website over journalistiek

x

Villamedia heeft een app

 

Exclusieve inhoud Sluiten

Een NVJ-lid heeft dit artikel met je gedeeld. Gratis een maand alles lezen? Klik hier.

Een NVJ-lidmaatschap geeft je recht op:

  • Persoonlijk advies
  • Juridisch advies & rechtsbijstand
  • Perskaart
  • Korting op cursussen
  • Villamedia magazine

Word lid Verder lezen

Zilveren Camera-winnaar Cynthia Boll over fotografie in dienst van de wetenschap

Frits Baarda — Geplaatst op woensdag 6 maart 2019, 11:00

© Cynthia Boll

Portfolio Cynthia Boll, winnaar van de Zilveren Camera 2018, kijkt verder dan de journalistiek. Ze trekt op met ingenieurs en wetenschappers. Maar fotografeert vooral ‘gewone mensen’. Het hogere doel is bewustmaking van mondiale problemen, zoals bodemdaling in Jakarta.

Het was een regenachtige vrijdagavond. Op de dijk was het opvallend stil, haar huis kil en donker. Cynthia Bolls (1972) vriend verbleef in het buitenland en haar moeder vierde vakantie. De koning was lang en breed terug in zijn paleis. Stond ze daar in de huiskamer, na het onverwachte feest. In haar handen de koffer met loodzware Zilveren Camera. Niemand thuis. Niemand met wie ze de opwinding kon delen.

Een bevriende fotograaf had haar met de auto afgezet. Een paar uur eerder had Boll in Hilversum de Zilveren Camera in ontvangst mogen nemen. Na afloop was er een speciale ontmoeting geweest met de koning, met wie ze kort de winnende fotoserie had kunnen bespreken. Erna onderging ze een explosie van felicitaties. Toen was ze weer terug in Beinsdorp. ‘Helemaal alleen, nog vol adrenaline’, zegt ze lachend. ‘Ik ben maar naar de buren gegaan. We hebben het echt gevierd. Ik kon erna niet slapen. Zoveel berichtjes, ik wilde overal op reageren. Om vier ’s nachts heb ik het licht uitgedaan.’

Een paar dagen na de prijsuitreiking kan ze er nog niet over uit: ‘Het is vreemd. Heb ik die prijs gewonnen? Geen seconde heb ik eraan gedacht dat dat kon.’ We praten erover in de voorkamer van haar dijkhuis, waar pal achter het raam auto’s en fietsers voorbij suizen. Er langs ligt de Ringvaart, nu donker en stil, maar in de zomer gevuld met zeilschepen. Aan de overkant van het water ligt Hillegom, waar Boll is opgegroeid.

Sinds 2003 woont ze op de dijk, aan de rand van de Haarlemmermeerpolder. Het huis begint hoog, maar loopt naar beneden toe weg, via een serre en een schuur. Een loods van een loonwerkersbedrijf belemmert het uitzicht op het laaggelegen land erachter, dat halverwege de negentiende eeuw is drooggemalen. Nu klinkt het veenland centimeter voor centimeter in, als gevolg van bodemdaling.

Net als Jakarta, zinkt ook het land rond Beinsdorp. Om het droog te houden moet water worden opgepompt. Land zakt dieper weg. Als polderbewoner weet ze er alles van: ‘Nederland blijft zakken. Maar we zijn een ster in adaptie, we passen ons aan. Toch zijn de gevolgen van bodemdaling groot. Wegen en rioleringen verzakken. De hoge kosten zijn bijna niet meer op te brengen.’

Tekst loopt verder onder de foto’s.

Ze besprak de bodemdaling in grote steden nog met de koning, die als ‘waterprins’ het onderwerp jarenlang ter harte ging. Hij vertelde indirect op de hoogte te zijn van het project, waar de fotograaf nu een paar jaar bij betrokken is. Geïnteresseerd had hij kennis genomen van de prijswinnende serie ‘Sinking cities’, over gewone mensen in Jakarta die moeten leven met wateroverlast. Het probleem ontstaat door menselijk handelen. De groeiende stad heeft een beperkt waterleidingnet, waardoor water uit de grond moet worden gepompt. De bodem onder de miljoenenstad daalt daardoor per jaar tot zo’n 25 centimeter. De bestaande, fragiele zeewering zakt mee.

