PersVeilig

— maandag 7 december 2020, 07:20 | 0 reacties, praat mee

Cartoonisten over hun vak: Niets veranderd na Charlie Hebdo

Zelfportret - © Joep Bertrams

In Parijs werd een onderwijzer de keel doorgesneden omdat hij in de klas een spotprent van de profeet Mohammed had laten zien. Kort daarna moest in Rotterdam een docent onderduiken omdat hij werd bedreigd vanwege een cartoon over islamitisch extremisme die in zijn lokaal hing. Wat zegt dat, vijf jaar na de aanslag op Charlie Hebdo, over het ambacht van de cartoonist? Tjeerd Royaards, Ruben L. Oppenheimer en Joep Bertrams reageren op uitspraken over hun vak. Laatste wijziging: 8 november 2021, 16:13

Dit artikel wordt met je gedeeld door NVJ-lid Marjolein Slats. Ook lid worden?

Waar blijft die openlijke, geschokte reactie in Nederland?

Fidan Ekiz, in de Vooravond, nadat de Franse onderwijzer Samuel Paty werd onthoofd omdat hij een spotprent van de profeet had laten zien.

Tjeerd Royaards (TR): ‘Daar heeft ze wel een punt. Als je het vergelijkt met hoe er vijf jaar geleden op de aanslag op Charlie Hebdo werd gereageerd, dan kwamen de reacties op het lot van Paty inderdaad langzaam op gang. Ik moet zeggen dat het nieuws ook bij mij wat langzamer binnen sijpelde. De enige reden die ik daarvoor kan verzinnen, is dat we de afgelopen jaren misschien murw zijn gebeukt door dit soort nieuws.’

Ruben L. Oppenheimer (RO): ‘Het lullige was dat het nieuws over een mogelijke steekpartij in een voorstadje van Parijs binnenkwam op het moment dat heel Nederland verontwaardigd aan het Twitteren was over het vakantievluchtje van de koning en zijn gezin. Ik snap aan de ene kant dat, zeker in een tijd waarin het nieuws elkaar zo snel opvolgt, de omvang en de betekenis van wat hier gebeurde in eerste instantie niet meteen binnenkwam. Aan de andere kant is het schokkend je te realiseren dat we eraan gewend raken. We mogen er niet aan gewend raken dat iemand om zijn mening – of in dit geval niet eens een mening maar iemands taakopvatting als onderwijzer –  wordt vermoord.’

Joep Bertrams: ‘Daar gaan we weer, dacht ik toen ik het hoorde. Het begint weer allemaal opnieuw. Als een nare onweersbui die overtrekt. Dat gebeurt van tijd tot tijd, en zal blijven gebeuren. Maar ik denk niet dat we eraan gewend raken. De afschuw is elke keer even groot.’

Zelfportret Tjeerd Royaards (tekst loopt door onder de illustratie).

Het is zoeken naar een rel.

Joep Bertrams, in Trouw, nadat een docent in Rotterdam werd bedreigd omdat hij een vijf jaar oude, prijswinnende spotprent van Bertrams, met daarop een onthoofde man in een Charlie Hebdo-shirt die zijn tong uitsteekt naar de jihadist, in zijn lokaal had hangen.

JB: ‘Cartoons zorgen soms voor opschudding – daar zijn het cartoons voor. Ze zijn zichtbaar, helder. Makkelijk te lezen en naar te verwijzen. Dat is de sterkte en niet de zwakte, maar wel de kwetsbaarheid van de cartoon. Ze zijn makkelijk te gebruiken én te misbruiken. Dat er een leraar moet onderduiken omdat er allemaal heisa ontstaat over een vijf jaar oude tekening die ineens weer boven komt drijven en verkeerd wordt geïnterpreteerd is ontzettend naar. Daar heb ik ‘m niet voor gemaakt. Hij is ook niet bedoeld om een religie te kwetsen, Mohammed staat er niet eens op. Hij veroordeelt de jihadisten die verantwoordelijk waren voor de aanslag op Charlie Hebdo. Daar zullen toch weinig mensen tegen zijn.’

