— donderdag 10 juni 2021 09:05 | 0 reacties , praat mee

Voetbaljournalist Willem Vissers heeft zin in het EK: ‘Tussen laatste fluitsignaal en deadline zitten vaak nul minuten.’

Voetbaljournalist Willem Vissers heeft zin in het EK: ‘Tussen laatste fluitsignaal en deadline zitten vaak nul minuten.’
© TRIK

Zijn principes brengen hem soms in een lastig parket. En zijn manier van schrijven wordt door sommigen wel erg bloemrijk gevonden. Maar Willem Vissers is wel al jaren de trotse nummer 1 voetbaljournalist van de Volkskrant. Gesprek met een Limburgse adrenalinejunk. Laatste wijziging: 8 november 2021, 15:39

Dit artikel wordt met je gedeeld door NVJ-lid Menno van den Bos. Ook lid worden?

Hij zin in het Europees kampioenschap voetbal? In een eindtoernooi heeft Willem Vissers altíjd zin. Behalve in het WK van volgend jaar in Qatar, maar daarover later meer – ingewikkeld onderwerp. Nu eerst het EK. Nog steeds met beperkingen, maar de nummer 1 voetbaljournalist van de Volkskrant is al lang blij dat het doorgaat. Deze keer wel.

Corona heeft het voetbal de afgelopen tijd uitgekleed, zegt hij. In een vol stadion heb je als journalist het gevoel dat je iets episch verslaat, maar in zo’n lege Arena krijgt het iets lulligs, 22 volwassen mannen en een bal.

Zelf speelt de 57-jarige bij de veteranen van Terrasvogels, in Santpoort-Zuid. ‘Drie supporters hebben we: Hans, Frits en Louis. Als het regent blijven ze in de kantine. Ons voetbal is ook niet meer toeschouwers waard. De profcompetities werden de voorbije twee seizoenen ook een soort amateurvoetbal, maar dan met betere spelers. Ja, in zo’n leeg stadion hoor je wat ze roepen. In het begin is dat wel leuk. Maar dan hoor je dat ze precies hetzelfde zeggen als wij van Terrasvogels: “Hier die bal”, of “Schiet es op”, of “Auw!”. Dan is de magie er snel af.’

Schrijven heeft voor hem ook iets magisch. Hij voelt dat hij in een goede periode in zijn loopbaan zit, en die wil hij zo lang mogelijk laten duren. Dus is hij – zijn vrouw Bernique bevestigt het – ‘altijd aan het werk’. Dat verwijt hij jonge journalisten die denken te kunnen parasiteren op hun schrijftalent en vervolgens wegzakken: gemakzucht. ‘Allemaal leuk en aardig, dat gevlei, maar het gaat om dat stuk van morgen.’  Van gevlei aan zijn eigen adres geeft hij tijdens het twee­ënhalf uur durende interview vele voorbeelden. Boeken­paus Michaël Zeeman, oud-PvdA­-leider Wouter Bos, burgemeester Femke Halsema, schrijver Arnon Grunberg: ze lezen – in wijlen Zeemans geval lazen – zijn stukken graag. Dat vindt hij belangrijk, want hij wil het móóí doen.

Aan de heren voetballers zelf is het niet besteed, want die lezen je niet.
‘Nee. Ik zal nooit vergeten wat Robin van Persie zei toen hij net begon: “O, de Volkse krant?” In de voetbalwereld zijn De Telegraaf en Voetbal International het belangrijkst, dan een tijdje niks, daarna het AD en vervolgens de rest. Maar ach, bij trainers en bestuurders zijn we wel redelijk bekend.’

Hoe moeilijk is jouw vak nou eigenlijk?
‘Erg moeilijk als je niet tegen deadlinedruk kan. Tussen het laatste fluitsignaal van een Champions League-wedstrijd om 22.55 uur en mijn deadline zitten precies nul minuten. Nou ja, vijf, hoogstens. “Godverdomme!”, riep ik dus op de perstribune van Ajax toen Tottenham Hotspur in 2019 in de laatste seconde de fatale goal scoorde. Ik kon nog snel drie alinea’s veranderen, toen moest het stuk door. Echt goed, nee. Maar wel aanvaardbaar.’

