website over journalistiek

x

Villamedia heeft een app

 

Thomas von der Dunk roept op: Journalisten, overwin eindelijk het Fortuyn-trauma

Thomas von der Dunk — Geplaatst in politiek op maandag 12 februari 2018, 13:44

Fractievoorzitter Thierry Baudet tijdens het partijcongres van Forum voor Democratie in de RAI. Annabel Nanninga (R) , lijsttrekker in Amsterdam, loopt terug na haar speech.

Fractievoorzitter Thierry Baudet tijdens het partijcongres van Forum voor Democratie in de RAI. Annabel Nanninga (R) , lijsttrekker in Amsterdam, loopt terug na haar speech. - © Martijn Beekman/ANP

Opinie ‘Wat hebben Thierry Baudet, Erdogan, Poetin en Trump gemeen? Ze houden bij voorkeur een persconferentie waarop geen vragen mogen worden gesteld, en lichten na die schertsconferentie dan hun hielen’, schrijft Thomas von der Dunk in dit opiniestuk. Hoe moet de pers daarmee omgaan? ‘Misschien wordt het tijd voor een soort “mediacode”.’

Baudet gaat nog niet zo ver als de Thaise premier Prayuth Chan o-Cha, die een kartonnen versie van zichzelf neerzette en vervolgens wegliep om lastige vragen te ontwijken, maar dat is vast de volgende stap. Tenzij Baudet te bang is dat zo’n kartonnen bord wegens gebrek aan substantie bij de eerste tegenwind omwaait. Maar dat geldt in zijn geval ook voor de variant van vlees en bloed.
 
Ook Baudet houdt namelijk niet van lastige vragen, bijvoorbeeld over de veenbrand die inmiddels in eigen gelederen woedt ingevolge zijn tamelijk autoritaire optreden die niet met een Forum voor Democratie valt te rijmen, en voortvloeit uit zijn eigen Messiascomplex. Hij heeft er intussen een gewoonte van gemaakt boude uitspraken te doen die bij zijn alt-right-achterban goed liggen, om die vervolgens op Pete Hoekstra-achtige wijze te ontkennen dan wel achteraf op homeopathische wijze te verdunnen. Dan ontbreekt het hem aan de moed en het karakter om voor zijn eerdere woorden te staan. Het rijtje begint steeds langer te worden, maar hij komt er tot nu toe steeds mee weg.
 
Bij één-op-één-debatten, zoals laatst met Femke Halsema in de Balie, blijft er van alle branie weinig over. Vooral vervuld van zichzelf en zijn eigen boeken, bleek hij zijn huiswerk niet te hebben gedaan. De martiale strijder voor de Westerse Beschaving die van zichzelf premier moet worden om het Avondland van de Ondergang te redden schrompelde meteen ineen tot de polderaar die vindt dat we het vooral gezellig met elkaar moeten houden. Kenmerkend voor zijn intellectuele lafheid: geconfronteerd met de tegen racisme aanliggende uitspraken van zijn Amsterdamse gemeenteraad kandidaat Yernaz Ramautarsing weigerde hij ervan afstand te nemen dan wel ze openlijk te onderschrijven. Of gaat het hier ook puur om interessante intellectuele exercities, zoals bij zijn diner met Jared Taylor, waar Baudet een nieuwe kijk op bepaalde kwesties hoopte op te doen?

Wat de vraag wettigt - en die zou hem ook eens tijdens een toekomstig interview gesteld moeten worden - waarom hij zijn gastenlijst dan niet tevens uitbreidt tot David Irving, door Wilders’ voortijdig gevloerde Rotterdamse droomkandidaat Géza Hegedüs in de NRC van 3 februari immers als ‘een geweldige historicus’ betiteld, die ‘goede boeken schrijft’ en ‘Hitler objectief heeft willen neerzetten’. Ook Hegedüs ontkent stellig dat hij een ultrarechts persoon is, dus daar kan het probleem voor Baudet niet liggen. Irvings historische kijk op de Holocaust is amper meer discutabel dan zijn eigen op de Europese Unie.

Door de minister van Binnenlandse Zaken om zijn halfslachtigheid bekritiseerd, koos hij niet, wat voor een serieus parlementariër de aangewezen weg zou zijn, voor een Kamerdebat met Katja Ollogren. In plaats daarvan diende hij een juridisch kansloze aanklacht in wegens smaad, gepaard aan het bekende gejengel over demonisering. Eigen scherpe aanvallen heten het doorbreken van politiek-correcte taboes te zijn, maar als de aangevallene dan iets stevigs terugzegt, is de wereld te klein. Zijn dandyachtige poging om nu de martelaarsrol van Fortuyn te imiteren, vormt een fraaie illustratie van het bekende dictum van Karl Marx uit diens ‘Der achtzehnte Brumaire des Louis Napoleon’ dat in de geschiedenis alles twee maal gebeurt, de eerste keer als tragedie, de tweede keer als farce.
 