De foto’s zijn niet bedoeld voor Westerse, traditionele media. Boll richt zich op de generatie jonge Indonesiërs, twintigers en dertigers, die nog geen besef hebben welk effect menselijk handelen heeft op hun welzijn. Haar project is een informatie- en bewustwordingscampagne. ‘Mijn doelgroep zijn “urban youngsters” in Jakarta, die zich urenlang verplaatsen in bussen en op brommers’, zegt ze. ‘Ze informeren zich via sociale media, vooral Twitter. Zij gaan meemaken dat over een paar jaar hun stad onder water loopt.’ Al is het fotograferen uiteindelijk een solistische bezigheid, Boll weet zich gesteund door een team van lokale insiders. Ze volgt een aantal jaren achtereen vier gezinnen, waarmee ze een vertrouwensband heeft opgebouwd. Als het water hun huizen binnendringt, houdt ook zij geen droge voeten. De bewoners laten de fotograaf haar gang gaan. ‘Ik ben de spreekwoordelijke vlieg op de muur’, beschrijft ze haar handelswijze. ‘Maar het word me ook gemakkelijk gemaakt. De mensen zijn er niet cameraschuw. Er is nauwelijks privacy, omdat ze er bovenop elkaar leven en wonen. Iedereen weet alles van elkaar.’

Telkens als ze naar Jakarta terugkeert, bezoekt ze ook een visser. De man woont met zijn gezin in een huisje op palen. Telefoon heeft hij niet, en ook geen klok. Het ochtendlicht maakt hem iedere dag wakker. Om hem te kunnen volgen, besloot Boll om bij hem te gaan slapen. In de hoek van zijn huisje ligt ze op een mat. Als de visser wakker wordt, staat ook zij op en trekken ze er samen op uit.

Van bodemdaling heeft hij niets begrepen, vertelt ze. Laat staan dat hij de oorzaken kent. Ieder jaar verhoogt hij zijn huisje. Ze heeft hem al vaak uitgelegd dat er iets groters aan de hand is, maar haar woorden zijn vergeefs. Het ligt aan de eilanden die ze verderop in de baai aan het bouwen zijn, beweert hij, in navolging van lokale media en politici.

In ruil voor hun gastvrijheid maakt Boll ter plaatse familieportretjes. Of ze neemt een stapeltje National Geographics mee en deelt die uit. Het magazine ruimde voor de reportage twintig pagina’s in. De fotograaf schreef zelf het begeleidende verhaal. Een paar losse foto’s werden elders geplaatst. Voor de financiering van haar langlopende project is dat niet genoeg. Een Europese subsidie, door de Bill & Melinda Gates Foundation mogelijk gemaakt, stelde haar in staat om naar Jakarta af te reizen.

‘Ik moet zelf werk organiseren. De opdrachten komen mij niet als gebraden duiven in de bek vliegen. Op media kan ik niet steunen, dus moet het op een andere manier.’ Ze boort fondsen aan en werkt in Indonesië samen met Nederlandse aannemers, ingenieurs en wetenschappers. Boll: ‘Het is mijn manier om te overleven als fotograaf. Maar het bied me ook kansen, zoals het op een innovatieve manier vertellen van verhalen. Participatie en betrokkenheid zijn daarin belangrijk.’

Tekst gaat verder onder de foto’s.

Journalistiek is nog wel de basis. Ze wil met haar foto’s verhalen vertellen over gewone mensen en zo grote thema’s als bodemdaling inzichtelijk maken. Maar haar doel is breder. Een kruisbestuiving van disciplines en visies is nodig. Gedreven legt ze uit: ‘Publicatie in een krant of medium gaat mij niet ver genoeg. Ik werk graag in een team, met mensen die ieder hun eigen kennis hebben. De wetenschapper bekijkt het probleem vanuit de expertise, de ingenieur vanuit de oplossing. Die bouwen dijken. Als fotograaf vertel ik het verhaal. Ik maak het probleem zichtbaar. Wat betekent bodem­daling voor gewone mensen? Daar heeft de wetenschap ook iets aan.’

Boll werkt samen met onder meer Deltares, de TU Delft en ontwerpbureau Kummer & Herrman. ‘Uitgewisselde informatie kunnen we weer met een groter publiek delen via een website of virtuel reality. Het project Sinking cities heeft een maatschappelijke impact’, zegt ze. Publicaties blijven, maar ze moeten wel anders en groter. ‘Wat we doen, namelijk informeren en bewust maken, moet bij beleidsmakers een besef van urgentie kweken. Wij brengen het probleem in kaart en zoeken naar oplossingen. Daar draag ik als fotograaf aan bij.’