RO: ‘In een beeldenstorm trekken mensen alles omver, zonder aanziens des beelds. Dat gebeurt hier op dit moment ook. Iedere cartoon over dit onderwerp is verdacht.’

TJ: ‘Absurd, is het enige woord dat ik ervoor kan verzinnen. Naar mijn gevoel is er sinds de aanslag op Charlie Hebdo heel weinig veranderd voor cartoonisten. En als er al iets is veranderd, dan is het dat we alleen maar minder speelruimte hebben gekregen in plaats van meer, omdat er, zeker vanuit islamitische hoek, steeds heftiger op ons werk wordt gereageerd. Als je al niet eens meer een extremist met een baard mag tekenen dan wordt je palet, in ieder geval als het om dit onderwerp gaat, wel erg beperkt.’

RO: ‘Op het moment dat jongens en meisjes van 12 of 13 jaar, die vanuit huis meekrijgen dat alles waar zij in geloven niet mag worden bevraagd laat staan bespot, een tekening aangrijpen om te dreigen met geweld, dan hebben we als samenleving iets ontzettend verkeerd gedaan. Ik weet niet of dat nog bij te sturen is.’

JB: ‘Ik kan me wel voorstellen dat ze soms denken: waarom moeten ze elke keer ons hebben? Het is niet plezierig om dag in dag uit geconfronteerd te worden met iets wat je vervelend vindt, laten we wel wezen. Maar als dat speelt, dan moet je daarover praten. Geweld, of dreigen met geweld is iets wat absoluut niet door de beugel kan, daar hoeven we het niet lang over te hebben.’

RO: ‘Ik vind het fout dat de spotprent van Joep uit dat klaslokaal is gehaald. In dit land heb je het recht om met alles de draak te steken. Je mag Jezus aan het kruis hangen en grappen over joden maken. Ik ben zelf van joodse komaf en maak de hardste holocaustgrappen. En dan zou een grapje over moslims niet mogen? Als je ze gaat ontzien, neem je ongeveer een miljoen mensen in de samenleving niet serieus. Bovendien is het effect dat je ermee zou kunnen sorteren dat ze denken: we hebben gewonnen. Het heeft zin om te dreigen met geweld, luidkeels schande te roepen en er consequenties aan te verbinden als ze iets van ons ontheiligen. En dan schuift de grens steeds verder op.’

JB: ‘Dat de eerste impuls is geweest om de cartoon weg te halen, voordat de ellende nog erger werd, kan ik wel snappen. Al zullen sommige mensen vinden dat ik niet pal voor onze vrijheid sta als ik dat zeg. Maar wat win je ermee op om de steen des aanstoots recht voor de deur te laten liggen? Dan gedraag je je net zo star als de andere kant. Je kunt het obstakel dan beter even opzij schuiven, zodat erover gepraat kan worden. Het gaat erom in een maatschappij als de onze, dat je begrip voor elkaar hebt. Dat klinkt allemaal heel week misschien, maar daar is onze maatschappij wel op gebouwd. Het alternatief is dat de woede aan beide kanten steeds groter wordt. Ik vraag me af of je daar wat mee opschiet.’

TR: ‘Het probleem van een heftige tegenreactie is dat het allemaal binnen het frame van de islam geplaatst wordt. Los van het feit dat ik vind dat islam net als andere onderwerpen voluit beledigd mag worden, denk ik wel dat het belangrijk is dat we de discussie breder trekken. Dit zou een mooi moment zijn om op scholen te zeggen: jongens, we moeten met z’n allen een indringend gesprek voeren over vrijheid van meningsuiting. Ik heb veel workshops op middelbare scholen gegeven waarin ik heb uitgelegd wat vrijheid van meningsuiting eigenlijk is, en welke rol satire en belediging daarin spelen. Hoe belangrijk het is dat je kritiek kunt hebben op macht, en de controlerende functie die dat heeft op de maatschappij. Op die manier kun je met jongeren heel goed het gesprek aan gaan. En in die context kun je ook samen naar die prenten gaan kijken.’

