website over journalistiek

x

Villamedia heeft een app

 

Exclusieve inhoud Sluiten

Een NVJ-lid heeft dit artikel met je gedeeld. Gratis een maand alles lezen? Klik hier.

Een NVJ-lidmaatschap geeft je recht op:

  • Persoonlijk advies
  • Juridisch advies & rechtsbijstand
  • Perskaart
  • Korting op cursussen
  • Villamedia magazine

Word lid Verder lezen

Zet het Denk - BNNVARA vonnis het vertrouwen tussen journalisten en politici op scherp?

Peter Olsthoorn — Geplaatst in Journalistiek op donderdag 13 september 2018, 14:13

Vertrouwen komt te voet en gaat te paard. Volgens de hoogleraren Dommering en Van Eijk geeft de rechterlijke goedkeuring van de BNNVara publicatie van een stiekeme opname bij Denk het paard de van de vertrouwelijkheid in democratie en journalistiek de sporen. Is het zo erg?

DENK verloor het kort geding tegen BNNVARA. Het maatschappelijk belang van de journalistieke onthulling weegt zwaarder dan de vertrouwelijkheid, luidde de uitspraak van de rechtbank Amsterdam. Immers, Farid Azarkan van DENK, bleek te liegen over een mogelijke smeurcampagne jegens de PVV.

De journalistiek reageerde opgetogen over het vonnis. Onterecht, menen de professoren Nico van Eijk en Egbert Dommering in een stuk in de Volkskrant. Weliswaar is er een zwaarwegend maatschappelijk belang van de onthulling, maar de rechter miskent onterecht het belang van de regels van vertrouwelijkheid in parlementaire communicatie.

Dat heeft twee vergaande consequenties menen de professoren. De flagrante schending van een afspraak door BNNVARA (Peter Kee)  tast het journalistiek off-the-record werken aan. Ten tweede is voor parlementsleden een regel van vertrouwelijkheid van hun uitingen op hun werkplek nu bij het oud vuil gezet.

Conclusie van Dommering en Van Eijk: ‘Iedereen is elkaars potentiële tegenstander geworden, niemand is meer te vertrouwen.’ Juridisch gezien een aantoonbaar juiste conclusie, maar geldt die ook in de praktijk? We vroegen het politici, voorlichters en de parlementaire journalisten Max van Weezel, Wilma Kieskamp (Trouw) en Raoul du Pré (Volkskrant) en voorlichter Serkan Soytekin van DENK.

Harry van der Molen, mediawoordvoerder van het CDA in de Tweede Kamer, deelt de vrees van Dommering en Van Eijk niet: ‘De rechter maakt terecht de afweging met het maatschappelijk belang. Dat zullen journalisten en redacties ook altijd doen: is de methode proportioneel? Er is een gezond eveNwicht.’

Maar dat weet je tevoren vaak niet, dus neemt het stiekem opnemen niet toe?
Van der Molen: ‘Er is een precaire balans tussen onafhankelijkheid van de journalist en publiek belang en vertrouwelijkheid tussen politici en journalist. Ik verwacht niet dat journalist hun betrouwbaarheid en positie hier in de waagschaal willen stellen met meer stiekeme opnames zonder grondige afweging.’

Menno de Bruyne, met 34 jaar werk op het Binnenhof voor de SGP, de meest ervaren voorlichter, ‘Journalisten moeten zich aan afgesproken vertrouwelijkheid houden, dat vind ik een basisregel. Dat gaat zeker niet altijd goed.’

Echter hij vergelijkt het geval Denk/BNNVARA met het uitlekken van de voordracht van minister Blok en van een Whatsapp-bericht van Lilianne Ploumen in juli. ‘Deze drie voorbeelden bevestigen onze regel bij de SGP: alles wat je uit, in welk gezelschap ook, moet je kunnen verantwoorden. Je moet alles wat off-the-record is gezegd ook on-te-record kunnen verantwoorden. Een hele makkelijke regel.’

