert, of dat je dat juist wel doet. Een aanhanger van de eerste school: ‘Genegeerd, want niet relevant tenzij je een haatzaaiend neofascistisch bruinroeptoeterend medium bent’. En van de tweede: ‘Wat nou “gewetensvraag”. Hou op met die weeïge ouderlingenpraatjes. Stel dat het een zoon van Wilders was geweest. Dan hadden én NRC én Trouw én de Volkskrant er drie weken achter elkaar de voorpagina mee geopend.’

Tussen deze uitersten bereikten mij zinnige reacties waar ik, ouderling van dienst, dankbaar voor ben.

Het is een klassiek dilemma. Wanneer weegt het publieke belang zwaarder dan het privacybelang? Het laatste is natuurlijk vanzelfsprekend: het gaat om een minderjarige verdachte van een inbraak waarbij wapens zouden zijn aangetroffen. Het is ernstig, maar niet van een categorie die de samenleving doet schokken.

Het tweede is veel lastiger. In de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek staat immers: ‘Publieke figuren moeten zich een zekere mate van blootstelling aan ongewilde publiciteit laten welgevallen. In hun privésfeer hebben ook zij recht op bescherming van hun privacy, tenzij gedrag in hun privéleven aantoonbaar van invloed is op hun publiek functioneren.’ Nota bene: ‘aantoonbaar’.

De Telegraaf meldt vandaag: ‘Binnen kringen van politie en Openbaar Ministerie was groot ongenoegen omdat de aanhouding al weken ‘onder de pet’ werd gehouden.’ En: ‘Meerdere politiemensen verklaarden van hogerhand opdracht te hebben gekregen om te zwijgen over het incident. Ook werden gegevens in het politiesysteem afgeschermd.’ Dat klinkt wel ernstig. Hoe zwaar kan dat wegen?

Ik beschik overigens niet over andere feiten dan de publicatie en de brief van de burgemeester in reactie daarop. Ik weet niet wat er zich op de burelen van De Telegraaf heeft afgespeeld. De redactie loopt niet warm voor de Raad voor de Journalistiek en heeft zijn eigen mores (disclaimer: ik heb lang geleden met plezier stage gelopen bij deze krant).

Maar als ik redactioneel verantwoordelijk was hoop ik dat ik, de druk van de deadline en het verlangen naar een primeur negerend, eerst veel vragen zou stellen. Ik zou me willen vergewissen van het gehalte van de bronnen: wie zijn ze, welke functie hebben ze, wat hebben ze precies gezegd, welk belang hebben ze daar mogelijk bij, zijn er ook documenten (een proces-verbaal bijvoorbeeld) die hun beweringen staven? Van de verslaggevers moet verwacht worden dat zij me volledig inlichten. Je vertrouwt elkaar natuurlijk, maar je wilt wel verantwoordelijk kunnen zijn voor de publicatie.

Als ik de Leidraad wil volgen, moet ik me ervan overtuigen dat de redactie feitelijk voldoende aannemelijk maakt dat op verzoek van Femke Halsema van hogerhand de instructie is gegeven de zaak onder de pet te houden. Beschuldigingen zijn natuurlijk ook feiten, maar anonieme beschuldigingen zijn in dit geval onvoldoende om over het belang van privacy heen te stappen.

Uit de koppen in De Telegraaf spreekt twijfel . Op de voorpagina staat: ‘Halsema pijnlijk getroffen’. In de onderkop staat ‘doofpot’ tussen aanhalingstekens en op pagina 3 staat over twee pagina’s: ‘Drama in de doofpot?’ De lezer mag het antwoord bedenken, maar ‘aantoonbaar’ is het niet.

De Telegraaf heeft navraag gedaan bij woordvoerders van de burgemeester, politie en Justitie en bij de advocaat van de familie. Zij ontkennen dat Halsema haar functie heeft misbruikt. Wel zijn op verzoek de gegevens van de zoon in de informatiesystemen afgeschermd, omdat volgens de advocaat de ervaring leert dat politiemensen daarin graag ‘neuzen’.

De beschuldiging vraagt uiteraard om wederhoor. De ontkenningen hadden aanleiding kunnen zijn voor nader journalistiek speurwerk. Je gaat bijvoorbeeld terug naar je bronnen om ze te overreden met meer ‘bewijs’ te komen. Je gaat na of het inderdaad vaker voorkomt dat privacygegevens afgeschermd worden uit vrees voor lekken. Je kunt je, zoals een twitteraar terecht deed, zelfs afvragen of de invalshoek niet heel anders moet zijn: ‘Binnen kringen van politie en Openbaar Ministerie worden pogingen ondernomen de burgemeester onderuit te halen door privacygevoelige informatie te lekken.’

Het probleem van een primeur is de houdbaarheid. Wederhoor doet ook alarmbellen afgaan. Naarmate de tijd verstrijkt neemt het risico toe dat je wordt ingehaald: het nieuws lekt naar andere media of de burgemeester kiest voor de vlucht naar voren om de schade te beperken. Zoals gezegd, hoop ik dat ik die druk zou weerstaan.

Ik heb me trouwens maar niet afgevraagd wat ik zou doen als ik burgemeester was en van de politie zou horen dat mijn zoon verdacht wordt van ‘gewapende inbraak’. Achteraf kun je denken dat je het nieuws beter zelf, zakelijk en afdoende, naar buiten had kunnen brengen, in het besef dat het lekken een groot risico is. Vermoedelijk was er dan veel minder ophef over geweest. Van burgemeesters en journalisten mag je verwachten dat ze beroepsmatig de goede afwegingen maken, maar menselijke dilemma’s zijn van een andere orde.

Frits van Exter is  voorzitter van de Raad voor de Journalistiek, maar heeft geen stem in de beoordeling van klachten. Hij verwoordt slechts zijn eigen mening.

cop 2019

Praat mee

2 reacties

Karl Hammer, 15 augustus 2019, 12:47

Citaat: “Wel zijn op verzoek de gegevens van de zoon in de informatiesystemen afgeschermd, omdat volgens de advocaat de ervaring leert dat politiemensen daarin graag ‘neuzen’.” Zit daar niet een groter probleem; politiemensen die graag ‘neuzen’ in informatiesystemen?

Frank Meurs, 15 augustus 2019, 12:49

Zoals zovelen ziet de schrijver over het hoofd welke mate van privacybescherming een 15-jarige in dit land geniet. Die is vrij absoluut. De vraag “wel of niet publiceren” is dan ook hypothetisch voor fatsoenlijke mensen. Natuurlijk zou men de privacybescherming van 15-jarigen ter discussie kunnen stellen. Maar geen mens zal daarvoor de toekomst van een individuele 15-jarige willen ruïneren. Overigens: de ‘afscherming van gegevens’ genieten alle ruim duizend Nederlandse wethouders. Ook een discussiepunt wellicht, maar niet over de rug van een vijftienjarige.

Frank Meurs, oud wethouder jeugd en journalist, stal op z’n 15e een treinstel maar werd nooit gepakt.

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.