foj 2019

— vrijdag 23 september 2011, 10:00 | 0 reacties, praat mee

‘In het begin was ik een groentje’

Philippe Remarque (45) staat ruim een jaar aan het roer van de 90-jarige Volkskrant. Hij is niet bang voor de concurrentie met NRC Handelsblad. ‘We houden elkaar zeer scherp. Dat is voor de lezers uiteindelijk winst.’

Hij heeft het druk, zucht zijn secretaresse, wijzend naar een lege kamer. Ook in het weekeinde, beaamt hij even later zelf. Dan gaat hij wielrennen (Kobbegem-Zottegem-Kobbegem) met 75 mensen uit de Nederlandse en Belgische tak van de Persgroep. Remarque: ‘Ik kom achteraan. Christian Van Thillo is naast de baas van het bedrijf ook nog een hele snelle fietser. Ik kan net meekomen.’

Tussen lunch met ‘een Belgische collega’ en het wekelijks overleg met directeur Frits Campagne is er toch tijd voor het vakblad. Als de verslaggever zegt ook wat persoonlijke vragen te willen stellen omdat van de man achter de hoofdredacteur weinig bekend is, antwoordt hij lachend: ‘Heel goed. Het is ook helemaal niet de bedoeling dat je die kent. Het gaat om de krant die ik maak, niet om mijn persoonlijkheid.’ Dan ineens, staccato: ‘Vrijzinnig VPRO-milieu. Voetbal. Stedelijk Gymnasium Haarlem. Lid van het corps geweest. Mijn ouders zijn van vrij eenvoudige komaf. Mijn vader studeerde als eerste generatie in zijn gezin.

Op school hoorde ik bij de linkse alternatievelingen, zij het daarbinnen weer wat aan de rechtse kant. Zo heb ik altijd tussen de kampen geschipperd. Dat past ook bij mij.’

Remarques’ vader was journalist bij de Haagse Post, begin jaren ’60. ‘Hij werkte met illustere types als Armando, Cherry Duyns, Simon Vinkenoog en Joop van Tijn. Hierna ging hij het bedrijfsleven in en werkte lang bij C&A als reclamedirecteur en PR manager. Mijn moeder is een fervent NRC-lezer – nog steeds – en heeft mij veel liefde voor kranten bijgebracht, naast een algemene intellectuele belangstelling. Nee, ik heb haar geen abonnement op de Volkskrant gegeven. Ze leest iedere letter van NRC, daar heeft ze haar handen vol aan. Maar ze krijgt de Volkskrant vaak van de buren.’

‘Ten eerste moet ik nog zien of dat in technische zin allemaal gaat lukken. Ze kondigen het ‘wel zeer voorbarig aan. Hoe willen ze drie kranten maken met één redactie zonder elkaar – en dus zichzelf – te beconcurreren? Mijn collega bij nrc.next (Rob Wijnberg, red.) denkt dat het alleen maar slecht voor ons is, en niet voor next. Ik denk dat het precies omgekeerd is.

Maar wij hebben er geen enkel probleem mee. Wij zijn de grootste kwaliteitskrant van Nederland, maken een ander soort krant en zijn een stuk groter dan NRC Handelsblad, die zich toch meer op een niche richt. De Volkskrant kijkt met een open blik naar de hele maatschappij. We zijn ook iets losser van instelling dan NRC. Tegelijk zie ik met genoegen voor de Nederlandse journalistiek als geheel, dat alle twee de kranten bezig zijn zichzelf beter te maken. Laat straks dus maar zien wie de wakkerste krant maakt van ons tweeën. We houden elkaar zeer scherp. Dat is voor de lezers uiteindelijk winst.’

‘Vandermeersch is marketeer van het jaar 2007 geworden in Vlaanderen, als hoofdredacteur van De Standaard. Hij heeft daar heel handig geprobeerd zijn tegenstrever De Morgen weg te zetten als een onbetrouwbare krant door elke keer die woorden samen te laten vallen. Als je maar vaak genoeg zegt dat Obama niet in Amerika is geboren blijft er toch iets kleven. Maar het is niet waar. En hij gelooft het zelf ook niet, want intern stelt hij ons voortdurend ten voorbeeld aan zijn redacteuren en neem hij onze primeurs over. Hij probeert een etiket op ons te plakken, maar dat is natuurlijk complete onzin. Wij maken een hele goede krant die zeer betrouwbaar is. We hebben onderzoeksjournalistiek, brengen dingen aan het licht. We hebben recent een Tegel gewonnen met onze verhalen over Inholland. Dat lukt echt niet met een onbetrouwbare redactie.’