Dan bestaat off-the-record toch niet meer?
‘Toch is dit het meest zuiver voor de politicus. Dat is natuurlijk lastig want ook in onze fractievergadering passeren wel eens uitingen die beter niet naar buiten kunnen komen. Ook wij zetten de discussie wel eens op scherp.’

Andere benaderde politici en voorlichters hebben weinig trek om zich hierover uit te laten. Eentje verklaart letterlijk, maar off-the-record, voor wat dit waard is: ‘Zowel Denk als BNN/VARA zat hier hartstikke fout, maar we komen elkaar hier wel dagelijks tegen. Als stiekem opnemen het medicijn moet worden tegen mogelijke leugens dan zijn er slechts verliezers.’

Wilma Kieskamp parlementair verslaggever van Trouw: ‘Ik vind het wel gezond dat deskundigen als Dommering en Van Eijk erop wijzen dat vertrouwelijkheid zwaar weegt. Zij vinden de reden om de vertrouwelijkheid te doorbreken onjuist, de rechter niet. Daar kun je inderdaad over discussiëren.’

Sterker nog: ‘Ik begrijp ook niet waarom BNNVara bij voorbaat geheime opnames maakte. Een fractiekamer is een privéplek, als een huiskamer van een huis waarvan de voordeur openstaat. Dus gelden er regels voor, en common sense dat je vertrouwelijkheid respecteert. De Vara had moeten zeggen dat ze gingen opnemen.’

Ze kiest niettemin toch de kant van de rechter, want ze vindt de conclusies van Dommering/Van Eijk te algemeen: ‘Dit was een heel specifiek conflict. Denk heeft een hele problematische relatie met de pers. Ik zie geen brede trend tussen ‘de media’ en ‘de fracties’. Er ontstaan geen grote problemen tussen bijvoorbeeld NRC en CDA.’

Ook de meest ervaren rot in het Haagse circuit, Max van Weezel, vindt dat Dommering/Van Eijk te drastisch concluderen: ‘Het vertrouwen is niet voorgoed geschaad, dat is overdreven. Ik verwacht niet dat het heimelijk opnemen van gesprekken aan de lopende band zal gebeuren.’

Van Weezel is het eens met de rechter, een uitzonderlijke geval: ‘Ik ken geen precedent. Het is veroorzaakt door de heftigheid waarmee Denk de Nederlandse pers als een vijand bejegent, en is ook in deze zaak met het uitdagen begonnen. Dat is buitenissig.’

Maar politici weten zich, zoals de juristen betogen, toch niet veilig meer als een ‘maatschappelijk zwaarwegende kwestie’ vertrouwelijk ter sprake komt in hun eigen kamer? Ze kunnen bovendien zelf gaan opnemen. Van Weezel kan zich het risico voorstellen: ‘Pff…Structureel opnemen en tegen elkaar gebruiken zal zich beperken tot partijen die de pers als vijand zien, maar ik zie dit bij PvdA en CDA niet gebeuren.’

Net als Kieskamp uit Raoul du Pré, chef parlementaire verslaggeving van de Volkskrant, wat meer begrip voor de gevolgtrekking van Dommering/Van Eijk: ‘Nog vóór de rechtszaak had ik vraagtekens: wat heeft BNNVARA nu gedaan? Schendt ze de mores van het Binnenhof en van de journalistiek in het algemeen. Heimelijk opgenomen gesprekken maak je niet openbaar.’

Du Pré vindt dus dat dit vonnis ook nadelig voor de journalisten had kunnen uitpakken, maar begrijpt BNNVARA en de rechter wel: ‘Denk heeft, vindt ook de rechter, dit uitgelokt. BNNVARA voelde zich in de hoek gedrongen door DENK. Hier was het probleem dat de bron ook de beschuldigde was.’

