website over journalistiek

x

Villamedia heeft een app

 

Exclusieve inhoud Sluiten

Een NVJ-lid heeft dit artikel met je gedeeld. Gratis een maand alles lezen? Klik hier.

Een NVJ-lidmaatschap geeft je recht op:

  • Persoonlijk advies
  • Juridisch advies & rechtsbijstand
  • Perskaart
  • Korting op cursussen
  • Villamedia magazine

Word lid Verder lezen

Coen Verbraak : een interview met de man achter de vragen

Frits Baarda — Geplaatst op maandag 23 juli 2018, 11:32

Beeld: Maaike Putman

© Beeld: Maaike Putman

Interview Vijftien afleveringen maakte Coen Verbraak van de televisieserie Kijken in de Ziel. Na gesprekken met religieuze leiders, deze zomer te zien, stopt hij ermee. Tijd voor een interview met de man achter de vragen.

Waar wil je zitten? Jij mag het zeggen.’ De eerste vraag komt van Coen Verbraak. De uitnodiging is verpakt in vriendelijke, zachte woorden. Hij wijst naar twee fauteuils, dichtbij het grote raam waarachter een mistig, maar adembenemend panorama van Amsterdam zich ontvouwt. ‘Daar? Een beetje comfortabel?’
‘Aan tafel’, antwoord ik, na een blik in het appartement op de 19de verdieping van de Skydome aan het IJ. ‘We moeten aan het werk. Ik ben vandaag de regisseur.’
‘Ja’, lacht de interviewer. ‘Jij bepaalt. Ik moet nu loslaten.’

Het is half tien op een doorde weekse ochtend. Maximaal een uur heeft hij voor een interview had hij door de telefoon gezegd. De montage van zijn vijftiende en laatste serie Kijken in de Ziel, dit keer met religieuze leiders, eist veel van zijn tijd. Twaalf interviews van elk drie uur terugbrengen tot blokken overzichtelijke televisie.

Zijn handelen is in tegenspraak met de werkdruk. Geen spoor van ongeduld. Nadat hij koffie en stroopwafels op tafel heeft gezet, loopt hij naar het panoramaraam. ‘Kom kijken’, zegt hij voor zich uit. ‘Zie je het Centraal Station, daar de Zuidas en de Schipholtoren, de Arena en daar, tussen die twee flats, de Dom van Utrecht.’ In de motregen staat een kleine stomp. ‘Een fijne, rustige plek’, zegt hij. ‘Zeventig meter boven de grond. Hier kan ik me terugtrekken.’ Het liefst ontwijkt hij de drukte. Twitter en Facebook moeten het zonder hem doen. Wat hij belangrijk vindt komt wel in de krant of op televisie.

We nemen plaats aan een houten eettafel van bescheiden afmeting, op houten stoelen, recht tegenover elkaar. Verbraak is gekleed in een sportief, breed gestreept overhemd en spijkerbroek. Zijn tv-jasje is uit. Onder de tafel uit steken schuin zijn voeten, zonder schoenen. Zijn bovenlichaam leunt ontspannen tegen de rug van de stoel. De handen zijn beweeglijker dan op televisie. Zijn ogen, breed geplant in het gezicht, kijken met aandacht naar de collega die hém nu eens de vragen stelt. ‘Wat wil je zoal vragen’, had hij al door de telefoon gevraagd. ‘Al die vragen van je, waar komen die toch vandaan? Ik wil je een beetje leren kennen.’ Hij had het een ‘heel leuk onderwerp’ gevonden.

Als ik tegenover hem zit, kijk ik rechtstreeks in zijn ziel, die zich pal achter hem bevindt. Als een boekenkast de weerspiegeling van iemands ziel is, tenminste. Een greep: De naakte rechter, Joop den Uyl, Rembrandt, Penoze, reisgidsen Korea en Rome, Onze hersenen, Gods pillen en psychiatrie, Onder Uitgevers en De Prooi. Veel namen uit het vak, Ischa Meijer, Martin Bril, Peter van Straaten, maar ook de encyclopedie van Artis (zes delen), Heerlijk Amsterdam en een dikke biografie over Hitler. De meeste boeken staan ruggelings, andere liggen daar bovenop, enkele exemplaren klem gevouwen. Een parfumflesje, nagelschaartje, pennen en Snoopy wankelen op het randje van de stampvolle planken. Het is de kast van een bezige man, een werkverslaafde.

