website over journalistiek

x

Villamedia heeft een app

 

Exclusieve inhoud Sluiten

Een NVJ-lid heeft dit artikel met je gedeeld. Gratis een maand alles lezen? Klik hier.

Een NVJ-lidmaatschap geeft je recht op:

  • Persoonlijk advies
  • Juridisch advies & rechtsbijstand
  • Perskaart
  • Korting op cursussen
  • Villamedia magazine

Word lid Verder lezen

Correspondent moet ‘nee’ durven verkopen

David Jan Godfroid — Geplaatst op maandag 2 oktober 2017, 11:00

David Jan Godfroid onderweg in Oost-Oekraïne met fixer Katerina Malofeyeva.

David Jan Godfroid onderweg in Oost-Oekraïne met fixer Katerina Malofeyeva.

Persoonlijk Na anderhalf jaar meer dan intensief bezig te zijn geweest met de Oekraïne, de revolutie, de oorlog en de MH17, stortte NOS-correspondent David Jan Godfroid begin 2016 definitief in. Zijn werkgever pakte dat probleem goed op en zette het onderwerp ‘werkdruk’ prominent op de agenda van de NOS-correspondentendagen.

Het was ergens begin 2016. De tickets waren geboekt, de verhalen geproduceerd, mijn koffer stond gepakt in de gang voor weer een reis naar Oekraïne. Ik zou de volgende ochtend vroeg naar Kiev vliegen. En toen blokkeerde mijn hele systeem. Ik trok het niet meer.

Het ging in de voorafgaande maanden al niet lekker. Ik was moe, doodmoe, kortaangebonden, had geen zin meer in mijn werk, dronk geen biertjes meer met vrienden, liet de banja links liggen. Ik had me teruggetrokken in mijn schulp, mopperend op alles en iedereen. Vooral op degenen die me na stonden. Hoe was het zo ver gekomen?

Het begon eind 2013. Boze Oekraïners hadden zich verzameld op het Maidanplein in Kiev. Ze protesteerden tegen het besluit van de toenmalige president Janoekovitsj om een streep door het Associatieverdrag met de EU te halen. Oekraïne had alles in zich om een groot verhaal te worden. En dat werd het ook. De gebeurtenissen buitelden over elkaar heen, het nieuws hield niet op. Maidan leidde eind februari 2014 tot de vlucht van Janoekovitsj, maar niet voordat het tot grof geweld was gekomen tussen demonstranten en de speciale politietroepen van de Berkoet. Er vielen vele tientallen doden.

Daarna stuurde de Russische president Poetin ‘kleine groene mannetjes’ naar de Krim, voorbodes van de annexatie van het schiereiland. Poetin vertrouwde de nieuwe macht in Kiev voor geen cent. Hij wilde de Russische marinehaven in Sebasto­pol veilig stellen en tegelijk zijn waarderingscijfers wat opkrikken op de patriottische golf die Rusland overspoelde.

Met de Krim was het nog niet afgelopen. In het oosten van het land braken onlusten uit. Aanvankelijk min of meer vreedzaam. Anti-Maidanactivisten bezetten allerlei overheidsgebouwen; provinciekantoren, politiebureaus, stadhuizen. Soms mepte de politie hen eruit, soms deden lokale autoriteiten niks omdat ze het eigenlijk wel met de acties eens waren. Gaandeweg namen de ontwikkelingen in de steden Donetsk en Loegansk en omgeving een militaire wending. Het Russische leger ging meedoen. Het werd gevaarlijk. Maar dat kan er nog wel bij, dacht ik. Je bent journalist of je bent het niet.

