website over journalistiek

x

Download de Villamedia-app

 

Exclusieve inhoud Sluiten

Een NVJ-lid heeft dit artikel met je gedeeld. Gratis een maand alles lezen? Klik hier.

Een NVJ-lidmaatschap geeft je recht op:

  • Persoonlijk advies
  • Juridisch advies & rechtsbijstand
  • Perskaart
  • Korting op cursussen
  • Villamedia magazine

Word lid Verder lezen

Wat moeten we met cijfers?

Dolf Rogmans — Geplaatst in Journalistiek op vrijdag 18 augustus 2017, 11:00

1 –2

ethiek Hoe is het gesteld met het vertrouwen in de journalistiek? Dalend volgens het Centraal Plan Bureau. Beroerd volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek. Goed volgens Mediawijzer. En hoe erg is gezond wantrouwen? Een duik in de cijfers.

De Amerikaanse president Donald Trump heeft de oorlog verklaard aan de media. Sindsdien is de discussie weer springlevend of journalisten nog wel te vertrouwen zijn. Of dat nepnieuws de nieuwe norm is. In Nederland is Geert Wilders al een paar jaar via Twitter bezig het vertrouwen in de media ter discussie te stellen. Dan wel te ondermijnen, zo je wilt.

Zijn Trump en Wilders roependen in de woestijn of sluiten ze aan bij een breed levend gevoel? Een duikje in beschikbare cijfers geeft wellicht antwoord. Onderzoekers vragen geregeld naar het vertrouwen in de media. In Nederland doen bijvoorbeeld het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dat met een vaste regelmaat. En er zijn meer incidentele onderzoeken, zoals recent door de organisatie Mediawijzer.

Elk kwartaal brengt het SCP het ‘Continu Onderzoek Burgerperspectieven’ uit. Doel is onder meer het kabinet te voorzien van actuele informatie over ontwikkelingen in opvattingen onder de bevolking, inclusief gegevens over algemene tevredenheid en onbehagen.
In de bevindingen over het eerste kwartaal van dit jaar valt te lezen dat respectievelijk 65 en 64 procent van de Nederlanders kranten en televisie vertrouwen. Daarmee scoren de traditionele media hoog ten opzicht van de regering (47 procent), de Tweede Kamer (48 procent) en de rechtspraak (63 procent). Wel is de trend dalende, maar dat geldt voor alle zeven (ook vakbonden en grote ondernemingen, respectievelijk. 64 en 60 procent) gemeten instituties. Ook valt op dat onder jongeren de cijfers harder dalen. In 2008 gaf van de 18-34-jarigen respectievelijk 79 en 76 procent aan deze instituties te vertrouwen, begin 2017 was dat nog respectievelijk 60 en 57 procent.

Het SCP deed ook recent onderzoek naar het mediagebruik van Nederlanders (‘Nederlanders en Nieuws’, juni 2017). De cijfers zijn van 2013 tot en met 2015. Dus eigenlijk, gezien de snelle veranderingen in medialand, toch niet zo actueel. Zo is het gebruik van social media met intensief (5 procent) en kort (60 procent) wel erg laag voor wie vandaag de dag om zich heen kijkt. Maar de trend is desondanks duidelijk. Nog steeds informeert een comfortabele meerderheid van de Nederlanders zich via de traditionele media, alleen jongeren wat minder. En het gebruik van social media neemt toe.

Op beide onderzoeken van het SCP is het nodige af te dingen. De vraagstelling in het eerste onderzoek is nogal algemeen ‘vertrouwt u…’. Ook vraagt het SCP niet door. Welke krant of tv-programma vertrouwt iemand niet meer en waarom dan? Het zijn nuances waar het SCP niets mee kan. Ook valt op dat het Planbureau graag ergens bezorgd over is. Als het vertrouwen in alle instituties daalt, maar in kranten en televisie het minst, dan is het toch zorgelijk dat vooral de jeugd afhaakt bij kranten en televisie. Terwijl dat zich mogelijk makkelijk laat verklaren omdat jongeren gewoonweg minder kranten lezen en tv kijken en er dan dus ook minder vertrouwen in hebben. Het zou kunnen, maar moet nog wel onderzocht worden.

Het SCP weet ook niet goed raad met online nieuws en social media in het rapport ‘Nederlanders en Nieuws’. Die twee worden hard tegenover traditionele media geplaatst, terwijl de traditionele nieuwsmedia een belangrijk deel van hun publiek via het web en ­social media ­bereiken. Toch schrijft het SCP: ‘Als de kort­durende nieuwsmomenten meegeteld worden, dan is het bereik via nieuwssites (met 52 procent) inmiddels het bereik van traditionele media gepasseerd’. Terwijl het deels diezelfde media zijn die de nieuwssites vullen.

