website over journalistiek

x

Villamedia heeft een app

 

Exclusieve inhoud Sluiten

Een NVJ-lid heeft dit artikel met je gedeeld. Gratis een maand alles lezen? Klik hier.

Een NVJ-lidmaatschap geeft je recht op:

  • Persoonlijk advies
  • Juridisch advies & rechtsbijstand
  • Perskaart
  • Korting op cursussen
  • Villamedia magazine

Word lid Verder lezen

20 jaar Villamedia: Toen was de journalistiek nog heel gewoon

Dolf Rogmans — Geplaatst in jubileum op maandag 3 september 2018, 11:00

© Hans van Helden

NU.nl moest nog beginnen, net als de NOS op internet. Het AD was nog niet op het web vertegenwoordigd, Volkskrant en NRC heel voorzichtig. Dat was twintig jaar geleden toen op 26 september 1998 Villamedia van start ging. De komende week kijken we daarom terug en vooruit. Vandaag: Wat is er van de plannen van toen terechtgekomen? En hoe zag de mediawereld er in 1998 uit? Een terugblik aan de hand van de thema’s innovatie, het vak en loopbaan.

Een maand na de lancering van Villamedia.nl op 26 september 1998 hadden 8000 mensen de website bezocht, meldde vakblad De Journalist destijds. De chatmodule deed het niet en was inmiddels offline gehaald om nooit meer terug te keren. En de eerste samenwerkingspartners hadden zich gemeld. Kortom, alles wat je van een start mag verwachten. Veel gaat goed, sommige zaken niet.

Twintig jaar later trekt Villamedia meer dan 100.000 bezoekers per maand en heeft de website zich heel anders ontwikkeld dan de oprichters Ren de Vree en Peter Verschoor voor ogen hadden. Zij dachten destijds letterlijk aan een digitale villa die verschillende mediaorganisaties zou huisvesten. Ieder met een eigen plekje onder moeders grote paraplu. Initiatiefnemer NVJ zou Villamedia in een stichting onderbrengen om dat mogelijk te maken. In de loop der jaren is dat idee steeds verder losgelaten. Waarschijnlijk omdat Google, dat in datzelfde jaar begon, die grote paraplu is geworden en een soort startpagina voor de media daarmee niet meer nodig is. In plaats daarvan werd halverwege haar bestaan de redactie van Villamedia samengevoegd met de printredactie van De Journalist. Villamedia ontwikkelde zich tot de website en het magazine over journalistiek en is nog in handen van de NVJ. De onafhankelijke redactie focust zich naast nieuws op het bieden van informatie over het journalistieke vak, innovatie en loopbaan. Een blik op 1998 aan de hand van die thema’s.

Innovatie
Villamedia ontstaat twintig jaar geleden in een tijd die achteraf bezien exact het snijvlak is van twee tijdperken: print en digitaal. Uitgevers investeerden nog volop in print en roken heel voorzichtig aan digitaal. De omzetten en dito winsten uit print-advertenties waren historisch hoog, dus daar lag nog de toekomst. De Telegraaf en Wegener werkten in 1998 plannen uit om elk 150 miljoen gulden te investeren in nieuwe en grotere drukpersen met nog meer kleurmogelijkheden. De NS kondigde aan in 1999 dagblad Metro toe te willen laten op de stations. Nederland zou in de trein voortaan de krant gaan lezen. Grote vraag dat jaar, zou het ANP artikelen en foto’s aan de nieuwe krant leveren. De raad van beheer, met daarin de dagbladen, twijfelde.

Het AD, NRC en de Volkskrant maakten plannen voor een magazine bij de krant. De directie was niet enthousiast. De kranten zaten nog in één concern (PCM) en drie magazines tegelijk vonden ze te gortig. De redacties twijfelden ook. Antoinette Reerink, voorzitter van de redactieraad van het AD, schreef dat als ze moest kiezen tussen ‘verhalen voor advertenties of verhalen met advertenties’ ze koos voor het eerste. Maar van harte ging het niet.