Boll is nog niet klaar. Het project Sinking cities krijgt een vervolg, New Orleans, Shanghai, Venetië, Mexico City en Gouda zijn nieuwe reisbestemmingen. Aan fotograferen is ze nog niet toegekomen, ze zit in de fase van research en het aanboren van financiële bronnen. Bij het organiseren wordt ze voortgedreven door ‘geldingsdrang’, zoals een vriendin dat eens omschreef. ‘Ze heeft wel gelijk’, beaamt ze. ‘Er zit een activistische kant in me. Met mijn werk wil ik iets bereiken. Er verandert pas iets, als het bewustzijn van mensen verandert. Met mijn visuele verhalen wil ik veranderen.’

Haar journalistieke missie ging in 2007 van start, na het voltooien van de Fotoacademie in Amsterdam. Vóór die tijd was fotografie alleen latent aanwezig. Haar moeder legde met een oude Canon fanatiek het gezinsleven vast en deelde de fotoalbums met haar dochter. Boll meende dat haar toekomst in het onderwijs lag. Ze werd docent economie en wiskunde. Maar ze was ook reislustig en begon zelf te fotografen. Ze wilde laten zien wat anderen thuis niet konden zien, de oervom van journalistiek. Op een dag vroeg een vriendin: ‘Wat wil je nou echt?’ Boll keek haar aan: ‘Nou dit!’. Het was een omslagpunt. Vanaf dat moment stortte ze zich op documentaire fotografie.

Tekst gaat verder onder de foto’s.

Ze reisde naar Afghanistan en bezocht er een ziekenhuis voor een verhaal over moeder­sterfte na bevallingen. En ze zocht land­arbeiders op in Zuid-Afrika, omdat ze wilde weten hoe de leef- en werkomstandigheden zijn op wijnplantages. ‘In de supermarkten kun je voor een appel en een ei Zuid-Afrikaanse wijn kopen’, legt ze uit. ‘Hoe kan dat?’ Ze stelde zichzelf dergelijke vragen over het klimaat. Wat doet dat met gewone mensen? En weer ging ze op reis.

Tekst gaat verder onder de foto’s.

De fotograaf loopt naar de keuken. Na anderhalf uur praten is het tijd voor een verse thee. Ze gooit iets in de prullenbak en lacht dan verontschuldigend. ‘Weet je wat het gekke is? Zelf ben ik helemaal niet zo fanatiek als het om milieu of klimaat gaat. Ik ben geen wereldverbeteraar. Het liefst stap ik in mijn auto, plastic scheidt ik niet van ander afval. En ja, ik steek ook regelmatig de open haard aan.’

Ze wil iets laten zien in het achterhuis. Onder de afvoerkap van de haard liggen restanten van verbrand hout. Nog geen halve meter er vandaan glanst een log fototoestel. Het is de Zilveren Camera, die er tijdelijk is neergezet. ‘Voorlopig stook ik geen vuurtje, dat zal je begrijpen’, zegt ze. ‘Die camera is me te dierbaar.’

Cynthia Boll ­(Leiden, 1972)
Opleiding: Hogeschool Amsterdam tweedegraads algemene economie en bedrijfskunde, Fotoacademie Amsterdam
Prijzen: 1e prijs Dagelijks nieuws serie Zilveren Camera ‘Thomas & Carlijn’ (2011) en overall winnaar Zilveren Camera (2018)
Opdracht­gevers: Ministeries van Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking, Boskalis, Witteveen+ Bos, National Geographic ­Magazine Neder­land*
België, Canon Nederland, ANP, GPD, Marie Claire, Elsevier, Cordaid, AP, The Sunday Telegraph Magazin
Projecten: Afghanistan, ‘29 Minutes’, (2008-2012), ‘Denk vooruit, kijk achterom’ (2012), Zuid-Afrika, ‘Zure druiven’ (2012-2013), ‘Bij de Chinees’ (2014), Indonesië, ‘The People Behind the Sea­ wall’ (2014-2017) en Sinking Cities (2018 – heden).

Nog geen reacties

Om te reageren moet je een Villamedia Account hebben en moet je eerst ingelogd zijn.

Villamedia Sluiten

Inloggen

Registreren

Vul onderstaande gegevens in voor exclusieve toegang voor NVJ-leden.