Zelfportret Ruben L.Oppenheimer (tekst loopt door onder de illustratie).

Of ik snel Mohammed de profeet zal tekenen? Ik denk dat de meeste tekenaars, behalve dan die van Charlie Hebdo, dat min of meer vermijden.

Jos Collignon, in de Volkskrant 2015.

TR: ‘Het is een soort buitencategorie. Als je de profeet tekent, weet je dat de mogelijke consequentie geweld is. Ik denk inderdaad dat iedere cartoonist zich na Charlie Hebdo wel drie keer achter de oren krabt om die profeet nog te tekenen. Ik heb hem zelf nooit getekend, en ik geloof dat er ook heel weinig Nederlandse collega’s zijn die het hebben gedaan. Vanuit Cartoon Movement, de cartoonorganisatie waar ik hoofdredacteur van ben, zie ik internationaal eenzelfde beeld.’

JB: ‘Ik heb de profeet nooit getekend, en heb ook nooit de aanvechting gehad om dat te doen. Het idee dat je Mohammed móet tekenen om je solidair te verklaren met iemand die is vermoord, heb ik eerder wel eens omgekeerde censuur genoemd. Want dat vind ik tamelijk zinloos. Ik vermijd hem niet uit angst – al denk je er wel drie keer over na voordat je hem tekent – maar in de eerste plaats omdat ik teken over mensen, en niet over religies. Religie is een idee, een abstract begrip. Daar kan ik niets mee. Ik kijk naar hoe mensen zich gedragen, hoe ze reageren, politiek bedrijven. Zie het als een toneelspel waar iedereen zijn rol in speelt. De regisseur ervan ken ik niet, maar de rollen die vervuld worden, zie ik wel. Daar kan ik wat mee.’

RO: ‘Ik ben geïnteresseerd in politiek en geopolitiek, in mens en maatschappij. De islam als religie is voor mij een volstrekt oninteressant onderwerp – ik ben geen religieus mens – maar als het zich met zoveel agressie opdringt in het nieuws, wanneer mensen religieus geïnspireerd geweld tot onderwerp van het nieuws maken, maken ze zichzelf en daarmee hun religie en profeet, tot onderwerp van mijn cartoons.

Ik heb niet zo ontzettend veel tekeningen van Mohammed gemaakt – je hebt als cartoonist een breder palet aan beeldtaal tot je beschikking om je punt te maken. Geen hond weet hoe die profeet er uitziet, dus wie zegt dat ik hem dan überhaupt heb getekend, maar het afgelopen jaar heb ik een paar keer een tekening gemaakt van een man met een baard en een tulband. De afgelopen weken heb ik die opnieuw gepost. Dan reageren mensen – ook zij die het met me eens zouden moeten zijn – als door een wesp gestoken. Maar ik doe het niet om te provoceren. Ik doe het omdat ik wil zeggen: niemand zou hiervoor moeten hoeven onderduiken.’

TR: ‘Ik ben niet een cartoonist die bij elke cartoon die hij maakt wil provoceren of de meest heftige symboliek, beelden of vergelijkingen wil gebruiken. Ik maak cartoons om mensen aan het denken te zetten en zoek daarbij naar iets wat effectief mijn punt over brengt. Op het moment dat ik moslims zou willen laten nadenken over een misstand binnen de islam, hoe functioneel is het dan om de profeet te tekenen? Het is hetzelfde als wanneer ik Wilders zou tekenen met een Hitler snorretje. Ik weet zeker dat de reactie die erop zou volgen het punt dat ik wil maken volledig zou overschaduwen. Dat is provoceren om het provoceren. Dat kan legitiem zijn, als dat je doel is als cartoonist, maar ik heb die behoefte zelf nooit gevoeld.’