Als hij niet slaapt, werkt hij. Hij doet het zelf, hij wil het. Radio, tv, de krant – Verbraak doet alles door elkaar. Hij zou tijd kunnen sparen, als hij minder ambachtelijk zou werken. ‘Heb je even?’, vraagt hij en loopt naar een zijkamer. ‘Ik durf het je bijna niet te laten zien.’ Komt terug met een gelinieerd, opengeslagen folioschrift. Alle bladzijden zijn met een balpen volgeschreven. ‘Kijk, dit is een interview met Alex van Warmerdam voor de NRC. Het hele, met een recorder opgenomen gesprek schrijf ik met de hand uit. Pas daarna schrijf ik op de computer het uiteindelijke stuk. Zo kan ik heel nauwkeurig werken. En terugluisterend kan ik van mijn eigen fouten leren’, zegt hij, bladerend door het boek. Lachend kijkt hij op: ‘Behoorlijk idioot, dat is het. Ik geef het toe.’

Het interview verkeert nog in de fase van een prettige verkenning, en daarin zal het enige tijd blijven. Verbraak doet er alles aan om zijn gast op zijn gemak te stellen en vraagt of er nog koffie nodig is. Zittend aan de eettafel kijken we in het rond. De vraag wat in deze kamer zijn dierbaarste voorwerp is, spoort hem aan om weer op te staan. ‘Dit moet ik je echt laten zien’, zegt hij. Een origineel informatiebord van Artis, en de foto’s van zijn vriendin Marjan en zoontje Tobias zijn heel belangrijk, zegt hij. In een boekenkast boven de tv staan de Nipkov-schijf en Sonja Barend Award. ‘Wel belangrijk, niet cruciaal’, omschrijft hij hun betekenis. Dan loopt hij naar een kleine piano. Hij draait zich naar me om, terwijl zijn handen naar het muziekinstrument wijzen. Als een spreekstalmeester: ‘En dit Frits, is de piano van Frans Halsema!’ Dan volgt een lang verhaal, dat vijf jaar geleden eindigt met een telefoontje van Halsema’s weduwe. ‘Coen, wil jij de piano van Frans hebben?’ De jonge journalist had er ooit bij de weduwe een keer op mogen spelen. Zeven jaar heeft het instrument in donkere cafés en zaaltjes geklonken, nu staat het bij hem thuis.

Verbraak pakt de kruk en plaatst als in trance zijn handen op de sleetse toetsen. ‘Hier zitten de vingertoppen van Frans Halsema’, zegt hij voor zich uit. ‘Je kunt bijna voelen waar ze stonden. Ik ben niet paranormaal, maar deze toetsen zijn door hem aangeraakt, dit is een bezield instrument. Ontroerend, toch?’ Dan recht hij de rug en begint uit het hoofd te spelen. In de woonkamer klinkt ‘Voor Haar’, Halsema’s bekendste nummer. Na de laatste klanken: ‘Iedere dag moet ik even op deze piano spelen, al is het maar één minuut.’

Halsema overleed op 44-jarige leeftijd. Coen was nog een jongen en heeft hem nooit gekend. Het was de tijd dat hij zijn eerste voetstappen zette in de journalistiek, waarvan hij als puber al wist dat het zijn terrein zou worden. Hij groeide op in het Drentse Roden en mocht voor het plaatselijke Journaal zijn eerste stukken schrijven. Op een dag kondigde de hoofdredacteur de komst aan van Herman Brood, die ’s avonds in een feesttent zou optreden. Of Coen zin had om hem te interviewen. ‘Achteraf gezien was het een cruciale ontmoeting’, reflecteert Verbraak. ‘Ik was 17, een naïeve jongen. Ik ging tegenover hem zitten en als een flits ging door me heen: misschien had ik me toch moeten voorbereiden! Ik had geen vragen. Een interview is gewoon praten, dacht ik, ha, ha. “Wanneer komt je eerste vraag”, zei Brood na een tijdje. Dat was mijn eerste en laatste onvoorbereide interview.’