Het ‘Continu Onderzoek Burgerperspectieven’ zoomde dit voorjaar verder in op de ontevreden burger. Dat levert wel een paar aardige constateringen op. Nederlanders hebben over de volle breedte minder vertrouwen en zijn wat pessimistischer. En dus ook over de media. Dat geldt meer voor lager opgeleiden en mensen met een lager inkomen. Telegraaf-lezers springen er uit als het gaat om negativisme.

De onderzoekers analyseren: ‘Er is meer onbehagen, omdat er meer onbehagen in de media circuleert. En omdat er meer onbehagen is, besteden de media er meer aandacht aan. En zo verder? Om zo’n vicieuze cirkel te vermijden zou journalistiek en sociaalwetenschappelijk onderzoek misschien wat vaker op zoek moeten gaan naar feiten, pogingen tot verbetering en relativerende beschouwingen die het onbehagen tegenspreken.’

Kim Putters, de baas van het SCP, schrijft in juli in het Financieele Dagblad dat de stapsgewijze daling in het aanzien van de media duidt op een veenbrand. Hij vindt dat journalisten zich weer aan de feiten moeten houden en hij pleit voor meer overheids­ingrijpen. En dat allemaal op basis van een paar onderzochte groot­heden die geen enkele diepte geven. Putters lijkt kortom eerder mee te willen doen aan het verspreiden van nepnieuws dan aan het voorkomen van de viceuze cirkel.

Misschien dat het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) uitkomst biedt. Niet echt, ook die meten trends en grote waarheden. Het CBS vraagt naar ‘vertrouwen in mensen en organisaties’ en heeft het in tegenstelling tot het SCP niet over ‘kranten’ en ‘televisie’, maar over ‘pers’. En dan komt de pers niet verder dan 31,2 procent in 2016 (30,9 in 2012). Vertrouwen in andere mensen scoort 59,9 procent en zelfs de Europese Unie doet het met 36 procent beter.
Alleen, wat moeten we met dat cijfer? Vertrouwen in de pers? En zoveel lager dan het SCP.

Maar er is een derde recent onderzoek (november 2016) dat ook naar media en vertrouwen kijkt en ook met enige zorgvuldigheid is opgezet en uitgevoerd. Mediawijzer , het Nederlandse netwerk voor mediawijsheid, deed vorig jaar onderzoek (pdf)  naar de betrouwbaarheid van media. De uitkomst: journalisten zijn de betrouwbaarste nieuwsmakers. En ook nog eens: hoe jonger Nederlanders zijn, hoe eerder ze nieuws dat afkomstig is van politici, overheden, journalisten en wetenschappers betrouwbaar vinden. Bovendien vertrouwt een meerderheid van de 18- tot 26-jarigen (59 procent) nieuws uit de krant of het journaal meer dan online nieuws.

Oudere Nederlanders vertrouwen juist eerder berichten die door vrienden op social media worden verspreid. Jongeren vinden hun nieuws wel grotendeels online, zo blijkt uit het onderzoek. Ouderen richten zich met name op eerder genoemde bronnen als het tv-journaal of papieren dagbladen. Maar al met al hebben alle mediagebruikers een gezond wantrouwen tegen vrienden als online nieuwsmakers

Waar de verschillende groepen het over eens zijn, schrijven de onderzoekers, is dat ze het steeds moeilijker vinden te bepalen wat in nieuwsberichten wel waar is en wat niet. Voor bijna de helft van de Nederlanders is dit het geval. Bovendien vindt ook bijna de helft het steeds moeilijker om te bepalen welke nieuwsmaker zij wel of niet kunnen vertrouwen.

Al met al geven de Nederlandse onderzoeken weinig houvast voor de stelling dat het mis is met het vertrouwen in de journalistiek. Daarvoor zijn de onderzoeken veel te grofmazig en onderling slecht vergelijkbaar. Er is geen oog voor onderscheid tussen media, iets wat in de Verenigde Staten sinds kort wel wordt gedaan.

Aan de andere kant is het wel zo dat het vertrouwen van mensen in van alles en nog wat aan het dalen is en de media daar ook niet aan ontkomen. Speciaal voor media die zich richten op lager opgeleiden en mensen met een lager inkomen is dat iets om over na te denken. Want hoe meer zij die onvrede benadrukken, hoe meer ze zichzelf de put in praten.

En dan als laatste de vraag, wat is er mis met gezond wantrouwen in de journalistiek? Moeten we ons juist geen zorgen gaan maken als het vertrouwen heel hoog is? Kritische journalistiek moet toch ook om kunnen gaan met een kritisch ­publiek?

Nog geen reacties

Om te reageren moet je een Villamedia Account hebben en moet je eerst ingelogd zijn.

Masterclass EU