Permanente schending van vertrouwen verwacht hij niet, buiten DENK en Peter Kee: ‘Je kunt iemand maar één keer bedonderen, zo leer ik ook jonge journalisten. Daarna kun je het schudden bij diegene. Dus dat zet je niet op het spel. Uitgerekend op het Binnenhof houden journalisten zich daaraan, we praten dagelijks off the record. We hebben met z’n allen vertrouwen hoog te houden’.

Dus, zo zegt Dominique van der Heyde, chef van de politieke redactie van de NOS, moeten journalisten oppassen: ‘Journalisten die achteraf namen noemen na een off-the-record afspraak of zelfs heimelijk opgenomen gesprekken openbaar maken, kunnen daarmee ook belangrijke – andere - bronnen verliezen.’

Maar juist omdat journalisten zich in de vingers snijden met het schenden van vertrouwen, meent ze dat de vrees van Dommering en Van Eijk te groot is: ‘Het zal dus ook niet op grote schaal voorkomen of zich heel erg gaan uitbreiden.’

In de Verenigde Staten heeft de relatie tussen pers en president inmiddels het karakter van een verbeten strijd. Gaan we in Nederland die kant op met DENK, PVV en FvD? Speelt een hekel aan DENK niet (stiekem) een rol in genoemde zaak?

Du Pré herkent het beeld van vijandigheid wel. Altijd waren er onthullingen en affaires, mar die maakten de media niet tot vijand, en nu wel. Vroeger incasseerden partijen sportiever, maar met DENK, PVV, Forum en ook 50Plus ligt dat moeilijker.’

Van Weezel legt de schuld bij partijen die ‘a la Donald Trump’ de integriteit van de pers ter discussie stellen: ’Die is bij DENK uitzonderlijk, al zie je de vijandigheid tegenover de pers ook in de benadering door de PVV, Forum voor Democratie en soms 50Plus. Ook SP heeft een soms wat wrevelige relatie met de pers.’

Is de verharding dan ook een reactie op een tijdperk van ouwe jongens krentenbrood tussen politici en journalisten op het Binnenhof? Van Weezel: ‘Ja, populistische partijen reageren daar inderdaad op. Maar het is op het Binnenhof minder ouwe jongens krentenbrood dan wordt vermoed en uitgesproken door collega’s als Joris Luyendijk en Eric Smit.’

Er waren, herinnert Van Weezel zich al te goed, altijd veel onthullingen en dus spanningen tussen Haagse pers en politici. ‘Maar partijen als PVV, Forum en ook Denk zetten de verhouding met de pers op scherp, dat lokt reactie uit.’ Du Pré ervaart dat ook: ‘Bij voorbaat viel DENK de integriteit van BNNVARA aan, en eerder op Facebook met een reactie op NRC-onthullingen. Dat is zeer ongebruikelijk en een breuk met de mores.’

Deze teneur is met BNNVARA geëscaleerd, vindt Van Weezel: ‘Als jullie ons de oorlog verklaren, dan kun je hem krijgen ook. Het was oorlog.’

Oorlog? Is dat niet wat de onderliggende gedachte is van Dommering/Van Eijk: afnemend vertrouwen leidt tot opgedrongen partijdigheid en polarisatie?
Wilma Kieskamp: ‘Alle media hebben een ongemakkelijke relatie met Denk. Ze weigerden media op de verkiezingsavond, uiteindelijk mocht NOS binnen. Informele afspraken werken dan ook niet.’

Voedt dit antipathie van journalisten versus Denk?
‘Ik denk het niet, maar het is heftig als een politieke partij een rechtszaak tegen journalisten aanspant vanwege een ruzie over een al dan niet gedane uitspraken.’

Kortom, een en al neutraliteit bij journalisten, van wie niemand een hekel heeft aan DENK of z’n emoties laat meespelen. Kom er maar in, Serkan Soytekin, voorlichter van de Kamerfractie van DENK.

Onderhuidse antipathie?
‘Dat durf ik niet te zeggen. Je weet dat een aantal media ver van onze idealen afstaan en dat zie je aan benaderingen, kopen en woordkeuze.’

