nvj corona

— woensdag 28 september 2016, 11:58 | 0 reacties, praat mee

‘Zou ik niet meer moeten voelen?’

In juli 2012 kon fotojournalist Jeroen Oerlemans na een ontvoering in Syrië worden bevrijd. Hij keerde terug naar vriendin en drie kinderen. Toch begon het weer te kriebelen, vertelde hij een paar maanden later in een interview dat Frits Baarda met hem hield. ‘Ik zal elke situatie nog scherper beoordelen', zei hij nog. ‘Geen foto is het waard om voor te sterven.’ Afgelopen zondag trof een kogel van een sluipschutter hem in het hart. Met Oerlemans is een vriendelijke, kalme en weloverwogen fotoprof heengegaan, een vader van drie kinderen, voor wie het een levenstaak was te getuigen van de belangrijkste ontwikkelingen in de geschiedenis, zegt Frits Baarda. Onderstaand het gesprek uit 2012.

De woonkamer van de oorlogsfotograaf is een kinderparadijs. Her en der staan een poppenhuis, een plastic galjoen en speelgoedauto’s. In de hoek een geïmplodeerde wereldbol. Een meisje met blonde krullen heeft de vitrage als een sluier om zich heen gevouwen en neemt het bezoek aandachtig in zich op.

Het is Anna Maria (3), een van de drie kinderen van Jeroen Oerlemans (1970), de in juli in Syrië ontvoerde freelance fotojournalist. Leden van het Vrije Syrische Leger bevrijdden hem en zijn Britse collega John Cantlie na een benauwde week, waarin Oerlemans tijdens een vlucht¬poging aan zijn lies gewond raakte en de dood iedere dag dichterbij kwam. Een Jihadistische groep, moslimfanaten van overal ter wereld, had het tweetal gekidnapt kort nadat het de grens van Turkije was overgestoken.

‘Onze kinderen weten niets van de ontvoering’, vertelt Oerlemans terwijl een oppas dochtertje Anna Maria meeneemt naar een andere kamer. ‘Alleen de oudste voelde het intuïtief aan. Hij was aanhankelijker dan anders.’ Oerlemans en zijn vriendin Boes hebben kinderen van 1, 3 en 5 jaar oud.

Ze hebben veel gepraat, ook met de schoonfamilie erbij. Een week na de bevrijding brachten ze een al geplande vakantie door in Zuid-Frankrijk. Zwembad, zonnen aan zee en tussendoor praten, maar niet alleen over zijn doodsangsten in Syrië. Ze hadden ook gewoon plezier.

Later vulde hij met zijn vriendin de ‘ontbrekende stukjes tijd’ in. Wat gebeurde er op welk moment? ‘We pasten mijn beleving in haar beleving, we zochten naar overeenkomstige tijdslijnen. Fragmentarisch vertelde ik over mijn gevoel, over mijn angsten. En zij over haar gevoelens. Het was een heel moeilijke tijd voor haar. Zij tastte in het duister over mijn lot, terwijl ik als ontvoerde wist wat er aan de hand was. Ik had op bepaalde momenten doodsangsten. Maar dat ik nou alle finesses van mijn gevoel deelde, nou nee.’

Oerlemans en collega Cantlie werden tussen 19 en 26 juli ontvoerd. Ze werden geblinddoekt en kregen handboeien om. Boven hun hoofden hebben geweren geklonken die in gereedheid werden gebracht om te doden. En toch hoefde hij er in de maanden erna niet dagelijks over te praten. ‘Je kunt er niet constant mee bezig zijn’, zegt hij, ontspannen, half achterover zittend op de brede bank. ‘Ik had ook niet veel tijd, de kinderen en mijn werk namen me direct in beslag.’

Oerlemans ging snel over in de business as usual-modus, vertelt hij. Hij fotografeert voor het Financieel Dagblad en voor debatten en congressen voor BNR Nieuwsradio. Hij is sindsdien niet meer in conflictgebieden geweest. Ook een geldkwestie, vindt hij. In oorlogsgebieden verdient hij weinig. ‘Mijn Engelse collega ging weer terug naar Syrië en vroeg of ik mee wilde. Heb ik niet gedaan, het kwam te vroeg.’

Hij maakt het goed, wonderlijk goed, vindt ook hijzelf bij nader inzien. Hij zweet niet op onverwachte momenten, heeft geen last van nachtmerries en slaapt eigenlijk net zo goed als hij in Syrië deed ten tijde van de ontvoering. Zijn concentratie is onveranderd scherp. Hij neemt even tijd voor een weifelende gedachte: ‘Zou ik niet meer moeten voelen? Waarom reageer ik zo? Ik heb het me wel eens afgevraagd. Misschien komt het later, misschien ook niet. Ik ben redelijk onderkoeld en niet snel van mijn stuk gebracht. Dat kan me geholpen hebben.’ Alleen als hij het wil, roept hij alles in herinnering terug. De beelden van zijn gedwongen verblijf dringen zich niet op. Hij veegt kalm een hand door zijn haar en vervolgt zelf: ‘De psycholoog zei zelf ook: “als er niets is dan is er niets”.’

