Afstudeerprijs Villamedia 2019

— dinsdag 9 juli 2019, 09:00 | 0 reacties, praat mee

Bette Dam: Waarom media maar monsters blijven maken

© Chantal Ariens

Bette Dam vindt het lastig om in deze tijd de waakhond van de democratie aan te vallen. ‘Maar er is wel degelijk wat aan de hand op redacties’, concludeert ze na het schrijven van haar boek ‘Op zoek naar de vijand’. ‘Beeldbepalende ­media verzuimen hun taak om weder­hoor te plegen in de strijd tegen terreur en jagen zo een oorlog aan.’

Mijn boek, dat gaat over de zoektocht naar mullah Omar, de Talibanleider die door de Amerikanen na Osama bin Laden als hun belangrijkste vijand werd beschouwd, haalde alle wereldmedia omdat erin werd aangetoond dat de VS ons bijna twintig jaar lang onjuist over hem hadden geïnformeerd. Ik haalde CNN omdat duidelijk werd dat mullah Omar na 2001 niet dagelijks aanslagen pleegde op buitenlandse troepen in Afghanistan, omdat hij zich eind 2001 feitelijk uit de strijd had teruggetrokken. Ik haalde The Wall Street Journal omdat bleek dat hij niet in Pakistan bij de geheime dienst was ondergedoken, maar op loopafstand van een Amerikaanse basis in Afghanistan woonde, zonder dat de CIA daarvan afwist. En ik haalde The Guardian omdat het helemaal niet zo moeilijk was om hem te vinden, als je maar van het begin af aan in Afghanistan had gezocht.

Uiteraard waren de bevindingen groot nieuws, en ik wist dat het een mediastorm zou creëren. Maar nu deze achter de rug is, wordt het tijd om ‘de olifant in de kamer’ toch te benoemen. Hoe kon het dat wat ik had gevonden twintig jaar lang niet door de media door wie ik geïnterviewd werd was ontdekt? Dat bij The Guardian, CNN en The Wall Street Journal twee decennia lang de verhalen over mijn hoofdpersoon door het vijandbeeld van de Amerikaanse overheid werden bepaald en er geen andere bronnen werden geraadpleegd over hem? Hoe kon het dat het vijandbeeld ‘alles is terreur in Afghanistan’ zoveel aandacht kreeg, en het tegenovergestelde verhaal bijna niet?

Het echte nieuws van mijn boek is dan ook niet dat ik de schuilplaats van mullah Omar heb gevonden. Het echte nieuws is dat ik zo ongeveer de enige journalist was die ernaar heeft gezocht. Dat ik de afgelopen jaren zelfs de enige journalist op de wereld was die het vijandbeeld van de Amerikanen niet voor kennisgeving aannam en op zoek ging naar wederhoor bij andere bronnen in Afghanistan.

Dat dit journalistieke werk eng of gevaarlijk zou zijn was vooral deel van het terreur-narratief van de Amerikanen. Media als CNN hadden de afgelopen jaren hun geld beter niet in al die dure scherfvesten en duurbetaalde beveiligers kunnen steken. Maar in plaats daarvan in het leggen van contacten met anderen dan Amerikaanse overheidsbronnen. Ze hadden bijvoorbeeld al vanaf 2002 naar Karachi of Dubai kunnen reizen om daar rechtstreeks met de Taliban te praten. Dan hadden ze kunnen weten dat de Taliban zich al een paar maanden na de Amerikaanse inval hadden overgegeven aan de nieuwe president Hamid Karzai, die hen amnestie had beloofd. Dan hadden ze ook kunnen weten dat die amnestie door de Amerikanen onmiddellijk was teruggedraaid omdat de Taliban moest boeten voor 09/11, op basis van de onterechte claim dat mullah Omar en Osama bin Laden de beste vrienden waren.

De bevindingen in mijn boek hadden in principe al jaren eerder door elk internationaal medium onthuld kunnen worden als zij gewoon hun werk hadden gedaan. Als zij naast de telefoonnummers van de autoriteiten in Washington DC, ook die van gouverneurs of tribale leiders in Afghanistan en die van de verslagen Taliban hadden gehad. Dat is de basis van de journalistiek. En dat is zoals de media ook andere onderwerpen, zoals de bankenwereld en de zorg, verslaan. Je praat met alle partijen.

Maar in deze oorlog gebeurde dat niet, omdat 09/11 de Amerikaanse media nog patriottischer had gemaakt dan ze al waren. Het geluid van de democratisch gekozen Amerikaanse overheid – ‘We moeten de terroristen ­doden!’ – werd daarom meer vertrouwd dan het tegengeluid in Afghanistan of Irak. De uitspraken van zowel Hillary Clinton als president George Bush ‘you are either with us, or you are with the terrorists’, verdeelde de wereld in wij-zij, en dat zie je direct terug in de bronnenkeuze in de verslaggeving.

Meer dan 90 procent van de sprekers op tv waren van de Amerikaanse overheid die de oorlog tegen terreur aanjoegen. En dat is niet veranderd, zo blijkt uit onderzoek dat ik op Sciences Po (het Parijse Instituut voor Politieke Studies, red.) doe. Er is genoeg tegengeluid te vinden, maar dat krijgt niet een evenredige hoeveelheid media-aandacht. Praten met terroristen zoals de Taliban betekende – en betekent – nog steeds veel te vaak: heulen met de vijand. En praten met Al ­Qaida? Dat is voor velen simpelweg out of the question.