Kortom, er was nog geloof in print. Het FD maakte zelfs plannen voor een editie op maandag! En televisie bood ook nog kansen. RTL had weliswaar een moeilijke tijd, waarbij ook het nieuws moest inleveren. Maar er waren ook plannen. Zo onderzocht Rik Rensen, die in 1998 vertrok als hoofdredacteur bij RTL Nieuws of er ruimte was voor een 24-uurs nieuwskanaal in Nederland. Hij schatte de slagingskans op 40 procent. Het werd 0 procent. Het debat of internet ooit een bedreiging zou worden voor de bestaande media werd nog glansrijk gewonnen door de ontkenners. ‘Laat internet maar aan de specialisten. Voor de krantenuitgever die zich vol overgave stort op zijn kernproduct ligt een gouden toekomst in het verschiet’, schreef Mike Ackermans, toen parlementair redacteur bij de Volkskrant. De oprukkende elektronica op redacties leidde wel tot nieuwe problemen: RSI (net als zure regen opgelost), haperende redactionele systemen, verhalen die zo maar verdwenen (dat deed mijn typemachine nooit!) en niet ingeloste beloftes dat sluitingstijden gunstiger zouden worden als gevolg van de digitalisering.

Onder het kopje innovatie mag het zelf gebouwde hobby­vliegtuig van fotograaf Paul Jansen van de ­Leeuwarder Courant niet ontbreken. Met elastiek had hij er een camera onder vastgemaakt en zo nam hij foto’s. Het was steeds een beetje gokken, want hij wist niet wat hij exact fotografeerde. Dat gold ook voor die andere voorloper van de drone, de luchtballon van fotograaf Hans Molenkamp.

Absoluut modewoord van 1998: de online databank. Dat gegevens konden worden opgeslagen en teruggevonden, zelfs op cd-rom gezet, daar waren we aan gewend. Maar dat online brengen… Het ANP overwoog een online archief dat ‘redactionele database’ werd genoemd, als vervolg op de kort daarvoor succesvol gelanceerde online fotodatabase. Uitgever PCM was druk bezig zelf een online archief in te richten, een project dat roemloos is mislukt. De Telegraaf sloot zich aan bij de al bestaande databank LexisNexis, maar haalde later ook een zeperd met een mislukt digitaliseringsproject. Het besef dat binnenkort online allerlei archieven geraadpleegd konden worden, leidde tot speculaties over informatie-overdaad en vooral vrees voor hoge kosten. Want die toegang zou allemaal niet gratis blijven. De grootste internet­redactie van Nederland was die van internetprovider Planet. Tien mensen verzorgden daar de website.

Het vak
Het jaar 1998 is ook het jaar dat redacties van onder meer de Volkskrant, NRC en NOS onderzoeksredacties begonnen. Want, zoals Volkskrant-hoofdredacteur ­Pieter Broertjes betoogde, alleen maar nieuws ­brengen is onvoldoende. Af en toe een onderzoeksverhaal hoorde bij de krant van vandaag, zo omschreef hij de toen nog bescheiden ambities. Ook de NOS begon met twee redacteuren. Trouw legde die trend weer iets anders uit door aan het einde van het jaar met het katern De Verdieping te komen. Duidelijk was wel dat de kranten langzaam, heel langzaam, afscheid namen van hun nieuwsfunctie en onderzoek meer tot een kerntaak begonnen te rekenen. Nieuws was meer voor televisie en waarschijnlijk ook voor internet, alleen hoe dat wist nog niemand.

Peter Olsthoorn publiceerde toen al een tijdje zijn rubriek Planet Multimedia op de website van Planet. Hij werd erg vrolijk van alle reacties van lezers onder zijn stukken, zowel de aanvullingen als de kritiek. De relatie tussen journalist en lezer wordt erg belangrijk wist ­Olsthoorn toen al. Journalisten zijn niet meer de alwetende verslaggevers, maar de mannen en vrouwen die samen met hun lezers gaan optrekken.

