Tegel Beeld en Geluid

— woensdag 8 januari 2020, 08:38 | 0 reacties, praat mee

Joep Bertrams, vijf jaar na Charlie Hebdo: ‘Blijf het kritische uithangbord koesteren’

© Joep Bertrams

Gisteravond werd in Beeld en Geluid in den Haag een 'Ode aan de Persvrijheid' gebracht. Aanleiding: vijf jaar geleden, op 7 januari 2015, vond in Parijs de aanslag plaats op de redactie van het satirische tijdschrift Charlie Hebdo. Met verschillende panelleden werd in Den Haag teruggeblikt en gedebatteerd over de invloed van deze gebeurtenis op de persvrijheid, het persoonlijk leven en de veiligheid van journalisten, cartoonisten en uitgevers. Cartoonist Joep Bertrams hield een inleiding die we hier integraal publiceren.

‘Woensdag 7 Januari 2015 bracht ik mijn vrouw naar haar werk bij het toenmalige Persmuseum. Het was een zonnige dag, maar de stemming was minder zonnig. Onze vriend, de helaas te vroeg overleden journalist en filmer Mehmet Ülger, was op het vliegveld van Istanbul gearresteerd vanwege een op zich niet veel betekenend akkefietje, tenminste dat vond hij zelf. Wij waren er minder gerust op. In de auto hoorden we een kort verslag daarover vanuit Turkije. We vonden dat verslag nogal oppervlakkig en wonden ons daar natuurlijk over op. Zo meteen thuis even een Twitterberichtje aan wijden.

Thuisgekomen dat berichtje gemaakt en verstuurd. Nog steeds een beetje opgewonden. Meteen daarop kwamen Twitterberichten binnen van een mogelijke aanslag in Parijs op de burelen van Charlie Hebdo.

Dat was al de tweede keer. De eerste keer, in 2011, was er een molotovcocktail naar binnen gegooid, waarschijnlijk naar aanleiding van de speciale uitgave “Charia Hebdo” met Mohammed, zogenaamd als gastredacteur. Gelukkig waren er dat keer geen slachtoffers, maar ze verhuisden wel naar een “veiliger” plek.

Dit keer was het wel degelijk menens. Op die woensdag had ik geen deadlines voor politieke prenten, maar ik besloot wel meteen een prent te maken, want het was duidelijk dat het dit keer zeer ernstig was. Er waren collega’s vermoord vanwege hun werk, dan kun je niet stil blijven zitten.

Mocht er al wat adrenaline in mijn bloed zitten vanwege de arrestatie van Ülger, nu spoot het mijn oren uit. Waar je anders met enige terughoudendheid hevige onderwerpen aanpakt, vond ik dat het dit keer niet nodig was. De mensen van Charlie Hebdo zouden er wel raad mee hebben geweten, dat was de norm. Het heeft geleid tot deze prent die behoorlijk viral ging.

Tekst loopt door onder het beeld.



Onder het tekenen stond de telefoon niet stil en werd naar mijn mening gevraagd en kreeg ik uitnodigingen voor tv-programma’s en radio uitzendingen in binnen- en buitenland. Je zou bijna denken dat je belangrijk bent. De zorg die over ons cartoonisten werd uitgesproken was aandoenlijk.

En elke keer de onvermijdelijke vraag: ga je nu anders tekenen, word je voorzichtiger; alsof je daar op dat moment mee bezig bent. In ieder geval was de aandacht voor ons cartoonisten enorm. Je kunt zelfs, heel cynisch, van een hoogtepunt spreken. En natuurlijk vind je dat je niet anders moet gaan tekenen. Je tekent immers wat je “ziet” en je gaat niet ineens anders kijken.

Maar er verandert wel degelijk iets, liever gezegd, er was al iets veranderd. Laten we de ophef om de Deense Mohammed-cartoons in 2005 niet vergeten.

Vanaf toen wisten we dat je, volgens sommigen althans, niet ongestraft alles kon tekenen en werd nog eens duidelijk, dat wanneer humor en religie samenkomen, de brandstapel nooit ver weg is.

Zelf heb ik altijd geroepen dat je alles moet kúnnen tekenen, maar dat het niet per se móet. Toegegeven, een tamelijk gratuite opstelling, maar ik doe het er toch mee. Laat ik uitleggen waarom.

Iedereen houdt rekening met grenzen, je kunt niet zomaar alles doen. We kunnen een voor ons hinderlijke situatie domweg opblazen of domweg negeren. Voor bijna iedereen van ons zijn dat onverstandige stellingnames. De ene stellingname kenmerkt zich door vuur en bloed, de andere door een zonnebril en een blindenstok. Maar daar tussenin is veel mogelijk. Als iemand dit zelfcensuur vindt, vind ik dat prima. Zelf vind ik het meer een kwestie van slimme keuzes maken.