Is het leuk, dat tikken op adrenaline?
‘Hartstikke leuk. In 2010 won ik zo ook de Hard Gras-prijs, met mijn verslag van de WK-finale. Het genre wordt alleen wel steeds minder populair. “We zijn er vooral voor de achtergronden”, klinkt het dan op de krant. Maar ik ben ouderwets, en vind dat je ook nog steeds moet beschrijven wat er op het veld zelf gebeurt – iets wat de NRC nauwelijks meer doet.’

Is het genre wel zo ingewikkeld? Behalve de uitslag hoeven er geen cijfers in en geen politieke verwikkelingen geduid. De bal gaat erin, of niet.
‘Ik doe natuurlijk meer. Interviews, analyses, schrijf over de Super League die al dan niet doorgaat. Sportjournalisten zijn misschien wel het meest veelzijdig. Het is ook niet voor niks dat ze overal zo hoog in de boom zitten.’

Zitten ze dat?
‘Ehh, nou, oud-NRC-hoofdredacteur Peter Vandermeersch komt uit de sportjournalistiek. Bij ons is mijn oud-collega Marije Randewijk een van de hoogsten in de hoofdredactie en topcolumnist Bert Wagendorp, vroeger een van mijn voorbeelden, komt ook uit de sportjournalistiek. We zijn zeer flexibel en werken ook op zondag. Ik doe alleen niet aan onderzoeksjournalistiek. Geen geduld voor.’

Ambieerde je vroeger iets anders dan wat je nu doet?
‘Nee. Na het atheneum wilde ik zo snel mogelijk sportjournalist worden. Maar voor ik naar de Academie voor Journalistiek in Tilburg ging, bezocht ik op mijn vaders dringende verzoek ook de open dag van Nyenrode. Daar hoorden wat toetsen bij. Hopeloos. Meetkundig inzicht: totaal nul. Maar mijn vader vond het een heel leuke dag.’

Voelde je je meteen thuis op de academie?

‘Dat wel, maar in mijn eerste week trapte ik een pisbak van de muur in academie-stamcafé Bet Kolen. Te veel gezopen. Jongens uit de derde wilden me op mijn bek slaan. De café-eigenaar redde me. Ik was bang voor de reactie van mijn ouders, dus vertelde ik een of ander lulverhaal aan de verzekering. Die betaalde de schade.’

Met tegenzin naar een open dag, op volwassen leeftijd nog de toorn van je vader en moeder vrezen: je was wel volgzaam, kennelijk.
‘Ik was een beschermd opgevoed Limburgse jongetje – ik kom uit Echt – en mijn ouders hebben alles gedaan om me te helpen in mijn carrière. Op zondag brachten ze me naar de hoofdklassewedstrijd die ik als freelancer moest verslaan voor De Limburger. Gingen zij wandelen, en na de wedstrijd brachten ze me naar de redactie in Maastricht. Pakte ik zelf de laatste trein naar huis. Dan mag je dus best een beetje dankbaarheid tonen.’

Een beetje zoals ouders van talentvolle jonge voetballers hun kroost dagelijks naar de training van Ajax of PSV brengen dus.
‘Ja. Maar naar mijn eigen wedstrijden zijn ze nooit komen kijken. Terwijl ze 300 meter van het veld afwoonden.’

Vissers’ beker is de – inmiddels opgedoekte – Hard Gras-prijs voor geschreven sportjournalistiek. Het object van Jeroen Henneman, een soort grijze laptop achter glas (Vissers: ‘Het moet een kaart voorstellen zoals scheidsrechters die uitdelen’), hangt boven de eettafel in zijn moderne rijtjeswoning in Velserbroek.

De jury kon zijn manier van schrijven dus wel waarderen. Voor Gijs Groenteman gold dat in 2017 niet. De journalist maakte Vissers in een column in Het Parool met de grond gelijk, omdat hij een ‘gigantische hoeveelheid quasi poëtische onzinzinnen’ in een stuk had aangetroffen. Hij had bijvoorbeeld geschreven: ‘En het was zo goed gegaan met Ajax, met bijna Rembrandtesk voetbal, geschilderde patronen, vol aanvallende intenties.’ Groenteman: ‘Wat is Rembrandtesk voetbal? Speelde Ajax een spel met licht en donker? Was Ajax een schuttersstuk? Ten tweede, waarom was het bíjna Rembrandtesk voetbal, en niet helemáál Rembrandtesk voetbal?’ En zo ging hij nog even door.