Trauma-opvang was bij thuiskomst geregeld. Op een zondag keerde hij uit Syrië terug, met alleen een zakje vuile kleren die hij wilde wassen, toen zijn bevrijders kwamen. Zijn cameraspullen moest hij achterlaten. De volgende dag zat hij al op de afdeling psychologie van het AMC in Amsterdam. Een psycholoog en psychiater stonden hem ter beschikking. Had zijn schoonzus, oncoloog, voor gezorgd. ‘Beide specialisten stelden vast dat er niets met me aan de hand was’, vertelt hij. ‘Misschien kwam het onderzoek iets te vroeg.’

Oerlemans is veel mensen en instanties dankbaar. Hij kreeg van alle kanten hulp en steunbetuigingen, voor en na de kidnapping. Journalisten in de regio begonnen een kettingmail en een journalist en adviseur van The New York Times spanden zich voor zijn vrijlating in (‘Lord knows why’). De NVJ betaalde de vlieg- en hotelkosten van zijn schrijvende collega Joeri Boom, NRC-correspondent, die vanuit India in allerijl naar Turkije kwam om een zoekactie op touw te zetten.

In Nederland werd intussen zijn vriendin tweemaal gevraagd naar het ministerie van Buitenlandse Zaken te komen. ‘Ze vertelden alleen dat ze niet overwogen om losgeld te betalen. Verder hebben we van BZ weinig gehoord.’ Steun kreeg hij voldoende, van tientallen collega’s maar ook van onverwachte zijde. Premier Mark Rutte sprak twee keer de voicemail van zijn vriendin in, een derde keer trof hij haar thuis. Hij wilde haar een hart onder de riem steken. ‘Echt fideel van hem’, vindt hij.

In een kamer verderop in het huis roept een kind. Oerlemans trekt zijn lichaam omhoog uit de bank en gaat rechtop zitten. In de gang klinkt nu gestommel, jassen worden aangetrokken. Hij hoort de vraag half. Gaat hij terug, terug naar Syrië? Hij kijkt me weer aan: ‘Op een onbewaakt ogenblik, een paar weken na de ontvoering, heb ik me laten ontvallen dat ik er klaar mee ben, dat conflictgebieden voor mij niet meer hoeven. Boes zei: “dat zeg je nu, ik spreek je nog wel”. Zo is het ook gegaan. Ik denk dat ik nog wel eens terugga. Ze houdt me niet tegen, al vindt ze Syrië een rot land.’

In Syrië vallen iedere dag tientallen doden, de onvoorspelbaarheid regeert. Journalisten lopen grote gevaren. Eind november werden in een week tijd opnieuw vier journalisten gedood, door verschillende partijen. Het was een van de dodelijkste weken. De Nederlandse fotograaf Mariëlle van Uitert en haar schrijvende collega Irene de Zwaan werden korte tijd gegijzeld en ontsnapten aan een mortierschieting. Sinds het uitbreken van de burgeroorlog in maart vorig jaar kwamen naar schatting veertigduizend mensen om het leven, onder wie bijna zestig journalisten. Van hen waren vijftien professioneel actief, ruim veertig waren Syrische burgerjournalisten, meldt de organisatie Verslaggevers zonder Grenzen.

Waarom terug? ‘Ik heb iets in gang gezet’, zegt hij bedachtzaam. ‘Als het beleg van Damascus begint en het regime wankelt, wil ik erbij zijn. Je wilt als journalist getuige zijn van grote ontwikkelingen in de geschiedenis.’ Hij zou het wel anders doen. Oerlemans zal niet meer willens en wetens in de vuurlinie gaan liggen. ‘Ik zal op zoek gaan naar andere, langere verhalen. Die les heeft de ontvoering me opgeleverd.’

Zijn vriendin en kinderen hebben hem ook geholpen. Hij weet wat hij heeft, hij weet wat ze kunnen verliezen. ‘Geen foto is het waard om voor te sterven. Die oude waarheid telt nu voor mij. Elke situatie zal ik nog scherper beoordelen. Is het echt noodzakelijk daar te zijn?’
Aan het einde van het gesprek zegt hij: ‘Als het zover is, ga ik. Het begint te kriebelen.’ Dan holt de dochter met jas aan de woonkamer in en vliegt haar vader om de hals. De oppas zegt dat ze even naar buiten gaan. Anna Maria fluistert in zijn oor: ‘Pappa, je bent er toch wel, als we terug zijn?’

Bekijk meer van

Jeroen Oerlemans

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.