foj 2019

— woensdag 3 juli 2019, 09:02 | 3 reacties, praat mee

Bas van Hout reageert op de kritiek op zijn AIVD-rol: ‘Ik was geen traditionele informant’

De AIVD | Foto: ANP

Ik was geen informant/bron in de traditionele zin van het woord, schrijft journalist Bas van Hout in een reactie op de kritiek van zijn collega's Arnold Karskens en Robert Dulmers dat een journalist nooit met de inlichtingendienst praat. Karskens schreef een opinie op Villamedia en Dulmers vroeg de ledenvergadering van de NVJ om Van Hout te royeren. Een verzoek dat nu bekeken wordt. Van Hout vindt dat hij geen keus had. Hij wilde liquidaties voorkomen en heeft bovendien nooit iets interessants aan de inlichtingendienst verteld. Zijn kant van het verhaal.

(Geachte heer Karskens en Dulmers,)

Ik had mezelf voorgenomen om inhoudelijk niet reageren op publieke-onderbuik-gevoelens-zonder-feitenkennis. Maar ik zal daar in dit geval toch van afwijken omdat uw initiatief in emotionele ongenuanceerdheid lijkt te ontaarden.

Kennelijk bent u verontwaardigd en voelt u zich gekrenkt, vindt u mijn gedrag onethische en vroeg u dientengevolge publiekelijk om mijn NVJ-royement. U kent mij niet, hebt mij evenmin gesproken en denkt de feiten te kennen – niet te verwarren met dé feiten.

Evenmin lijkt u gehinderd door enige misdaadjournalistieke praktijkkennis van zaken. Of zoals een zeer gewaardeerde misdaadjournalistieke collega het ooit treffend zei: “Don’t confuse me with the facts, i’ve already made up my mind…”
Eerst even de volgende vraag (die u louter voor u zelf zou moeten beantwoorden):
in welk geval besluit u (al dan niet als journalist) om wel/niet de politie/CIE/AIVD in kennis te stellen van voorkennis –die u bezit- van een nog te plegen ernstig misdrijf of levensdelict?
1. Als het beoogde doelwit een crimineel betreft?
2. Als het beoogde doelwit een burger betreft?
3. Als het beoogde doelwit een ‘onschuldige’ burger betreft?
4. Als het beoogde doelwit een journalist betreft?
5. Als het beoogde doelwit een terroristisch oogmerk heeft?
6. Als het beoogde doelwit het Koninklijk Huis betreft?
7. Als het beoogde doelwit (‘schuldig’ of ‘onschuldig’) mogelijk een
vergismoord tot gevolg heeft?

Dus met andere woorden: waar trekt u de grens in uw ethische verantwoording als het om mensenlevens gaat? Of waarschuwt u nooit (rechtstreeks) de politie ongeacht wat? Óf belt u wérkelijk misdaad anoniem(!?), zoals u aangaf in uw commentaar - en loopt u daarmee de kans dat de aanslag doorgaat bij gebrek aan bron-, of feitelijke informatie?
Het juiste antwoord staat onderaan dit schrijven…*

Ik doe dit werk nu zo’n 40 jaar en dat is zoiets hink-stap-sprong met een blinddoek in een mijnenveld. Dat is een keuze. Míjn keuze. Daar heb ik ooit, door omstandigheden gestuurd, voor gekozen en dat is me altijd meer dan redelijk goed afgegaan. Ik ben nimmer aangeklaagd -laat staan veroordeeld- wegens smaad, laster of het publiceren van onjuiste informatie. Evenmin ben ik vervolgd, of veroordeeld wegens een misdrijf. En ik kan u verzekeren dat ik altijd op het scherpst van de snede heb gepubliceerd, waarbij ik geen heilige huisjes heb gespaard.

Criminelen, noch hun tegenpolen waren blij met die publicaties, maar geen van hen deed het af als onfeitelijk of onjuist. Ik heb evenmin op schoot gezeten bij de overheid, of bij de criminelen die de overheid bestrijdt. Ik kon met iedereen goed overweg - zonder ‘vriendjes’ te worden. Dat kan in de praktijk heel goed, zonder kruisbestuiving of belangenverstrengeling.

