foj 2019

— zaterdag 15 augustus 2015, 15:08 | 0 reacties, praat mee

Creatief in crisistijd

Het is niet alleen maar kommer en kwel in de fotojournalistiek. Ondanks dalende tarieven, oprukkende burgerfotografie en kwijnende opdrachtgevers zijn er fotografen die floreren. Zeven fotojournalisten vertellen hoe ze creatief omgaan met moeilijke tijden.

‘Met de foto­grafie gaat het heel goed. Er is weliswaar een crisis bij ­degenen die de ­foto’s publiceren, maar ­wanneer je als fotograaf iets unieks maakt is er altijd vraag.’ Aan het woord is ­Pierre Crom, winnaar van de Zil­veren Camera 2014 voor zijn beelden van de nasmeulende resten van de MH17. Crom maakt zijn eigen keuzes en dat heeft hem veel gebracht. Al aan het eind van de vorige eeuw werkte hij volledig digitaal – in tegenstelling tot veel van zijn collega’s – en kon hij aan de slag als reclamefotograaf. Toen de sector aan het begin van de eeuw massaal digitaliseerde besloot hij weer analoog te gaan werken. ‘Ik schoof op richting de journalistiek en ben reportages gaan maken, onder andere in Israël’. Het leverde hem in 2004 de eerste prijs op in de categorie buitenland-documentaire van de Zilveren Camera.

‘Timing is in dit vak erg belangrijk en daarin wil ik volledig vrij zijn. Ik werk wel graag samen met opdrachtgevers en redacties. Een fotojournalist is vaak de bron van informatie omdat hij dicht op de gebeurtenissen zit. In moeilijke omstandigheden is een redactie van grote steun, zeker in conflictgebieden. Een conflictgebied is chaotisch en redacties weten niet altijd wat er zich afspeelt. Je moet investeren in wat je interesseert en je werk pushen bij potentiële opdrachtgevers. Dat levert bijna altijd genoeg op. Als je journalistiek werk combineert met commerciële klussen kun je er goed van leven. Dat bijt elkaar niet. En ik creëer zo de mogelijkheid om geregeld op pad te kunnen zonder opdracht op zak. Mijn werk breng ik vervolgens op mijn website en via fotobureaus onder de aandacht, en vaak is er belangstelling.’

Crom neemt zoveel mogelijk zelf initiatief en wijkt graag af van de gebaande paden. ‘Je ziet nu veel fotografen naar Calais reizen om migranten te fotograferen. Omdat ze met zoveel zijn is de kans op publicatie klein. Ik ben dan geneigd te zeggen: kom, ik ga eens naar Zuid-Soedan. Daar vluchten ook mensen en er zijn nauwelijks fotografen.’

Voor Sabine Joosten ging tien jaar geleden de knop om. Ze concentreerde zich tot dan toe op documentaire fotografie – ze reisde in de jaren tachtig naar verschillende Oostbloklanden en maakte er reportages – maar besloot zich toe te leggen op artistieke stockfotografie met materiaal dat ‘dichtbij’ is geschoten. ‘Fotografie is mijn tweede natuur. Ik heb áltijd een camera bij me en ik heb een gigantisch archief bij Hollandse Hoogte dat ik steeds aanvul. Daar leef ik nu grotendeels van’.

Joosten fotografeert veel alledaagse, al dan niet geënsceneerde taferelen en werkt vaak met model releases, contracten waarbij de gefotografeerden toestemming geven voor publicatie – waarbij het ook zomaar kan zijn dat ze figureren in een publicatie over kindermishandeling of op een billboard terecht komen. ‘Ik verbaas me er altijd over hoe weinig fotografen er zijn die hun directe omgeving intensief fotograferen.’

Ze begon met deze werkwijze toen Hollandse Hoogte haar om een foto van Sinterklaas op een paard vroeg. ‘Ik huurde een pak, leende de schimmel van de manege om de hoek en gaf een model release aan degene die als Sint voor me wilde poseren. Ik kreeg er een paar duizend euro voor.’

Zelden wordt ze gemaand te stoppen met fotograferen van het alledaagse. ‘Ik verkoop de ruziefoto’s van mijn kinderen en laatst zei ik tegen mijn zoon: even wachten met die zakdoek, dit is zo’n mooie bloedneusfoto.’ Haar omgeving is er aan gewend. En soms zet ze de werkelijkheid naar haar hand. ‘Vanmiddag komt er een vriendje van mijn puberzoon langs in ons vakantiehuis. Ik overweeg er even een kratje bier bij te zetten en wat foto’s van ze te maken in de tuin. Dat is goed te gebruiken bij items over jongeren en drankgebruik.’

Het gaat haar niet om het geld. ‘Ik breng het minimum binnen, maar ik vind veel momenten zo mooi dat ik ze vast wil leggen. Dat deed ik als puber al. Fotografie is voor mij emotie. Ik had er geen enkele moeite mee mijn stervende vader te fotograferen (en zijn crematie, die in NRC next werd afgedrukt, red.). Collega’s vroegen: “hoe kún je”, maar ik heb zelden een emotionele drempel: aan het sterfbed van mijn vader liet ik soms even zijn hand los om hem te fotograferen terwijl de tranen over onze wangen stroomden. Het was voor ons beide uitzonderlijk emotioneel maar zowel voor hem als voor mij hoorde die camera erbij.’  

