basis naar compleet

— donderdag 23 januari 2020, 10:07 | 0 reacties, praat mee

Achter de dijk. Het leven van topfotograaf Joost van den Broek

Twintig jaar lang kon topfotograaf Joost van den Broek de hele wereld aan. Tot hij fysiek en mentaal ineenstortte. In de luwte van de rivier zoekt hij naar een nieuw, tweede leven. ‘Moe maar gelukkig’ vult hij de korte dagen, in samenzijn met de vogels, een egeltje, en zijn geliefde Bernadette. Met een ­iPhone kijkt hij aandachtig om zich heen. Laatste wijziging: 6 september 2023, 08:19

Klik op de carrousel linksboven voor alle foto’s.

De nieuwe dag begint met een oranje bal die de rivier ontstijgt. Boven het donkere water versterft het geluid van klapwiekende ganzen, als gelijktijdig bij een oud boerderijtje het geklos weerklinkt van klompen. Achter de Waaldijk verschijnt Joost van den Broek (52), met glimlach onder een doorleefd petje. ‘Kom binnen’, nodigt hij met een kalm handgebaar uit. In de keuken schuift zijn geliefde Bernadette juist een flapje met perenvulling in de oven. Voor straks, als hij zich zal terugtrekken in de besloten opkamer, achter het nauwe trappetje naar boven, waar hij een tweede leven aan het zoeken is. De dagen komen er als broze geschenken, iedere ochtend pakt hij ze dankbaar uit.

‘Herijken’ zal hij de zoektocht even later noemen. Terug naar nul, opnieuw beginnen door zichzelf vragen te stellen: wie ben ik, wat vind ik belangrijk in het leven? Twee uur lang zal hij zich openen, en via vragen reflecteren: ‘De afgelopen tijd moest ik terug naar mezelf, om te leren wie ik echt ben.’ We zitten aan weerszijden van een rondvormig stalen bureau, als een museale oldtimer geplaatst in het midden van de bescheiden kamer. Het donkergroene werkblad is speciaal voor de ontmoeting ontruimd, om prikkels uit te bannen. Vitrage neemt het zicht op de dijk weg, achter een zijraampje vliegen koolmeesjes af en aan, alsof de lente de winter al heeft ingehaald.

Hij stemde met dit gesprek in, voorzichtig, twee jaar nadat hij onder meer via een interview in de Volkskrant afscheid had genomen. Zijn loopbaan bij de krant sloot hij af. Op Facebook schreef hij: ‘Ik stop als fotograaf, ik kies voor mijn gezondheid, de liefde, de natuur, de rust.’ Er was geen andere weg. De fotograaf was opgebrand, ‘gecrasht’ zoals hij het zelf noemt, hij moest het vege lijf redden. Na een jachtig leven met honderden opdrachten voor de krant, vele prijzen, boeken en al die intense ontmoetingen was hij leeg, zo leeg. Het roer moest radicaal om. ‘Anders was het misschien niet goed met me afgelopen’, formuleert hij behoedzaam.

Hij verliet Amsterdam en de drukte van vier hoog in de binnenstad, en ging op zoek naar een huisje langs de stille uiterwaarden om te onderzoeken hoe het met hem verder moest. Aan zijn partner Bernadette, al een kwart eeuw aan zijn zijde, vroeg hij letterlijk: ‘Ga je met me mee? Ik heb een plekje gevonden.’ Een simpele vraag, maar met een enorme betekenis. Ze dacht erover na.

Op een dag stonden ze samen op de dijk, ze keken naar de trage rivier, de wolken, de vogels en het witte ­boerderijtje. ‘Ja,’ zei ze volmondig. ‘Hier wil ik met je wonen.’ Dat was meer dan vier winters geleden. Toen trad de stilte in.

Tot zover het verleden. Een nieuw, tweede leven is begonnen, waarin de dagen om rust draaien. De afspraak is dat het gesprek over het heden gaat. En er is maar één belangrijke vraag: hoe gaat het nu met Joost van den Broek? Hij vindt het een fijne vraag, het werpt een lijntje uit naar de anderen buiten zijn kleine wereld. Het afscheid was hard en heftig, hij wil niet helemaal vergeten worden. ‘Wil je een kort of een lang antwoord?’, vraagt hij met een glimlach. Doe eerst maar kort. ‘Drie woorden’, zegt hij. ‘Moe maar gelukkig.’