Sterker nog, dat is een voorwaarde en wordt volledig gerespecteerd door partijen. Daardoor kon ik met alle ere-divisie-criminelen door een deur, al maakten ze veelal deel uit van conflicterende ‘facties’ en belangen in de onderwereld.

Dan even de feiten.
In 1997 werd ik door een collega-commissielid van Binnenlandse Zaken benaderd met het verzoek of ik openstond voor een gesprek met een paar van zijn collega’s – ‘werknemers van Binnenlandse Zaken’, althans, dat nam ik aan.  In theorie klopte dat wel, maar tijdens het gesprek dat volgde bleken dat BVD-ers te zijn. Niets aan gejokt: BVD-ers werken uiteindelijk ook voor BI-ZA. Alleen, dat wist ik indertijd niet.

Tijdens dit eerste gesprek verwierp ik het verzoek van de BVD om samen te werken beslist. Als ‘tegenargument’ en om mij over te halen werd mij vervolgens honorarium geboden. Voor mij was dat een overtreffende reden om niet samen te werken, gaf ik aan. Vervolgens werd de ‘burgerplicht/liquidatiekaart’ getrokken: ‘Het voorkomen van levensdelicten waar ik eventueel kennis van had, of zou nemen’.

Ik was gevoelig voor dat argument en wel hierom: In de loop der jaren is het regelmatig voorgekomen dat ik door versprekingen -of gewaande onaantastbaarheid- van criminelen tijdens gesprekken –geen “kopje koffie”, zoals u dat zo subtiel-cynisch typeerde, maar vele tientallen uren aan diepte-interviews- de contouren zag van voorgenomen levensdelicten (ook -2x- op een collega-journalist).

Andere kant op kijken
Ik had natuurlijk de keuze om de natuur zijn loop te laten en de andere kant op te kijken, zoals u in uw oordeel min of meer suggereert, maar dat is net zoiets als ‘journalisten van het volk’  of oorlogscorrespondenten, die tijdens hun ideële missies ‘actieloos’ toezien hoe ‘on/schuldige burgers’ worden gefusilleerd, met in hun vaandel de journalistieke mores - een mooi verhaal of een mooi plaatje, whatever - onder het motto: ‘Het is niet aan mij om in te grijpen want ik ben onpartijdig toeschouwer en/of verslaglegger’. (Ik zou bijvoorbeeld niet voor een mooie scoop ‘mijn’ topcriminelen -of genocide-fuhrer Assad en diens vrouw- trakteren op een
doosje Leonidas.)

In de tweede helft van de jaren 90 heb ik door inmenging en bemiddeling tot twee keer toe liquidatie kunnen ombuigen. De politie was geen optie. De ‘tipper’ zou bekend zijn geworden bij de uitlokker (dat ‘verstoort’ enigszins de relatie) en de beoogde slachtoffers zouden alsnog zijn geliquideerd - althans, dat is mij onlangs verzekerd door degene die heeft bemiddeld tussen de twee partijen en mij vertelde dat hij heeft ‘moeten lullen als brugman om dat lot te keren’. Dat was voorafgaande aan mijn ‘gespreksrelatie met de BVD’ (‘97).

Met deze informatie naar de politie gaan was om nog een andere reden een ‘onverstandige’  optie: ik wist uit eigen waarneming dat de betreffende eredivisie Randstad-criminelen -de zogenaamde IRT-Delta-groep Hillis/Soerel/Femer/Mink K./Klepper/Mieremet- een directe link hadden naar een groep corrupte politiefunctionarissen in tactisch waardevolle posities.

Deze ‘petten van Femer’ leverden voor veel geld informatie aan deze groep IRT-criminelen. Zij verdienden in de jaren tachtig/negentig vele honderden miljoenen met het ‘gecontroleerd doorleveren’ van grote hoeveelheden hard en softdrugs. Deze criminelen -en de corrupte (ex-)brigadier van politie- hadden mij eind jaren 90 verteld dat met deze informatie informanten waren en werden ontmaskerd - én geliquideerd, waarvan sommigen gemarteld en beestachtig afgeslacht. Dit waren criminelen die als informant met de politie en de CIE (criminele inlichtingen eenheid) spraken over misdrijven en liquidaties die werden georganiseerd en uitgevoerd door deze zogenaamde Deltagroep. Althans dat beweerde een beruchte topcrimineel (Jan Femer) in meerdere gesprekken, bevestigd door de later vervolgde ex-brigadier, die bij een van de
gesprekken aanwezig was. De politie waarschuwen over op handen zijnde liquidaties was dus geen optie.

