— woensdag 24 maart 2010, 21:06 | 17 reacties, praat mee

Liegen over Milly

Ik heb zelden te doen met voorlichters, de natuurlijke opponenten van de journalistiek. Maar je zult, och arme, als woordvoerder belaagd worden door een roedel journalisten op je stoep. Een horde die eenstemmig naar de bekende weg vraagt. En je hebt uitdrukkelijk opdracht om daar geen informatie over te verschaffen en ze desnoods het verkeerde pad op te sturen. Dus je houdt de deur potdicht. Maar de nieuwsgaarders blijven aanbellen. Het is een zinloze rituele dans. Maar wel een dans die steeds opnieuw wordt uitgevoerd, constateert Kees Schaepman.

Verslaggever 1: ‘Is het lichaam van Milly Boele gevonden in de tuin van haar buurman?’
De woordvoerder: ‘Er wordt onderzoek verricht in de tuin’
Verslaggever 2: ‘Maar is het lichaam gevonden?’
De woordvoerder: ‘Er wordt onderzoek verricht. Dat gebeurt zeer zorgvuldig.’
Verslaggever 3:‘Is het stoffelijk overschot van Milly Boele gevonden?’
De woordvoerder: ‘Er wordt zeer zorgvuldig onderzoek verricht. Dat zal nog enige tijd in beslag nemen.’
Verslaggever 4: ‘Leeft Milly nog?’
De woordvoerder: ‘De tuin word, zeer zorgvuldig, laag voor laag, afgegraven.’

De enige die de avond (16 maart 2010) dat het lichaam van Milly Boere werd gevonden, in ieder geval probeerde of er wellicht nog een achterdeur openstond, was Peter R. de Vries. Hij stelde de vraag net iets anders: ‘Is er een lichaam gevonden?’
Dat leidde tot een leugen: het werd ontkend.
Die zonde verdient onmiddellijke absolutie. Liegen door een woordvoerder is niet handig in zo’n situatie, begrijpelijk is het wel. Na talloze variaties op hetzelfde antwoord wil je ook wel eens iets nieuws zeggen. En eerlijk is eerlijk: de kans dat zee opensplijt is groter dan dat een woordvoerder op zo’n moment en onder die omstandigheden de waarheid vertelt.

Het is een genante voorstelling, al die wandelende plopkappen wachtend op een antwoord waarvan iedereen weet dat het toch niet komt. Een ritueel zonder enige informatieve waarde – maar geen medium durft zich eraan te onttrekken. Dus sturen hoofd- en eindredacteuren hun voetvolk maar weer kleumend op pad Gelukkig wordt het zomer, want straks, bij de komende Kabinetsformatie, zullen we het ritueel nog eindeloos herhaald zien worden.

Een journalist moet durven aandringen, kunnen verleiden, moet een voet tussen de deur willen zetten. Maar net als een stofzuigerverkoper moet een journalist ook aanvoelen wanneer hij (of zij) tijd staat te verspillen. Je krijgt nu eenmaal geen voet tussen een deur die op de grendel en op het nachtslot zit. Dan moet je andere ingangen vinden. En niet je kruit verschieten op een voorlichter die sowieso tot taak heeft een cordon tussen jou en de waarheid te vormen. Maar dat vergt eigen onderzoek, het vraagt om het opbouwen van een eigen netwerk, om specialisatie bij redacties om zonodig eigen bronnen te kunnen aanboren. Zodat we, vanuit de trots van ons vak, voorlichters die niets te vertellen hebben sneller links kunnen laten liggen. Waarna zij, in alle rust, kunnen overgaan tot het werk dat zij het beste kunnen: het schoonvegen van hun stoep. Maar dat is dan wel een lege stoep.

Kees Schaepman

Bekijk meer van

actualiteiten

Praat mee

17 reacties

Olof van Joolen, 25 maart 2010, 11:21

Ik deel je visie deels, maar je vergeet volgens mij één belangrijke kant. Dat de voorlichter in kwestie ook een bedroevend slechte prestatie leverde. Hoogstwaarschijnlijk ingegeven door de kramp die er bij politie en justitie zo vaak is wat betreft communicatie. Waarom stelde ze niet voor zichzelf een duidelijke, zo open mogelijke lijn vast en hield die aan?

Dus: We hebben een stoffelijk overschot gevonden - wat echt iedereen kan bedenken met mensen van het NFI ter plekke - en doen onderzoek om de identiteit vast te stellen. En wanneer dat is gebeurd: Het is inderdaad Milly.

