onderzoek covid en journalistiek

— woensdag 12 juni 2013, 15:41 | 1 reactie, praat mee

Datajournalistiek meer dan turf- en telnieuws

Datajournalistiek kan veel meer zijn dan flitsende infographics en turf- en telnieuws, vindt Dimitri Tokmetzis, datajournalist en hoofdredacteur van Sargasso. ‘Maar dan moeten redacties datajournalistiek wel gaan zien voor wat het is: intelligent met informatie werken.’

Datajournalistiek is hot en ieder medium wil zijn partijtje meeblazen. De laatste jaren worden we dan ook getrakteerd op mooie interactieve graphics, fact reports en een hoop turf- en telnieuwtjes: volgens cijfers uit database y blijkt dat…

Op zich zijn dit nieuwswaardige producties, maar laten we eerlijk zijn: wat is het journalistieke verhaal dat deze graphics, fact reports en cijfernieuwtjes proberen te vertellen? Bieden ze inzicht in de wereld om ons heen? Geven ze diepte aan nieuwsproducties? Vaak niet. De potentie van datajournalistiek blijft grotendeels onbenut.

Dat heeft een aantal oorzaken.
Er zijn maar weinig journalisten met voldoende technische vaardigheden om met data te werken. Een gemiddelde journalist begint hevig te zweten als hij een Excel-file voor zijn neus krijgt. De techneuten op de redactie ontberen de journalistieke vaardigheden. Ze kunnen mooie applicaties maken, maar uit een bak met data halen zij het echte nieuws niet.

De cultuur op de redactie is ook niet bevorderlijk voor datajournalistiek. Op menig redactie heerst het misverstand dat datajournalistiek over cijfers gaat. Data zijn veel meer dan dat. De ‘cijfertjesmensen’ worden vaak ook weggestopt bij de documentatie of op de infographicsredactie gestald. Terwijl wat ze doen pure journalistiek is (of zou moeten zijn).

En er is een meer structureel probleem: de journalistiek heeft de ICT-revolutie grotendeels gemist, in die zin dat ICT niet tot een verandering van het primaire journalistieke proces heeft geleid.

Het morele ijkpunt van de journalistiek ligt in de jaren zeventig, de tijd van Watergate. Sindsdien is er weinig veranderd.  Want hoe komt een nieuwsproductie tot stand? Je krijgt een tip over de lancering van plan x. Je doet research, leest rapporten, belt wat contacten, gaat de straat op, ruziet met een woordvoerder, maakt een verhaal dat in print of op radio of tv verschijnt. Het resultaat gaat het archief in. Alle research verdwijnt in de prullenbak. Er blijft nog wat kennis steken in je hoofd, maar de krant en uitzending van morgen wacht weer. De nieuwscyclus dendert voort.

De ironie is dat zo’n informatie-intensief vak als journalistiek bijzonder verkwistend is met zijn kapitaal: informatie. En juist hierin kan datajournalistiek een rol spelen. Maar dan moeten we datajournalistiek wel zien voor wat het is: het verzamelen en structureren van digitale data, zodat je er nuttige informatie, vooral sporen naar verhalen, uit kan halen.

De datajournalistiek intelligence-style werkt op twee manieren. Ten eerste ondersteunend. Een dataredacteur moet continu meedraaien op een redactie en vanuit een dataperspectief meedenken bij het formuleren en opzetten van nieuwe verhalen. Hij of zij helpt de redactie aan nieuwe, tot dusver ongebruikte bronnen en neemt een deel van het researchwerk uit handen. De datajournalist zit niet ergens weggestopt achter een bureau, maar praat en denkt mee tijdens redactievergaderingen en zet projecten op samen met de verslaggevers.

Een beetje medium zou op ieder willekeurig moment minstens honderd scrapers hebben moeten lopen. Scrapers zijn programmaatjes die automatisch data van een website of uit een online database halen en gestructureerd opslaan. Dat kan van alles zijn: de verstrekking van lokale vergunningen, politieberichten, kadastrale gegevens, uitspraken van tuchtrechters, alle klinische medicijnonderzoek in Europa.

Redacties moeten die data structureren en koppelen waar het kan. En als er data missen, moeten die worden ingekocht. Door de ICT-revolutie hebben we een ongekend arsenaal aan bronnen tot onze beschikking, waar we nog veel te weinig mee doen. En nee, niet iedere dataproductie hoeft met een infographic te eindigen. De research is belangrijker dan het plaatje.

Ten tweede kan een datajournalist signaleren. Hij of zij gaat zelf op zoek gaan naar sporen in de data. Bij een goed ingerichte database worden plotselinge veranderingen (bijvoorbeeld in de huizenmarkt) snel opgemerkt, soms nog voordat er rapporten en persberichten over verschijnen. Voor een belangrijk deel is deze detectie van afwijkingen te automatiseren.