Ik wist dat deze informatie door een ex-politieman werd ‘doorgelekt’ naar deze criminele organisatie. Ook “bel misdaad-anoniem” is in dat opzicht niet waterdicht. Uiteindelijk komt het ‘ergens’ terecht en niemand is ‘anoniem’ in deze tijd.

Door de gesprekken met de BVD werd mij een ‘veilige’ mogelijkheid in de schoot geworpen om deze informatie wél veilig te delen, zonder het gevaar van ‘doorlekken’. Mijn voorwaarde was dat ik geen tactische informatie over personen of misdrijven zou verstrekken, slechts voldoende informatie zou verstrekken om de op handen zijnde liquidaties ‘stuk te maken’. Mijn naam zou nergens in voorkomen, werd mij (contractueel) gegarandeerd.

Dat streven is mislukt. Mijn naam en toenaam kwamen in de werkrapporten en dossiers terecht - die later werden gestolen bij de BVD en volgens de verdachten in deze (Oslo-)zaak werden doorverkocht aan deze Delta-groep en De Telegraaf, advocaten en journalisten, die gretig gebruik maakten van deze gestolen/geheelde stukken. Daarmee werden overigens rechtstreeks mensenlevens in gevaar gebracht.

Uit de CTIVD-rapportage van voormalig PG Harm Brouwer -die deze kwestie grondig heeft onderzocht- blijkt onmiskenbaar dat mijn ‘relatie met de BVD is geëindigd omdat ik geen tactische-, en namen-informatie over bronnen prijsgaf’. Tijdens een gesprek met ‘mijn’ voormalige operateur (contactpersoon AIVD) bevestigt deze enigszins gefrustreerd: “De relatie tussen ons is beëindigd omdat jij geen informatie of namen met ons deelde waar wij (tactisch) iets mee konden. Kennelijk was ik niet zo goed in mijn werk…(zie Volkskrant 8 juni ‘19)”.

Dit verankert dat ik geen informant/bron was in de traditionele zin van het woord: ‘Het uit een (eigen)belang vergaren en/of delen van informatie over derden en/of criminelen - in een poging om deze doelpersonen uit tactisch oogmerk vervolgd of veroordeeld te krijgen.’ De informant in traditionele zin is een persoon die voor geld,
‘strafontwijking’, of een ander strategisch belang anderen verraad of ‘erbij lapt’ en daar zelf (meestal financieel) garen bij spint. Niet zelden is deze informatie onwaar, maar op z’n minst gekleurd om het beoogde doelwit (meestal de antagonist in de criminele constellatie) uit te schakelen.

Ik voldoe aan geen van deze criteria: Ik heb geen financieel voordeel willen genieten omdat ik dit als onverenigbaar zag met de journalistieke mores. Ik had evenmin enig strafrechtelijk of ander belang om personen -aan welke kant van de lijn dan ook- te belasten, te benadelen of te bevoordelen. Ik had wel een secundair(journalistiek) belang: ‘feitenvinding’ en ‘feitenconfirmatie’, maar dat was after the fact en geenszins voorbedacht.

Dikke vraagtekens
In retrospectief zet ik er nu dikke vraagtekens bij of dat indertijd een verstandige beslissing is geweest? Maar dat is het verhaal met de koe en haar rectum. Ik kan er in elk geval nog steeds geen volmondig nee op zeggen.

Op dat moment leek mij dat in elk geval de juiste beslissing. Ik sta daar nog steeds achter, maar ik had het (wellicht) niet moeten doen. Maar dat is met de kennis van nu.  Dat is in de top een witte fout geweest, maar geen zwarte…

Nog afgezien van het feit dat ‘de overheid’ –in mijn geval- een niet erg betrouwbare partner is gebleken, had ik misschien observator moeten blijven en ‘de criminelen elkaar maar moeten laten uitmoorden’ en er achteraf over schrijven, zoals veel ‘onderbuikers’, burgers, politiemensen, OM-ers én journalisten dat voelen.