Op die manier voorkom je ook al het gespeculeer dat wordt veroorzaakt door de rokerige formuleringen van de politie en krijg je ook niet totale onzinnigheden te horen als ,,We doen het onderzoek voorzichtig om verstoring van sporen te voorkomen.” Ja, dat mag ik toch wel hopen…

Cees den Bakker, 25 maart 2010, 13:28

Ik kan een eind meegaan met Kees Schaapman. Ik vind het echter niet zo nuttig dat hij zegt dat de enige activiteit van voorlichters is, het schoonvegen van de eigen stoep. Dit is de kinderachtige weergave van het werk van een voorlichter, terwijl iedere journalist weet dat het in deze situatie niet veel anders had kunnen gaan. De voorlichtster zat in een onmogelijke spagaat, namelijk iedereen kon begrijpen dat het om Milly zou gaan en het Openbaar Ministerie cq. het rechercheteam wil dat er gezwegen wordt totdat het zeker is. En, niet minder belangrijk, er is ook nog familie bij betrokken. Opsporingsbelang dienen, rekening houden met familie etc. is iets anders dan je stoepje schoonvegen. Stel je voor dat het proces tegen V. over een paar maanden misloopt door vormfouten. Hij krijgt sowieso al minder straf vanwege alle publiciteit rondom zijn persoon (foto’s zonder balk, naam voluit noemen etc.) Neemt de journalistiek daar achteraf dan verantwoordelijkheid voor? Nee, terecht niet, maar dat legt wel een grote verantwoordelijkheid op de opsporingsinstanties.
Liegen is niet goed te praten, dat vind ik ook. Beter is dan tijdelijk te antwoorden: “Ik begrijp uw vraag, ik snap wat uw vermoedens zijn en ik kan nu niets bevestigen of ontkennen”. Journalisten moeten weer leren om daar ook even genoegen mee te nemen. Ik heb absoluut niet de indruk dat de politie of het OM perse niets willen zeggen, maar ook zorgvuldig willen blijven. Die laatste intentie heb ik bij alle journalisten ter plekke kunnen waarnemen.
De voorlichterster had in zich eerste instantie moeten beperken tot die verklaring, een tijdstip moeten afspreken waarop zij meer informatie zou geven en intern de druk opvoeren om die informatie snel te geven.
En journalisten moeten zich bezighouden met datgene waar ze het beste in zouden moeten zijn: verslaggeven. Het maar blijven zeuren om antwoorden, het beter weten dan de recherche (in zo’n vroeg stadium) en maar blijven roepen dat ‘het onze journalistieke taak is om de waarheid boven tafel te krijgen’ heeft meer iets van een hyperige zelfbevrediging, bang om de laatste te zijn, dan met verslaggeving.

ad zonneveld, 25 maart 2010, 15:01

Kees Schaepman zal voor zijn “plopkappen” weinig nieuwe gezichtspunten hebben verschaft.
Het zou volgens mij veel zinvoller zijn het failliet van de citaat"cultuur” te behandelen. Ik heb tussen aanhalingstekens vele varianten aangetroffen, die de publieksverzuchting rechtvaardigen: die journalisten lullen maar wat!

Natasha Gerson, 25 maart 2010, 17:26

Tot nu toe heb ik vooral media belachelijk zien doen. Inderdaad, ‘naar de bekende weg vragen’. Eindeloos hetzelfde, ook al was daar wél allang antwoord op gegeven. Ik heb niet zozeer voorlichters zien liegen alswel zich (soms te) precair uit zien drukken, maar dat lijkt me vooral om niet even later door een roedel hyena’s weer aan de schandpaal genageld te worden met een ‘fout’ als kortdurende hype om de berichtenstroom maar op gang te houden. Want dat zie ik vooral: Het gehijg naar FOUTEN waar men op UIT is om te vinden. Er MOETEN wel fouten zijn gemaakt, en elke aanwezige camjo wil de man of vrouw zijn om dát aan de kaak te stellen, wanneer eenmaal gevonden. Wat een bullshit, allemaal.

De media mag zich wel eens achter de oren krabben dat al dit gespeculeer en gezuig in de ruimte, en zich afvragen in hoeverre ze daarmee bijdragen aan het leed van de familie. Had er dan toch…? Zou als…?

En de suggesties! Ja hoor, echt realistisch,  het moet zeker écht zo worden dat du moment dat een twaalfjarig kind een uur uit het zicht is dat de politie deur tot deur met de speurhonden!

