Afstudeerprijs Villamedia 2019

— vrijdag 13 september 2013, 09:06 | 0 reacties, praat mee

Alles in ­Volendam is nep

© Shody Careman

In Volendam zit iedereen aan de coke, stemt het grootste deel van de bevolking PVV en is zowat iedereen familie van elkaar. Allemaal vooroordelen over een dorp dat gezien wordt als lekker gewoontjes, maar ook als een beetje buitenland. Journalist/schrijver Boudewijn Smid dompelde zich voor zijn boek helemaal onder in het vissersdorp.

‘Hotel Spaander is veruit de mooiste plek van heel Volendam. Hier ligt de wortel van het toerisme. Maar wat deze plek echt bijzonder maakt is dat dit hotel zo’n beetje het enige echt authentieke aan het dorp is. Dit en het protestante kerkje. Voor de rest is alles hier herbouwd. Al die geveltjes die je ziet, daar zitten allemaal nieuwe huizen achter. Die gevels staan er alleen om de illusie in stand te houden. Volendammers houden namelijk helemaal niet van oud. Heb je trouwens genoeg papier bij je?’

Middenin zijn relaas waarschuwt journalist en schrijver Boudewijn Smid: als hij niet tegengehouden wordt, dan kan hij zo een hele middag blijven doorratelen over Volen­dam. Twee jaar lang dompelde Smid zich onder in het vissersdorp. In zijn boek ‘Onder Volendammers’ beschrijft hij zijn ervaringen op Geert Makiaanse wijze; als een ontdekkingsreiziger die in een voor hem nieuwe wereld duikt. ‘Volendam is telkens weer actueel. Een jaar geleden nog, toen het gen dat de zogenaamde ‘Volendamse ziekte’ veroorzaakte gevonden was. Die hersenziekte komt relatief vaak voor in dit dorp, wat het vooroordeel dat alle Volendammers familie zijn weer voedt. Ik verbaas me over alles wat hier bloeit en broeit. En ik wilde die vooroordelen onderzoeken.’

Smid begon zijn reis op dezelfde plek als waar hij nu een slok van zijn cappuccino neemt: het 132 jaar oude Hotel Spaander. ‘De oprichter van dit hotel, Leendert Spaander, was een marketinggenie. Al aan het eind van de negentiende eeuw maakte hij ansichtkaarten van zijn dorp, hotel en mooie dochters in klederdracht en nodigde hij kunstenaars uit om te komen schilderen. Die beelden trokken de wereld over. En dat trok weer meer mensen naar Volendam. Het toerisme heeft eigenlijk al het schilderachtige van het dorp om zeep geholpen.’

Van de tijd van Leendert Spaander zijn in het naar hem vernoemde hotel nog genoeg relikwieën te vinden. Ruim 1400 schilderijen hangen er. Het hotel is een van Smids favoriete plekken, dankzij de authenticiteit. ‘De ANWB waarschuwde al in 1910 voor de onechtheid van Volendam. Als je in het dorp komt, voelt het een beetje als het buitenland. En dat terwijl buitenlanders juist denken dat alles wat je in Volendam ziet – de muziek, de klederdracht, de klompen – juist typisch Nederlands is.’

Totaal onbevangen begon Smid aan zijn Volendamse avontuur. In zijn boek trekt hij met een tourbus naar het dorp om zijn onderzoek te beginnen. Een stijlkeuze, geeft Smid toe. Die busreis heeft hij wel gemaakt, maar niet als eerste stap. Maandenlang deed hij voorwerk: van het volgen van de tweets van de wijkagenten tot het lezen van boeken over de geschiedenis van het dorp. Maar dat onbevangene, dat klopt wel. ‘Als ik een roman schrijf, bedenk ik vooraf de compositie. Nu ben ik gewoon begonnen. Daarom was het ook lastig een lijn te vinden.’