Met betrekking tot die zelfcensuur doet zich overigens vanaf 2005 een nieuw fenomeen voor, ik noem dat altijd de omgekeerde censuur. Sommigen verwachtten na de Deense cartoonrellen, en helemaal na de aanslag op Charlie Hebdo, dat je Mohammed móet tekenen, anders was je een lafaard en zwichtte je voor terreur. We waren immers allemaal Charlie. Een solidariteit zoals we hem vaker zien, tijdelijk. Weten we het nog? Al die potloden die iedereen meedroeg?

Ik heb dat toen niet gedaan, heb het trouwens nog nooit gedaan. Ook nooit als idee opgekomen om het daarna af te wijzen. Waarom niet, kun je je afvragen.

Ik zal dat proberen uit te leggen.

Vrijwel iedereen denkt en werkt vanuit zijn eigen beleving en geschiedenis, zijn roots zogezegd. Ik ben geboren en getogen in Nederland, mijn jeugd ligt in het katholieke Limburg. Daarop heb je je sterkste focus. Dat betekent dus Nederlandse politiek met beelden vanuit mijn eigen beleving. Dat ik daarbij geen enkele terughoudendheid ken om met christelijke/katholieke symbolen om te gaan lijkt me evident. Onze hele kunstgeschiedenis hangt en staat er vol mee en we hebben er geen enkele moeite mee dat soort beelden te gebruiken, van kerstverhaal tot over water lopen.

Maar één ding is belangrijk. Het gaat nooit om de religie zelf. In religie moet je geloven en als je dat niet doet, dan is geloof of religie een abstract begrip en die kunnen, lijkt me zo, niet goed of fout zijn. Daar kun je dus ook niks mee. Met de mensen die zich ermee bezighouden echter des temeer, zeker als ze daarbij ook nog menen anderen te laten weten dat zij en alléén zij het bij het rechte eind hebben. Dáár wringt het vrijwel altijd en daar moet je als cartoonist wél bovenop zitten. Of het nou de paus is of de grootayatollah, het zijn uiteindelijk gewoon mensen, die dingen zeggen, beweren of bevelen. Dat handelen, daar moet het over gaan. Daarbij gaat het er niet om gelovigen terecht te wijzen. Als we het over recht op vrije expressie hebben, dan is het hebben van een religie ook een recht. Maar de zich onaantastbaar voelende hoofdbewakers van die religie en de hun blind volgende onderknuppels, die moeten wel degelijk ter verantwoording geroepen worden. Liefst met veel humor want humor werkt daar als ammoniakprikkel in de neus waar zij totaal geen raad mee weten, die ze tot complete razernij leidt.

De gezonde lezer ervaart die prikkel op een heel andere manier, het betrekt hem of haar op een zeer effectieve en toegankelijke manier bij het onderwerp, kan zelfs enige verlichting geven van de door onrecht en macht mogelijk opgeroepen zwaarmoedigheid. Maar prikkelen moet het liefst altijd.

Het minst risico loop je met algemene symbolen, denk aan de vredesduiven en de afgronden, bloed enz. Die prikkelen veel minder en hebben daardoor minder zeggingskracht. Ze hebben dan wel het voordeel dat ze meestal meteen begrepen worden, maar blijven ook vaak in algemene duiding hangen. Een enkele keer moet je er toch naar grijpen. Humor of ironie, zo je wil, werkt daarentegen veel intensiever.

Maar humor is ook een zaak van vertrouwen. Daarom is een podium ook zo belangrijk. De lezers van een krant weten wat voor vlees ze in de kuip hebben, ze lezen immers niet voor niets specifiek díe krant of dát tijdschrift. De lezers kennen de taal van hun krant en begrijpen die, ook de taal van de cartoonisten.

Mooi werkt dit systeem in kranten onder censuur. In onze ogen vaak onbegrijpelijke of flauwe cartoons blijken een veel grotere lading te hebben doordat de lezer de taal snapt, tussen de lijntjes kijkt en de boodschap begrijpt, terwijl er voor de censor geen strafchocola van te maken is.

De Zuid-Afrikaanse cartoonist heeft Zuma, sinds deze beweerde dat aids voorkomen kon worden door goed te douchen, alleen nog maar afgebeeld met een douche op zijn kop.

Dat wil overigens niet zeggen dat dit een plezierige, laat staan veilige omgeving is. Veel te vaak wordt de mogelijkheid tot publiceren onmogelijk gemaakt. Gooien ze de cartoonist in de gevangenis of erger. Denk daarbij aan Ali Farzat in Syrië, Musa Kart in Turkije, Pedro Molina in Nicaragua, Rayma in Venuzuela, Zunar in Maleisië, Mikhail Zlatkovsky in Rusland en onlangs nog Nime in Algerije.

