— maandag 4 maart 2019, 11:47 | 0 reacties, praat mee

Activistische journalistiek: ‘Als alle ­partijen ­ontevreden zijn, ben je als journalist goed ­bezig’

© Amnesty International/Karen Veldkamp

Willen we meer of minder activistische journalistiek? Die vraag stond centraal tijdens het KIM Nieuwjaarsdebat. De organisatoren hadden Arend Hulshof uitgenodigd voor het panelgesprek. Als oud-hoofdredacteur van Amnesty’s magazine Wordt Vervolgd zou hij vast vinden dat journalisten niet activistisch genoeg kunnen zijn. Of toch niet?

Naast me in het panel over activistische journalistiek zat Thomas Muntz. In november schreef hij met Jeroen Trommelen een essay waarin ze ageerden tegen journalisten die iets in beweging willen brengen en een probleem willen oplossen. Als journalist zou je je volgens hen zo onafhankelijk mogelijk moeten opstellen en niet moeten laten leiden door de mogelijke impact van je verhaal.

Ester Gould, de derde deelnemer aan het debat, lijkt daar iets anders over te denken. Zij was in 2017 mede-opsteller van een manifest tegen de schuldenindustrie. Eerder had ze met collega-filmer Sarah Sylbing een prachtige documentairereeks gemaakt over mensen met schulden in de Amsterdamse Vogelbuurt. De reeks won prijzen en Gould en Sylbing werden in 2016 door Villamedia verkozen tot ‘Journalist van het Jaar 2016’.

Hoewel de documentaire heel journalistiek gemaakt is – het probleem wordt van meerdere kanten belicht – had Gould zich volgens Muntz niet moeten verbinden aan het manifest. Daarmee zou haar geloofwaardigheid als journalist in het geding komen.

Heeft hij daar gelijk in? In aanloop naar het debat las ik Muntz’ essay aanvankelijk met instemming. Journalistiek die de wereld moet verbeteren… Het heeft iets megalomaans. Alsof het brengen van nieuws, duiding en achtergronden niet voldoende is.

Toegegeven: misschien had ik als student journalistiek ooit ook wel zulke dromen. Een jaar na mijn afstuderen kwam ik te werken op de redactie van Ode (inmiddels omgedoopt tot The Optimist). Het blad schreef alleen over problemen als er ook oplossingen waren. Met een positief geluid wilde Ode tegenwicht bieden aan mainstream media die vooral negatieve berichten brengen. Daarmee was Ode een voorloper van de zogeheten constructieve journalistiek die de laatste jaren in opmars is.

Hoe sympathiek ook, bij Ode ontdekte ik al snel dat oplossingsgerichte journalistiek zelden verrassend is. In het halve jaar dat ik op de redactie werkte ­redigeerde ik iedere maand wel weer een verhaal over hoe belangrijk het is dat we gezond eten, dat we aan yoga doen en dat we elektrisch gaan autorijden. Na een paar van zulke stukken wist ik het wel. En toch paste ik mijn eet­patroon en levensstijl niet aan. En geld voor een elektrische auto had ik niet.

Zou het niet aardig zijn om een keer een kritisch geluid te laten horen over elektrisch rijden, dacht ik weleens. Ook vroeg ik me vaak af wie we hier probeerden te overtuigen. Had de gemiddelde Ode-lezer niet al lang een gezonde en groene leefstijl? En zo niet, zijn ze dan wel te overtuigen? Heeft het preken voor eigen parochie op deze manier zin? Zou het niet gezond zijn om in het blad soms tot de conclusie te komen dat voor veel problemen geen kant-en-klare oplossingen klaarliggen. Hoe graag activisten dat ons ook willen doen geloven.

Anderhalf jaar na mijn vertrek bij Ode werd ik hoofdredacteur bij Wordt Vervolgd. Al begin jaren 70 had het blad van Amnesty journalistieke onafhankelijkheid gekregen. En daar zat een duidelijke visie achter, legde toenmalig hoofdredacteur Herbart Ruijtenberg me uit. ‘Amnesty moet haar leden serieus nemen en beseffen dat het niet het alleenrecht op de waarheid heeft. Je moet mensen niet overspoelen met je eigen informatie, maar discussie op gang brengen. Lezers moeten eigen keuzes kunnen maken, dan win je hun vertrouwen. Propaganda is niet lang houdbaar.’

Die boodschap knoopte ik in mijn oren. En hoewel er natuurlijk regelmatig activisten van ver weg in het blad vertellen hoe ellendig de wereld is vond ik het vaak interessanter mensen aan het woord te laten die het niet per se met Amnesty eens waren.

Fred Teeven bijvoorbeeld. In 2013 interviewde ik hem met een collega. Amnesty voerde destijds campagne tegen vreemdelingendetentie. We legden de staatssecretaris het vuur aan de schenen maar gaven hem ook de ruimte om uit te leggen waarom hij voor het bestaande beleid was.

Najaar 2017 interviewde ik Yola Wanders, directeur van de terroristengevangenis in Vught. Amnesty had in een rapport geconcludeerd dat het beleid in die gevangenis inhumaan was. Over dat interview zei een Amnesty-collega dat het goede PR voor de gevangenisdirecteur was. En dat terwijl de gevangenisdirecteur zelf het stuk juist weer veel te kritisch vond. Misschien is dat wel het beste wat je kunt bereiken als journalist: dat alle partijen ontevreden zijn.