De klap op de vuurpijl moest nog komen: de ramp met de MH17. Ik was net even terug in Moskou toen het gebeurde. De eerste berichten meldden dat er ergens boven Oost-Oekraïne een vliegtuig was neergestort. Een Oekraïens militair transportvliegtuig, dacht ik eerst, net als een paar dagen eerder. Het bleek een verkeersvliegtuig te zijn; een verkeersvliegtuig van ­Malaysia Airlines; een verkeersvliegtuig van Malaysia Airlines op weg van Amsterdam naar Kuala Lumpur; een verkeersvliegtuig van Malaysia Airlines op weg van Amsterdam naar Kuala Lumpur met een heleboel Nederlandse passagiers aan boord… De pleuris brak uit en die hield nog maanden aan.

In totaal ben ik anderhalf jaar meer dan intensief met Oekraïne, de revolutie, de oorlog en de MH17 bezig geweest.

Ik zag vernietiging, dood en verderf, maar dat putte me niet uit. De live-gesprekken vanaf een hotelbalkonnetje in Kiev bij -20, in Simferopol op de Krim te midden van agressieve afscheidingsgezinden en in Donetsk in Oost-Oekraïne terwijl de artillerie bulderde, deden dat als zodanig evenmin.

Lange dagen regen zich aaneen tot ellenlange weken, die eindeloze maanden baarden. De NOS is dagelijks vele uren radio, een hele serie dagjournaals, het zes- en achtuurjournaal, Met het Oog op Morgen, streaming news in de zendtijd van andere omroepen gedurende de dag, 24 uur per dag online. En dan vergeet ik haast het Jeugdjournaal, NOSop3 en Nieuwsuur. Social is daar sindsdien nog bijgekomen. Met grote regelmaat begon ik ’s ochtends om zeven uur in het Radio 1 Journaal, om tegen middernacht te eindigen in het Oog.

De logistiek kan een nachtmerrie zijn. Je gaat op pad om een reportage te draaien. Het kost je uren om je over beroerde wegen naar je bestemming te begeven, je langs de checkpoints te onderhandelen. Je maakt je zorgen omdat je onbereikbaar bent en dus de radio, de dagjournaals en online niet kunt bedienen. Je bent soms bang. Je moet op tijd terug zijn in Donetsk om de reportage te monteren en in Hilversum te krijgen. En je moet om acht uur ’s avonds weer op het dak van het Park Inn-hotel staan omdat er geen andere live-posities zijn.

Was de NOS in die anderhalf jaar een harteloze correspondenten­uitmelker? Het was in ieder geval een meedogenloze veelvraat. Maar als er ergens verantwoordelijkheden moeten worden neergelegd, dan is het toch vooral op mijn eigen bordje. Ik herkende en erkende dat het allemaal wat veel was. Té veel, naar mate de maanden vorderden. En toch ging ik door. Ik schreef al: je bent journalist of je bent het niet. Je wílt erbij zijn, je wílt verslag doen. Dat zit in je bloed.

Toen na de MH17-ramp de eerste tekenen van een zekere oververmoeidheid ontloken, kwam het begrip op gang in Hilversum. Nieuwsuur- (en voormalig Journaal-)verslaggever Gert-Jan Dennenkamp schoot te hulp voor het nieuws. We gingen elkaar afwisselen. Voor Nieuwsuur kwam Rudy Bouma geregeld. Er werd afgesproken dat de contacten alleen nog via de buitenlandcoördinator aan het bureau zouden lopen, zodat er niet iedere minuut van de dag een (eind)redacteur aan de telefoon kon hangen. Die eerste stapjes waren voorzichtig, maar oh zo nuttig. Waren ze ook voldoende? Nee, de schade was al aangericht.

Terug naar begin 2016. De koffer bleef ingepakt in de gang staan. De klap had even op zich laten wachten, maar was onvermijdelijk gevallen. Het was echt te veel geweest.

Ik belde de plaatsvervangend chef van de buitenlandredactie. ‘Jaap, het gaat niet, ik kan niet naar Oekraïne’, was voor zover ik me herinner het enige wat ik kon uitbrengen. ‘Dan blijf je thuis’, antwoordde hij. Geen discussie over mogelijk. Wekenlang deed ik niks, mocht ik niks doen. Collega’s in het buitenland, op de redactie, in de kamers van de hoofdredactie belden, mailden en appten. Toonden belangstelling en begrip, leefden mee, boden hulp aan. Ik kreeg mijn broodnodige rust.

