‘Voorgenomen implementatie Europese SLAPP-richtlijn in Nederland laat sterk te wensen over’
Vandaag eindigt de internetconsultatie over de invoering van de Europese anti-SLAPP richtlijn in Nederland, dat uiterlijk in mei 2026 moet zijn geïmplementeerd. De overheid meent dat de SLAPP-richtlijn binnen de huidige Nederlandse wetgeving al wordt voldaan en wil, via een wetswijziging, enkel zekerheidstelling voor de proceskosten en schadevergoeding regelen. De Nederlandse Anti-SLAPP werkgroep, waarin diverse maatschappelijke en journalistieke organisaties zijn verenigd, willen serieuze implementatie van álle elementen uit de richtlijn.
Door te stellen dat de Europese anti-SLAPP richtlijn al grotendeels is gedekt door huidige Nederlandse wetgeving, wordt de aard en de omvang van SLAPP-zaken in Nederland onvoldoende erkend, stelt de werkgroep.
In april van dit jaar berichtte Free Press Unlimited (ook lid van de werkgroep) dat sterk onderschat wordt hoe vaak het middel van juridische druk hier wordt ingezet.
“SLAPP-zaken zijn geen normale rechtszaken: anders waren aparte wet- en regelgeving niet nodig geweest”, stelt de werkgroep. De op dit moment voorgenomen implementatie van de Europese anti-SLAPP richtlijn in Nederlands recht zijn zo weinig concreet “dat zij niet aan de minimumstandaarden van de richtlijn voldoen, en het zeer de vraag is of zij SLAPP-doelwitten daadwerkelijk bescherming zullen bieden”.
Het aantal SLAPP-zaken is in Nederland op dit moment beperkt, maar de richtlijn is het moment om “een stevig en toekomstbestendig vangnet” in te richten. Volgens de overheid is een SLAPP-zaak nu al via de bestaande regeling rond misbruik van procesrecht af te doen. De werkgroep stelt dat ook vóór het tot een zaak komt, er vaak al sprake is van SLAPP-gerelateerd handelen: intimidatie, pesterijen, bedreigingen.
Procesmisbruik
Het huidige karakter van artikel 3:13 (dat over procesmisbruik handelt, red.) is daarvoor ongeschikt, aldus de werkgroep. “Dit onderstreept de noodzaak voor specifieke wetgeving voor SLAPP-gevallen”, adviseert de werkgroep. Een kort geding als optie om een SLAPP-zaak al vroeg afgewezen te krijgen is ongeschikt, omdat deze rechtsgang een verweerder al direct op hoge kosten jaagt.
“In de praktijk betekent dit dat een vaak weinig kapitaalkrachtige waakhond direct geconfronteerd wordt met de hoge kosten die gemoeid gaan met het starten van een kort geding. De keuze om vervolgens in te binden of te riskeren dat tienduizenden euro’s besteed moeten worden om de zaak te verdedigen, ook als de eis vrijwel geen kans van slagen heeft”, schrijft de werkgroep. De werkgroep verwijst naar artikel 7 uit de Europese richtlijn, juist bedoeld om kosten voor doelwitten van SLAPP-zaken te verlagen.
Een SLAPP verhaal: wat zijn Strategic Lawsuits Against Public Participation?
Het zou verder goed zijn een specifieke wettelijke voorziening in te richten waarbinnen SLAPP-zaken beoordeeld en vroegtijdig afgewezen kunnen worden. “Dit is niet alleen in het belang van de verweerder, maar ook van de eiser die zich anders, met bijbehorende kosten, in een extra procedure moet verweren tegen het beroep op vroegtijdige afwijzing”, aldus de werkgroep. Ook is bovendien niet gegarandeerd dat een rechter zich bij behandeling al direct over het element misbruik van procesrecht buigt.
Proceskosten
Zonder een specifieke regeling voor kostenveroordeling in SLAPP-zaken staat niet vast dat een verweerder, zelfs bij winst, alle proceskosten vergoed krijgt. Dat is een belangrijk component van de Europese richtlijn: het SLAPP-doelwit moet de volledige gemaakte kosten vergoed krijgen.
In Nederland is dat momenteel onwaarschijnlijk. “Ook als een rechter in uitzonderlijke gevallen een schending van art. 3:13 BW (misbruik van procesrecht) toewijst, leidt dit zelden tot een volledige kostenveroordeling”, schrijft de werkgroep.
Opgelegde sancties moeten daarnaast proportioneel zijn aan de middelen van de eiser om een daadwerkelijk afschrikwekkende werking te hebben, stelt de werkgroep. Het Nederlandse procesrecht kent wel sancties, maar hier wordt in de praktijk weinig gebruik van gemaakt. Het risico van zware sancties zou breder belicht moeten worden, want alleen dan schrikt het potentiële SLAPP-starters af.
De werkgroep is geïrriteerd over het Nederlandse voornemen alleen waarborgen te implementeren voor zaken met een zogeheten ‘grensoverschrijdend element’. “Dit sluit niet aan op de realiteit van SLAPPs in Nederland, waar ook regelmatig sprake is van zaken zonder grensoverschrijdende elementen. Het strookt niet met eerdere gesprekken met de betrokken ministeries waarin is aangegeven dat de omzetting van de richtlijn ook voor nationale zaken zou gelden. We betreuren dan ook dat de concept-implementatie de waarborgen uit de SLAPP-richtlijn niet voor nationale zaken invoert, en moedigen de Nederlandse regering aan dit alsnog te doen zodat alle SLAPP-doelwitten effectief beschermd worden.”
In de werkgroep zijn onder meer vakvereniging Nederlandse Vereniging van Journalisten, persvrijheidsorganisatie Free Press Unlimited en uitgeverskoepel NDP Nieuwsmedia verenigd.
“Als er geen scherpere implementatie komt, zal het afschrikwekkende signaal aan machtige actoren die een zaak aanspannen verloren gaan. Hiermee wordt de Nederlandse journalistieke gemeenschap niet beschermd”, zegt Emma Bergmans, auteur van het rapport over onderschatte juridische intimidatie van Nederlandse journalisten en media.
Alle documenten en inbreng van onder meer de Coalition Against SLAPPs in Europe en de Nederlandse Orde van Advocaten vind je op Internetconsultatie Anti-SLAPP.


Praat mee