Jullie weten het zelf eigenlijk allemaal best.

De politie hoeft niet bij voorbaat al te kakken worden gezet als boemelaars en falers, en de voorlichters niet als leugenaars, want inmiddels zou die enorme druk weleens tot krampachtigheid (en dáárdoor wellicht fouten) en gebrek aan zuurstof bij onderzoeken als deze kunnen leiden, en waar gaat het nou uiteindelijk om:

Er is een jong meisje in de bloei van haar leven vermoord. De dader was haar buurman, een politieagent. Een gegeven van alle tijden dat er altijd zal zijn, of de voorlichter nou es euh zegt of niet, in zulke gevallen is het zaak daar er aan waarheidsvinding wordt gedaan, de dader ordentelijk wordt opgeborgen en de nabestaanden leed bespaard. Daar dient iedereen aan mee te maken en er niet een gekkenhuis van te maken.

De media heeft een waakhondenfunctie, in het geval dat er wél iets mis dreigt te gaan in dat proces zijn zij ervoor om dat aan te kaarten.

Een waakhondenfunctie is geen Pavlovhondenfunctie

Renzo, 25 maart 2010, 19:25

Idd natasha,
en ik kan er aan toevoegen: niks met mis liegen door voorlichters. journalisten zijn zo lui, vinden echt dat voorlichters hen alles moeten vertellen. bah.

Nog even afgezien van het nut van met zijn allen daar gaan staan en domme vraagjes stellen om je krant te vullen met non-nieuws.  Er is een meisje dood. Hallo.
verschrikkelijk voor de betrokkenen. Niet voor mij. het interesseert me nauwelijks.

Hans van Kruchten, 25 maart 2010, 21:59

Ik vind dat Kees Schaepman helemaal voorbij gaat aan de omstandigheden waarin een politiewoordvoerder moet opereren. Behalve zo’n zinloze opmerking over het schoonvegen van de stoep vind ik het altijd goed om feedback te geven en te ontvangen. Daarmee blijven we allemaal scherp in ons vak. Maar wel met respect graag. Het is nog maar de vraag of de woordvoerder heeft gelogen, wat was haar informatiepositie op dat moment. Daarnaast moeten media zich ook realiseren dat er sommige zaken eerst moeten gebeuren alvorens zij worden geinformeerd. Wat dacht je van directe familieleden? moeten zij het uit de media vernemen? ik vind het fatsoen soms ver te zoeken bij sommige media. Zo’n vragenvuur op je af laten komen onder die omstandigheden is niet gemakkelijk. Ik vond dat ze in elk geval zeer beheerst de media te woord stond. Verder is het goed om elk groot incident goed te evalueren met alle partijen. Daar hoort de media bij. Maar wel met wederzijds respect aub meneer Schaepman.

Olof van Joolen, 25 maart 2010, 23:23

@Natasha. Met alle respect, maar wat een onwaarschijnlijke onsamenhangende onzin. Ja, er zijn wellicht media die te hijgerig zijn geweest. Vast… Maar je kan moeilijk zeggen dat dit geen nieuws is. Het is een zaak die denk ik bijna iedereen heeft bezig heeft gehouden. Dan lijkt het me logisch dat de media proberen zo goed en zo snel mogelijk hierover informatie te verstrekken. Daar zijn we voor ingehuurd namelijk.

Dat media vervolgens vraagtekens zetten bij de manier waarop deze zaak is afgehandeld lijkt me ook logisch. Daar zijn we ook voor… En niet zoals jij suggereert om bij te dragen aan het leed van de familie, maar om te kijken of het wellicht een volgende keer beter kan. En zulke zaken dus wellicht voorkomen kunnen worden. Dat lijkt me toch niet zo slecht…

Kees Cornelder, 26 maart 2010, 07:14

Mediahype rond de moord op de 12jarige Milly: ga er maar aan staan als politievoorlichter wanneer je geconfronteerd wordt met een woud van camera’s en microfoons die in zo’n beetje alle overtreffende trappen van hijgerigheid willen SCOREN.
Want, it’s all about the kijkcijfers, stupids.
En dus om verkoopbare reclamesecondes.
Daar valt nauwelijks tegenop te boxen als voorlichter.