Speelt de aversie tegenover Erdogan parten bij de benadering van DENK?
‘Die tegenstelling wordt gevoed met het roepen dat we meer loyaal zijn aan Turkije dan aan Nederland. Niet alleen als mening in columns, maar ook in feitelijke verslagen zonder onderbouwing. Dat is kwalijk.’

Hij ontkent in wederhoor dat zijn partij de Haagse mores aan de laars lapt, zoals eerder op de verkiezingsavond waarop enkel de NOS werd toegelaten: ‘We hadden weinig ruimte. Er wordt net gedaan als we hij de avond geheim wilden houden, maar de gehele avond is live op internet uitgezonden. Het was openbaar.’

Dus DENK handelt volkomen normaal, geen uitzonderlijke positie?
‘Wat is uitzonderlijk? Journalisten moeten kritisch zijn en dat mogen wij ook tegenover media. Dat doen we op een nette manier, en zeker niet vijandig. Bij fouten vragen wij om rechtzetting, en als media dat weigeren zetten we die zaken zelf recht. Dat is niet vijandig, maar correct.’

Maar toch: geen interview met de Volkskrant (zie kader) en een heftige benadering van NRC op Facebook.
Soytekin: ‘Dat is nu drie jaar geleden en hadden we anders kunnen doen. We spraken toen over ‘de media’ terwijl het natuurlijk niet over alle media en journalisten ging, maar om een aantal. Wij hebben over het algemeen een prima relatie met journalisten.’

Met Dommering/Van Eijk is hij het eens: het staat buiten kijf dat BNNVARA, ondanks de winst in de rechtszaak, vertrouwen heeft geschaad.

Neemt Denk maatregelen?
‘Moeten we nu alle gesprekken zelf gaan opnemen of een camera in de fractiekamer hangen? Dan kom je in een negatieve spiraal. De vraag is veel meer hoe je de relatie tussen Kamerleden en journalisten goed houdt. Ook andere Kamerleden krabben zich wel even achter de oren…’

Volkskrant versus DENK over de verkiezingen

Chef parlement van de Volkskrant, Raoul du Pré, ondervond problemen met een poging lijsttrekker Tunahan Kuzu van DENK te interviewen voor een serie met lijsttrekkers voor de verkiezingen : ‘Tevoren werden vergaande eisen gesteld wat wel en niet gevraagd mocht worden. DENK etaleert grote moeite met de manier van werken door de Nederlandse pers, open en onafhankelijk.’

Serkan Soytekin, voorlichter van DENK: ‘Echt onzin.’ Waarom? ‘Laat ik het dan helemaal vertellen. Wij hadden destijds een gesprek met de Volkskrant, wel tien journalisten inclusief de hoofdredacteur. Hij zij dat het leuk zou zijn om in de verslaggeving over DENK het eens niet over Turkije te laten gaan. Dat leek een goed idee, maar één journalist verzette zich.’

De tweede episode kwam met het interviewverzoek. Soytekin: ‘Refererend aan het gesprek vroegen wij of dat dan eens niet over Turkije kon gaan. Dat kon niet.’ Moest Turkije er helemaal buiten blijven? ‘Hoe exact dat ging weet ik niet.’

Denk weigerde dus het vrije interview. Had Kuzu z’n antwoorden over Turkije niet kunnen beperken? ‘Dat had gekund. Maar we wilden het een keer hebben over Nederland en onze idealen en visie.’

Raoul du Pré bevestigt de lezing: ‘Turkije zou wellicht niet eens aan de orde zijn gekomen. Maar we laten ons ook niet dicteren wat we wel en niet mogen vragen. Door niemand, dus ook niet door DENK.’

Zal Soytekin het in de toekomst weer zo doen? ‘Ik kan inderdaad niets vooraf verbieden, maar we zijn niet verplicht om aan alle interviews mee te werken…’

Nog geen reacties

Om te reageren moet je een Villamedia Account hebben en moet je eerst ingelogd zijn.