Hij verkeerde in een levensfase waarin brandende nieuwsgierigheid een cocktail vormde met mateloze zelfoverschatting. Zo meldde hij zich als 17-jarige al bij Joop van Tijn, toenmalig hoofdredacteur van Vrij Nederland (VN). Hij was 21 toen hij debuteerde. Na de eerste drie geplaatste artikelen vroeg hij om een onderhoud: of het niet tijd werd voor een vast contract. ‘Je mening wordt hier niet breed gedragen’, liet Van Tijn hem fijntjes weten. Gepikeerd nam hij afscheid en besloot dan maar voor Elsevier en HP/De Tijd te gaan schrijven. Maar VN week niet uit zijn hart. Na zes jaar belde Verbraak deemoedig Joop van Tijn. Of hij nog een kansje maakte. ‘Hé, daar ben je weer. Je hebt de laatste jaren niet veel geschreven, toch?’ Verbraak kan er nog om lachen: ‘Ik vond dat ik de sterren van de hemel had geschreven. Hij zette me direct op mijn plaats.’ Vanaf 1993 tot 2015 zou hij voor Vrij Nederland eindeloos veel verhalen schrijven.

Radiomaken kwam er later bij, net als televisie. ‘Journalistiek simultaan spelen’, noemt hij het. ‘Heel opwindend.’ Beroemd of bekend worden hoefde nooit van hem, wel minstens zo goed worden als Koos Postema, Bibeb of Sonja Barend.

Verbraak leeft zijn eigen jongensdroom. Alles begon met een wekkerradio, die hij op 13-jarige leeftijd voor zijn verjaardag kreeg. ’s Avonds luisterde hij in het donker voor het eerst naar Met het Oog Op Morgen. ‘Een paar kamers verderop deed mijn vader hetzelfde, vermoedde ik. Die stem op de radio, mensen in een studio ver weg, en toch zo dichtbij. Wonderlijk, nee magisch.’ Bijna veertig jaar later, in 2014, werd hij gevraagd zelf Het Oog te presenteren, eerst als invaller. ‘Ik was ontroerd’, zegt hij.

‘Diezelfde stem die mij opeens aankondigde: buiten is het 12 graden, binnen zit…’
‘Coen Verbraak’, vul ik aan. Hij hapert.
‘Ja, mijn naam. Kippenvel. Het was gezien, ik werd gezien. Ik mocht daar nu zelf zitten. De poort van mijn jongensdroom ging open.’

Tobias heeft nu bijna dezelfde leeftijd bereikt als Coen, toen hij zijn wekkerradio kreeg. Het jongetje, ‘heerlijk ventje’, komt uit een huwelijk, dat vijf jaar geleden strandde. In de weekenden zijn ze veel samen, vaak in gezelschap van Marjan, zijn nieuwe partner, ‘mijn heel erg lieve vriendin’. Verbraak pakt zijn mobiel en toont het beginscherm: snapshot van een ontwapenend jongetje met een donkere haarbos. Voetballen doen ze samen, en kijken naar giraffen en zebra’s in Artis. Werk is dan ver weg. Maar thuis kan Tobias zijn vader verrassen. Dan stelt hij vragen, zoals een kind kan doen. Verbraak wijst naar de dikke biografie van Hitler, achter hem in de boekenkast. ‘Pappa, nou wil ik je iets vragen. Waarom wil je zo’n boek over die gemene man hebben?’ Goede vraag! Dan is hij even verbouwereerd en moet hij zoeken naar een adequaat antwoord. Dat we nooit meer doen, wat hij deed, bedenkt hij dan. Waarop zijn zoontje zegt: ‘Maar papa, hij is dood, we moeten niet meer aan die man denken.’ Hij: ‘Mooi hoe een kind naar zulke dingen kan kijken.’

‘Zelf stel je ook nog steeds kinderlijke vragen’, zeg ik. Zijn ogen verraden kort verbazing. Dan: ‘Zeker, uiteindelijk gaat het om de kleine vragen. Die brengen je het verst. Hoe kwam dat? Wat is er toen veranderd? En hoe veranderde u zelf? Hoe weet u dat eigenlijk? Die vragen vertellen ook hoe ik in elkaar steek, anders kan ik ze niet stellen. De kern van alle vragen is: waarom doet iemand wat hij doet?’

En?
‘Omdat het zo ongelooflijk leuk werk is. Het is spannend, een groot genoegen. Interviews, ik heb er altijd zin in, ook al voel ik me niet lekker. Dankbaar is zo’n EO-achtig woord, maar ik voel me wel zo. De vonk van dertig jaar geleden is er nog steeds.’ Dat vuur legt hij nog steeds in Kijken in de Ziel, waar hij onder meer psychiaters, strafpleiters, militairen en eerste ministers voor uitnodigde. Hoewel goed bekeken, vindt hij de serie gesprekken met journalisten de zwakste in de rij. ‘Misschien projecteer ik nu’, legt hij uit. ‘Maar ik zag de ander denken: hoezo moet jij iets vragen? Ook wist ik te veel van dit vak, om de juiste afstand te kunnen scheppen. Ik bleef te veel een van hen. Die serie heb ik nooit teruggezien.’