Als er overigens één instituut is, dat zich permanent inzet voor de politieke cartoon en voor de situatie van cartoonisten in gevaar, dan is dat wel Cartooning For Peace, opgericht door de Franse cartoonist van Le Monde, Plantu. Zij verdienen groot respect!

Als het in onze contreien mis gaat gebeurt dit meestal bij een confrontatie buiten die vertrouwensring, om het maar zo te noemen. Toevallige lezers van Charlie Hebdo zullen de taal en de beeldtaal makkelijk confronterend, misschien blasfemisch, hard, maar in ieder geval opmerkelijk vinden. Redactie en cartoonisten gaan daar immers wat minder zachtzinnig om met religie ras of gender dan de meesten gewend zijn. Maar ze doen dat wel zonder onderscheid en werkelijk alles en iedereen komt aan de beurt. Je kunt ze dus onmogelijk discriminerend noemen, niemand deugd immers.

Helaas, als iets buiten dat podium gerukt wordt gaat het vaak mis en dat gebeurt vrijwel altijd moedwillig. Er zijn mensen die met wellust elementen uit hun context halen, dat aan de, tegenwoordig digitale muur spijkeren en ach en wee gaan roepen, met soms akelige gevolgen, zoals vijf jaar geleden.

Tekst loopt door onder het beeld.

Wilders mag in ons land best zijn cartoontentoonstelling organiseren, niemand kan hem dat verbieden. Hij begaat alleen de fout door de door hem gehoopte controversiële inhoud al vooraf aan de muur te spijkeren, met voorspelbare gevolgen. Hij gebruikt cartoonisten om zijn eigen punt te maken en dat is geen vrije meningsuiting maar propaganda.

Vaak is me gevraagd of ik anders ben gaan tekenen. Ik weet het niet.

Wat wel veranderd is, is de onbevangenheid waarmee je werkt. Je weet wat gevoelig ligt. Was dat vroeger het koningshuis en alles met betrekking tot religie, nu ligt de focus op, ja waar niet op, religie natuurlijk met de islam voorop, antisemitisme, gender, ras, MeToo en ga maar door. Op zich allemaal gerechtvaardigd, maar veel is het wel. Ik laat me er niet teveel door afleiden en ga gewoon door.

Mijn echtgenote tikt me al jaren op de vingers als ik een vrouw te onelegant teken, daar heb ik ook mee leren leven.

Bovendien, ze slaat niet hard.

Maar de onbevangenheid is ook bij de kranten verdwenen. Teruglopend abonneebestand maakt uitgevers gevoeliger voor kritiek en pressie. De cartoon is daarbij het gevaarlijkst. De prent is in een krant vrijwel onontkoombaar. Het lezen van een column of artikel bepaal je zelf. Aan een cartoon ontkom je niet, lees je in enkele seconden, en kan net zoveel vertellen als die column of dat artikel. De cartoon is daardoor vaak het uithangboord van de krant. Vertrouwen is hierbij alles. Als de cartoonist de krant niet meer vertrouwd, wordt hij misschien voorzichtiger en verliest daarbij zijn kritische houding. Maar als de uitgever de cartoonist niet meer vertrouwd, dan is het snel afgelopen.

We mogen ons in Nederland gelukkig prijzen met een vrije pers, maar hoe lang duurt die vrijheid nog? De grootste censor is immers het economische denken. Als een cartoon lezers kost, of advertenties, is het gauw afgelopen in de huidige krantenwereld. Van reuring wordt de economische melk zuur en dat moet vermeden worden, dus: “Weg met die cartoons”, zei The New York Times.

Tekst loopt door onder het beeld.



Wat misschien blijft zijn de makkelijke cartoons, zonder te veel ironie, want de prent moet immers door iedereen begrepen worden. In het slechtste geval zien we min of meer door de hoofdredactie voorgekauwde cartoons, illustraties die het hoofdredactionele commentaar voor dummies begrijpelijk maakt. Dan is de politieke prent dood.

Laten we hopen dat het zo ver niet komt en uitgevers en hoofdredacteuren hun cartoonisten blijven vertrouwen en op die manier hun kritische uithangbord blijven koesteren, al kost dat af en toe een abonnee.

Tenslotte. Eén ding is zeker, de “martelaren” van Charlie Hebdo zouden gehakt hebben gemaakt van deze zojuist uitgesproken tekst. Wat zou ik dat graag hebben meegemaakt.’

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur

Linda Nab
Redacteur

Lars Pasveer
Redacteur

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur

Anneke de Bruin
Vormgever

Marc Willemsen
Webontwikkelaar

Vacatures & advertenties

redactie@villamedia.nl

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.