Deed dat pijn?
‘Ik vond het vooral flauw. En ik weet niet of het iets met zijn stukje over mij te maken had – vast niet – maar twee weken later had Groenteman die column niet meer. Ik twitterde: “Ik heb geen een bijzonder zinnetje in deze column gelezen, nog geen poging”.’

Had Groenteman een punt? Ook collega-sport­journalisten vinden dat je het soms wel érg mooi probeert te doen.
Schouderophalend: ‘Ik wil de lezer ook amuseren, zoals ik zelf ook geamuseerd wil worden. Ja, soms staat er een me­ta­foor te veel in, dat zie ik een dag later dan zelf ook wel.’

Waar komt die bloemrijke stijl vandaan?
‘Ik denk dat het iets Limburgs is. Ik zie het bij meer zuider­lingen. De man die me als twintiger liet schrijven voor dagblad De Limburger, de vermaarde wielercommentator en innemer Jean Nelissen had het ook.’

Vissers had ook een keer een twitterruzie met Nico Dijkshoorn, over het niveau van vrouwenvoetbal. Vissers noemde Dijkshoorn een ‘zeiksnor’. Dijkshoorn sloeg hard terug. ‘Als ik echt een masochist was, las ik wekelijks jouw keukenmeidentekst over Het Gezin Vissers.’

Dat was een verwijzing naar de columns die je destijds ook schreef over je meervoudig gehandicapte zoon Samuel. Kwam deze uithaal wél aan?

Weer haalt Vissers zijn schouders op. ‘Valt wel mee. Maar we zaten wel allebei bij de Volkskrant, en dan staat zo’n fittie toch vrij armoedig.’

Hij loopt naar een hoek van de woonkamer. ‘Hier zit een lift, voor Samuel. Ons huis is volledig aangepast, en Samuel zit op een schooltje waar hij het fijn vindt. Hij is de reden dat ik niet datgene ga doen wat ik misschien nóg liever zou willen: correspondent worden in het buitenland.’

In 2015 heb je wel het chefschap van de sport­redactie geprobeerd.
‘Ja. Dat was niet zo’n succes. Ik eiste dat ik ook mocht blijven schrijven en een coördinator naast me kreeg voor de regelarij. Helaas kwam die coördinator pas toen het al te laat was. Als ik iets verkeerd doe, kom naar me toe, had ik tegen mijn collega’s gezegd. Maar dat doen mensen dus niet. Begin 2016 zei hoofdredacteur Philippe Remarque me dat het over was: ik schreef te veel en deed te weinig aan coaching.’

Was dat een klap voor je?
‘Ik was blij dat ik van het gedoe en gezeur af was, maar ik was wel gegriefd. Een paar collega’s hadden messen in mijn rug gestoken, en ik had best wat meer erkenning willen hebben voor de geweldige dingen die we hadden gedaan. In de vergadering daarna heb ik wat mensen flink op hun nummer gezet, en toen was het klaar. Remarque kwam kort daarna kijken hoe dat ging. Ik zat naast collega Robèrt Misset en zei: ik ga iets doen. Ik stond op en kuste Robèrt op zijn voorhoofd. Kwam Philippe naar ons toe: “Jullie hebben toch ruzie?” Ik antwoordde: “Gisteren had ik ruzie, maar vandaag niet meer”. Want ik ben niet rancuneus.’

Cheffen is een heel ander vak hè?
‘Ja. Het jammere is dat ze de goeie schrijvers chef maken. Goeie schrijvers moeten gewoon de krant vullen. Want zoveel zijn er niet.’

Hoe zie ik dat Pieter Klok nu hoofdredacteur is en niet meer Remarque?
‘Pieter is iets warmer, denk ik. Philippe was eerder correspondent voor De Telegraaf, en is in de basis ook een Telegraaf-jongen. Hij is wat rechtser dan Pieter. Met beiden kan ik overigens goed opschieten.

Op de arbeidsvoorwaarden voor freelancers heb ik geen zicht, maar het toptarief bij de Volkskrant is 45 cent per woord. Dus niet die 13 cent waarover je weleens hoort. Onze uitgeverij DPG heeft vorig jaar 178 miljoen euro winst gemaakt, dus ik zei tegen Klok: geef iedereen nou gewoon 5000 euro, dan heb je 20 miljoen uitgegeven. Voor mijn part geef je de freelancers 7000 en de vaste mensen 3000. We hebben allemaal een klotejaar gehad, en DPG maakt meer winst dan ooit.’