Zijn kracht is ‘oprechte interesse in de ander’, zegt hij. ‘Het is bij mij nooit gespeeld. De geïnterviewde doet er toe. Mensen vinden aandacht fijn. Jij hebt nu ook veel aandacht voor mij. Je kijkt me aan, maakt contact. Dan begin ik ook te vertellen.’

We zitten ongemerkt al ruim anderhalf uur aan de tafel. De klok tikt naar het middaguur, Verbraak oogt nog geduldig. Het onderwerp interview is nog niet definitief behandeld. ‘Aandacht en concentratie zijn sleutelwoorden’, zegt hij, ‘maar zeker ook voorbereiding’. Ken de ander vóór je begint. ‘En heb vertrouwen in jezelf’, voegt hij eraan toe. Zijn voeten trekt hij onder tafel terug, zijn lichaam buigt iets naar voren. ‘Misschien dat ik nu uit de school klap’, begint hij aarzelend. ‘Ik bereid me altijd heel goed voor, ook voor de komende serie over religieuze leiders. Religie is voor mij een tamelijk onbekend terrein, weet je.’

Dan vertelt hij over die ene bijzondere dag, heel recent nog. Alles voor de opname stond klaar, mijn gast en ik waren geschminkt. Zullen we dan maar naar de tafel gaan en beginnen, had hij voorgesteld. De religieuze leider ging zitten, Verbraak hoefde alleen nog zijn vragen uit zijn tas te halen. Boing! Alsof een gong naast zijn oor afging. De tas was leeg. ‘Een angstaanjagend moment’, vond hij het. ‘Een nachtmerrie.’ Ook in zijn auto geen papieren met vragen.

Bij terugkeer zag hij de lege tafel. De interviewer nam zijn cameraman Thomas Kist in vertrouwen. Die zei direct: ‘Coen, ga zitten, je kan het’. Smoezen waren zinloos, vluchten kon niet meer. Voor de vorm legde hij andere A4tjes op tafel. En hij begon te vragen, het ging drie uur door. ‘Het ging fantastisch’, lacht hij breeduit achter de tafel. ‘Ik wist alle vragen nog. Helder denken en goed luisteren, daar gaat interviewen over. Maar een volgende keer doe ik het niet weer zo, hoor!’

Hij schuift zijn stoel naar achteren, en zoekt schoenen. ‘Beledig ik je als ik me klaarmaak voor vertrek?’ De montage wacht. Uit een zijkamer klinkt het geluid van tanden poetsen, tussendoor nog wat onverstaanbare zinnen. Ik sta voor de boekenkast, de ziel van Coen Verbraak. Dan roept hij, nu verstaanbaar: ‘Ja, die boekenkast is een puinhoop. Na mijn verhuizing heb ik alles uit de dozen getrokken. Er zit nog geen ordening in. Het zegt iets over mij, ja, die kant heb ik ook. Maar ik ken hun plek. Wat ik weet komt uit die boeken.’

De serie Kijken in de ziel met religieuze leiders is vanaf 23 juli, 21.10 uur te zien op NPO 2.

Coen Verbraak (Amsterdam, 1965) heeft een rijk CV als journalist en interviewer voor radio, geschreven pers en tv. Hij werkte jarenlang voor Vrij Nederland en later ook de Volkskrant. Tegenwoordig schrijft hij voor NRC. Daarnaast maakte hij radioprogramma’s voor de Vara, VPRO, NOS, NCRV en RVU. Sinds 2014 presenteert hij Met het Oog op Morgen. Hij maakte diverse televisieseries, waarvan Kijken in de Ziel het meest bekend is. In 2010 kreeg hij er de Nipkow­schijf voor. Momenteel loopt de laatste serie, met religieuze leiders.

Nog geen reacties

Om te reageren moet je een Villamedia Account hebben en moet je eerst ingelogd zijn.

Villamedia Sluiten

Inloggen

Registreren

Vul onderstaande gegevens in voor exclusieve toegang voor NVJ-leden.