Waar Smid in een eerder stadium nog met het idee speelde om een jaar lang de gebeurtenissen in het vissersdorp in kaart te brengen, koos hij voor een andere aanpak. De twaalf thema’s in zijn boek – van de bijna helemaal verdwenen visserij tot het succes van de palingsound – rijgt hij aan elkaar in de vorm van een reisverhaal. Een beetje zoals de Franse cultuurhistoricus Henry Havard dat deed in zijn boek ‘La Hollande Pittoresque. Voyage aux villes mortes du Zuider­zée’ toen hij in 1873 Volendam ‘ontdekte’. Smid refereert meerdere malen aan het boek. ‘Maar ik wilde eigenlijk Geert Mak spelen. Die man heb ik altijd benijd.’

Zich een weg banend door de toeristen verdwijnt Smid in de richting van het huis van Joop Gijzen. De import-Volendammer (oorspronkelijke woonplaats Amsterdam) is een van de belangrijkste personen in het boek. De door Smid ‘koning integratie’ gedoopte Gijzen liet de auteur meerdere keren logeren in zijn huis, dat van binnen niet meer omvat dan een kleine woonkamer, een schouw met oude tegeltjes, een keukentje en een bedstee. Onder de nok van het dak bevindt zich nog een slaapplaats, waar Smid geregeld sliep. Maximaal een paar weken aan één stuk. ‘Ik heb hier veel aardige mensen ontmoet, maar hier een jaar wonen?’

Gedurende het gesprek stiefelen er een paar ‘jassen’ voorbij. ‘Jas’ is de bijnaam voor iemand van buiten het dorp, zo genoemd omdat de jas geen onderdeel is van de oorspronkelijke klederdracht. Wie een jas droeg, was dus een vreemdeling. De bijnaam is typerend voor de moeite die het kost om als buitenstaander te worden opgenomen in het besloten dorpsleven. ‘Jassen worden niet snel geaccepteerd. Wat dat betreft heb ik geluk gehad met Gijzen, die heeft me echt op sleeptouw genomen.’

Wie in Volendam wil wonen, moet volgens Smid met de stroom mee gaan. In het dorp heerst het gevoel dat iedereen wel wat van elkaar weet, maar dat vuile was vooral niet buiten gehangen moet worden. Toch waren de inwoners die Smid interviewde vaak gul met hun verhalen. ‘Iedereen die ik opvoer laat ik hun passages lezen. Dat heeft soms wel wat voeten in de aarde. Zo volg ik de alternatieve band AlascA, die dapper helemaal tegen de stroom van het dorp in gaan met hun langere haren en indiepop. We zijn in die tijd soulmates geworden, maar het heeft lang geduurd voordat de bandleden akkoord gingen met de tekst. Ze waren bang voor repercussies in het dorp.’

In zijn boek probeert Smid een eerlijk beeld van Volendam te cre­ëren. Daarbij wilde hij de bestaande vooroordelen onderzoeken. ‘Veel ervan zijn gewoon waar. Een groot deel van de bewoners is inderdaad familie van elkaar, er wordt hier veel op de PVV gestemd en een flink deel van de jongeren zit inderdaad aan de drugs.’ Grappend haalt hij zijn neus op. ‘Ik heb wel even gedacht dat ik een lijntje mee moest snuiven om echt bij de Volendammers te horen. Maar mijn participerend onderzoek heeft zich beperkt tot alcohol. Ik ben nogal verslavingsgevoelig.’

De verbazing die Smid aanzette om te beginnen aan zijn boek is tot op de laatste gesprekken gebleven. ‘Maar ik ben geen bewonderaar geworden. De gemeenschap legt hier heel veel druk op mensen. Daar houd ik niet van. Ik vergelijk de Volendammer een beetje met de corpsbal. Als je ze als groep ziet, wil je niets met ze te maken hebben. Maar als je met een individuele corpsbal praat, zijn het vaak hele interessante mensen.’

Bekijk meer van

De Schepping De Schepping

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.