Dat is niet míjn keuze geweest: omdat het voor mij om mensen ging, ongeacht of ze het label crimineel hadden. Én, ik was ongevraagd in een positie (beland) waar ik voor de keuze werd gesteld om wel/niet in te grijpen en omdat ík moest leven met die beslissing – niet ú meneer Karskens en Dulmer. In dat verband vraag ik me af hoe u zich achteraf zou hebben verantwoord als u op de hoogte zou zijn geweest, niets had gedaan en de aanslag was ‘gelukt’ en u had kunnen ingrijpen – nog afgezien van een
vergismoord-scenario. Hoe had u dit aan uw achterban verkocht, nog afgezien aan uzelf?

Waar het hier bovenal om draait is dat ik bij niemand op schoot zat, dus ook niet bij de BVD. De informatie die ik verankerde bij mijn (BVD-)operateur, had ik (inderdaad) kunnen bespreken met de politievoorlichter, die daar dan keurig een verslag van zou hebben gemaakt – en waar vervolgens geen concrete verankering op zou zijn gekomen (en die kreeg ik bij mijn gesprekspartner wel).  Dat waren dezelfde soort gespreksverslagen en notulen van hooggeplaatste politiefunctionarissen, die ik daags later bij Klepper en Mieremet op de eettafel aantrof.

Dat was dus geen serieuze optie. Daarnaast heb ik bij mijn (criminele en andere) bronnen aangegeven dat ik met iedereen om tafel zat om mijn informatie compleet te krijgen en niemand uitsloot. Ik ben niet geïnfiltreerd in het criminele milieu en geen ‘valse-vlag-operatie’ (zoals bij de CD) uitgevoerd en niet aan kruisbestuiving gedaan: al mijn (150+) gesprekspartners –van OvJ Fred Teeven tot Mink K.- wisten indertijd dat ik journalist was en werkte aan mijn boek ‘De jacht op de erven Bruinsma’. Ze wisten waar het over zou gaan en hebben hun interviews voorafgaand aan publicatie in mogen zien – conform de afspraak. Vaak waren ze daar niet blij mee, maar gaven (op OvJ Fred Teeven na) allen toestemming om dat het verbatim klopte.

Heilige huisjes
In dat boek werden alle heilige (IRT-Van Traa-)huisjes omver gegooid. Zowel die van de overheid als de gangsters die er in besproken werden. De gangbare theorieën gingen op de schop en tegenwoordig weten de meeste mensen wie de (echte) Delta-top is. En dat ontspoorde opsporingsambtenaren (én journalisten) jarenlang (bewust) op een fictieve criminele organisatie hebben gejaagd/geschreven en dat mede daardoor een groep eredivisie-criminelen miljarden (guldens) heeft kunnen omzetten met
zogenaamd ‘gecontroleerde doorleveringen’ van honderden tonnen hard en softdrugs. Het blootleggen van die justitiële wanprestatie kon alleen gebeuren door verificatie bij bronnen met exclusieve kennis.

Maar nog afgezien daarvan meneer Karskens en Dulmer: U heeft uw afwegingen en interpretatie van journalistieke integriteit en ik heb mijn afwegingen en interpretatie. Die verantwoording en de gevolgen daarvan neem ik. Daar heb ik geen moeite mee en ook geen spijt van. Ik kan mijn motieven verantwoorden, bovenal aan mezelf, wat u ook roept vanaf uw barricade. Waar ik pas écht zou er moeite mee zou hebben is als iemand om het leven zou komen en ík had er iets aan kunnen doen – ongeacht of het een crimineel, een ‘gewoon’ burger of een journalist is. U denkt daar anders over en roept geëmotioneerd op tot gesundes volksempfinden bij de NVJ-leden - zonder feitenkennis of enige vorm van wederhoor.

“Een keus maken, daar ging het om. Niet of het en goede keus was – juist de verkeerde was goed, daar was meer kracht voor nodig…”

Tim Krabbé, De vertraging.