Huillie-huillie zouden ze Baudets reactie in de GeenStijl-kringen waar hij zo lang op handen wordt gedragen in het geval van andere politici vast betitelen. Dat geldt ook voor zijn hoofdstedelijke coryfee Annabel Nanninga, die in de MeToo-discussie de door puberale internettrollen met verkrachtingsfantasieën belaagde journalist Loes Reijmer vanwege haar ‘zelfgebreid slachtofferschap’ en ‘hysterische agenda’ min of meer als een aanstelster betitelde, haar columnistenproza bij voorkeur met termen als ‘dobbernegers’ lardeert, nu voor de ‘kutstad’ Amsterdam de raad in wil, maar na de aankondiging van één enkele tegendemonstratie meteen al jammerde dat ze zich ernstig bedreigd voelde. Dat belooft dus straks wat, met zo’n hysterische agenda. Ook daar lijken mij, voor het eerste Grote Nanninga Interview na 21 maart, enige kritische vragen op zijn plaats.

Dat is precies de kern van het probleem, dat zich voor de pers stelt. Zij heeft zich, door bij Baudets schertsvertoning op te draven, voor diens aandachttrekkerij laten misbruiken. Daardoor laat zij zich, net als bij Wilders, in de rol drukken waarin zij niet slechts het nieuws verslaat, maar ook het nieuws maakt. Vanuit het Forum voor Democratie is dat heel slim bekeken: voor een tweemansfractie die in de Kamer van enkele clowneske verkleedpartijen afgezien vooral uitblinkt door afwezigheid, is dat de ideale manier om aandacht te genereren.

Daarmee maakt de pers ze belangrijker dan ze zijn - precies zoals ook Trump zijn verkiezingszege deels dankt aan de pers, die bij elke provocerende uitlating voor hem in de rij stond. Want hij was tenminste niet saai, maar integendeel goed voor een tv-genieke show. Dat valt niet los te zien van de commercialisering en toegenomen concurrentie tussen kranten, websites en omroepen, die de media in haar greep heeft gekregen. Als gevolg van afnemende consumentenrouw moeten die meer moeite doen om lezers en kijkers te blijven trekken; zij worden daarop ook door hun aandeelhouders afgerekend. Trump, zo gaf na diens zege een van de grote Amerikaanse mediatycoons te kennen, was weliswaar een ramp voor het land, maar wel goed voor de eigen omzetcijfers geweest.
 
Op kleinere schaal speelt dat, met het bijbehorende dilemma, voor Nederland ook. Gebrek aan inhoud bij Wilders en Baudet wordt met een overvloed aan theater gecompenseerd, en de verslaggevers hengelen voortdurend naar een leuke quote. Zoals ook nu weer bleek, gaat het puur om eenrichtingsverkeer: van tegenspraak zijn beiden niet gediend. Door daarin te makkelijk mee te gaan, haalt de journalistiek zelf haar werk omlaag, en maakt zij beiden nodeloos groot.

Dat betekent dat het misschien eens tijd wordt voor een soort ‘mediacode’ in de omgang met de Nederlandse versie van alt-right. Om te beginnen dat de pers niet meer op komt draven als Wilders of Baudet iets mee te delen heeft zonder dat er de garantie bestaat dat de gelegenheid voor kritische vragen geboden wordt. Zo niet, dan is het een zinloze poppenkast. Ik denk dan niet alleen aan zijn Baudets jongste ‘persconferentie’, maar ook aan Wilders’ presentatie van zijn gewezen sterlijsttrekker in Rotterdam.

Ten tweede: alleen op serieuze, inhoudelijk onderbouwde debatbijdragen wordt ingegaan. Eenregelig twittergekwetter dient men te negeren - dat zorgt precies voor de ophef waarop zij uit zijn om maar in beeld te blijven. Dat laatste moet inderdaad zo letterlijk mogelijk opgevat worden: de behoefte aan leuk beeld stuurt vooral bij de tv teveel de themakeuze. Die kansloze aanklacht tegen Ollogren van de snel aangebrande voorman van een nieuw splinterpartijtje: dat hoort slechts thuis in een drieregelige mededeling op pagina 30 van de krant. Overwin hier eindelijk het Fortuyntrauma - de angst weer de boot te missen - eens!

Bij het voorgaande ging het om kwesties waarbij het nieuws-maken van Wilders en Baudet uitging. Maar er zijn er ook, waar zij omgekeerd door de pers benaderd worden. Die dient zich dan te beperken tot serieuze interviews, waarin beide heren kritisch naar hun plannen - en vooral het realiteitsgehalte ervan - bevraagd worden. Maar misschien is dit inderdaad niet het moment om daar Baudet mee lastig te vallen. Nog even een volgende opstand in eigen gelederen en hij is zijn partij al weer kwijt.

Thomas von der Dunk (1961) studeerde 1979-1988 kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Hij was van 1989-2002 verbonden als wetenschappelijk onderzoeker aan de vakgroepen geschiedenis van de universiteiten Leiden en Utrecht. In 1994 promoveerde hij in Leiden op de politieke betekenis van openbare monumenten in het Heilige Roomse Rijk, en publiceert sindsdien over de kunst- en cultuurgeschiedenis van Europa van de late Middeleeuwen tot de negentiende eeuw. Sinds 2002 is hij zelfstandig publicist en politiek commentator, en in die hoedanigheid momenteel als columnist verbonden aan de website van de Volkskrant. Hij publiceerde diverse bundels over binnenlandse en buitenlandse politieke thema’s.

Nog geen reacties

Om te reageren moet je een Villamedia Account hebben en moet je eerst ingelogd zijn.

Mag Inspiration Day