Een goede database biedt ook mogelijkheden om sociale netwerken in kaart brengen en onvermoede verbanden bloot te leggen. Grote data-aggregatiebedrijven, zoals Experian en Graydon, doen dit al jaren. Zij verzamelen grote hoeveelheden (open) data, halen daar inzicht uit en verkopen die door aan bedrijven en particulieren.

En zij doen dat efficiënt. Waar een onderzoeksjournalist een week bezig is met het in kaart brengen van een netwerk rondom een belangwekkend persoon, kun je dat met goede software binnen een paar uur doen, of zelfs binnen een paar minuten. Waarom verkopen media hun kennis eigenlijk niet door? Dat zou voor sommige uitgevers best een interessante extra inkomstenbron kunnen zijn.

De meeste bedrijfstakken hebben Big Data omarmd en gebruiken de digitale kennis om hun werkprocessen en hun eindproduct te verbeteren. Nieuwsmedia zouden er goed aan doen een aantal lessen (ik zeg een aantal, want de Big Data-hype bevat ook veel gebakken lucht) van deze bedrijven ter harte te nemen en eens serieus met hun informatiehuishouding aan de slag te gaan. Een nieuwsmedium dat digitale data links laat liggen, heeft niets in de 21ste eeuw te zoeken.

Dimitri Tokmetzis is datajournalist en hoofdredacteur van Sargasso

Bekijk meer van

Praat mee

1 reactie

Jody Ummels, 18 juni 2013, 10:59

Het mooie van internetjournalistiek in het algemeen en datajournalistiek in het bijzonder, is dat het nog steeds in de pioniersfase zit. Radiojournalistiek en televisiejournalistiek deden er tientallen jaren over voordat er vormen gevonden waren die werkten voor het specifieke medium. Zo veel oude collega’s verzuchten met weemoed dat ze die tijden graag hadden willen meemaken. Online maken we ze mee. Nu en hier. En dan is het dus inherent dat we zoekende zijn, dat we proberen en dat we fouten maken. Waarover wij, internetjournalisten van het eerste en tweede uur, later sterke verhalen kunnen vertellen. Dat we nog liveblogden op de achterkant van sigarenkistjes en zo…

Wat Dimitri als een makke ziet van datajournalistiek vind ik nu juist verfrissend. 

Haast elke keer als ik een masterclass of discussieavond datajournalistiek bijwoon komen dezelfde voorbeelden van ‘Grote Verhalen’ voorbij en raken we potjandorie toch een partij geïnspireerd om de journalistiek te redden…

Weer op de redactie aangekomen rennen we dolenthousiast naar de pc, gaan naar Statline en naar Google en stellen we onthutst vast dat er geen kant-en-klare database van corrupte wethouders bestaat, dat open data in Nederland vooral bestaat uit ingescande documenten als ‘grondplan gasleidingen ‘s-Gravenhage 1976-1981’ en dat we dat eeuwig aangehaalde orkaan-verhaal van Steve Doig ook niet kunnen maken, omdat we in Nederland zo verrekte weinig orkanen hebben.

Een uur en tien minuten later zijn we gedesillusioneerd, besluiten we dat datajournalistiek het ook niet is en gaan we maar weer langs bij een belangengroep voor een kwootje, want de krant van morgen moet toch vol. 

Dan nu eindelijk mijn punt:
het is verfrissend als er datajournalisten beginnen bij het gewone turf- en telwerk en dat volhouden. Op structurele basis. Niet met elk verhaal de journalistiek willen redden, maar zich via de onderkant van de ladder bekwamen in deze tak van sport. Datajournalistiek is een prima middel voor dagelijkse verslaggeving. Begin nu eens daarmee. Niet hoogdravend, gewoon aan de slag. En na 135 verhalen over ‘huizenmarkt zakt verder weg’, ‘werkloosheid naar nieuw record’ en ‘dertiende ongeluk in jaar tijd op weg X’ komen vanzelf ook de grote verhalen.

Dat is in ieder geval de weg die ik voorsta en dagelijks in de praktijk breng. En met succes: Vanuit een reeks verhalen over ‘afgelopen maand X doden op de weg’ volgde na enkele maanden vanzelf het grote verhaal: ‘dertiende ongeluk in jaar tijd op weg X’. Na enkele maanden de verhalen ‘meer treinstoringen op traject Y’ volgde op een gegeven moment vanzelf het verhaal ‘Veel zelfdodingen op spoor waren eenvoudig te voorkomen’ 

Zo beroerd is dat turf- en telwerk niet hoor… Het is nog maar het begin.

banner tegelwinnaars

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur

Linda Nab
Redacteur

Lars Pasveer
Redacteur

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur

Anneke de Bruin
Vormgever

Marc Willemsen
Webontwikkelaar

Vacatures & advertenties

redactie@villamedia.nl

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.