5 vragen over het TRACK-rapport: ‘Belangrijk dat journalisten openlijk meewerken aan zelfregulering’
Twee jaar heeft Raad voor de Journalistiek-secretaris Daphne Koene eraan gewerkt en deze maand is het zover: de lancering van het TRACK-rapport. Ze sprak met 144 experts uit 18 Europese landen om de sterkte en zwaktepunten van mediaraden te identificeren. Koene: 'Als zelfreguleringsorganen niet goed werken, kan dat afbreuk doen aan de persvrijheid en het vertrouwen in de journalistiek.’
Waarom is het onderzoek belangrijk?
‘Het rapport gaat uit van de veronderstelling dat persvrijheid cruciaal is en dat het niet goed is als de overheid te veel regels stelt. Daarom is het belangrijk dat de journalistiek aan zelfregulering doet, waarbij je als journalist je verantwoordelijkheid neemt en verantwoording aflegt. Ik heb bij experts getoetst wat ze van de zelfregulering vinden en ze waren het er allemaal over eens dat persvrijheid en zelfregulering prioriteit moeten hebben voor een goedwerkende democratie. Daarom kijkt dit rapport verder naar de werking van zelfregulerende organen.’
Wat is de aanleiding?
‘De eerste aanleiding voor het rapport was de kritiek op de Raad voor de Journalistiek over zijn werkwijze, naar aanleiding van een uitspraak tegen het programma Zembla van BNNVARA. We kregen daardoor een golf van kritiek over ons heen. De tweede aanleiding was de mogelijkheid om aan te sluiten bij het onderzoek ‘Media Councils in the Digital Age’ van de Europese Unie. Binnen dit project mocht ik onderzoeken hoe het zit met de werking van mediaraden in de EU en antwoord vinden op hoe we de werking van deze raden kunnen versterken.’
Wat zijn de belangrijkste resultaten?
‘Niet elke Europese Raad worstelt met dezelfde problemen. Uit het onderzoek is weer gebleken dat landen binnen de EU verschillen in sociale, culturele en economische achtergronden. Dat maakt dat er geen one size fits all model mogelijk is. Ik heb geprobeerd te kijken naar criteria die in de mediaraden van alle landen een rol spelen. Samengevat zijn dit de transparency, representation, awareness, commitment en knowledge, ook wel TRACK. Ik hoop dat elk land hiermee kan zien waar sterktes en zwaktes liggen, en hoe ze die aan de hand van het model kunnen verbeteren.’
Hoe gaat het met de Raad voor de Journalistiek in Nederland?
‘In Nederland zie ik verschillende punten waarvan ik denk dat we deze kunnen verbeteren. Bijvoorbeeld het publiceren van onze uitspraken door betrokken media kan beter, zoals onze voorzitter Frits van Exter ook naar aanleiding van ons jaarverslag zegt. Daar kunnen we nog iets winnen, als ik ons vergelijk met andere landen. Ook denk ik dat ons taalgebruik eenvoudiger kan, zodat ook veel burgers ons goed kunnen begrijpen. We hebben ook de opdracht om mee te werken aan nieuwswijsheid bij het publiek, dat te maken heeft met het punt ‘knowledge’. Het punt ‘awareness’ is ook belangrijk, want de Raad is vaak nog te onbekend bij het grote publiek. Van Exter schrijft blogs die vooral gericht zijn op de sector zelf, maar misschien kunnen we ook meer aanwezig zijn tussen het publiek. Na de zomer gaan we aan de slag om concrete plannen te maken.’
Wat kunnen journalisten ervan leren?
‘Ten eerste is het belangrijk dat journalisten openlijk meewerken aan zelfregulering. Dit kan je doen op de redactie en richting het publiek. Het is belangrijk te laten zien dat je zelfregulering belangrijk vindt, en dat de Raad daar een rol in speelt. Verder is het voor burgers niet altijd duidelijk dat de Raad een tweedelijns instantie is en dat klagers hun klachten eerst moeten voorleggen aan de hoofdredactie. Heldere communicatie met het publiek is hierin belangrijk. Ten tweede is het belangrijk dat er bij burgers begrip is voor de rol en het belang van journalistiek. Dat komt terug in het punt ‘knowledge’. Omgekeerd is het ook belangrijk dat journalisten nadenken over hoe zij overkomen op het publiek.’


Praat mee