Thomas Hevelen, 26 maart 2010, 07:37

Beste Olof van Joolen. Met alle respect, maar wat een onwaarschijnlijke onsamenhangende onzin. De manier van journalistiek die u aanhaalt staat haaks op de inderdaad hijgende en zuigende manier van journalistiek in het Milly-verhaal die Natasha Gerson beschrijft. En als u dat niet ziet bent u inderdaad een van de vele, door tunnelvisie geplaagde, Pavloviaanse journalisten. Journalistiek moet weer iets van waarachtigheid en gedegenheid krijgen en niet van sensatiezucht en lijkenpikkerij.

Olof van Joolen, 26 maart 2010, 11:13

Apart toch altijd om te zien dat op een site voor journalisten zoveel mensen komen die een diep gewortelde hekel aan deze beroepsgroep hebben. Maar het is waarschijnlijk dan goed ergeren hier.

Dan even vanuit mijn eigen - naar ik begrijp verkokerde - visie. Een meisje van 12 raakt vermist en wordt hoogstwaarschijnlijk dood teruggevonden in de tuin van de buurman. Wat moet je dan als journalist doen? Denken: Dit gebeurt zo vaak, niks bijzonders, laten we de familie niet met onze aanwezigheid belasten en overgaan tot de orde van de dag? Dat is in grote lijnen wat de critici zeggen…

Ik denk dat iedereen met dat idee voorbij gaat aan de realiteit. Namelijk dat iedereen die een krant leest of tv kijkt graag wil weten wat er aan de hand is en hoe het afloopt. Bovendien - dat zullen niet veel mensen, ook de kritische reageerders niet, weten - heeft de familie van Milly zelf heel nadrukkelijk publiciteit gezocht en gebruikt. Het is in dit geval dus niet zo dat die mensen uit het niks zijn overvallen door een horde boze verslaggevers. Van wat ik hoor, hebben ze zelf ook na de dood niet negatief gereageerd op de media.

Ja, je kan zonder meer discussiëren over de uitvoering en maatvoering van verhalen/onderwerpen. Ook over de in mijn ogen eindeloze serie follow ups die regelmatig inhoudelijk dun of zelfs dubieus waren. ,,Sander was al langer gewelddadig in bed…” om er maar eentje te noemen.

Maar dat dit een verhaal is dat je ook prominent brengt, is volgens mij echt een no brainer. Dan moet je niet alleen als criticus hype roepen, want volgens mij is het de afgelopen jaren bij elk onderwerp dat een groep mensen onwelgevallig is de gewoonte geworden om het een hype te noemen. En massale aandacht voor een verdwijning die moord blijkt te zijn, is echt zo nieuw niet. De eerste Baarnse moordzaak dateert van 1960 en ook toen stonden de kranten er bommetje vol mee.

Thomas Hevelen, 26 maart 2010, 12:50

Beste Olof,

Opnieuw doet u alsof u het niet begrepen heeft. Er is geen sprake van een hekel tegen journalisten, as such. Journalist is een respectabel beroep, zoals bijna alle beroepen dat zijn. Wanneer journalisme echter verwordt tot een hijgerige, sensatiebeluste, niet tot een beter begrip bijdragende handeling, dan moet de journalist in kwestie wel degelijk zichzelf een halt toeroepen. Natuurlijk wil ik geïnformeerd worden, maar dat is niet wat hier bekritiseerd wordt. Wat men bekritiseert is de houding ten aanzien van in dit geval een voorlichter die een volledige en foutloze verklaring wil afleggen en die door de journalisten gewoon ronduit wordt lastiggevallen. Alsof de journalist ervoor moet waken dat de voorlichter niet verzuimen zal aan de wereld kond te doen van het droevige nieuws als een en ander helemaal duidelijk is. Pfffff. Wat ik zie is een meute scoop-beluste graaiers. Daar pas je toch voor in dit geval? Als journalist en als mens? Neem Patricia Paay en haar sores: daar is een dergelijke houding volledig op zijn plaats. Maar in dit geval? Ben ik nu zo slim of bent u nou zo dom?

Olof van Joolen, 26 maart 2010, 17:03

Beste Thomas,

Omdat ik ervan uitga dat je niet in de beroepsgroep werkzaam bent een korte uitleg. Een politievoorlichter is in theorie iemand die is aangenomen om zo open en eerlijk mogelijk te communiceren over wat er in een politieregio gebeurt. Tot zover de theorie. De praktijk is dat het inmiddels functionarissen zijn geworden waarvan hun bazen verwachten dat ze hun korps zo positief mogelijk in het nieuws brengen. Onderwerpen die minder welgevallig zijn, worden liever binnen gehouden en komen nooit naar buiten of pas wanneer journalisten er een procedure op basis van de Wet Openbaarheid Bestuur voor opstarten.