Het lange antwoord volgt vanzelf. Moe is hij alle dagen, alleen ’s ochtends minder. De geringe energie is kostbaar, het aantal uren per dag beperkt. Hij leeft een derde van een normaal mensenleven, daarna is hij óp. Van den Broek gedraagt zich als de meeste dieren om hem heen: als het donker wordt, gaat hij op stok. Om half zes in de morgen, wordt hij wakker. Dan volgt het ritueel: rondje door het huis, granen en zaden laten wellen voor het ontbijt, poes eten geven, koffie met warme melk maken en kaarsjes aansteken in de slaapkamer, waar Bernadette nog dommelt. Tussendoor naar buiten kijken, naar de soezende houtduiven en fazanten in de boomgaard, en naar de vos die zich zelden laat zien. Achter de dijk is een vreedzame biotoop ontstaan van mensen en dieren. Kauwtjes wonen in de schoorsteen, wespen, spinnen en lieveheersbeestjes mogen overwinteren in warme gaatjes. Buiten weet het egeltje zich veilig onder de bladeren. ‘We leven als een gezin met elkaar’, zegt hij. ‘Iedereen mag er zijn.’

Op bed kijkt hij kort naar zijn telefoon, of er e-mails zijn binnengekomen. Nooit meer checkt hij het nieuws. De krant heeft hij weggedaan, al tien jaar kijkt hij geen tv. Zomaar naar een dorp of stad gaat hij niet. ‘Totaal geen behoefte aan, en ik heb gewoon de energie niet’, zegt hij. ‘Het samenzijn met Bernadette is genoeg’. Afspraken maakt hij niet uit zichzelf. Soms lekt er nieuws achter de dijk, via zijn vader, een spaarzame bezoeker of een oude krant waarmee hij spullen verpakt. Dan leest hij iets over rake klappen op een Zwarte Pieten-bijeenkomst of de oprichting van een nieuwe omroep ‘Ongehoord’. Van binnen voelt hij ongewild woede opkomen, om zoveel ongehoorde flauwekul. ‘Ik zou bijna de camera weer pakken, maar nee, dat kan en wil ik niet. Bij het geringste ga ik weer onderuit.’ Even vertrekt zijn gezicht, de bureaustoel verschuift, beter is het over iets anders te praten.

We zijn nog bij de ochtend, zeg ik, vertel me over de dag. Eén keer per week, op zondagochtend rijdt hij in alle vroegte naar Amsterdam, waar hij drie uur les geeft aan de Fotoacademie. Hij haalt er een bescheiden inkomen uit, dat hij aanvult met verkoop uit de fotoarchieven van de Volkskrant en Hollandse Hoogte. Het dwingt tot een sober leven, iets wat bij hem past. Het lukt hen om maandenlang te leven van de tuin en de twee oude peren­bomen. In die paar geschonken ochtenduren, vooral ’s winters, trekt hij zich terug in zijn kamer, waar hij alles om zich heen heeft wat hem rust en schoonheid brengt. De fotonegatieven staan achterin in ordners, Volkskrant-pagina’s met zijn foto’s bewaart hij in diepe lades van een oude kloosterkast.

In een hoger gedeelte van de opkamer staat een tiental oude tuners, versterkers en speakers. Er liggen een paar CD’tjes, van twee artiesten. Honderden andere CD’s en elpees heeft hij weggedaan. Zijn burn-out had een afbraak achtergelaten, zijn gehoor werd grotendeels geruïneerd. Een harde piep, tinnitus, vult alle uren. Nog maar kort geleden kon hij weer voorzichtig muziek verdragen, in afgemeten porties. Hij luistert alleen naar de singer songwriters Sivert Høyem en Antony Hegarty. Voor elke CD kiest hij aparte apparatuur, voor één nummer kan hij een speciale speaker kiezen.