‘Bij mijn aantreden heb ik gezegd dat ik ga proberen goede pennen in de Volkskrant op de voorgrond te laten treden, zowel van binnen als buiten de redactie. Ik vind het interessant om mensen als Joost Zwagerman, Paul Verhoeven of Femke Halsema in de krant te hebben, nieuwe columnisten uit te proberen als Thomas van Luyn en Arno Kantelberg. Als podium voor talent. Je hoeft niet alles met je eigen fte’s te doen. Het zijn er ook een stuk minder. Twee jaar geleden hadden we er nog 250, nu 170 fte. Dus het is logisch dat we gedeeltelijk naar buiten gaan voor artikelen en columns.’

‘Rabbinge maakte zelf een foutje. Jammer. Maar als de geïnterviewde een vergissing maakt is dat niet zo erg. De aard van het dienstverband zegt niks over de kwaliteit. Frénk van der Linden en Pieter Webeling zijn geen slechte freelancers om in je krant te hebben. En we hebben nog steeds een negen man sterke parlementaire redactie. Dat is niet afgenomen. We maken wel ergere fouten. Spel- en taalfouten, daar maak ik me druk over. We hebben er correctoren voor ingezet. Het is al veel beter geworden.’

‘Ik heb een goede redactie aangetroffen. Er was met de overgang naar tabloid al een belangrijke verandering doorgevoerd. Door marketingacties kregen we veel nieuwe lezers. Het zelfvertrouwen keerde hierdoor terug op de redactie. We maken de krant met veel meer energie en enorm veel plezier. Misschien heeft dat er de afgelopen tien jaar aan ontbroken. We stonden een tijdje stil. We hebben toch vijftien jaar achter de rug waarbij eindeloos werd gepraat over het sterven van de kranten. Internet is nu al bijna volwassen in de nieuwsvoorziening, en nog steeds zijn we er. Krachtiger dan een paar jaar geleden. We hebben bewezen dat je met iets meer inspanning en creativiteit het product zo kan veranderen dat het weer meer mensen aanspreekt. Het nieuwe team dat sindsdien aan de centrale tafel zit maakt een verrassender, gevarieerder en urgentere krant. Heel hoopgevend. Ik heb zelf erg mijn stempel gedrukt op het tweede katern. De krant straalt hierdoor meer enthousiasme en vrolijkheid uit dan in het verleden. Je moet je niet alleen uitstekend geïnformeerd weten en goede analyses krijgen, maar je mag ook wel een paar keer hard gelachen hebben als je de Volkskrant uit hebt. Dat proberen wij met het katern V te bewerkstelligen.’

‘Dat vind ik heel jammer. In V staan ook hele serieuze stukken over kunst, leven en media. Het is alleen iets speelser vormgegeven. Als je een stuk presenteert aan mensen, moet je niet alleen maar een kop en een plaatje erbij zetten, maar het op een aansprekende manier brengen. Chris Buur heeft als de nieuw aangetrokken chef voor V de sfeer totaal weten te veranderen en een eigen stempel gedrukt met zijn stijl, humor en intelligentie. Dat is wat ik had gehoopt. Een ontwerper die daar iedere dag mee stoeit. Dat zie ik met genoegen aan. Het neemt niet weg dat als je alles interessanter brengt en het is inhoudelijk niet goed je dan ook je doel voorbij schiet. Het belangrijkste blijft dat we het beste stuk hebben dat het beste inzicht geeft over wat er gaande is en dat we nieuws hebben dat andere niet hebben.

We willen een krant van nu zijn en dat betekent dat hij deels door jongeren wordt gemaakt. Misschien gaat dat voor sommige ouderen iets te ver. De achterpagina is comedy-achtig, en over niets verschillen de meningen zozeer als over humor. Als je scherp kiest, met car­toonisten als Gummbah, zul je mensen voor het hoofd stoten. Die pagina hoeft ook niet voor elke lezer geweldig te zijn. Dat geldt ook voor Arnon Grunberg op de voorpagina. Ik vind het ook wel leuk dat we wat durven.’