Maar daarmee was er niets structureels opgelost. Ik was natuurlijk niet de enige die zich het apezuur had gewerkt. In het Midden-Oosten en Turkije bijvoorbeeld, wisten ze er ook van mee te praten. Als correspondenten van de NOS zochten we contact met elkaar. We deelden ervaringen. We concludeerden dat het probleem dat bij mij acuut was geworden bij een aantal van hen ook speelde. Daar moest iets aan gebeuren, vonden we. En dat gebeurde ook.

Het onderwerp werkdruk stond prominent op de agenda van de NOS-correspondentendagen van 2016. Een studio vol redacteuren, eindredacteuren, hoofdredacteuren, chefs en coördinators luisterde naar hetgeen een aantal van ons te vertellen had. Ze leken oprecht verbaasd dat net hún telefoontje in een idioot drukke periode de druppel kon zijn die de emmer deed overlopen, dat dagen achter elkaar én het Oog én het Radio 1 Journaal de volgende ochtend vroeg te veel kan worden, dat een langdurige combinatie van stress, gevaar, opwinding en een gebrek aan afstand van het werk funest kan zijn. Misschien waren ze niet eens verbaasd. Misschien beseften ze gewoon niet dat zij niet als enigen voortdurend een beroep op ons doen. Hun programma of platform is begrijpelijkerwijs het belangrijkste in de wereld.

Het resultaat van die bijeenkomst doet een beetje aan de uitkomst van een welzijnswerkerssessie denken, maar het werkt wél. Er moet structureel aandacht zijn voor het onderwerp. Niemand schiet er iets mee op als het lijntje breekt. Correspondenten moeten ‘nee’ durven verkopen als het te veel dreigt te worden en Hilversum moet dat ‘nee’ accepteren. Vandaag maar eens geen reportage in het 8 uur Journaal of geen gesprek op de radio om 6 uur ’s morgens.
Vandaag belt de redacteur 24 uur maar eens iemand anders. De buitenlandcoördinator moet vragen (eisen soms) van eindredacteuren vriendelijk maar beslist naast zich neer kunnen leggen. En er staat desgewenst altijd een psycholoog klaar, hoewel het eigenlijk al te laat is als die nodig is.

Het klinkt als een serie open deuren en dat is het misschien ook wel. Maar een organisatie moet zich rea­liseren dat de spankracht van haar mensen een grens heeft. De NOS doet dat.

David Jan Godfroid studeerde in 1986 af aan de School voor de Journalistiek in Utrecht. De eerste jaren deed hij allerlei journalistieke freelance klussen. Van 1989-1998 werkte hij op diverse redacties van het ANP.
In april 1999 vertrok hij naar de Balkan om de Kosovo-oorlog te verslaan. Sindsdien woont en werkt hij afwisselend op de Balkan en in Rusland en omstreken. Sinds 2002 werkt Godfroid als freelancer voor de NOS.

1 reactie

Om te reageren moet je een Villamedia Account hebben en moet je eerst ingelogd zijn.

  1. 1. J.C. Roodenburg, 11 november 2017, 12:02

    Het is een herkenbaar verhaal van David-Jan die ik volg op het NOS Journaal. Ik heb ooit contact gehad met de toenmalige hoofdredacteur van de vroegere GPD over een correspondentschap in Singapore. Mijn vrouw was (gelukkig maar) tégen en de kinderen (nu 38 en 35) werd het toen niet gevraagd. Daarom pas als je correspondent wordt buiten Nederland denk er dan lang over na en raadpleeg je familie. Die moet er ook volledig achterstaan. Alleen alleenstaanden lijken daarvoor geschikt als de echtgenoot of echtgenote niet wil.

Villamedia Sluiten

Inloggen

Registreren

Vul onderstaande gegevens in voor exclusieve toegang voor NVJ-leden.