Hoe reageerde Klok?
‘Hij moest lachen. Ik denk dat Pieter het in de basis wel vaak met me eens is, maar hij hoort natuurlijk ook verhalen van DPG-topman Christian Van Thillo en zo. We krijgen overigens wel wat, maar veel minder dan ik net zei. Jammer.’

Ik kon je boek over oud-Ajax-voorzitter Michael van Praag, getiteld ‘Achter de coulissen van het voetbal’, niet vinden in Amsterdam-Oost. Zorgelijk?
‘Het is vervelend, maar ik kan er weinig aan doen. De ­eerste druk was ook maar 5000 stuks. Van Praag is ­natuurlijk ook geen oud-voetballer, maar een bobo.’

En een ijdeltuit. Zijn voetbaljournalisten ook ijdel?
‘Tsja, wie is dat niet? Ze hebben een eigen circuitje op televisie. Ik zat zelf vaak in Studio Voetbal. Dat doe je niet als je totaal niet ijdel bent.’

Studio Voetbal is met je gestopt. Was dat een knauw voor je ego?
‘Nee, want ik ben zelf gestopt, zij niet met mij.’

Ik heb gehoord dat zij op z’n minst óók met jou zijn gestopt.

‘Nou, ehh, de NOS wilde meer eigen mensen inzetten. ­Logisch, want die willen zich profileren. Ik zou alleen nog een soort oproepkracht zijn. Toen heb ik gezegd: ik doe niet meer mee. Dus in principe ben ik zelf gestopt. Nu zitten er vooral oud-voetballers, maar ik vind Studio Voetbal er niet beter op geworden – en dat heeft niks met mij te maken. Het is heel lacherig nu. En wat me echt ­ergert: Ibrahim Afellay zit er steeds, terwijl hij als PSV-aanvoerder nooit met de pers wilde praten. De presentator (Sjoerd van Ramshorst, red.) vind ik ook niet buitengewoon goed. Het heeft weinig diepgang allemaal.’

En Veronica Inside van Wilfred Genee, Johan Derksen en René van der Gijp?
‘Die heren zijn veel te veel in zichzelf gaan geloven. Ik zat er met Van Praag met mijn boek. Ze hadden het niet eens gelezen. Bovendien klopt het vaak niet wat die drie zeggen. Ik vind ook dat ze te vaak mensen beledigen.’

Derksen vond op zijn beurt dat jij altijd een wat gereformeerde indruk maakte bij Studio Voetbal.
‘Hij heeft me in uitzendingen zelfs een paar keer een idioot genoemd. Ach, dat moet hij weten. Het is puur amusement. Ik geef mijn boekjes uit bij zijn dochter Marieke, en ik rook graag een sigaar met Derksen, dus ik kan dat goed scheiden.’

Nog één pijnpuntje: het WK voetbal volgend jaar in Qatar. In 2014 schreef je dat je niet zou gaan, omdat daar een WK houden een belachelijk idee is. Afgelopen maart schreef je dat je tóch gaat.
‘Ja. Het lijkt me nog steeds een rotland, zonder voetbal­cultuur en waar duizenden doden zijn gevallen bij de bouw van de stadions die na het WK meteen weer door dezelfde onderbetaalde Aziaten zullen worden afgebroken. Maar ik kan beter gewoon opschrijven wat daar gebeurt. Denk ik. Toen hoopte ik dat er een soort beweging op gang zou komen: hier moeten we niet naartoe. Is helaas totaal niet gebeurd. Nul.’

Had je op meer support van je collega’s gerekend?
‘Vooral van sporters en bonden, maar ze vreten allemaal van het geld uit Qatar en de Emiraten.’

Jij zou een statement kunnen maken.
‘Ja, maar dan vind ik dat ik ook moet stoppen met sportjournalistiek. En daar is het vak me te lief voor. Noem het gerust slap. Dat doe ik zelf ook.’

Willem Vissers (Echt, 13 juni 1964) studeerde in 1986 af aan de Academie voor Journalistiek in Tilburg. Al tijdens zijn studie werkte hij als free­lance sport­verslaggever voor De Limburger. Daarna werd hij sportjournalist bij het ANP. In 1997 trad hij in dienst van de Volkskrant. Vissers schrijft ook boeken en schoof tot twee jaar geleden regelmatig aan bij Studio Voetbal van de NOS.

NVJ LID 26-05

Tip de redactie

Logo Publeaks Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee