De boze witte man is terug in Hilversum

De boze witte man is terug in Hilversum

Raymond Krul — Geplaatst in Innovatie op donderdag 23 maart 2017, 13:25

De verkiezing van Donald Trump en de rol van de media daarbij leidde bij de Nederlandse Publieke Omroep tot een onbehaaglijk gevoel: was het geluid van de straat wel voldoende vertegenwoordigd in de programma’s? Onder leiding van NPO 2-netmanager Gijs van Beuzekom werd actie ondernomen. Een week na de verkiezingen zijn de eerste kijkcijfers binnen.

‘Publieke Omroep gaat leren van Trump’, zo luidde de kop van een opiniestuk dat Shula Rijxman schreef in de Volkskrant naar aanleiding van de verkiezing van Trump tot president van de Verenigde Staten. ‘Ook hier stellen velen de vraag of de stem van alle groepen voldoende wordt gezien en gehoord. Of de mainstream media het geluid van alle Nederlanders laten horen, of alleen van de hoogopgeleide kosmopolitische Nederlander’, aldus de voorzitter van de raad van bestuur van de NPO.

—-
Meepraten? Kom 28 maart naar het Omroepdebat in Hilversum
—-

Rijxman beloofde actie en die kwam er. De enkele jaren geleden ter ziele gegane Werkgroep Actualiteit werd nieuw leven ingeblazen en omgedoopt tot Werkgroep Journalistiek. NPO 2-netmanager Gijs van Beuzekom zit de werkgroep voor. ‘De winst van het stuk van Shula is dat deze werkgroep er weer is. Het is goed dat wij de handschoen oppakken en als journalistieke makers met elkaar aan tafel gaan zitten. Dat je jezelf op gezette tijden een spiegel voorhoudt en zegt: doen we het goed? Waar zitten de gaten en hoe vullen we die op?’

De werkgroep bestaat uit hoofdredacteuren van alle omroepen, onder wie Marcel Gelauff van de NOS, Hans Laroes van KRO-NCRV, Joost Oranje van Nieuwsuur en Bertus Tichelaar van de EO. Van Beuzekom: ‘Ik ben zelf ook druk bezig met diversiteit binnen de publieke omroep en ik schrok best toen ik zag wat een wittemannenclub dit is. Dit verdient niet de schoonheidsprijs, dus we hebben onszelf beloofd dat we dit snel willen veranderen.’

Wat heeft de werkgroep tot nu toe gedaan?
‘We zijn drie keer bij elkaar gekomen en hebben ons geconcentreerd op de Tweede Kamerverkiezingen. Veel programma’s waren al bezig met de voorbereidingen, dus we hebben gekeken: wat gebeurt er nu en waar hebben we behoefte aan? Waar zitten de gaten? Dat heeft in korte tijd tot een groot aantal nieuwe programma’s en programmaonderdelen geleid. Onder andere De Monitor-debatten, Uit Europa, Bolwerk, De Stelling van Nederland, de Lagerhuis-debatten en de Nieuwsuur-reportages Buiten het Binnenhof zijn rechtstreeks uit de werkgroep voortgekomen. Van 26 februari tot en met 15 maart hebben we 342 uitzendingen over de verkiezingen gemaakt, exclusief de journaals en inclusief herhalingen. Dat is in totaal 222 uur televisie. Ter vergelijking: de commerciëlen maakten in die periode drie uitzendingen van in totaal acht uur.’

Was iedereen het eens met de analyse van Rijxman?
‘We zagen het niet zozeer als een groot probleem, maar haar oproep heeft er wel toe geleid dat we zeiden: wat in Amerika is gebeurd, dat je verrast wordt door de verkiezingsuitslag, kan ons ook overkomen. Het is een enorme winst dat we nu bij elkaar zitten – met respect voor elkaars meningen, want we zijn en blijven pluriform.’

Jullie wilden de gaten opvullen, waar zaten die? Bij het bereiken van de boze witte man?

‘Ja, al spreek ik liever over de teleurgestelde burger, dat vind ik een prettiger en ook een betere term. We hebben speciaal naar deze doelgroep onderzoek gedaan. Onder PVV-stemmers heeft 67,8% minstens één van onze uitzendingen gezien en 28,9% vijf of meer uitzendingen. Dat geeft voor mij aan dat we met onze programma’s zeker de interesse hebben gewekt van die doelgroep. Kijk je naar alle Nederlanders, dan zijn de cijfers ook positief: in 2010 gaf 22% aan dat de programma’s van de NPO hadden geholpen bij het maken van hun keuze in het stemhokje, in 2012 was dat 23% en in 2017 29,6%.’