Met vriendelijk groet,
Bas van Hout


* Het juiste antwoord op bovengenoemde vragen zou moeten zijn: all of the above! In alle gevallen bent u namelijk verplicht de autoriteiten te waarschuwen. Dat is niet alleen uw (morele) burgerplicht:  u bent strafrechtelijk vervolgbaar als u dat níet doet… en informant als u het wél doet.

platform makers

Praat mee

3 reacties

robert dulmers, 3 juli 2019, 19:28

Zeer geachte heer Van Hout,

Aan uw brief wil ik weinig woorden vuilmaken. Ik heb immers verzocht om uw royement omdat U mijns inziens de mores van mijn vak als journalist met de voeten getreden hebt.

Deze mening ben niet alleen ik toegedaan, het is ook de mening van het Hoofdbestuur van de NVJ in haar brief aan de Leden van 17 juli jongstleden. Het Hoofdbestuur van de NVJ stelt: ‘Er bestaat voor zover wij weten binnen de gelederen van de NVJ - en in ieder geval binnen het hoofdbestuur - geen onenigheid over de vraag of Van Hout de journalistiek wel of niet in diskrediet heeft gebracht. Dat heeft hij gedaan. We vinden dat hij de journalistieke erecode (geformuleerd in de Code van Bordeaux) op zeer ernstige wijze heeft geschonden en hebben zijn handelswijze zowel via de eigen kanalen als in de media (o.a. Radio 1) dan ook ondubbelzinnig afgekeurd. Het mag duidelijk zijn dat het hoofdbestuur de zorgen deelt van Dulmers over het schadelijke effect dat dit soort handelen van journalisten kan hebben op de beroepsgroep als geheel.”

U stelt dat wij niet alle feiten kennen. Dat klopt. Maar de feiten waarop ik mijn verzoek U te royeren baseerde, zijn door Uzelf bevestigd en toegelicht: U heeft jarenlang op systematische basis informatie gedeeld met de BVD. Aan dit onbetwiste feit zelf doen uw motieven, de eventuele voordelen die U hiervan al dan niet genoten heeft, of thans geniet – financieel of qua informatiepositie, niet toe of af.
U heeft, vindt het Bestuur van de NVJ, vindt een overgrote meerderheid van de Algemene Ledenvergadering, vind ik, de journalistiek ik diskrediet gebracht, de journalistieke erecode op ernstige wijze geschonden en de NVJ heeft, bij monde van haar Algemeen Secretaris uw handelswijze ondubbelzinnig afgekeurd.

Uw daden vragen mijns inziens om een royement – en ik zal alles op alles zetten om dit royement te doen plaatsvinden.

Ik ken niet alle feiten. Ik lees dat U een bedrag van 865.000 euro is toegekend wegens gederfde inkomsten. Ik begrijp dat de AIVD een enorme blunder heeft gemaakt door uw naam te doen uitlekken en ik weet voldoende van het Nederlands recht om te begrijpen dat de Rechter ziet dat die blunder voor U financiële gevolgen – en veiligheidsrisico’s – heeft. Ik houd vanuit morel standpunt echter staande dat U, doordat U ‘de journalistieke erecode op zeer ernstige wijze hebt geschonden’ (ik citeer wederom het NVJ Hoofdbestuur) U geen inkomsten bent misgelopen. Die misgelopen inkomsten bent U niet zozeer kwijt omdat de AIVD zo stom is geweest uw naam te doen lekken, die inkomsten bent U kwijt omdat U als (voormalig) BVD informant terecht uit het vak geweerd wordt. Tot wij, overtuigd van uw inkeer, anders mochten besluiten. Ik zou het dan ook niet meer dan passend vinden – en U tot eer strekken -  als U het door de Staat der Nederlanden uitgekeerde geld zou storten in een fonds als het Committee to Protect Journalists. U heeft, zoals ik verder in dit schrijven zal stellen, de veiligheid van uw college-journalisten gecorrumpeerd.