Kan je je daarom wellicht voorstellen dat de collega’s die die bewuste avond daar waren een politiewoordvoerder als iemand anders zien dan de nobele overheidsdienaar waarvoor jij haar houdt? Helemaal wanneer iemand zich hoorbaar in 1001 bochten draait en niet één duidelijk eenduidig vertelt. Had ze dat gedaan, dan was het met alle ‘hijgerigheid’ snel over geweest. Steeds hetzelfde antwoord horen, gaat namelijk vrij snel vervelen.

Henrik-Willem Hofs, 27 maart 2010, 21:20

Ik was er bij die avond en heb voor de NOS verslag gedaan. Ik wil graag een paar dingen helder maken. De voorlichters ter plaatse hebben hun werk goed gedaan. Ze waren goed te benaderen maar kwamen wel telkens met bijna hetzelfde verhaal naar buiten. Het was duidelijk dat hun informatiepositie ook zeer beperkt was. Doorvragen kan één keer maar eindeloos heeft inderdaad geen zin. Wel hebben ze zichzelf ook in een lastige positie gebracht door in te gaan op alle verzoeken voor interviews. Naast het briefen van de pers (al die plopkappen) hebben ze talloze één op één interviews gegeven (iedereen die wilde mocht). Dus medelijden zoals Kees Schaepman heeft zou ik niet hebben.

Uiteraard spelen er bij het bekend maken van informatie ook andere belangen een rol. Zorgvuldigheid,identificatie en het informeren van de familie. Dat kost allemaal tijd. Daar heb ik respect voor en ik ben blij dat wij ook niet hebben meegedaan aan de hijgerigheid van sommige collega’s die avond. Toch denk ik dat aan de kant van politie en justitie onderschat is hoeveel aandacht deze zaak zou krijgen. Ik denk ook dat het beter zou zijn om daar ook de informatievoorziening, indien mogelijk, op aan te passen. Men had het namelijk al vroeg die avond over een persconferentie die de volgende morgen zou plaatsvinden. Mijn vermoeden is dat daar de hoofdofficier en de korpschef het mogelijke nieuws zelf bekend wilden maken. Uiteindelijk is daar - waarschijnlijk onder druk - van af geweken. En dat is terecht. Want het zijn niet alleen die wandelende plopkappen (dank Kees) die daar rondrennen die graag willen weten wat er gebeurd is maar heel veel mensen die op dat moment meeleven in Nederland.

Cees Gravendaal, 28 maart 2010, 09:56

Dat Kees Schaepman met sympathie oordeelt over positie waarin de voorlichster van de politie Dordrecht zichzelf manoeuvreerde is nog geen argument om de leugen van de politievrouw goed te praten. Een voorlichter die liegt doet dat namens een organisatie, in dit geval de politie van Dordrecht. Dat mag niet en verdient geen begrip. Daardoor wordt de geloofwaardigheid van de overheid beschadigd. In een democratisch georganiseerde samenleving moet dat worden voorkomen. De lezer/luisteraar/kijker, de nieuwsconsument, moet te allen tijde kunnen vertrouwen op feiten die de journalistiek doorgeeft. Daartoe behoren geen leugens. Dat die nieuwsjournalisten door Kees Schaepman als lopende plopkappen en voetvolk worden aangeduid is nogal goedkoop. Nieuwsvoorziening is de kerntaak van de journalistiek. Daar zijn heel wat vakbekwame journalisten in Nederland dagelijks mee bezig, ook met hulp van goede voorlichters die niet liegen. De raadselachtige verdwijning van een meisje is altijd nieuws. Het nieuwsfeit werd door de politie zelf gemeld. De journalistiek deed waarvoor ze is. Het nieuws melden. Als dan merkbaar en zichtbaar voor iedereen gespecialiseerde diensten in een tuin bijna naast het huis van het vermiste meisje gaan graven is het een blunder als de voorlichster als een autist standaardzinnen blijft uitspreken op begrijpelijke vragen. Zeker toen Peter R. de Vries vanuit de Paul en Witteman studio vroeg:“Is er een lichaam gevonden” werd er namens de politie gelogen. Dat noemt Kees Schaepman “niet handig” en toont begrip.
Op die manier kan iedere onwaarheid die overheden naar buiten brengen worden goedgepraat. Het gebeurt met grote regelmaat dat voorlichters namens politie, justitie, Openbaar Ministerie zaken mooier voorstellen dan de feiten rechtvaardigen. Ook halve informatie geven is een vorm van liegen. In politieke circuits wordt het ook meer en meer gedaan: woordvoerders die als propagandist van hun minister, CdK, burgemeester of wethouder selectief en alleen positieve feiten naar buiten brengen of een onthullend bericht ontkennen. Zo groeit het wantrouwen onder de Nederlanders in de politiek en overheidsinstanties. De bekende kloof wordt groter en de politici belijden daarover hun zorgen. Remedie is stoppen met propaganda en liegen en uitsluitend de waarheid en niets anders dan de juiste feiten naar buiten brengen. Zo kan de pers haar controlerende taak uitoefenen ten dienste van onze democratische samenleving.
Voorlichters van politie en het OM, zouden daarop getraind moeten worden, maar dan niet door PR deskundigen die vleren toedekken. Wel door journalisten met praktijkervaring.
Tegelijkertijd zouden met name de radio- en televisienieuwsrubrieken zich minder moeten laten afschepen met woordvoerder, voorlichters en persofficieren. De omroep is toch geen overheidsspreekbuis.