Ik heb het debacle met de massavernietigingswapens van Irak (die nog steeds niet zijn gevonden) lang als een eenmalige misstap gezien, omdat er nu eenmaal geen bronnen waren om de leugens van Bush te weerleggen. Met de terechte excuses die hier en daar klonken zou alles beter worden. De belangrijkste boodschap van mijn boek moet helaas zijn dat daar niets van terecht is gekomen.

Ook Nederlandse media moeten zich dat aantrekken. De manier waarop de Nederlandse troepen in Uruzgan werden gevolgd was niet beter. Ook daar was de Nederlandse legerleiding de belangrijkste bron.

De meeste verslaggevers bezochten uitsluitend Kamp Holland, waar de Nederlandse militairen gestationeerd waren. De NOS ging bijvoorbeeld liever op stap met de Nederlandse patrouilles, dan te investeren in andere netwerken in Afghanistan, Karachi of Dubai om meer toegang tot de Taliban-leiding te krijgen. Voor de Neder­landse pers zat Uruzgan vol met Taliban, omdat het Nederlandse leger dit zo had voorgesteld. Dat er eigenlijk vooral warlords zaten, wiens rivalen uit zelfverdediging aanslagen pleegden bleef buiten beeld.

Een voorbeeld van hoe het mis kan gaan is een reportage waar een embedded KRO Reporter-verslaggever [RECTIFICATIE, zie onderaan, red.], die zonder blijk te geven van wederhoor in het item, een geïnterviewde Afghaanse man corrigeerde die vertelde dat er geen Taliban in de buurt was door te zeggen dat dat wel zo was omdat het Nederlandse leger hem dat had verteld.

En zo zijn er meer voorbeelden. Ook deze maand hadden we er nog een te pakken van een krant (NRC Handelsblad) die de nieuwe inzichten uit mijn boek in een recensie gemakshalve maar afdeed als onzin, en het Amerikaanse war on terror-narratief nog eens stevig omarmde. De redacteur hield zich angstvallig stil over de partijdige rol van de mainstream media die daarmee de oorlog in Afghanistan onnodig verlengden. Mijn boek kreeg twee ballen.

De kans dat er bij de media iets gaat veranderen is niet groot. Vragen als: hoe kunnen we voorkomen dat wij journalisten geen vijandbeeld hebben? Een Nederlands mea culpa over bijvoorbeeld Afghanistan zou mogelijk het vertrouwen in de media kunnen herstellen maar dit gaat niet gebeuren en bovendien hebben excuses tot nog toe niet geholpen, zo weten we. Het begint ermee dat je intern, op redacties, erkent dat er dingen fout gaan.

Hoe moeten we verder in een wereld waar de oorlog tegen terreur inmiddels is uitgebreid van Afghanistan en Irak naar tachtig landen? Hoe zit het bij andere terreur-haarden zoals in de Sahel, met het ISIS-vraagstuk en met de terreurdreiging in Amsterdam en Parijs? Wat ik stel in mijn boek is niet geheel nieuw. Er zijn oudere mediaonderzoeken die vergelijkbare uitkomsten laten zien.

Ook Joris Luyendijk deelde in zijn boek ‘Het zijn net mensen’ (2006) bezorgde conclusies. Dat journalisten hoor en wederhoor plegen, ook in oorlogssituaties, het gebeurt nog te weinig. Het is een basisprincipe dat terug moet keren, al weet ik nog niet precies hoe.

Een Belgische krant nodigde me uit om mee te lopen op hun redactie, en zo de discussie aan te gaan over de gebruikte bronnen. Op deze ‘workshop-manier’ willen ze graag leren. En zo is er toch nog een beetje hoop.

RECTIFICATIE In de printversie van dit stuk in Villamedia magazine (nummer 5, juni 2019) wordt gesproken over een ‘embedded Zembla-verslaggever’. Dit moet een embedded KRO Reporter-verslaggever zijn. Ook het voorbeeld zelf is aangepast.

LEES OOK
‘Media zijn in oorlogstijd invloedrijker dan de feiten’, De Nieuwe Reporter
De docu: ‘Buying the War’, PBS
Mapping the American War on Terror: Now in 80 Countries

Bette Dam (1979) is politicoloog, journalist en auteur van ‘A Man and A Motorcycle’, ‘How Hamid Karzai Came to Power’. Onlangs verscheen haar nieuwste boek, ‘Op zoek naar de vijand. Het verhaal van een vijand die een vriend wilde zijn’ (De Bezige Bij, ISBN 9789403144207, 240 pagina’s, € 22,99). Van Dam geeft les aan het Instituut voor Politieke Studies, Sciences Po in Parijs.

MEDIA & TERREUR
Op 11 september vindt in Brussel aan de hand van het boek van Bette Dam een debat plaats over de rol van media en terreur (deBuren, mede georganiseerd door Fonds Pascal Decroos voor bijzondere journalistieke projecten). Onder leiding van Corry Hancke van De Standaard zal naast Bette Dam, Ahmad Issa uit Kandahar spreken (hij is een van de bronnen in Op Zoek naar de vijand; zijn familie had een nauwe connecties met mullah Omar) Er zullen ook vertegenwoordigers van de NAVO en professoren van mediastudies spreken.

Bekijk meer van

terreur Bette Dam Afghanistan

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.