De argumentatie van uw schrijven is wankel – en gaat vaak niet op. Zeker, U bent, als Nederlands burger, in bepaalde gevallen gehouden justitie te informeren wanneer U weet heeft van op handen zijnde levensdelicten die door uw informatie aan politie of Openbaar Ministerie voorkomen hadden kunnen worden. Voor journalisten geldt de jure geen verschoningsrecht – de facto overigens vaak wel.  Maar U heeft niet politie of justitie ingelicht, maar de Binnenlandse Veiligheidsdienst – onderdeel van het Ministerie van Binnenlandse Zaken – een dienst die geenszins als opdracht heeft misdaden te voorkomen, maar als opdracht heeft het bewaken van de Staatsveiligheid.  De BVD – en thans de AIVD en MIVD- zijn allerminst gehouden kennis van op handen zijnde liquidaties aan justitie door te geven. Het is geheel aan de diensten om dergelijke informatie om hen moverende redenen (bijvoorbeeld hogere belangen van Staat)  onder zich te houden.  U heeft met het informeren van de BVD geenszins voldaan aan wat U uw burgerplicht acht.

robert dulmers, 3 juli 2019, 19:29

U had, indien U aan uw opvatting van Burgerplicht had willen voldoen, U bij een Notaris kunnen legitimeren en een door hem of haar beëdigde verklaring af kunnen leggen die de Notaris dan, zonder uw naam kenbaar te maken aan Politie of Justitie had overhandigd.
Overigens lees ik in het Wetboek van Strafrecht, artikel 450 slechts: “Hij die, getuige van het ogenblikkelijk levensgevaar waarin een ander verkeert, nalaat deze die hulp te verlenen of te verschaffen die hij hem, zonder gevaar voor zichzelf of anderen redelijkerwijs te kunnen duchten, verlenen of verschaffen kan, wordt, indien de dood van de hulpbehoevende volgt, gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.”  Hierop zult U zich allicht niet beroepen omdat van ‘ogenblikkelijk levensgevaar’ in de zin der Wet bij het vernemen van liqudatieplannen geen sprake is.
Maar, nogmaals: de BVD en haar rechtsopvolger, de AIVD is geen orgaan van Justitie en niet belast met de rechtshandhaving.

Op de man af gevraagd: nee, inderdaad, ik, Robert Dulmers, geef in geen geval informatie door aan Justitie of andere diensten van de Staat (welke staat dan ook). Ook niet als ik daar mensenlevens mee zou redden. Het is mijn functie als journalist onafhankelijk te rapporteren aan degene (krant of ander medium) voor wie ik mij uitgeef te rapporteren.  Met die informatie doet eenieder (de lezer, politie, justitie, AIVD, Assad) maar wat hem of haar goeddunkt.

Ik heb niets voor en niets tegen het Koninkrijk der Nederlanden, tegen Karadzic, Assad, of de VN; voor of tegen Amnesty, de AIVD, de democratische rechtstaat of de specifieke wijze waarop de landen die ik voor mijn werk bezoek, of het nou Syrië is of Noord Korea, worden bestuurd. Dat maken ze daar onderling zelf maar uit. Ik rapporteer.  Men leest m’n stukken maar en doet daar zijn of haar voordeel mee. Anders dan Veel collega’ s geef ik op principiële gronden ook geen gehoor aan uitnodigingen van VN of ICC Tribunalen om te getuigen – met de uitzondering van het genocide proces tegen Nikola Jorgic in 1997, omdat ik destijds in Doboj in eigen persoon zijn gevangene was. 

Ik ben ook niet voor of tegen iets of iemand: ik heb net zoveel of zo weinig tegen Florrie Rost van Tonningen als ik haar interview als tegen Gisèle d’ Ailly – die nog met haar onderduikers samenwoonde.  Voor Farah Diba die ik interview neem ik stroopwafels mee, zo ook voor ICC Prosecutor Fatou Bensouda: voor mevrouw Asssad bonbons van Pierre Marcolini (en niet – u springt, zie ik, soms wat slordig met de feiten om: een tweederangs merk als Leonidas. Mijn achternaam, overigens, is Dulmers met een –s op het eind, niet het Dulmer dat U er van maakt.  Ik breng voor iedereen die ik interview bloemen of bonbons of stroopwafels mee. Voor de vrouw van mijn Noord Koreaanse gastheer een kleine fles Chanel No 5. Dat is een attent gebaar.
Overigens zijn zowel Kim als Assad volgens het Internationale recht staatshoofd respectievelijk Partijvoorzitter van staten die, net als Nederland, lid zijn van de Verenigde Naties, loopt er tegen de twee voor zover ik dat weet geen Internationaal Opsporingsbevel, en heb ik, anders dan U, de journalistieke erecode niet geschonden door op het paleis van eerstgenoemde met enige regelmaat op de koffie te komen.
Mijnheer, aan het kwalificeren van uw door het NVJ bestuur ‘ondubbelzinnig afgekeurde handelswijze’ als een ‘geëmotioneerde oproep ‘tot gesundes Volksempfinden bij de NVJ leden’  trekt U zowel de plicht van de NVJ leden de mores van het vak te bewaken als het oordeelsvermogen van de NVJ leden op dubieuze wijze in twijfel.  Dat is aan U.