Zelfportret Joep Bertrams (tekst loopt door onder de illustratie).

Eind 2018 stond ik op het punt van stoppen.

Ruben L. Oppenheimer, afgelopen februari in Trouw, over de bedreigingen die hij sinds 2016 krijgt, met name over zijn cartoons over de Turkse premier Erdogan.

RO: ‘Ik krijg met regelmaat dreigende berichten en telefoontjes. Ook is de politie wel eens bij mij thuis geweest om met plastic handschoentjes een brief open te maken omdat ze niet wisten wat erin zat. De laatste keer dat het zo hoog opliep, was in oktober vorig jaar, nadat ik een tekening had gemaakt over de Turkse inval in Noord Syrië. Dan krijg je om je oren dat je een kankerjood bent die maar goed over zijn schouder moet blijven kijken. Dat ik er een volgende keer zelf om heb gevraagd. Intimiderend, ja. Maar het staat in geen contrast met wat de Deense cartoonist Kurt Westergaard meemaakt, en het is al helemaal niet te vergelijken met wat Wilders bijvoorbeeld te verduren heeft.

Een paar keer per jaar doe ik aangifte. In het verleden ben ik daar te makkelijk in geweest. Omdat ik zelf niet wars ben van een harde grap, vond ik dat ik ook iets moest kunnen incasseren. Als iemand riep dat-ie mijn keel wilde afsnijden dacht ik: dan is hij zijn agressie maar kwijt, geen zuurstof aan geven. Maar die luxe kan ik me niet meer permitteren, omdat het inmiddels een aantal keer is voorgekomen dat dergelijke uitspraken anderen hebben geïnspireerd om het daadwerkelijk te doen.

Ik zou ervoor kunnen kiezen om bepaalde heilige huisjes niet meer aan te raken en niets meer te tekenen waar mensen boos om kunnen worden. Maar dat is wegduiken; dan kan ik net zo goed stoppen.’

TR: ‘Ik heb niet zoveel last van bedreigingen als Ruben, maar ook ik heb mijn portie wel gehad. Toen Wilders twee jaar geleden een cartoonwedstrijd over de profeet Mohammed organiseerde, kreeg Cartoon Movement, dat niets met die wedstrijd te maken had, duizenden en duizenden online bedreigingen vanuit Pakistan. En ook ik heb wel eens dreigtelefoontjes en mails gehad na cartoons, meestal vanuit rechts-extreme hoek. Dat is niet leuk, en het enge ervan is dat er maar één gek tussen hoeft te zitten die denkt: ik pak een mes en ga wat ondernemen. Maar de overgrote meerderheid bestaat uit vrij sneue types die gewoon een hele sterke mening ventileren. Als je met ze in gesprek gaat, wordt de soep meestal niet zo heet gegeten.’

JB: ‘Ik moet het hard afkloppen, maar ik heb nog nooit serieuze narigheid gehad. Ja, zodra je iets op social media zet, wordt er commentaar geleverd. Hangt ook een beetje van het onderwerp af. Als ik al reacties krijg, is het meestal uit rechtse hoek. Maar allemaal tamelijk onschuldig, niet iets om wakker van te liggen.’

We zijn nu op het punt dat we zeggen: vrijheid van meningsuiting, maar…

De Deense cartoonist Kurt Westergaard, in EenVandaag, maart 2017

RO: ‘Het zou moeten zijn: Vrijheid van meningsuiting, punt. Het hele idee van vrijheid van meningsuiting is dat het niet een onderhandelbaar item is, zoals de hoogte van de zorgpremie of de anderhalve meter. Dit is de basis waarop de samenleving gebaseerd is. Vrijheid van meningsuiting is een grondrecht.