Soms maakt fotograaf Phil Nijhuis veel journalistiek werk, zoals toen de banken omvielen, voor opdrachtgevers als Trouw, Hollandse Hoogte en soms het AD en NRC Media. Nu ligt de nadruk al weer een tijdje op commercieel werk. Gemiddeld besteedt hij 30 procent van zijn tijd aan journalistiek, voornamelijk rond het Binnenhof. ‘Het zal nooit meer zo worden als vroeger, toen je nog fulltime fotojournalist kon zijn. Dat is financieel niet meer haalbaar. Maar de combinatie is verrijkend. Ik leer met commercieel werk op het gebied van belichting bijvoorbeeld dingen die ik weer in mijn journalistieke werk gebruik. Ik experimenteer meer.’

Nijhuis werkte van 1996 tot 2008 bij de GPD als politiek fotograaf. ‘Ik ben freelancer geworden omdat ik meer wilde doen dan alleen maar werken voor de kranten. Leuke portretseries maken voor bedrijven bijvoorbeeld.’ Sinds anderhalf jaar draait hij mee in de beeldaanbesteding van de Rijksoverheid, die zelf foto’s en video’s verslindt voor haar magazines, websites en sociale media en daarvoor professionele fotografen inhuurt. Of hij gaat mee op werkbezoek met premier Rutte, als poulefotograaf. ‘Ik vind niet dat dit elkaar bijt. Het is gewoon werk en als de kranten een probleem hebben omdat fotografen journalistiek en commercieel werk combineren, moeten ze zich achter de oren krabben en nadenken hoe ze dat willen financieren.’

Fotografen lopen iets vooruit ten opzichte van de journalistiek, vindt Nijhuis, waar nog de discussie loopt of het wel ethisch is om bij te schnabbelen. ‘Fotografen werken al bijna allemaal freelance. Dat staat in de journalistiek ook te gebeuren. Dat is helemaal niet erg. Wanneer je niet te veel werkt hebt bij één opdrachtgever blijf je onafhankelijk. Mijn journalistieke werk in Den Haag wordt niet beïnvloed doordat ik ook voor ministeries werk. Een weinig flatteuze foto van een bewindspersoon in de krant kost mij echt geen opdracht van de Rijksoverheid, daarvoor kent ieder zijn rol te goed, we gaan volwassen met elkaar om. Maar áls een ministerie besluit geen opdrachten meer te verstrekken is er geen man overboord; er zijn nog genoeg andere.’

Liever logo’s fotograferen en ander commercieel werk dan een bijbaantje bij de Hema was het motto van Ilvy Njiokiktjien toen ze in 2006 de School voor Journalistiek verliet. Ze was gewaarschuwd dat er ‘geen droog brood’ te verdienen viel in de fotojournalistiek. Met dubbele diensten bij dagblad Sp!ts en het ANP voelde ze zich echter rijk in haar studentenhuis en ontdekte dat met hard werken er zeker toekomst was.

Sindsdien gaat haar carrière crescendo; in 2013 werd ze de eerste Fotograaf des Vaderlands en vorig jaar won ze als eerste vrouw de Zilveren Camera. Ze experimenteert in zowel genre, van lichtvoetig naar loodzware onderwerpen, als in de manier waarop ze haar ‘projecten’ financiert. ‘Het boek “Slagroomtaart en slingers” (2014, fotoboek van honderd Nederlandse verjaardagen, red.) leerde me dat crowdfunding kan werken. Binnen een maand kreeg ik – na het sturen van duizenden mails en het dagelijks invoeren van tientallen updates op sociale media – 38.000 euro binnen.’

Voor haar slow journalism project met correspondent Elles van Gelder over een gangsterwijk in Kaapstad probeert ze nu geld in te zamelen om een longread en een multimediale korte film te laten maken door een editor, een genre dat vooral in de VS populair is. ‘Dat kost ruim € 15.000. Via de website froginatent.com proberen we dat geld bij elkaar te krijgen.’ Donateurs krijgen er wat voor terug: een dvd, als eerste een linkje of je naam op de aftiteling. ‘Ik zou heel enthousiast worden als mensen blijken te willen betalen voor slow journalism. En waarom niet? Initiatieven als Blendle bewijzen dat er een markt is als je producties beter en makkelijk brengt.’

Njiokiktjien ergert zich soms aan het geklaag. ‘Als je fotojournalistiek wil maken zijn er volop mogelijkheden. Goed, de tijden dat je als fotojournalist met 20.000 euro op pad ging, waarvan 10.000 in een envelop, zijn gewoon voorbij. Je moet nu zelf voorfinancieren of per project een opdrachtgever zoeken die dat doet. We leven niet meer in de jaren vijftig.’