robert dulmers, 3 juli 2019, 19:30

Uw motieven laten mij koud. Ik heb U nimmer van geldelijk gewin beschuldigd – en ik geloof U op uw woord dat uw zowel door mij als door het bestuur als ‘voor de beroepsgroep als geheel’  als ‘schadelijk’ gekwalificeerde handelen niet door eigenbelang is ingegeven. Uw motieven, hoe nobel ook, doen niet ter zake.

Wat niet aan U is, is dat U op mijn beroepsgroep de verdenking laadt voor belanghebbenden als, in dit geval, de Nederlandse Staat te werken.
U hebt, zoals het NVJ Hoofdbestuur terecht stelt, ‘de journalistiek in diskrediet gebracht’. Daarover bestaat binnen het Hoofdbestuur geen onenigheid.  Het Hoofdbestuur deelt ook mijn zorgen over het schadelijke effect dat dit soort handelen kan hebben op de beroepsgroep als geheel.’  Ik voeg daar aan toe, mijnheer, dat U mij en mijn collega-oorlogscorrespondenten aan extra gevaar heeft blootgesteld en, zolang U lid bent van een vereniging waar ik lid van ben, nog immer aan extra gevaar blootstelt. De laatste jaren ben ik persoonlijk meermalen, soms urenlang, aan verhoren blootgesteld, of ik – of breder: wij journalisten, geen medewerkers van de Westerse inlichtingen zijn. Voor de mensen van Assad een zeer legitieme vraag: de rechtsopvolger van de BVD, waar U mee werkte, mijnheer Van Hout , heeft, evenals de Nederlandse regering meegewerkt aan het illegaal – want tegen het Internationale Recht- bevoorraden van strijdgroepen die zich verzetten tegen de – of U of ik nou wil of niet – rechtmatige Syrische regering. Uw BVD is niet onpartijdig. Door met hen samen te werken, bent ook U dat niet.


De Algemene Ledenvergadering , het hoogste orgaan van de NVJ, heeft het volgende besluit genomen:

“De algemene ledenvergadering, ter vergadering bijeen op 22 juni 2019, stelt vast dat het samenwerken van journalisten met inlichtingendiensten in geen enkel geval aanvaardbaar is.”
“U heeft uw afwegingen en interpretatie van journalistieke integriteit en ik heb mijn afwegingen en interpretatie,” schrijft U.  Dat blijkt.  Het Hoofdbestuur van de NVJ en de ruime meerderheid van de Algemene Ledenvergadering hebben zich duidelijk tegen uw interpretatie uitgesproken. Het zou, maar dat is mijn persoonlijke mening, U sieren de eer aan Uzelf te houden en het lidmaatschap van een vereniging die uw handelswijze zo ondubbelzinnig heeft afgekeurd als de onze, vrijwillig te verlaten.  Mijn verzoek aan het Hoofdbestuur zal ik in geen geval van tafel halen.  Ik zal haar, ongeacht het advies van de Raad voor de Journalistiek op de volgende Algemene Ledenvergadering volgens de Statuten en het Huishoudelijk Regelement indienen en ter stemming brengen. Het staat U vrij tegen een eventueel royement in beroep te gaan bij het hoogste orgaan van de NVJ, de Algemene Ledenvergadering. Maar daarmee zou U een beroep doen door het door U gekwalificeerde ‘gesundes Volksempfinden’ – en schept U zich een nieuwe paradox.

Ik wens U wijsheid en sterkte toe in deze voor U niet makkelijke tijd,


Robert Dulmers

 

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.