Waar journalistiek Nederland nog tegen aan hikte, was de opkomst van het entertainmentnieuws. Ad van Liempt, eindredacteur van Nieuwsuur-voorloper Nova, voorzag een heuse tabloid in Nederland. Want zo groot was die behoefte. Hij keek er niet naar uit. Veel journalisten hadden ook moeite met alle aandacht voor Monica Lewinsky, de stagiaire die seks had met president Bill Clinton. Het stond model voor de vermenging van roddel­nieuws met politiek nieuws. Zouden we ook onze politici op deze manier gaan volgen?
Waar journalisten minder moeite mee hadden, was met het elkaar de maat nemen. Interviewer Frénk van der Linden kondigde in 1998 aan te stoppen met interviews omdat hij genoeg had van zijn eigen ego (dit jaar herhaalde hij dat trucje min of meer). Collega’s liepen uit om nog eens te benadrukken dat Van der Linden inderdaad een heel groot ego heeft. De ingezonden brievenrubriek van De Journalist bevatte regelmatig ongezouten scheldpartijen. Zo werd journalist Martin van Amerongen uitgemaakt voor ‘geborneerde lul’, nadat hij stevige kritiek had op de kwaliteit van de vaderlandse popjournalisten. De hedendaagse omgangsvormen op social media komen zeker niet uit de lucht vallen.

Loopbaan
Als iets niet tegenzat in 1998 was het de loonontwikkeling onder journalisten, helaas de freelancers uitgezonderd. Met name de dagblad-cao was enkele jaren daarvoor verbeterd en de uitwerking werd nu duidelijk. Een ervaren journalist kon doorgroeien tot in de buurt van een ministerssalaris. En toen daar in 1998 nog eens 7 procent in twee jaar bij kwam, ontstond er zelfs onder journalisten een discussie of het te veel was. Of te weinig. De voorzitter van de sectie dagblad van de NVJ stapte op omdat hij het akkoord te mager vond. De verhoging zou amper de stijgende prijzen compenseren. Anderen rekenden uit dat uitgevers dit soort salarissen op termijn niet meer konden betalen. Het geld klotste nu dan wel tegen de plinten, maar de oplages van met name de regionale dagbladen daalden al iets.

Redacties groeiden nog wel in 1998. Vacatures waren er, maar er was een gevoel dat de piek voorbij was. Zo nam het aantal studenten aan de scholen voor journalistiek iets af omdat de nieuwkomers voelden dat de baan­perspectieven elders beter waren. De scholen voor de journalistiek leverden in 1997 564 afgestudeerden af ­(tegen 595 in 2015). Niemand mopperde dat dat te veel was. De trend dat steeds meer studenten vrouw zijn, is dan al sterk ingezet. Net als dat journalisten overstappen naar de voorlichting. Een baan vond je door in de krant te kijken of in vakblad De Journalist. Pas jaren later zou internet die rol helemaal gaan overnemen.

De positie van de freelancers was ook twintig jaar geleden al zwak. De NVJ mocht nog tarieven adviseren, maar niemand hield zich daar aan. De tarieven waren te hoog was de ervaring van de freelancers. Wat dus inhield dat ook al in 1998 het niet meeviel een fatsoenlijk inkomen bij elkaar te freelancen. De NVJ onderhandelde net als nu zonder resultaat met de werkgevers over minimumtarieven en een redelijke vergoeding voor digitaal hergebruik.

Journalisten werkten nog voor de radio, televisie of schreven. Actueel was het debat over de rol van de hoofdredacteur. Was dat nou een journalist of een manager? De laatste jaren was de vergaderdruk toegenomen. Directies vroegen steeds meer aandacht, redacties voelden zich stiefkindjes. Met enige spijt werd geconstateerd dat de tijd voorbij was dat de belangrijkste taak van de hoofdredacteur was het schrijven van het ­commentaar.

Nog geen reacties

Om te reageren moet je een Villamedia Account hebben en moet je eerst ingelogd zijn.

expertisedag 2019

Villamedia Sluiten

Inloggen

Registreren

Vul onderstaande gegevens in voor exclusieve toegang voor NVJ-leden.