‘Dat doe je discreet. Ik stuur ‘s ochtends complimentjes: ‘goed opgetypt dit nieuws’ of ‘mooi inzicht’. Maar ook de kritische zijde. Mensen vinden het heel leuk om over hun vak te praten. Er bestaat soms de neiging in een organisatie om alles maar te laten. Zo van: ik vind wel dat Jopie altijd saaie stukken schrijft, maar ik zeg het niet want dat is niet gezellig bij de koffieautomaat. Dat vind ik zonde. Want als jij die ochtend hebt gedacht dat het een saai stuk was dan is dat eigelijk hele belangrijke informatie voor die redacteur. Sommigen zeiden: “goh, dat is mij in geen twintig jaar gezegd.” Zonde. Hadden we eerder moeten doen. Het is eigenlijk de taak van de chefs. Maar waarom niet ook rechtstreeks.

Ik ben een schrijver. Ik ben geen baas van nature. Ik ben als journalist gekozen voor deze functie om journalistiek gezag uit te oefenen en die laat ik ook gelden. In de sollicitatiecommissie was duidelijk dat de nieuwe hoofdredacteur echt een krantenmaker moest zijn. Mijn voorganger zat in een heel ingewikkeld concern waar je bij wijze van spreken wel politiek móest bedrijven. Een tijdperk waarin internet opkwam en we van alles probeerden: samenwerkingsverbanden, een gratis krant, een video­site. Wij zijn nu terug naar de concentratie op wat ons sterkste punt is: een nieuwskrant maken – in wat voor vorm die ook verspreid zal worden. God zij dank voor mij, want dat sluit precies aan bij wat ik interessant vind.’

‘Zelf een goed stuk schrijven is een stuk eenvoudiger dan een ander een goed stuk te laten schrijven. Daar zit een hele laag tussen. Ik had daar geen ervaring in, maar ik heb wel twintig jaar geschreven en nagedacht over hoe je dat goed doet. Tegelijk heb ik me altijd opgewonden over hoe de krant werd gemaakt. Ik vond dat het leuker kon, spannender, intelligenter. Ik stuurde hervormingsplannen op. Dat we pagina drie heel anders moesten aanpakken, en dat we alle onderwerpen door elkaar behandelen – wat we sinds tabloid ook doen. Maar als gewoon redacteurtje kom je niet zover met dat soort plannen. Dus ik dacht: waarom zou ik me er niet aan wagen. Kijken of ik het kan, of ik het beter kan maken. In het begin was ik een groentje, ik wist niks van structuren, maar ik voel me nu al wat ervarener.’

‘Dit is minder comfortabel dan een schrijvende baan. Je speelt een belangrijke rol in het werk van andere mensen. Dat brengt verantwoordelijkheden met zich mee en die voel ik ook. Je wordt afgerekend op een veel groter en moeilijker bestuurbaar iets: de gehele krant. Je woorden wegen zwaarder. Bijvoorbeeld de woorden die ik op televisie spreek of als leider van een organisatie intern. Je moet je rekenschap geven dat jouw stem een zwaardere impact heeft omdat je nu eenmaal de beslismacht hebt. Daar moet je wel enige subtiliteit en diplomatie op toepassen.’

‘Ik ben natuurlijk best een wilde jongen. Ik zeg vaak wat in mijn hoofd opkomt. Ik ben spontaan, maar mensen spreken mij ook makkelijk aan. Er zit geen politiek in deze hoofdredactie. En dat is ook wel fijn. Je hoeft geen spelletje te spelen om mij voor iets te krijgen en ik speel zelf ook geen spelletje. Ik betreur dingen die onbedoeld zijn. We hadden een akkefietje met een interview dat ik had gegeven voor de eigen krant aan Coen Verbraak (Verbraak was boos dat Remarque een passage verwijderde, red.). Hij liep weg om die reden. Althans dat zei hij. Dat wilde ik natuurlijk niet. Het had te maken met mijn positie die toen een paar maanden oud was. Kennelijk moet je dat iets handiger inkleden. Dat zijn leermomenten.’


——-

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.