Gaat het bereiken van de ene groep niet ten koste van de andere? Uit een NPO-onderzoek naar diversiteit dat deze week werd gepresenteerd, blijkt dat kijkers uit de zogeheten TMSA-doelgroep [Nederlanders van Turkse, Marokkaanse, Surinaamse en Antilliaanse afkomst, red.] het gevoel hebben dat de publieke omroep hen slecht begrijpt.

‘Dat zou betekenen dat we met oogkleppen op achter de PVV-kiezer zijn aangegaan en dat is niet het geval. Diversiteit is weer een ander probleem waar we trouwens ook de hoogste prioriteit aan geven.’

We hebben best veel PVV-kiezers voorbij zien komen de afgelopen weken. Als je nu naar de uitslag van de verkiezingen kijkt, zou je dan niet kunnen stellen dat de NPO juist te véél aandacht aan die groep heeft gegeven?

‘Nee, dat denk ik niet. Kijk maar naar hoe divers de programma’s waren. Of je het nu hebt over Buiten het Binnenhof, Het Lagerhuis of De Stelling van Nederland, in al die programma’s kwamen alle groepen aan bod. We hebben de handschoen opgepakt en ik vind dat we dat goed hebben gedaan. We mogen onszelf een compliment geven omdat we de verhalen van de straat en de wijk hebben verteld. We hebben de thermometer in de samenleving gestopt en waren er voor iedereen – van welke kleur je ook bent.’

Waren die programma’s er niet altijd al? Vroeger keken we ook naar het Lagerhuis en Rondom 10.
‘Het was te veel debat, terwijl we ook gewoon naar mensen moeten luisteren. We moeten wat meer openstaan voor wat er allemaal in het land gebeurt.’

Buitenlandse media schreven naar aanleiding van de verkiezingsuitslag dat de redelijkheid had overwonnen. Heeft de NPO daaraan bijgedragen?
‘Nee, zo moet je er niet naar kijken. Het is onze taak om alle geluiden te laten horen en de kiezer maakt vervolgens een keuze.’

Toch is de NPO niet van de polarisatie, maar wil het juist groepen bij elkaar brengen.
‘Klopt, maar we willen onze kijkers vooral volledig informeren.’

Hoe nu verder?
‘Ik zie het als mijn opdracht door te gaan op de ingeslagen weg. Het is niet zo dat we rondom de verkiezingen even los zijn gegaan en het over vier jaar weer doen. Die thermometer moet in de samenleving blijven. De Werkgroep Journalistiek blijft gewoon bij elkaar komen, dat is belangrijk. Deze week nog hebben we het gehad over hoe we omgaan met nepnieuws. Daarnaast hebben we van sommige programma’s, zoals De Stelling van Nederland, gezegd dat die ook buiten verkiezingstijd kunnen worden gemaakt. En we moeten doorgaan op de weg die we met pracht programma’s als Schuldig zijn ingeslagen. We zijn nu bezig met een dagelijkse documentaire waarin we laten zien hoe Nederlanders met elkaar samenleven. Die willen we in 2018 op de buis hebben.’

Een soort Utopia?
‘O nee, ik ben erg van de échte televisie waarin niets is gescript. Het idee is een dagelijkse docuserie van 25 minuten op Nederland 2 om half 8. Daarin laten we zien hoe Nederlanders samenleven. Hoe het er in dorpen aan toe gaat, in wijken en steden. Hoe Nederlanders en mensen van niet-Nederlandse afkomst samenleven, hoe religies zich tot elkaar verhouden. Ik kan me ook voorstellen dat het programma door meerdere omroepen wordt gemaakt, dat iedere omroep een bepaalde plek covert. Ik ben er erg enthousiast over en de omroepen gelukkig ook. Wat we de afgelopen maanden hebben geleerd, is dat er iets structureels is ontstaan als het gaat om journalistiek bij de NPO en daar ben ik ontzettend blij mee.’

Praten met programma makers

Waarom komt een programma wel of niet op de buis of op de radio? Welke keuzes liggen daaraan ten grondslag? Daarover kunnen programmamakers vanaf de zomer rechtstreeks praten met de NPO. Het is een initiatief van de NVJ, Gijs van Beuzekom en Laurens Borst, de zendermanager van NPO Radio 1. Van Beuzekom: “Ik merk vaak dat ik van makers hoor: kun je nog eens uitleggen waarom je de dingen doet zoals je ze doet. Daar is duidelijk behoefte aan. Als journalisten vragen hebben, kunnen ze hier langskomen en geven wij uitleg. Zo hopen we de afstand tussen de NPO en de makers te verkleinen.’

Nog geen reacties

Om te reageren moet je een Villamedia Account hebben en moet je eerst ingelogd zijn.

Persprijs 2017 WUR