Het brengt hem troost, maar misschien is ‘vrede’ een beter woord. Van den Broek is ook genezende van PTSS, een posttraumatische stressstoornis waarvan hij het bestaan niet wist. In het Volkskrant-interview had hij openlijk gesproken over zijn angstdromen, die hem ’s nachts achtervolgden. ‘Verschillende mensen reageerden erop’, zegt hij terugkijkend. ‘Ze dachten direct aan PTSS. Ik heb iemand gezocht die me kon helpen, een psycholoog. Het was heel heftig, ik moest van haar terug naar al die momenten die ik als fotograaf had beleefd. De dingen die ik toen zag en waarvan ik geen foto kon maken. Op een dag sprak ze de magische woorden: “Het is rustig, Joost, het is nu rustig”. Ze had gelijk. Het is niet weg, maar ik heb geen angstdromen meer.’

Zoveel kwijtgeraakt en toch is er nog zoveel. Tegen twee muren van zijn kamer staan zelfgemaakte houten kasten, van boven tot onder gevuld met fotoboeken. Hij koestert en bekijkt ze dagelijks, terwijl het sprankelende geluid van Sivert Høyem de ruimte vult. Dan kan hij voluit genieten van zoveel schoonheid om hem heen. Moe, jazeker, maar ook gelukkig. Het is een soort meditatie, hier in deze kamer, het maakt hem kalm. Eén fototoestel, zijn oude Mamiya, ligt onderin de kast, onzichtbaar zichtbaar in een eenvoudige tas. Hij heeft er bijna al zijn portretten mee gemaakt. Zijn handen plooien zich nog als vanouds rond het toestel, maar verder gaat hij niet. Bang voor wat was en misschien weer komen zal. Geen spoor van verlangen heeft hij om anderen te fotograferen. ‘Ik heb een overdosis aan mensen gehad’, hij stelt zelf de diagnose.

‘Ik ga voor een paard of een poes.’ Ook alle andere camera’s heeft hij de deur uit gedaan. Alleen zijn iPhone heeft hij nog. Daar legt hij zijn kleine, rijke leven mee vast, van planten en dieren, de luchten en het water. Samen met Bernadette gaat hij regelmatig wandelen. Het kijken is gebleven, dat is zijn natuur, maar er is iets wezenlijks veranderd: ‘Eerst is er de beleving, ik aai het paard en maak contact. Pas daarna volgt de foto.’

Hij doet het ook voor Bernadette, aan wie hij zoveel te danken heeft. ‘Ik wil vooral met haar samen zijn, op deze plek waar ik kan aarden, met alle bomen, bloemen en vogels om ons heen. Ik heb hier harmonie gevonden, een soort vrede. Daarbinnen voel ik me vrij om te bewegen.’

Praten was fijn, zegt hij, maar het heeft hem ook erg vermoeid. Misschien gaan ze straks nog naar de rivier. Hij wil iets voor later deze dag bewaren. We staan op, gaan het gangetje door naar beneden, waar Bernadette in de keuken zit te breien. Het is twaalf uur in de middag, voor Joost zit de dag er bijna op. Buiten vliegen ganzen hoog over. Hij sluit het hekje en verdwijnt klossend achter de dijk.

Joost van den Broek (Rosmalen, 1967)
-Opleiding: Academie voor Beeldende Vormgeving Tilburg.
-Opdracht- en werk­gevers: Freelance voor de Volkskrant (2000–2017), Vrij Nederland, Hollands Diep, De Groene Amsterdammer, sinds 1995 hoofddocent Fotoacademie Amsterdam.
-Prijzen: EU Journalist (2005), Fotojournalist van het Jaar (2006 en 2008), vele prijzen Zilveren Camera (2000- 2012), World Press Photo, 2e prijs portret single (2011), nominaties Nationale Portretprijs (2010 en 2011) en Winnaar Zilveren Camera (2011).
-Publicaties: Portret Joost van den Broek (2010) en Goed Volk (2012).

Tip de redactie

Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Uitgever

Dolf Rogmans

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Factuurgegevens

Villamedia Uitgeverij BV
Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl

Redactie (tips?)

Chris Helt, hoofdredacteur

Marjolein Slats, coördinator magazine

Linda Nab, redacteur

Lars Pasveer, redacteur

Trudy Brandenburg-Van de Ven, redacteur

Rutger de Quay, redacteur

Nick Kivits, redacteur

Sales

Sofia van Wijk

Emiel Smit

Teddy van der Laan

Webbeheer

Marc Willemsen

Vacatures & advertenties

vacatures@villamedia.nl

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.