Fotograaf Flip Franssen zit al sinds 1980 in het vak en heeft zijn omzetten als freelance fotojournalist altijd zien stijgen. ‘Tot 2007. Daarna gingen de tarieven flink omlaag. Omdat het met de kranten slechter ging en ze op zoek gingen naar goedkoper beeld. En ook de tarieven van beeldbank-sites kelderden. De collega’s die niet op tijd digitaliseerden misten de boot.’

Franssen stuurde op tijd bij. ‘Fotojournalistiek is mijn grote liefde en dat wilde ik koste wat kost blijven doen.’ Naast zijn journalistieke werk voor De Gelderlander, NRC Handelsblad en Elsevier ging hij commercieel werk maken, zoals voor Radboud UMC. Maar Franssen bleek ook een neus te hebben voor onderwerpen die veel gevraagd worden bij beeldbanken. ‘Ik ga regelmatig een dag op pad om stockmateriaal te schieten.’ Hij fotografeert dan files of trekt een dag naar de Eemshaven om windmolenparken en energieturbines te fotograferen. Zo probeert hij met fotomateriaal dat ‘een journalistieke inslag’ heeft een eigen afzetmarkt te creëren. ‘Die foto’s worden veel gebruikt.’

Jasper Juinen leerde het vak op zijn 16de, als stagiair van Jerry Lampen bij Reuters. Lang werkte hij in vaste dienst voor ANP en voor AP en Getty Images, beide in Madrid. Toen zijn functie bij Getty werd opgeheven en hij ‘klaar’ was met vaste dienstverbanden besloot hij in 2013 weer naar Nederland te komen en zich zelfstandig te vestigen.

Last van de crisis heeft hij niet. ‘Het is nu de mooiste tijd om freelancer te zijn. Via Instagram en Facebook kun je jezelf via je profiel in de markt zetten. Iedereen ziet waar je mee bezig bent. Opdrachtgevers zoeken steeds vaker via deze media.’ Hij werkt nog steeds voor Getty, maar ook voor Bloomberg, Trouw, Next, The New York Times en De Correspondent.

Ook voor commerciële en documentaire fotografie heeft hij tijd. Zo volgt hij in opdracht de metamorfose van de ADAM-toren, het voormalige Shell-kantoor naast filmmuseum EYE. ‘En recent werd me door de Open Society Foudations gevraagd de Instgram feed een week over te nemen. Daarin kon ik mijn “bier-voor-werk project” laten zien. Voor dat project volg ik een man die straten veegt in Amsterdam in ruil voor bier. Dat werk levert relatief weinig op, 500 US dollar, maar is wel héél erg leuk om te doen. En vergeet de exposure niet. Die feed heeft 80.000 volgers. Ik ben afgestapt van het denken in tarieven. Ik kijk naar de balans; heb ik het afgelopen jaar leuke dingen gedaan en kan ik daar van leven? Dan leg je andere prioriteiten.’

Juinen leeft samen met Ilvy Njiokiktjien. ‘We delen onze bureaukosten en we worden sinds kort vertegenwoordigd door een agentschap dat voor ons – en later misschien ook voor anderen – de voorbereiding en de afwikkeling van onze fotoprojecten doet. Je moet jezelf in de markt zetten. De tijd dat je zat te wachten tot je wordt gebeld is voorbij.’

Gelauwerd fotograaf Robin Utrecht was elf jaar in dienst bij het ANP toen hij in 2012 voor zichzelf moest beginnen. ‘Dat was wel even schrikken. Ik heb drie kinderen en ik merkte dat de freelance tarieven behoorlijk laag waren.’ Drie jaar later zegt hij geen seconde spijt te hebben van zijn keuze voor een freelancerbestaan. ‘Het biedt me veel vrijheid. Toen ik bij het ANP zat mocht ik niet voor andere kranten werken. Nu verkoop ik regelmatig aan NRC Handelsblad en het AD. Mijn werk is veel gevarieerder geworden. Ik zie ook dat de tarieven weer omhoog gaan, al lever je daar wel rechten voor in. Opdrachtgevers mogen bijvoorbeeld vaker herplaatsen.’

Leven van fotojournalistiek is lastig, erkent Utrecht. ‘Maar ik heb redelijk veel opdrachten en werk ook voor bedrijven en stichtingen als de Dierenbescherming. Die combinatie is goed.’

Een keer per jaar gaat hij op reportage naar het buitenland. ‘Het zijn vrije onderwerpen die ik aanbied aan kranten. Vorig jaar ben ik vlak voor de WK twee weken naar Rio de Janeiro gegaan om foto’s in de favela’s te maken. Supergaaf, maar moeilijk om er geld mee te verdienen. Uiteindelijk verdiende ik wat geld door het Nederlands elftal bij zijn trainingskamp te fotograferen voor het ANP.’

Ook dichter bij huis gaat hij op pad zonder opdracht. ‘Ongeveer een kwart van mijn tijd besteed ik aan eigen onderwerpen. Zo liep ik mee in de stille tocht voor Mitch Henriquez en ook voor North Sea Jazz had ik vooraf geen afspraken. Die foto’s worden meestal goed verkocht.’

Bekijk meer van

Dossiers

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.