JB: ‘Vrijheid van meningsuiting is een groot goed. Ik vind dat iedereen de vrijheid heeft om te preken en te zeggen wat hij wil. Als je daar aan gaat tornen, zit je binnen de kortste keren in een soort dictatuur. Ik maak ook geen andere overwegingen dan vroeger als ik teken. Niet voor niets maakte ik een tekening over Charlie Hebdo. En ook na de moord op Paty heb ik een tekening gemaakt, van een extremist die zijn eigen brein afsnijdt waarop het woord ‘tolerantie’ staat. Ik heb nooit achteraf spijt gehad van iets wat ik wel of juist niet heb getekend. Als ik al spijt heb van een tekening, is dat meestal omdat ik ‘m niet goed genoeg vind.’

TR: ‘Een vraag die me na Charlie Hebdo vaak gesteld werd was: ga je nou voorzichtiger tekenen? Ben je als cartoonist banger geworden? Ik heb toen steevast nee geroepen. Als ik naar mijn collega’s keek, had ik het idee dat we allemaal vonden dat we op de barricaden moesten, dat we júist de grenzen moesten opzoeken. Maar nu ik vijf jaar later terugkijk, vind ik eigenlijk dat er bar weinig van dat gevoel over is. Het idee dat we voor vrijheid van meningsuiting staan, no matter what, wat toch wel een beetje het sentiment was na Charlie Hebdo, is naar mijn idee snel weggeëbd. Daar ben ik wel teleurgesteld over. Of ik zelf ook voorzichtiger ben geworden vind ik een ontzettend lastig te beantwoorden vraag. Ik heb het gevoel van niet. Maar ik heb geen vergelijking met een universum waarin Charlie Hebdo niet is gebeurd.’

RO: ‘Ik ben juist minder voorzichtig geworden. Ik zou op dit moment eerder een tandje bijzetten om de boodschap duidelijk te krijgen. Een paar jaar geleden had je je nog kunnen afvragen of dat nodig was. Maar tegenwoordig is het antwoord ja. Als het nu verdomme niet nodig is, wanneer dan wel? Die tekening van Erdogan die me zoveel gedoe opleverde? Zou ik zo weer maken. Onze profeet uit Ankara is een van de grootste bedreigingen voor vrede en welvaart in Europa. Daarom zal ik hem blijven tekenen, net zoals ik Poetin, Trump en al die andere buitenlandse machthebbers teken.’

Cartooning for #PressFreedom

Op dinsdag 8 december 2020 opent de cartoontentoonstelling ‘Cartooning for #PressFreedom’ in mediamuseum Beeld en Geluid (Zeestraat 82, 2518 AD Den Haag). De tentoonstelling wordt georganiseerd ter ere van de World Press Freedom Conference (WPFC 2020), die op 9 en 10 december plaatsvindt in de vorm van een digitaal evenement.

De tentoonstelling ‘Cartooning for #PressFreedom’ bestaat uit geselecteerde cartoons van de competitie en cartoons van gevestigde cartoonisten over hetzelfde thema. In het museum zijn daaraan (historische) cartoons uit de collectie van Beeld en Geluid toegevoegd. De expositie laat zien hoe cartoonisten aankijken tegen persvrijheid en hoe zij zelf omgaan met censuur. Alle teksten in de tentoonstelling zijn zowel in het Nederlands als Engels.

Meer informatie.

Bekijk meer van

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Uitgever

Dolf Rogmans

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Factuurgegevens

Villamedia Uitgeverij BV
Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl

Redactie (tips?)

Chris Helt, hoofdredacteur

Marjolein Slats, adjunct-hoofdredacteur

Linda Nab, redacteur

Lars Pasveer, redacteur

Trudy Brandenburg-Van de Ven, redacteur

Sales

Sofia van Wijk

Jenny Fritschy

Webontwikkeling

Marc Willemsen

Vacatures & advertenties

redactie@villamedia.nl

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.