Nog interessanter vond ik het als we de verhalen van gruwelmisdadigers brachten. Dat van Anwar Congo bijvoorbeeld. Hij was een van de daders van de massaslachting in 1965 in Indonesië. In de documentaire ‘The Act of Killing’ vertelt hij trots over zijn verleden. Door de propaganda van generaal Soeharto was hij er zo van overtuigd geraakt dat het communisme een gevaar voor het land vormde dat hij vele veronderstelde communisten doodmartelde. Spijt had hij niet, schreef correspondent Step Vaessen in Wordt Vervolgd, nadat ze hem sprak na de verschijning van de film.

Andere gruwelmisdadigers wier verhaal we in Wordt Vervolgd optekenden, toonden wel berouw. Zoals de Cambodjaanse gevangenisdirecteur Duch die onder het Rode Khmer-regime ruim twaalfduizend mensen liet martelen en executeren. Hij kreeg spijt en wilde met zichzelf in het reine komen. Ook drone-piloot Brandon Bryant had wroeging.
Vanuit een container in de Amerikaanse staat Oklahoma bestuurde hij vliegtuigjes boven Irak, Afghanistan en Pakistan. Naar eigen zeggen had hij 1626 doden op zijn geweten. Sommigen van de ‘slechteriken’ die zijn doelwit waren, bleken menselijke kanten te hebben. ‘Je zag ze voetballen met hun kinderen’, zei hij in 2015 tegen Wordt Vervolgd. Waar Anwar Congo zijn slachtoffers vooral zag als monsters die het land in gevaar brachten, zag Bryant iets anders. Dat maakte dat hij berouw kreeg en uit de school klapte. Congo klapte uit de school omdat hij erkenning wilde voor zijn daden die door het regime in de doofpot waren gestopt.

Zulke verhalen waren vaak leerzamer dan die van slachtoffers met wie de meeste Wordt Vervolgd-lezers toch al meevoelden. Het probleem los je er niet mee op, maar het zet mensen wel aan het denken.

Ik kan me dus goed vinden in het essay van Thomas Muntz. Journalisten moeten neutraal te werk gaan. Toch ben ik het niet met hem eens dat Ester Gould zich niet had moeten verbinden aan het manifest tegen de schuldenindustrie. Zelf erkende Gould dat het manifest geen journalistiek werk was. Maar volgens Muntz moet je als journalist sowieso heel voorzichtig zijn met het geven van je mening over de onderwerpen waar je over bericht. Een reputatie opbouwen kost jaren en is in mum van tijd afgebroken.

Voorzichtigheid kan nooit kwaad. Maar je moet je ook niet laten muilkorven uit angst te worden weggezet als actiejournalist. CNN en The New York Times weerleggen keer op keer de leugens van Donald Trump. Ze doen dat zo vaak dat velen hen beschuldigen van campagne­journalistiek. Maar daar laten ze zich niet door weerhouden. Eelco Bosch van Rosenthal legde begin februari in Volkskrant Magazine helder uit dat als iemand overduidelijk onzin verkondigt, je diegene geen podium moet bieden of duidelijk moet maken dat zijn of haar beweringen niet kloppen. Een jaar eerder interviewde Bosch van Rosenthal Trumps campagneleider Steve Bannon en confronteerde hij hem met de vele leugens van de Amerikaanse president. Thierry Baudet noemde dat een politiek gekleurd en stuitend gesprek. Van links kreeg Bosch van Rosenthal juist het verwijt dat hij B­annon nooit aan het woord had moeten laten.

Kunnen journalisten die hun mening geven zich niet meer neutraal opstellen? Ik denk dat dat meevalt. Jeroen Pauw heeft weleens verkondigd dat hij D66 had gestemd. Ik geloof niet hij sindsdien minder scherpe gesprekken heeft met D66’ers. Hij ging dan ook lang niet zo ver als bijvoorbeeld De Telegraaf, de krant die momenteel een felle campagne voert tegen het klimaat­akkoord nog voordat er ook maar één concrete maatregel is genomen. Of zo ver als Ferry Hoogendijk, die in het verleden als hoofdredacteur van Elsevier actief campagne voerde tegen het kabinet-Den Uyl en zich volop inzette voor de VVD.

Natuurlijk moet je als journalist waken voor imago­schade. Maar belangrijker is het dat je als journalist geen blinde vlek ontwikkelt. Dat je je eigen advocaat van de duivel blijft spelen, en je jezelf afvraagt wat sterke argumenten zijn tegen je eigen stelling. Uitein­delijk gaat het erom dat je je lezers, kijkers en luisteraars zelf een opinie laat vormen op basis van verschillende perspectieven. Zolang je dat doet, kun je als journalist nu en dan best openlijk een positie innemen.

Arend Hulshof is schrijvend journalist. Van 2011 tot begin dit jaar was hij hoofd­redacteur van mensenrechten­magazine Wordt Vervolgd, van Amnesty International. In 2016 verscheen zijn boek ‘Rijpstra’s Onder­gang’ – over de dilemma’s van burgemeesters in oorlogstijd. Sinds 2019 is Hulshof freelancer en werkt hij aan een bio­grafie over Darja Collin (1902-1967), de vrouw van dichter en scheepsarts ­J. Slauerhoff en een van beste Nederlandse ballerina’s tijdens het interbellum.

platform makers

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.