Cees Gravendaal

Cees den Bakker, 29 maart 2010, 13:38

In mijn eerste reactie heb ik geschreven: “Die laatste intentie heb ik bij alle journalisten ter plekke kunnen waarnemen.” Daar had nog het woordje ‘niet’ tussen gemoeten. Ik heb dus niet de intentie om zorgvuldig te blijven bij alle journalisten kunnen bemerken.
Het vervolg van de discussie is een traditionele: journalisten die van mening zijn dat voorlichters de waarheid verzwijgen, verdraaien en opzettelijk liegen.
Ik heb vele mediatrainingen gegeven (ook als journalist) veel trainingen bijgewoond en ik heb geen enkele keer gemerkt dat trainers leren hoe je moet liegen of toedekken. De waarheid heeft wel vele kanten. De negatieve kant is kennelijk eigendom van journalisten, de positieve kant van voorlichters, zo lijkt het. En er zijn voldoende voorbeelden waar overheden en bedrijven zelf het slechte nieuws naar buiten brengen.
En wat, Cees Gravendaal, is nou precies ‘iets mooier naar buiten brengen dan de feiten rechtvaardigen?’ Dan heb je het volgens mij over de glas half leeg/half vol discussie. De ingenieur zegt daar overigens van dat het glas in beide gevallen te groot is. Je oproep aan overheden om zich aan de feiten te houden, kan ik ondersteunen. Maar dan ook van twee kanten toch? Er is heel veel journalistiek niet op feiten gestoeld, zeker ook in de zaak Milly Boele. Wat werd er nu precies tijdens het telefoongesprek tussen Milly en haar moeder gezegd? (zie De Telegraaf en de reactie van de ouders daarop).

Cees Gravendaal, 29 maart 2010, 21:55

Interessant: Cees den Bakker vergeet het woordje “niet”. Over zorgvuldigheid gesproken…
Vervolgens schrijft hij:“De waarheid heeft wel vele kanten”. Positief en negatief heeft niets te maken met “waarheid”. Verder meen ik dat de journalistiek in Nederland de feiten, soms ook met fouten, professioneel brengt. Waarom “zeker in de zaak Milly Boele” veel journalistiek niewt op feiten was gestoeld ontgaat mij. Cees den Bakker die zich er op beroept dat hij per plaatse was, heeft niet duidelijk gemaakt wat er onjuist was in de berichtgeving op de dramatische avond van de ontknoping via de electronische media.
Cees den Bakker moet professionele journalistiek niet vermengen met slachtofferhukp en traumaverwerking.
Succes
Cees Gravendaal

Cees den Bakker, 31 maart 2010, 14:33

Ik heb me er niet op beroepen dat ik bij was. Op welke feiten baseert Cees Gravendaal dat??? Zeker geen goed journalistiek onderzoek.
Het feit dat Cees -in een bijzin- toegeeft dat de journalistiek fouten maakt, maar dat het daarmee toch professionele journalistiek is, geeft te denken. Als een voorlichter fouten maakt, dan is het dus toch professionele voorlichting?
Cees maakt ook een spelfout in het woord ‘niet’ en schrijft ‘niewt’. Over zorgvuldigheid gesproken….

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur

Linda Nab
Redacteur

Lars Pasveer
Redacteur

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur

Anneke de Bruin
Vormgever

Marc Willemsen
Webontwikkelaar

Vacatures & advertenties

redactie@villamedia.nl

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.